Artikel ID: 169790 - Laatste beoordeling: zondag 15 mei 2011 - Wijziging: 3.0 Basisproblemen met TCP/IP oplossen
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL169790 Op deze paginaSamenvatting
In dit artikel wordt beschreven hoe u te werk kunt gaan bij een aantal algemene problemen met netwerkcommunicatie die voorkomen wanneer u het TCP/IP-netwerkprotocol gebruikt. Deze problemen vallen gewoonlijk in de volgende twee categorieën:
OPMERKING: alle onderstaande stappen voor probleemoplossing zijn geschikt voor Windows NT en 2000, maar mogelijk niet voor Windows 9x (met uitzondering van Windows ME). De basismethoden voor diagnostiek en probleemoplossing zijn echter identiek voor alle Windows-systemen. Meer informatie
Als u wilt bepalen of het probleem te maken heeft met de verbinding zelf of met naamomzetting, kunt u met de volgende procedure nagaan of u verbinding kunt maken met een specifiek IP-adres.
Verbinding maken met een IP-adresMaak verbinding met een andere computer in uw netwerk via het IP-adres van die computer en het TCP/IP-programma van uw keuze. Webbrowsers, FTP en Telnet zijn typische programma's waarmee u via het TCP/IP-protocol verbinding kunt maken met andere computers.OPMERKING: als u niet weet wat het IP-adres is van de Windows NT- of Windows 2000-computer waarmee u verbinding wilt maken, geeft u de opdracht IPCONFIG /ALL op bij de opdrachtprompt van die computer. Als u geen verbinding kunt maken met de andere computer via het IP-adres van die computer, is dat te wijten aan een probleem met de verbinding zelf. Raadpleeg de informatie in de onderstaande sectie 'Kan geen verbinding maken met een specifiek IP-adres' om het probleem op te lossen. Kunt u wel verbinding maken via het IP-adres van de computer maar niet via de host of NetBIOS-naam van die computer, dan heeft het probleem waarschijnlijk te maken met naamomzetting. Raadpleeg de informatie in de onderstaande sectie 'Kan geen verbinding maken met een specifieke host of NetBIOS-naam' om het probleem op te lossen. KAN GEEN VERBINDING MAKEN MET EEN SPECIFIEK IP-ADRESVolg de procedures in de onderstaande secties in de aangegeven volgorde. Nadat u een procedure hebt voltooid, probeert u nogmaals verbinding te maken met de computer via het IP-adres.De TCP/IP-configuratie controlerenAls u het TCP/IP-netwerkprotocol gebruikt, kunnen er communicatieproblemen ontstaan door een onjuiste TCP/IP-instelling (zoals een onjuist IP-adres of een onjuist subnetmasker). Als u wilt nagaan of een dergelijke TCP/IP-fout is vastgelegd door Windows NT of Windows 2000, opent u het systeemlogboek in de module Logboeken. Vervolgens zoekt u naar de vermeldingen waarbij TCP/IP of DHCP is aangeduid als bron. Als u een vermelding in het systeemlogboek wilt bekijken, dubbelklikt u op de vermelding.OPMERKING: als er een DHCP-fout is vastgelegd in Logboeken, moet u de fout melden aan de netwerkbeheerder. Als er TCP/IP-fouten zijn vastgelegd in het systeemlogboek in de module Logboeken, lost u elke fout op zoals aangegeven in het foutbericht. Bij een foutbericht waarin staat dat de parameter voor het IP-adres onjuist is bijvoorbeeld, gaat u na of het IP-adres geldig is. Als het systeemlogboek geen fouten bevat, volgt u de onderstaande stappen om te controleren of de juiste TCP/IP-configuratiegegevens worden gebruikt:
De opdracht PING gebruiken voor het loopback-adresGebruik de opdracht PING om te controleren of het TCP/IP-protocol correct functioneert. U doet dit door het loopback-adres (127.0.0.1) te pingen met de volgende opdracht bij de opdrachtprompt:
Pinging 127.0.0.1 with 32 bytes of data: Reply from 127.0.0.1: bytes=32 time=<10ms TTL=128 Reply from 127.0.0.1: bytes=32 time=<10ms TTL=128 Reply from 127.0.0.1: bytes=32 time=<10ms TTL=128 Reply from 127.0.0.1: bytes=32 time=<10ms TTL=128 OPMERKING: u moet zijn aangemeld als een gebruiker met beheerdersbevoegdheid om de volgende stappen te kunnen uitvoeren.
