Oplossen van problemen met netwerkverbindingen in Windows 95/98

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 192534 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL192534
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In een Microsoft Windows 95/98-netwerk kunnen hardware- of softwareproblemen ertoe leiden dat een of meer computers niet meer in staat zijn met andere computers contact te zoeken of daarmee te communiceren. Er kunnen allerlei verschillende problemen optreden - van een volledig verlies van netwerkfunctionaliteit tot het weergeven van allerlei foutberichten bij het verzenden van gegevens over het netwerk.

In dit artikel worden procedures beschreven die u kunt gebruiken bij het opsporen en oplossen van communicatieproblemen in een Windows 95/98-netwerk. Het oplossen van communicatieproblemen is niet altijd een rechtlijnig proces. Als een van de procedures in de sectie 'Meer informatie' niet werkt, gaat u door met de volgende procedure totdat het probleem opgelost is. Het is aan te raden dit artikel in zijn geheel door te lezen voordat u begint met het probleem op te lossen, zodat u meer weet van de voornaamste problemen. Mogelijk kunt u het probleem dan sneller oplossen.

Meer informatie


Voordat u begint

Bekijk eens de volgende vragen voordat u begint met het oplossen van het netwerkprobleem:

  • Heeft deze configuratie vroeger wel gewerkt, of is het probleem pas zojuist opgetreden? Als het probleem pas net is opgetreden, wat is er dan veranderd tussen de tijd dat de configuratie werkte en de tijd dat deze niet meer werkte?
  • Zijn er nieuwe hardware, kabels of software toegevoegd? Houdt het probleem op als de nieuwe toevoeging wordt verwijderd?
  • Doet het probleem zich voor op één computer, op verschillende computers of op alle computers? Als het probleem zich voordoet op alle computers, kan dat veroorzaakt worden door kabels of connectors. Als het probleem zich voordoet op één of slechts enkele computers, kan dat te maken hebben met software of hardware.
  • Is de verbinding met de computer actief (als de netwerkadapter verzend/ontvangstlampjes heeft, knipperen deze dan)?
BELANGRIJK: Voordat u begint met het oplossen van problemen, maakt u reservekopieën van de volgende systeemconfiguratiebestanden:

  • Config.sys
  • Autoexec.bat
  • System.ini
  • Win.ini
Als u meer informatie hierover wilt, klikt u op Start, op Help en vervolgens op het tabblad Index. Typ 'bestanden' (zonder aanhalingstekens) en dubbelklik op het onderwerp 'kopiëren'.


Probleemoplossing

Om de problemen met de netwerkconnectiviteit op te lossen, voert u de volgende stappen een voor een uit. Probeer dan opnieuw een verbinding met de computer tot stand te brengen. Als u dan nog geen verbinding met de computer tot stand kunt brengen, gaat u verder met de volgende stap.

  1. Als er een netwerkfoutbericht wordt weergegeven wanneer u de computer opstart, zoekt u de tekst van het foutbericht in de Microsoft Knowledge Base. De Microsoft Knowledge Base bevindt zich op de volgende Microsoft-website:

    http://support.microsoft.com/support/
  2. Controleer of op uw computer en de computer waarmee u verbinding probeert te krijgen, bestands- en printerdeling is geïnstalleerd. Hiertoe gaat u als volgt te werk op beide computers:

    1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik vervolgens op Configuratiescherm.
    2. Dubbelklik op Netwerk.
    3. Controleer of 'Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken' aanwezig is in de lijst geïnstalleerde netwerkonderdelen. Als dit geïnstalleerd is, gaat u verder met stap D. Als dit onderdeel niet geïnstalleerd is, gaat u verder met stap 3.
    4. Klik op Bestanden en printers delen.
    5. Schakel de optie 'Ik wil anderen toegang kunnen geven tot mijn bestanden' in en klik dan op OK.
    6. Klik op OK en start de computer opnieuw op zodra dat wordt gevraagd.
  3. Controleer of de netwerkadapterinstellingen correct zijn en of er geen conflicten met andere hardwareapparaten zijn. Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik vervolgens op Configuratiescherm.
    2. Dubbelklik in het Configuratiescherm op Systeem en klik vervolgens op het tabblad Apparaatbeheer.

      Als naast de netwerkadapter een rode X wordt weergegeven, schakelt u de netwerkadapter in door erop te klikken. Klik op Eigenschappen, schakel het selectievakje 'Uitschakelen in dit hardwareprofiel' uit, klik op OK, klik op Sluiten en start de computer opnieuw op.

