Gegevensvalidatie is een functie die beschikbaar is in
Microsoft Excel. Met deze functie kunt u:
- Een lijst maken van de gegevens die de toegestane waarden
in een cel beperken.
- Een bericht maken waarin het type gegevens dat in een cel
is toegestaan, wordt uitgelegd.
- Berichten maken die verschijnen wanneer er onjuiste
gegevens zijn ingevoerd.
- Controleren of er onjuiste gegevens zijn ingevoerd met de
werkbalk Formules controleren.
- Een reeks numerieke waarden instellen die in een cel kunnen
worden ingevoerd.
- Bepalen of een gegeven geldig is op basis van een
berekening in een andere cel.
In dit artikel worden enkele manieren beschreven om de
functie voor gegevensvalidatie in Microsoft Excel te gebruiken. Daarnaast
worden er voorbeelden gegeven om toe te lichten hoe deze functie moet worden
geïmplementeerd.
Opmerking in de onderstaande voorbeelden wordt ervan uitgegaan dat u met
een nieuwe Microsoft Excel-werkmap werkt en dat u begint met het eerste
voorbeeld en vervolgens de voorbeelden doorneemt in de volgorde waarin ze
worden weergegeven.
Een lijst maken met toegestane gegevens voor de cel
U kunt een lijst maken met gegevens die u voor een bepaalde cel
op een werkblad wilt toelaten. Vervolgens kunt u met de functie voor
gegevensvalidatie de cel beperken zodat hierin uitsluitend gegevens uit de
lijst worden geaccepteerd.
Ga als volgt te werk om een
vervolgkeuzelijst te maken en de waarden in de cel tot deze gegevens te
beperken:
- Selecteer cel A1.
- Open het menu Data en klik op Valideren.
- Klik op het tabblad Instellingen op Lijst in de vervolgkeuzelijst Toestaan.
- De selectievakjes Lege cellen negeren en Vervolgkeuzelijst in cel zijn standaard ingeschakeld. Schakel deze selectievakjes niet
uit.
- Typ a,b,c in het vak Bron.
Opmerking U kunt ook een benoemd bereik of celverwijzing invoeren als deze
een lijst met waarden bevatten. Deze moeten beide worden voorafgegaan door een
gelijkteken. - Klik op OK.
Naast cel A1 wordt nu een vervolgkeuzelijst
weergegeven die u kunt gebruiken om de waarde te selecteren die in de cel moet
worden ingevoerd. - Klik eerst op de vervolgkeuzelijst en vervolgens op een
willekeurig item in de lijst.
Deze waarde wordt in de cel ingevoerd.
Opmerking U kunt ook handmatig 'a', 'b' of 'c' (zonder aanhalingstekens) in
de cel invoeren; u hoeft deze waarden niet in de lijst te selecteren. Als u
probeert handmatig een andere waarde in te voeren, verschijnt er een
foutbericht en kan de waarde niet in deze cel blijven staan. U kunt dan kiezen
tussen
Opnieuw en
Annuleren.
Een bericht maken waarin het type gegevens dat in een cel is toegestaan, wordt uitgelegd
U kunt een bericht maken waarin het type gegevens dat in een cel
kan worden ingevoerd, wordt uitgelegd. Wanneer u de cel selecteert, wordt het
bericht in de buurt van de cel weergegeven. U kunt dit bericht zo nodig
verplaatsen en het bericht blijft op het scherm staan totdat u naar een andere
cel gaat of op Esc drukt. Als de Office-assistent actief is, verschijnt het
bericht in een ballon boven de Office-assistent.
Ga verder met het
vorige voorbeeld en voer de volgende stappen uit:
- Selecteer cel A1.
- Klik op Valideren in het menu Data en klik vervolgens op het tabblad Invoerbericht.
Opmerking Zorg ervoor dat het selectievakje Invoerbericht weergeven
als de cel is geselecteerd is ingeschakeld. - Typ Lijst voor cel A1 in het vak Titel.
Dit is de titel van het bericht dat wordt weergegeven.
De tekst wordt vet weergegeven. - Typ in het vak Invoerbericht de tekst
Selecteer a, b of c in de vervolgkeuzelijst.
Dit is de hoofdtekst van het bericht dat wordt weergegeven. - Klik op OK.
Het bericht wordt direct weergegeven omdat cel A1 is
geselecteerd. - Selecteer cel A10.
Zowel de vervolgkeuzelijst
naast cel A1 als het bericht voor cel A1 verdwijnt. - Selecteer cel A1.
Zowel de vervolgkeuzelijst als
het bericht verschijnt naast cel A1.