De opdracht PING gebruiken voor het IP-adres van de computerAls u het loopback-adres hebt kunnen pingen, probeert u hetzelfde met uw eigen IP-adres door ping <IP-adres> te typen bij een opdrachtprompt, waarbij <IP-adres> staat voor het IP-adres van uw computer.OPMERKING: als u het IP-adres van uw computer niet kent, typt u ipconfig bij een MS-DOS-prompt. Het bericht dat u ontvangt, ziet er ongeveer zo uit: Pinging <###.###.###.###> with 32 bytes of data: Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=77ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=80ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=78ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=79ms TTL=28 Als u echter een foutbericht ontvangt, is er mogelijk een communicatieprobleem tussen Windows NT en de netwerkadapter. Om dit probleem op te lossen, verwijdert u het stuurprogramma voor de netwerkadapter en installeert u het opnieuw. Hiertoe gaat u als volgt te werk: OPMERKING: u moet zijn aangemeld als een gebruiker met beheerdersbevoegdheid om de volgende stappen te kunnen uitvoeren.
De ARP-cache wissen (Address Resolution Protocol)De ARP-cache bestaat uit een lijst met recentelijk omgezette toewijzingen van IP-adres naar MAC-adres (Media Access Control). Het MAC-adres is het unieke fysieke adres dat is ingesloten in elke netwerkadapter.Bij onjuiste vermeldingen in de ARP-cache worden de IP-datagrammen mogelijk naar de verkeerde computer verzonden. Met de opdracht ARP kunt u alle huidige toewijzingen in de ARP-cache weergeven. Hiertoe typt u arp -a bij een MS-DOS-prompt. Als de ARP-cache leeg is, verschijnt het bericht 'Geen ARP-vermeldingen gevonden'. Als de cache niet leeg is, krijgt u een bericht met de volgende inhoud: Interface: 10.1.1.3 on Interface 2 Internet Address Physical Address Type 10.1.1.7 08-00-02-06-ed-20 dynamic 10.1.1.254 08-00-02-0a-a3-10 dynamic
Als u meer informatie wilt over de syntaxis, opties en het gebruik van de opdracht ARP, typt u arp -? bij een MS-DOS-prompt. De standaardgateway controlerenMet de opdracht IPCONFIG kunt u nagaan welk IP-adres wordt gebruikt om toegang te krijgen tot de standaardgateway. Hiertoe typt u 'ipconfig' (zonder aanhalingstekens) bij een opdrachtprompt. Controleer of het weergegeven IP-adres correct is voor de standaardgateway. Als u het juiste IP-adres voor de standaardgateway niet kent, neemt u contact op met de netwerkbeheerder.Als u hebt vastgesteld dat het juiste IP-adres is ingesteld voor de standaardgateway, probeert u het IP-adres van de standaardgateway te pingen. Het bericht dat u ontvangt, ziet er ongeveer zo uit: Pinging <###.###.###.###> with 32 bytes of data: Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=77ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=80ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=78ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=79ms TTL=28 Als de standaardgateway niet is verbonden met het netwerk of niet goed functioneert, ontvangt u het volgende bericht: Pinging <###.###.###.