      Als naast de netwerkadapter een uitroepteken in een gele cirkel wordt weergegeven, gaat u verder met stap D.
    3. Klik op de Netwerkadapter en vervolgens op Eigenschappen.
    4. Open het tabblad Bronnen. Controleer of de Interrupt-aanvraag, het Invoer-/uitvoerbereik, het Direct Memory Access (DMA) en de RAM-adresinstellingen correct zijn voor uw netwerkadapter. Raadpleeg de documentatie bij de netwerkadapter om na te gaan of deze geconfigureerd is voor deze instellingen.
    5. Schakel op het tabblad Bronnen het selectievakje 'Automatische instellingen gebruiken' uit om de broninstellingen te wijzigen.
    6. Geef een andere Interrupt-aanvraag, DMA-kanaal, Invoer-/uitvoeradres en/of RAM-adres voor de netwerkadapter op. Wellicht zult u verschillende instellingen moeten proberen als u niet weet welke instellingen door andere hardwareapparaten worden gebruikt.
    7. Klik op OK en klik op Nee zodra wordt gevraagd of u de computer opnieuw wilt opstarten.
    8. Klik op Start, klik op Afsluiten, klik op Afsluiten en klik vervolgens op OK. Schakel de computer uit, wacht 10-15 seconden en schakel de computer weer in.
  4. Als u Windows 95 gebruikt, gaat u verder met stap 5. Als u Windows 98 gebruikt, controleert u via Controle systeembestanden of er geen netwerkbestanden van Windows 98 beschadigd of vervangen zijn. In het volgende Microsoft Knowledge Base-artikel vindt u meer informatie over Controle systeembestanden:

    185836Description of the System File Checker Tool (Sfc.exe)
    129605De oorspronkelijke gecomprimeerde Windows-bestanden uitpakken
    OPMERKING: Als u een herstelprogramma van Microsoft gebruikt, zullen bepaalde netwerkbestanden worden vervangen door bijgewerkte versies. Om te verhinderen dat er meer problemen optreden, moet u deze bijgewerkte bestanden niet vervangen.
  5. Als u Windows 95 gebruikt, voert u de stappen voor probleemoplossing uit die worden vermeld in het volgende artikel in de Microsoft Knowledge Base, waarna u verdergaat met stap 6.


    136337Opstartproblemen en foutberichten van Windows 95 oplossen


    Als u Windows 98 gebruikt, gebruikt u het Hulpprogramma voor systeemconfiguratie om alle niet-essentiële stuurprogramma's en programma's uit te schakelen die zouden kunnen verhinderen dat netwerkstuurprogramma's op de juiste manier worden geladen. Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op Start, wijs achtereenvolgens Programma's, Bureau-accessoires en Systeemwerkset aan en klik op Systeeminfo.
    2. Kies Hulpprogramma voor systeemconfiguratie in het menu Extra.
    3. Klik op Selectief op het tabblad Algemeen en schakel de volgende selectievakjes uit:
      • Bestand Config.sys laden
      • Bestand Autoexec.bat laden
      • Bestand Winstart.bat laden
      • Bestand System.ini laden
      • Bestand Win.ini laden
      • Onderdelen van groep Opstarten laden


    4. Klik op OK en sluit het hulpprogramma voor systeeminformatie af.
    5. Start de computer opnieuw op.

      Via het hulpprogramma voor systeemconfiguratie (Msconfig.exe) kunt u vaststellen welk bestandsitem of registeritem het probleem veroorzaakt nadat u de computer verschillende keren opnieuw hebt opgestart. Als u hebt vastgesteld welk bestandsitem het probleem veroorzaakt, moet u het betreffende bestand wijzigen (via een teksteditor zoals Kladblok) of de registeringang wijzigen (via de Register-editor) om het item te exporteren (als reservekopie) en uit te schakelen. Vervolgens stelt u het hulpprogramma voor systeemconfiguratie weer in op de opstartprocedure Normaal.

      Als u wilt weten hoe u Windows 98 schoon kunt opstarten met het hulpprogramma Systeemconfiguratie, raadpleegt u de sectie 'Narrowing the Focus' in het volgende Microsoft Knowledge Base-artikel:
      192926Problemen oplossen door het systeem schoon op te starten voor Windows 98
  6. Probeer andere computers op het netwerk te bekijken via een UNC-verbinding (Universal Naming Convention). Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren.
    2. Typ in het vak Openen de tekst

      \\<computernaam>

      waarbij <computernaam> de naam is van de computer waarmee u probeert een verbinding tot stand te brengen.
    3. Klik op OK.


