Aangepaste hulpprogramma's voor de module MMC maken met Microsoft Management Console

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 230263 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL230263
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

Beheerders kunnen de Microsoft Management Console (Mmc.exe) gebruiken voor het maken van speciale hulpprogramma's waarmee bepaalde beheertaken aan gebruikers of groepen kunnen worden gedelegeerd. Deze hulpprogramma's, opgeslagen als MMC console-bestanden (.msc), kunnen worden verzonden per e-mail, in een netwerkmap worden gedeeld of op internet worden gepubliceerd. Ze kunnen ook worden toegewezen aan gebruikers, groepen of computers met systeembeleidinstellingen. Een hulpprogramma kan hoger of lager worden ingedeeld, naadloos worden geïntegreerd in het besturingssysteem, opnieuw worden samengesteld en worden aangepast. In dit artikel wordt beschreven hoe u deze taken kunt uitvoeren.

Een consolebestand maken

  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ mmc en klik op OK. Microsoft Management Console wordt gestart met een lege console (of beheerhulpprogramma). De lege console krijgt pas beheerfuncties als u een module toevoegt.
  2. Klik in het menu Console op Module toevoegen/verwijderen.
  3. In het vak Modules toegevoegd aan wordt op dit punt alleen Consolebasis vermeld. Klik op Toevoegen.
  4. Klik op de gewenste modules in de lijst met beschikbare, zelfstandige modules en klik op Toevoegen.
  5. Klik op Sluiten nadat u de gewenste modules hebt toegevoegd.

    U kunt de modules nesten in een gelaagde structuur door een module onder een andere module toe te voegen in het vak 'Modules toegevoegd aan'. In bepaalde gevallen kan het nodig zijn om het tabblad Uitbreidingsmodules te gebruiken. Dit tabblad bevat het selectievakje 'Alle uitbreidingsmodules toevoegen'. Als dit selectievakje is ingeschakeld (de standaardinstelling), worden alle uitbreidingsmodules gebruikt die lokaal zijn geïnstalleerd op de computer waarop het consolebestand is geopend. Als dit selectievakje wordt uitgeschakeld, worden in de lijst geselecteerde uitbreidingsmodules expliciet geladen wanneer het consolebestand op een andere computer wordt geopend.
  6. Klik op OK om het dialoogvenster 'Module toevoegen/verwijderen' te sluiten. Het venster Consolebasis bevat nu de geselecteerde modules, die zich in de map Consolebasis bevinden.
Opmerking Het is belangrijk om de structuur van uw aangepaste uitbreidingsmodule zodanig te plannen dat de module functioneel en gebruiksvriendelijk is. In het volgende gedeelte wordt dit uitvoerig besproken.

De indeling van modules in de console wijzigen

  1. Klik in het linkerdeelvenster op het pictogram van een module en klik op Nieuw venster Hierdoor wordt een nieuw venster geopend aan de basis van de module die u hebt geselecteerd.
  2. Klik op Onder elkaar of Trapsgewijs in het menu Venster om de vensters aan te passen.
  3. Als u de nieuwe MMC-console wilt opslaan, klikt u op Opslaan als in het menu Console en typt u een naam voor de console. De console wordt opgeslagen als een bestand dat u kunt distribueren aan gebruikers die een computer moeten configureren met het hulpprogramma.

Opties voor consolebestanden instellen

Wanneer u een consolebestand voor een andere gebruiker maakt, kan het handig zijn om te voorkomen dat de gebruiker het consolebestand verder kan aanpassen. Hiertoe kunt u de opties in het dialoogvenster Opties gebruiken:
  1. Klik op Opties in het menu Console en open het tabblad Geavanceerd.
  2. Als u een ander pictogram wilt selecteren, klikt u op Ander pictogram, selecteert u het gewenste pictogram en klikt u op OK.
  3. Kies een van de vier consolemodi. Het gaat om de volgende modi:

    • Auteursmodus: u hebt toegang tot de volledige MMC-functionaliteit, met inbegrip van de mogelijkheid om modules toe te voegen of te verwijderen, nieuwe vensters te maken en te navigeren door de volledige consolestructuur.
    • Gebruikersmodus ? volledige toegang: gebruikers hebben toegang tot de volledige vensterbeheerfunctionaliteit van de MMC-module en volledige toegang tot de contextstructuur. Gebruikers kunnen geen modules toevoegen of verwijderen en kunnen geen consolebestandopties wijzigen. Opdrachten voor het opslaan van wijzigingen zijn niet beschikbaar. Wijzigingen die geen invloed hebben op modulerelaties, worden automatisch opgeslagen.
    • Gebruikersmodus ? beperkte toegang, meerdere vensters: gebruikers kunnen geen nieuwe vensters openen en hebben geen toegang tot gebieden in de consolestructuur die niet zichtbaar waren op het moment dat het consolebestand werd opgeslagen. Alle beperkingen die voor de gebruikersmodus met volledige toegang gelden, zijn ook hier van toepassing. Meerdere onderliggende vensters zijn toegestaan. De gebruiker kan deze vensters echter niet sluiten.
    • Gebruikersmodus ? beperkte toegang, één venster: alle beperkingen die gelden voor de gebruikersmodus met beperkte toegang voor meerdere vensters, zijn ook hier van toepassing. De enige uitzondering is dat er slechts één venster is. De besturingselementen voor het werken met meerdere vensters zijn dus niet aanwezig.
    Klik in het vak Consolemodus op de modus die het beste aansluit bij uw wensen op het gebied van beheer en beveiliging.
  4. Als u wilt voorkomen dat gebruikers wijzigingen kunnen aanbrengen in de aangepaste console, schakelt u het selectievakje Wijzigingen in deze console niet opslaan in.
  5. Klik op OK.
  6. Als u de nieuwe MMC-console wilt opslaan, klikt u op Opslaan als in het menu Console en typt u een naam voor de console. De console wordt opgeslagen als een bestand dat u kunt distribueren aan gebruikers die een computer moeten configureren met het hulpprogramma.

Een aangepast MSC-pictogram in de map Programma's plaatsen

  1. Klik met de rechtermuisknop op Start en klik op Alle gebruikers openen.
  2. Dubbelklik op het pictogram Programma's.
  3. Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied in de map Programma's, wijs Nieuw aan en klik op Map.
  4. Typ Console Tools en druk op ENTER.
  5. Dubbelklik op de map Console Tools om deze te openen.
  6. Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied in de map Console Tools, wijs Nieuw aan en klik op Snelkoppeling.
  7. Klik op Bladeren.
  8. Ga naar de map met het aangepaste consolehulpprogramma en klik op OK. Klik op Volgende.
  9. Typ een naam voor de snelkoppeling en klik op Voltooien.

Eigenschappen

Artikel ID: 230263 - Laatste beoordeling: vrijdag 26 oktober 2007 - Wijziging: 3.2
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
  • Microsoft Windows 2000 Datacenter Server
Trefwoorden: 
kbhowto kbhowtomaster kbfaq kbproductlink KB230263

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com