###> with 32 bytes of data: Request timed out. Request timed out. Request timed out. Request timed out. De opdracht PING gebruiken voor het IP-adres van de andere computerGebruik de opdracht PING voor het IP-adres van de andere computer. Hiertoe typt u ping <IP-adres> waarbij <IP-adres> staat voor het IP-adres van de andere computer. Het bericht dat u ontvangt, ziet er ongeveer zo uit:Pinging <###.###.###.###> with 32 bytes of data: Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=77ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=80ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=78ms TTL=28 Reply from <###.###.###.###>: bytes=32 time=79ms TTL=28 Als een router tussen uw computer en de andere computer niet juist is geconfigureerd of als er een probleem is met de andere computer, ontvangt u het volgende bericht: Pinging <###.###.###.###> with 32 bytes of data: Request timed out. Request timed out. Request timed out. Request timed out. Permanente vermeldingen in de routetabel controlerenAlle computers die gebruikmaken van het TCP/IP-netwerkprotocol beschikken over een routetabel. De route die een netwerkpakket aflegt van een computer met het TCP/IP-protocol naar een andere computer met het TCP/IP-protocol wordt bepaald door de routetabel van de computer die het netwerkpakket verzendt.Wanneer u de computer opnieuw opstart, wordt de routetabel automatisch opnieuw samengesteld. Indien gewenst, kunt u zelf of met behulp van de netwerkbeheerder permanente (statische) vermeldingen toevoegen aan de routetabel van uw computer. Deze permanente vermeldingen worden automatisch ingevoegd in de routetabel wanneer de tabel opnieuw wordt samengesteld. Met de opdracht ROUTE kunt u de routetabel van de computer weergeven. Hiertoe typt u route print bij een MS-DOS-prompt. Het bericht dat u ontvangt, ziet er ongeveer zo uit: Active Routes: Network Address Netmask Gateway Address Interface Metric 0.0.0.0 0.0.0.0 10.1.1.254 10.1.1.3 1 10.1.0.0 255.255.0.0 10.1.1.3 10.1.1.3 1 10.1.1.3 255.255.255.255 127.0.0.1 127.0.0.1 1 10.255.255.255 255.255.255.255 10.1.1.3 10.1.1.3 1 127.0.0.1 255.0.0.0 127.0.0.1 127.0.0.1 1 224.0.0.0 224.0.0.0 10.1.1.3 10.1.1.3 1 255.255.255.255 255.255.255.255 10.1.1.3 10.1.1.3 1 In het volgende artikel in de Microsoft Knowledge Base vindt u meer informatie over routering, routetabellen en de opdracht ROUTE:
De opdracht TRACERT gebruikenMet de opdracht TRACERT kunt u alle routers of gateways vastleggen die worden gepasseerd door een TCP/IP-pakket dat op weg is naar een andere host. Als u de opdracht TRACERT wilt gebruiken om de route tussen uw computer en de andere computer vast te leggen, typt u tracert <IP-adres> bij een opdrachtprompt, waarbij <IP-adres> staat voor het IP-adres van de andere computer. Het bericht dat u ontvangt, ziet er ongeveer zo uit:
Tracing route to <IP address> over a maximum of 30 hops:
1 <10 ms <10 ms <10 ms <###.###.###.###>
2 50 ms 50 ms 51 ms <###.###.###.###>
3 250 ms 80 ms 50 ms <###.###.###.###>
Trace complete.Als er een probleem is met een van de routers die wordt gepasseerd door het netwerkpakket, verschijnt een bericht met de volgende inhoud:
Tracing route to <IP address> over a maximum of 30 hops:
1 <10 ms <10 ms <10 ms <###.###.###.###>
2 * * * Request timed out.
3 * * * Request timed out.
4 * * * Request timed out.