    Als u andere computers kunt zien via een UNC-verbinding, moet u rekening houden met de volgende oorzaken:

    - Mogelijk is er op het netwerk geen bladerserver geselecteerd. In een Windows 98-netwerk is een computer geselecteerd die een lijst werkgroepservers onderhoudt. Het kan 5 tot 15 minuten duren voordat een bladerserver is vastgesteld. Als er geen bladerserver bestaat, kunt u niet bladeren naar computers op het netwerk. Wacht een paar minuten en probeer het opnieuw.

    - Mogelijk is er een probleem met de netwerkkabel of de adapterconfiguratie van de andere computer. Dit kan het geval zijn als alleen de lokale computer wordt weergegeven in Netwerkomgeving.
  7. Controleer of de netwerkkabels en connectors goed werken, en of de netwerkkabels aangesloten zijn op uw computer en de computer waarmee u probeert verbinding te maken.

    Als de netwerkbekabeling Thin Ethernet is, verbindt u twee computers met één kabel, T-connectors en afsluitingen waarvan u weet dat ze goed werken. Als de netwerkbekabeling twisted-pair (RJ-45) is, moet u een hub of concentrator gebruiken. Windows 98 ondersteunt geen directe verbindingen van RJ-45-kabels tussen computers. Met behulp van deze controle kunt u mogelijke kabel- of connectorproblemen vaststellen die niet goed zichtbaar zijn.

    OPMERKING: Mogelijk zult u de netwerkkabels ook uit de buurt moeten houden van bronnen van elektrische interferentie, zoals tl-buizen, radio's en mobiele telefoons.

    Als de netwerktopologie 10Base2 (Thin Ethernet of Thinwire) is, plaatst u een 50-Ohm afsluiting op de netwerkadapter. Als de naam van de lokale computer nu wordt weergegeven in Netwerkomgeving maar niet wordt weergegeven als de normale bekabeling is aangesloten, is er een probleem met de kabels of netwerkconnectors. Er kan bijvoorbeeld een kortsluiting in de kabel zijn opgetreden of er kan een verkeerd type afsluiting, dan wel verkeerd type kabel zijn gebruikt. Controleer of de T-connector van elke computer goed is bevestigd op elke netwerkadapter, of er zich 50-Ohm afsluitingen bevinden aan elk uiteinde van het netwerksegment en of RG-58 kabels worden gebruikt (RG-59 of RG-62 kabels mogen niet worden gebruikt).

    Als de lokale computer niet wordt weergegeven in Netwerkomgeving, kan het probleem liggen bij de hardware- of softwareconfiguratie van de lokale netwerkadapter. In de sectie 'De netwerkadapterstuurprogramma's testen' verderop in dit artikel kunt u nagaan of dit het geval is.
  8. Mogelijk is er een probleem met de netwerkredirector. De volgende test gebruikt de netwerkonderdelen van Windows 98 om een NetBIOS-naamconflict op het netwerk te genereren (elke computer moet een unieke computernaam op het netwerk hebben). Om deze test uit te voeren, stelt u twee computers zodanig in dat ze dezelfde naam gebruiken en gaat u na of er een foutbericht wordt gegenereerd. Als een foutbericht wordt gegenereerd, is er sprake van communicatie tussen de computers. Als er geen foutbericht wordt weergegeven, is er een hardwareprobleem op het netwerk.

    Om de netwerkredirector te testen, wijzigt u de computernaam in de naam van de computer waarmee u verbinding probeert te maken. Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik vervolgens op Configuratiescherm.
    2. Dubbelklik op Netwerk.
    3. Klik op het tabblad Identificatie en typ in het vak Computernaam de naam van de computer waarmee u probeert verbinding te maken.
    4. Klik op OK en klik op Ja zodra wordt gevraagd of u de computer opnieuw wilt opstarten.

      Als de computer opnieuw wordt opgestart, moet het volgende foutbericht worden weergegeven:
      De volgende fout is opgetreden tijdens het laden van protocolnummer 1. Fout 38: de opgegeven computernaam is reeds in gebruik op het netwerk. Dubbelklik in het Configuratiescherm op het onderdeel Netwerk om een andere naam op te geven.
      Als u de Client voor Microsoft-netwerken gebruikt, kan het volgende foutbericht worden weergegeven:
      De volgende fout is opgetreden tijdens het laden van protocolnummer 0. Fout 38: De opgegeven computernaam is al in gebruik op het netwerk. Geef een andere naam op door te dubbelklikken op het pictogram Netwerk in het Configuratiescherm. Het geeft aan dat Win9x-computernaam identiek is aan een gebruikersnaamaccount. Een gemakkelijke oplossing is om onderscheid te maken tussen Computernaam en bekende gebruikersnaamaccounts.
      Als dit foutbericht wordt weergegeven, communiceren de twee computers.