Opmerking Als de Office-assistent actief is, verschijnt het bericht in een
ballon boven de Office-assistent. - Verplaats het bericht naar een andere locatie op het
werkblad.
Als u een andere cel selecteert en vervolgens nogmaals cel
A1 selecteert, wordt het bericht op de nieuwe locatie weergegeven.
Opmerking U kunt de opmaak van dit bericht niet wijzigen.
Een bericht maken dat verschijnt wanneer er onjuiste gegevens worden ingevoerd
De stijl van het foutbericht dat in Microsoft Excel wordt
weergegeven wanneer u onjuiste gegevens invoert, bepaalt of de beperkingen van
kracht worden. U kunt een bericht laten weergeven waarmee u voorkomt dat er
andere gegevenswaarden dan de gespecificeerde waarden kunnen worden ingevoerd.
Er kunnen ook verklarende berichten of waarschuwingen worden weergegeven die
wel toestaan dat u gegevens buiten het bereik invoert, of u kunt beperkingen
opstellen voor de gegevens zonder dat er berichten verschijnen.
Ga
verder met het vorige voorbeeld en voer de volgende stappen uit:
- Selecteer cel A1.
- Klik op Valideren in het menu Data en klik vervolgens op het tabblad Foutmelding.
Opmerking Controleer of het selectievakje Foutmelding weergeven na
het invoeren van ongeldige gegevens is ingeschakeld.
Een stopwaarschuwing maken
Als u een stopwaarschuwing maakt en ongeldige gegevens in de cel
invoert, kunt u alleen Opnieuw of Annuleren kiezen. Het is niet toegestaan om ongeldige gegevens in de cel in te voeren.
- Klik in de lijst Stijl op Stoppen.
- Typ Waarschuwing voor cel A1 in
het vak Titel. Dit is de titel van het bericht dat wordt
weergegeven.
- Typ De enige toegestane waarden voor cel A1
zijn a, b en c in het vak Foutbericht. Dit is de hoofdtekst van het bericht dat wordt weergegeven. Deze
hoofdtekst mag uit maximaal 225 tekens bestaan.
- Klik op OK.
- Typ t in cel A1.
De
stopwaarschuwing die u hebt gemaakt, wordt weergegeven en u kunt alleen Opnieuw of Annuleren kiezen. - Klik op Annuleren in het vak Stopwaarschuwing.
- Selecteer cel A1.
- Klik op Valideren in het menu Data en klik vervolgens op het tabblad Foutmelding.
Opmerking Controleer of het selectievakje Foutmelding weergeven na
het invoeren van ongeldige gegevens is ingeschakeld.
Een waarschuwingsbericht maken
Als u een waarschuwingsbericht maakt en vervolgens ongeldige
gegevens in de cel invoert, hebt u iets meer keuzemogelijkheden dan bij een
stopwaarschuwing. Bij een waarschuwingsbericht kunt u kiezen uit drie
mogelijkheden: Ja, waardoor u toch ongeldige gegevens kunt invoeren; Nee, waardoor u de kans krijgt geldige gegevens in te voeren; en Annuleren, waardoor de ongeldige gegevens worden verwijderd.
- Klik in de lijst Stijl op Waarschuwing.
- Typ Waarschuwing voor cel A1 in
het vak Titel. Dit is de titel van het bericht dat wordt
weergegeven.
- Typ De enige toegestane waarden voor cel A1
zijn a, b en c in het vak Foutbericht. Dit is de
hoofdtekst van het bericht dat wordt weergegeven. Deze hoofdtekst mag uit
maximaal 225 tekens bestaan.
- Klik op OK.
- Typ j in cel A1.
Nu
verschijnt het door u gemaakte waarschuwingsbericht met de vraag of u wilt
doorgaan. - Klik op Ja.
De ongeldige waarde 'j' wordt ingevoerd in cel A1.
- Selecteer cel A1.
- Klik op Valideren in het menu Data en klik vervolgens op het tabblad Foutmelding.
Opmerking Controleer of het selectievakje Foutmelding weergeven na
het invoeren van ongeldige gegevens is ingeschakeld.
Een informatiebericht maken
Als u een informatiebericht maakt en ongeldige gegevens in de cel
invoert, hebt u de meeste keuzemogelijkheden. Wanneer een informatiebericht
wordt weergegeven, kunt u klikken op OK om de ongeldige waarde te accepteren of op Annuleren om de waarde te weigeren.
- Klik in de lijst Stijl op Info.
- Typ Waarschuwing voor cel A1 in
het vak Titel. Dit is de titel van het bericht dat wordt
weergegeven.
