Beschrijving van het hulpprogramma Controle systeembestanden (Sfc.exe) van Windows 2000

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 222471 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL222471
Klik op de koppeling 310747 voor een Microsoft Windows XP- en Windows Server 2003-versie van dit artikel.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt het hulpprogramma Systeembestandscontrole (Sfc.exe) beschreven dat wordt gebruikt in combinatie met de functie Windows Bestandsbeveiliging.

Meer informatie

Met het hulpprogramma Systeembestandscontrole kan een beheerder alle beveiligde bestanden scannen om de versie ervan te controleren. Het hulpprogramma Systeembestandscontrole controleert tevens de map %SystemRoot%\System32\Dllcache en werkt deze bij. Als de map Dllcache beschadigd of onbruikbaar wordt, kunt u de opdracht sfc /scanonce of sfc /scanboot gebruiken om de inhoud van de map te herstellen.

Syntaxis van het hulpprogramma Systeembestandscontrole

  • Met de parameter /scannow worden alle beveiligde systeembestanden gescand en worden onjuiste versies vervangen door juiste Microsoft-versies. Met deze opdracht wordt ook de map DLLCache bijgewerkt met de meest recente versies van beveiligde bestanden. U moet hiervoor beschikken over de oorspronkelijke Windows-installatiebestanden en de geïnstalleerde service pack-bestanden. U wordt tijdens het scannen doorgaans naar de locatie van deze bestanden gevraagd.
  • Met de opdracht /scanonce worden alle beveiligde systeembestanden eenmaal gescand. U moet hiervoor beschikken over de oorspronkelijke Windows-installatiebestanden.
  • Met de opdracht /scanboot worden alle beveiligde systeembestanden elke keer als u de computer opstart gescand. U moet hiervoor beschikken over de oorspronkelijke Windows-installatiebestanden.
  • Met de opdracht /cancel worden alle uitstaande scans van beveiligde systeembestanden geannuleerd.
  • Met de opdracht /enable wordt Windows Bestandsbeveiliging voor normale werking ingeschakeld.
  • Met de opdracht /purgecache wordt het cachebestand verwijderd en worden alle beveiligde systeembestanden meteen gescand. U moet hiervoor beschikken over de oorspronkelijke Windows-installatiebestanden. Deze opdracht is vereist nadat u de opdracht /cachesize=x hebt uitgevoerd.
  • Met de opdracht /cachesize=x wordt de grootte van het cachebestand ingesteld in megabytes (MB). Bij deze opdracht moet de computer opnieuw worden opgestart, waarna de opdracht /purgecache moet worden uitgevoerd om de grootte van de cache aan te passen.
  • De opdracht /quiet vervangt alle onjuiste bestandsversies zonder de gebruiker hierom te vragen.
Klik voor meer informatie over de functie Windows Bestandsbeveiliging op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
222193 Beschrijving van de functie Windows Bestandsbeveiliging van Windows 2000

Eigenschappen

Artikel ID: 222471 - Laatste beoordeling: maandag 13 juni 2005 - Wijziging: 4.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Datacenter Server
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
  • Microsoft Windows® 2000 Server
Trefwoorden: 
kbinfo KB222471

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com