      Als het foutbericht niet wordt weergegeven, is een van de twee volgende hardwareproblemen opgetreden:

      - De configuratie van de netwerkadapter (hardware, Invoer-/uitvoeradres, IRQ, geheugenconflict, enzovoort) is onjuist op een of meer van de computers. Zie stap 3 voor informatie over het wijzigen van netwerkadapterinstellingen.

      - Een of meer van de netwerkadapters zijn defect. Als de netwerkadapter een diagnoseprogramma bevat, voert u dat programma uit om na te gaan of de netwerkadapter goed functioneert.

      - Er is een probleem met kabels of connectors. Er kan kortsluiting of interferentie zijn opgetreden, of een kabel, connector of afsluiting heeft niet de juiste specificaties voor het netwerk.

      U kunt problemen met kortsluiting en interferentie oplossen door de kabels met een testapparaat te testen of door de kabels te vervangen door kabels of connectors waarvan u zeker weet dat ze goed werken.
    5. Herhaal de stappen A-C, waarbij u in stap C de computernaam terugzet op de oorspronkelijke unieke naam.
  9. Verwijder de netwerkadapterstuurprogramma's en installeer ze opnieuw. Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik vervolgens op Configuratiescherm.
    2. Dubbelklik op Netwerk.
    3. Klik in de lijst met geïnstalleerde onderdelen op de netwerkadapter, klik op Verwijderen, klik op Client voor Microsoft-netwerken en klik op Verwijderen.
    4. Klik op OK en klik op Ja zodra wordt gevraagd of u de computer opnieuw wilt opstarten.
    5. Herhaal de stappen A-B.
    6. Klik op Toevoegen op het tabblad Configuratie.
    7. Klik op Adapter en vervolgens op Toevoegen.
    8. Klik in het vak Fabrikanten op de fabrikant van de netwerkadapter en klik in het vak Netwerkadapters op het model.
    9. Klik op OK, klik nogmaals op OK en klik op Ja zodra wordt gevraagd of u de computer opnieuw wilt opstarten.

      OPMERKING: Als de netwerkadapter via hardware-instellingen (jumpers of schakelaars) kan worden geconfigureerd, moeten de instellingen op de netwerkadapter en die in Apparaatbeheer overeenkomen. Raadpleeg de documentatie bij de adapter of neem contact op met de fabrikant voor de juiste instellingen.

      Als de netwerkadapter softwarematig kan worden geconfigureerd, moet u in Apparaatbeheer wellicht een andere waarde opgeven voor IRQ, DMA-kanaal, Invoer-/uitvoeradres of RAM-adres. Bepaalde vaste-schijfcontrollers zijn bijvoorbeeld standaard geconfigureerd op het gebruik van 300h als Invoer-/uitvoeradres. Dit is tevens de standaardinstelling voor bepaalde netwerkadapters. In stap 3 wordt aangegeven hoe u de broninstellingen voor netwerkadapters in Apparaatbeheer kunt wijzigen.
    10. Probeer contact te maken met de andere computer via de UNC-naam. Zie stap 6 voor meer informatie.
    11. Als u niet in staat bent contact te maken via de UNC-naam, dubbelklikt u op het pictogram Netwerkomgeving op het bureaublad en kijkt u of de lokale computer hier wordt weergegeven.
  10. Als u de lokale computer nog steeds niet kunt weergeven in Netwerkomgeving, zijn er een aantal mogelijke oorzaken:

    - U gebruikt een verkeerd netwerkadapterstuurprogramma. Als de adapter een andere adapter emuleert (bijvoorbeeld de NE2000), moet u wellicht jumpers of schakelaars op de adapter wijzigen voordat het stuurprogramma goed werkt. Neem contact op met de fabrikant voor meer informatie over het configureren van de netwerkadapter of bijgewerkte stuurprogramma's.

    - De netwerkadapter bevindt zich in een sleuf die niet goed werkt. Controleer dit door de netwerkadapter in een andere sleuf te installeren of installeer de netwerkadapter in een andere computer om na te gaan of de adapter zelf defect is.

    - De netwerkadapter is defect. Probeer een andere netwerkadapter of voer een diagnostische test uit, als deze bij de adapter wordt geleverd.