- Typ De enige toegestane waarden voor cel A1
zijn a, b en c in het vak Foutbericht. Dit is de
hoofdtekst van het bericht dat wordt weergegeven. Deze hoofdtekst mag uit
maximaal 225 tekens bestaan.
- Klik op OK.
- Typ p in cel A1.
Nu
verschijnt het door u gemaakte informatiebericht met de vraag of u de
ingevoerde waarde wel of niet wilt accepteren. - Klik op OK.
De ongeldige waarde 'p' wordt ingevoerd in cel A1.
Controleren op ongeldige gegevens met de werkbalk Controleren
Nadat uw gegevens zijn ingevoerd, kunt u zoeken naar gegevens die
buiten de door u ingestelde grenzen vallen. Als u op de werkbalk
Formules controleren klikt op
Ongeldige gegevens omcirkelen, worden cellen met ongeldige gegevens omcirkeld. Als u een
ongeldige waarde corrigeert, wordt de cirkel weggehaald.
Ga verder
met het vorige voorbeeld en voer de volgende stappen uit:
- Klik op Aanpassen in het menu Extra.
- Klik in het dialoogvenster Aanpassen op het tabblad Werkbalken.
- Schakel in de lijst Werkbalken het selectievakje Formules controleren in (als dat nog niet is gebeurd) en klik op Sluiten.
- Klik op de werkbalk Formules controleren op de knop Ongeldige gegevens omcirkelen. Cel A1 wordt omcirkeld.
- Selecteer cel A1.
- Klik op de pijl naast cel A1 en vervolgens op een van de
waarden in de lijst. De cirkel verdwijnt.
Een reeks numerieke waarden instellen die in een cel kunnen worden ingevoerd
U kunt de gegevens die in een cel kunnen worden ingevoerd,
beperken. U kunt minimum- of maximumwaarden instellen of controleren welk
effect een ingevoerde waarde op een andere cel kan hebben.
- Selecteer cel A5.
- Klik op Valideren in het menu Data en klik vervolgens op het tabblad Instellingen.
- Selecteer Geheel getal in de lijst Toestaan.
- Klik in de lijst Gegeven op tussen.
- Typ 1 in het vak Minimum.
- Typ 10 in het vak Maximum.
Opmerking Voor stap 5 en 6 kunt u celverwijzingen gebruiken om cellen met
de minimum- en maximumwaarde op te geven. - Klik op OK.
- Geef de waarde 3 op in cel A5. De waarde wordt zonder
fouten ingevoerd.
- Geef de waarde 33 op in cel A5.
Omdat de
instellingen voor gegevensvalidatie die u hebt gemaakt voor cel A1 (een
informatiebericht) niet van toepassing zijn op de instellingen voor cel A5,
wordt er een stopwaarschuwing weergegeven (dit is de standaardwaarde) en kunt u
alleen klikken op Opnieuw of Annuleren. - Klik op Annuleren. De waarde 3 wordt in de cel weergegeven.
Bepalen of ingevoerde waarden geldig zijn op basis van een berekening in een andere cel
In het dialoogvenster voor gegevensvalidatie kunt u een formule,
een expressie of een verwijzing naar een berekening in een andere cel gebruiken
om te bepalen of de waarde die u invoert, geldig is.
- Geef de waarde 1 op in cel B10.
- Selecteer cel A10.
- Klik op Valideren in het menu Data en klik vervolgens op het tabblad Instellingen.
- Klik in de lijst Toestaan op Aangepast.
- Geef de volgende formule op in het vak Formule:
=ALS(A10>B10;WAAR;ONWAAR)
Opmerking De formule die u invoert, moet beginnen met een gelijkteken en
moet het resultaat waar of onwaar opleveren. De formule is niet beperkt tot de
ALS-functie. - Klik op OK.
- Geef de waarde -1 op in cel A10.
Er wordt een
stopwaarschuwing weergegeven met de melding dat de waarde ongeldig is.
- Klik op Opnieuw.
- Geef de waarde 3 op in cel A10.
Er wordt geen
foutbericht weergegeven aangezien deze waarde groter is dan de waarde die u in
cel B10 hebt ingevoerd.
Als u
meer informatie wilt over gegevensvalidatie, klikt u op
Microsoft Excel Help in het menu
Help, typt u
gegevensvalidatie in de
Office-assistent of de Antwoordwizard en klikt u op
Zoeken om de gevonden onderwerpen weer te
geven.
Artikel ID: 211485 - Laatste beoordeling: maandag 28 april 2008 - Wijziging: 3.3
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
- Microsoft Excel 2000 Standard Edition
- Microsoft Excel 2002 Standard Edition
| kbfaq kbhowto kbualink97 KB211485 |