Tracing route to <IP address> over a maximum of 30 hops:
1 <10 ms <10 ms <10 ms <###.###.###.###>
2 50 ms 50 ms 51 ms <###.###.###.###>
3 <###.###.###.###> reports: Destination net unreachable.Als de route tussen beide computers niet juist kan worden weergegeven door de opdracht TRACERT, controleert u met de netwerkbeheerder of er sprake is van een routeringsprobleem tussen beide computers. In het volgende artikel in de Microsoft Knowledge Base vindt u meer informatie over de opdracht TRACERT:
De serverservices op de andere computer controlerenControleer of de juiste serverservices op de andere computer worden uitgevoerd. Als u bijvoorbeeld verbinding wilt maken met de andere computer via het hulpprogramma Telnet, gaat u na of de andere computer is geconfigureerd als een Telnet-server.Als u wilt controleren of de juiste serverservice wordt uitgevoerd op de andere computer, moet u eerst verbinding maken met de andere computer vanaf een computer die zich in hetzelfde subnet bevindt als de andere computer. Als u geen verbinding kunt maken met de andere computer vanaf een computer in hetzelfde subnet, neemt u contact op met de netwerkbeheerder om na te gaan of de serverservice op de andere computer is ingesteld en of deze service correct functioneert. Kunt u de andere computer wel bereiken vanaf een computer in hetzelfde subnet, dan neemt u contact op met de netwerkbeheerder om eventuele problemen met de routering in het netwerk op te lossen. De IP-beveiliging op de server controlerenDe poortinstellingen voor de services op de andere computer zijn mogelijk anders dan de poortinstellingen waarmee u verbinding wilt maken. In de volgende tabel vindt u een aantal standaardpoortinstellingen voor verschillende protocollen:Poort: Protocol: ----- --------- 80 HTTP 21 FTP 23 Telnet 70 Gopher
Als u geen foutbericht ontvangt, is de andere computer zo geconfigureerd dat u verbinding kunt maken via de desbetreffende poort. Hierna kunt u met de juiste service verbinding maken via de poort. Ontvangt u wel een foutbericht, dan is de andere computer mogelijk niet geconfigureerd voor verbinding via de desbetreffende poort. Neem contact op met de netwerkbeheerder om een geldig poortnummer te krijgen voor de service op de andere computer. Kan geen verbinding maken met een specifieke host of NetBIOS-naamAls u wel verbinding kunt maken via het IP-adres maar niet via de host of NetBIOS-naam van de andere computer, heeft het probleem waarschijnlijk te maken met naamomzetting. Er zijn heel veel manieren om problemen met naamomzetting in een netwerk op te lossen, waaronder de volgende:
Het HOSTS-bestand controlerenHet HOSTS-bestand is een tekstbestand dat u in een willekeurige teksteditor (bijvoorbeeld Kladblok) kunt bewerken. Als uw netwerk HOSTS-bestanden gebruikt om hostnamen om te zetten en u kunt geen verbinding maken met de andere computer via de hostnaam, kan dit worden veroorzaakt door een ongeldige vermelding in uw HOSTS-bestand. Zoek in uw HOSTS-bestand naar de hostnaam van de andere computer, controleer of er slechts één vermelding per hostnaam is en controleer vervolgens of de vermelding voor de hostnaam van de andere computer geldig is.Voor meer informatie over het HOSTS-bestand kunt u het voorbeeldbestand HOSTS bekijken in de map %Systeemhoofdmap%\System32\Drivers\etc. De DNS-configuratie (Domain Name Service) controlerenEen DNS-server biedt functionaliteit voor het omzetten van hostnamen. Als uw netwerk DNS gebruikt om hostnamen om te zetten en u kunt geen verbinding maken met de andere computer via de hostnaam, kan dit worden veroorzaakt door een probleem met de DNS-configuratie van uw computer of met de DNS-server in uw netwerk.U kunt als volgt bepalen of het probleem wordt veroorzaakt door de DNS-configuratie van uw computer:
Als u het IP-adres van de DNS-server wel kunt bereiken maar de hostnaam van de andere computer niet kunt omzetten, is het mogelijk dat de DNS-server een probleem heeft bij het omzetten van hostnamen. Zijn er meerdere DNS-servers beschikbaar in uw netwerk, dan kunt u de computer zo configureren dat er een andere DNS-server wordt gebruikt. Als u geen andere DNS-server kunt gebruiken of als de hostnaam van de andere computer wel correct wordt omgezet door de andere DNS-server, neemt u contact op met de netwerkbeheerder om het probleem met de oorspronkelijke DNS-server op te lossen. Nadat u het juiste IP-adres voor uw DNS-server hebt geverifieerd, werkt u de TCP/IP-instellingen van de computer bij. Als u via een inbelverbinding bent verbonden met het netwerk, hoeft u alleen de TCP/IP-instellingen in de telefoonlijstvermelding van Externe toegang te veranderen, zodat het juiste IP-adres van uw DNS-server wordt gebruikt. Als u het IP-adres van uw DNS-server wilt wijzigen of een geldig adres wilt toevoegen aan de TCP/IP-instellingen van uw computer, gaat u als volgt te werk:
Het LMHOSTS-bestand controlerenHet LMHOSTS-bestand is een tekstbestand dat u in een willekeurige teksteditor (bijvoorbeeld Kladblok) kunt bewerken. Als uw netwerk LMHOSTS-bestanden gebruikt om NetBIOS-namen om te zetten en u kunt geen verbinding maken met de andere computer via de NetBIOS-naam, kan dit worden veroorzaakt door een ongeldige vermelding in uw LMHOSTS-bestand. Zoek in uw LMHOSTS-bestand naar de NetBIOS-naam van de andere computer, controleer of er slechts één vermelding per NetBIOS-naam is en controleer vervolgens of de vermelding voor de NetBIOS-naam van de andere computer juist is.Als er #INCLUDE-vermeldingen of tekstblokken met #BEGIN_ALTERNATE en #END_ALTERNATE voorkomen in het LMHOSTS-bestand, schakelt u deze regels en vermeldingen tijdelijk uit door een hekje (#) en een spatie te plaatsen aan het begin van de desbetreffende regels. Is het probleem verholpen door het uitschakelen van deze vermeldingen en regels, dan schakelt u de regels een voor een weer in, totdat het probleem weer optreedt. Wanneer u de regel of het tekstblok hebt gevonden waardoor het probleem wordt veroorzaakt, controleert u de LMHOSTS-bestanden waarnaar de regels verwijzen. Voor meer informatie over het LMHOSTS-bestand kunt u het voorbeeldbestand LMHOSTS.SAM bekijken in de map %Systeemhoofdmap%\System32\Drivers\etc. De WINS-configuratie (Windows Internet Name Service) controlerenEen WINS-server biedt functionaliteit voor het omzetten van NetBIOS-namen. Als uw netwerk WINS gebruikt om NetBIOS-namen om te zetten en u kunt geen verbinding maken met de andere computer via de NetBIOS-naam, kan dit worden veroorzaakt door een probleem met de WINS-configuratie van uw computer of met de WINS-server in uw netwerk.U kunt als volgt bepalen of het probleem wordt veroorzaakt door de WINS-configuratie van uw computer:
Als u het IP-adres van de WINS-server wel kunt bereiken maar de NetBIOS-naam van de andere computer niet kunt omzetten, is het mogelijk dat de WINS-server een probleem heeft bij het omzetten van NetBIOS-namen. Zijn er meerdere WINS-servers beschikbaar in uw netwerk, dan kunt u de computer zo configureren dat er een andere WINS-server wordt gebruikt. Als u geen andere WINS-server kunt gebruiken of als de NetBIOS-naam van de andere computer wel correct wordt omgezet door de andere WINS-server, neemt u contact op met de netwerkbeheerder om het probleem met de oorspronkelijke WINS-server op te lossen. Nadat u het juiste IP-adres voor uw WINS-server hebt geverifieerd, werkt u de TCP/IP-instellingen van de computer bij. Als u via een inbelverbinding bent verbonden met het netwerk, hoeft u alleen de TCP/IP-instellingen in de telefoonlijstvermelding van Externe toegang te veranderen, zodat het juiste IP-adres van uw WINS-server wordt gebruikt. Als u het IP-adres van uw WINS-server wilt wijzigen of een geldig adres wilt toevoegen aan de TCP/IP-instellingen van uw computer, gaat u als volgt te werk:
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
| Andere bronnen Ondersteuningswebsites
CommunityVertaalde artikelen
|





















Naar boven