    - De bussnelheid van de computer is te hoog voor de netwerkadapter. De meeste netwerkadapters zijn ontworpen voor de ISA-bussnelheid, 8,33 Mhz. Als u de bussnelheid hoger instelt, kunnen de prestaties achteruit gaan.

    De bussnelheid wordt meestal ingesteld in het CMOS van de computer. Probeer de bussnelheid van de computer te verlagen als er regelmatig problemen optreden.

    - Er is een defecte of ontbrekende verbinding. Sommige netwerkadapters, zoals de Intel EtherExpress 16, bevatten een hulpprogramma dat de integriteit van de bedrading en de connectors tussen twee computers controleert. Als een dergelijk hulpprogramma beschikbaar is, gebruikt u dit om te bepalen of de computers fysiek verbonden zijn.
  11. Voer een diagnostische test op de netwerkadapter uit om te controleren of deze goed functioneert. Bepaalde netwerkadapters bevatten diagnostische tests die ook de communicatie tussen computers kunnen testen (de netwerkadapter en de kabels worden dan getest). Als deze test goed verloopt, moet Windows 98/95 ook werken, mits de correcte stuurprogramma's worden gebruikt. Als via deze test op laag niveau twee netwerkadapters niet met elkaar kunnen communiceren, is er een hardwareprobleem met een netwerkadapter, de bekabeling of de connectors. Neem contact op met de hardwareleveranciers als de diagnostische test van de netwerkadapter of die van het netwerk mislukt.

    Windows 98/95 bevat het hulpprogramma NET DIAG, waarmee u een communicatietest op laag niveau tussen twee computers kunt uitvoeren. Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    OPMERKING: Deze test werkt alleen als op beide computers dezelfde protocollen zijn geïnstalleerd.

    1. Klik vanaf een van de computers op Start, wijs Programma's aan en klik op MS-DOS-prompt.
    2. Typ bij de MS-DOS-prompt de opdracht 'net diag' (zonder aanhalingstekens) en druk op ENTER.

      NET DIAG zoekt een diagnostische server. De volgende prompt moet worden weergegeven:

      Er zijn geen diagnostische servers gevonden op het netwerk. Is Microsoft Network Diagnostics momenteel actief op een andere computer in het netwerk?
    3. Druk op N (Nee). De computer van waaruit u NET DIAG uitvoert, is dan een diagnostische server totdat u op een toets drukt.
    4. Klik vanaf een andere computer op Start, wijs Programma's aan en klik op MS-DOS-prompt.
    5. Typ bij de MS-DOS-prompt de opdracht 'net diag' (zonder aanhalingstekens) en druk op ENTER.

      Als zowel een NetBIOS-compatibel protocol (bijvoorbeeld NetBEUI of TCP/IP) als IPX/SPX zijn geïnstalleerd, wordt de volgende prompt weergegeven:

      IPX en NetBIOS zijn aangetroffen. Typ I als u IPX wilt gebruiken voor de diagnostische test, N als u NetBIOS wilt gebruiken, of A als u dit programma wilt afsluiten.
    6. Druk op I (voor IPX) of N (voor NetBIOS) om de netwerkverbinding te testen met het desbetreffende protocol.

      Als u niet kunt communiceren met de diagnostische server via het gekozen protocol, probeert u het andere protocol.

      Als u met de diagnostische server kunt communiceren via een van de protocollen maar niet via het andere, werkt het netwerk goed. Controleer voor het protocol waarmee u niet kunt communiceren of het correct op beide computers is geïnstalleerd en voer NET DIAG nogmaals uit.

      Als u met geen van de protocollen met de diagnostische server kunt communiceren, voert u NET DIAG nogmaals uit, waarbij u deze keer de andere computer als diagnostische server gebruikt.


    Als de netwerkadapter niet wordt vermeld in de lijst met ondersteunde netwerkadapters, kunt u contact opnemen met de fabrikant van de netwerkadapter voor informatie over de juiste emulatie of een bijgewerkt netwerkadapterstuurprogramma. Mogelijk heeft de fabrikant ook informatie over jumpers of schakelaars die opnieuw moeten worden geëmuleerd voor een bepaalde emulatiemodus (bijvoorbeeld NE2000-emulatie).

    Raadpleeg de leverancier van de hardware voor meer informatie over het oplossen van problemen met de netwerkadapter of de kabels.

Eigenschappen

Artikel ID: 192534 - Laatste beoordeling: woensdag 15 december 2004 - Wijziging: 2.1
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows 98 Standard Edition
  • Microsoft Windows 95
Trefwoorden: 
kbtshoot kbnetwork win98 KB192534

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com