DNS configureren voor internettoegang in Windows 2000

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 300202 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

DNS (Domain Name System) is het basisprogramma voor het omzetten van namen dat wordt gebruikt op internet. DNS zet hostnamen om in internetadressen en omgekeerd. In dit artikel worden de stappen beschreven voor het configureren van DNS voor internettoegang.

Starten met een zelfstandige server met Windows 2000

Deze server wordt een DNS-server voor uw netwerk. In de eerste stap wijst u aan deze server een statisch IP-adres (Internet Protocol) toe. DNS-servers dienen geen dynamisch toegewezen IP-adres te gebruiken omdat een dynamische wijziging van het adres ervoor kan zorgen dat clients het contact met de DNS-server verliezen.

Stap 1: TCP/IP configureren

  1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Configuratiescherm.
  2. Dubbelklik op Netwerk- en inbelverbindingen.
  3. Klik met de rechtermuisknop op LAN-verbinding en klik op Eigenschappen.
  4. Klik op Internet-protocol (TCP/IP) en klik op Eigenschappen.
  5. Wijs aan deze server een statisch IP-adres, subnetmasker en gatewayadres toe.
  6. Klik op Geavanceerd en open het tabblad DNS.
  7. Klik op Primaire en verbindingsspecifieke DNS-achtervoegsels toevoegen.
  8. Schakel het selectievakje Bovenliggende achtervoegsels van het primaire achtervoegsel toevoegen in.
  9. Schakel het selectievakje De adressen van deze verbinding in DNS registreren in.

    DNS-servers waarop Windows Server 2000 wordt uitgevoerd, moeten naar zichzelf wijzen voor DNS. Als deze server namen van de eigen internetprovider moet omzetten, moet u een doorstuurserver configureren. Doorstuurservers worden verderop in dit artikel beschreven.
  10. Klik op OK om het dialoogvenster met geavanceerde TCP/IP-instellingen te sluiten.
  11. Klik op OK om de wijzigingen in uw TCP/IP-configuratie te accepteren.
  12. Klik op OK om het dialoogvenster met LAN-verbindingen te sluiten.

    Opmerking Als u een waarschuwing ontvangt van de service DNS Caching Resolver, klikt u op OK om de waarschuwing te verwijderen. De caching resolver probeert contact te maken met de DNS-server, maar u bent nog niet klaar met het configureren van de server.

Stap 2: Microsoft DNS Server installeren

  1. Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Configuratiescherm.
  2. Dubbelklik op Software.
  3. Klik op Windows-onderdelen toevoegen of verwijderen.
  4. De wizard Windows-onderdelen wordt gestart. Klik op Volgende.
  5. Klik op Netwerkservices en klik op Details.
  6. Schakel het selectievakje Domain Name System (DNS) in en klik vervolgens op OK.
  7. Klik op OK om de installatie van de server te starten. De DNS-server- en hulpprogrammabestanden worden naar de computer gekopieerd.

Stap 3: De DNS-server configureren met behulp van DNS-beheer

De volgende stappen begeleiden u bij het configureren van de DNS-server met behulp van de module DNS-beheer in de Microsoft Management Console (MMC).
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op DNS.
  2. Klik met de rechtermuisknop op Zone voor forward lookup en klik op Nieuwe zone.
  3. Klik op Volgende zodra de wizard Nieuwe zone is gestart. U wordt naar het zonetype gevraagd. De volgende typen zones zijn beschikbaar:
    • Met Active Directory geïntegreerd: In een met Active Directory geïntegreerde zone worden de gegevens van de DNS-zone opgeslagen in Active Directory in plaats van in een DNS-bestand.
    • Standaard (primair): In een standaard primaire zone worden de gegevens van de DNS-zone opgeslagen in een tekstbestand met de extensie DNS in plaats van in Active Directory.
    • Standaard (secundair): Een standaard secundaire zone kopieert alle gegevens van de bijbehorende DNS-basisserver. Een DNS-basisserver kan een Active Directory-zone, primaire of secundaire zone zijn die is geconfigureerd voor zone-overdrachten. Houd er rekening mee dat u de zonegegevens niet kunt wijzigen op een secundaire DNS-server. Al deze gegevens worden gekopieerd vanaf de bijbehorende DNS-basisserver.
  4. De nieuwe zone voor forward lookup moet een primaire of een met Active Directory geïntegreerde zone zijn om dynamische updates te kunnen accepteren. Klik op Primair en op Volgende.
  5. De nieuwe zone bevat de locatorrecords voor dit op Active Directory gebaseerde domein. De naam van de zone moet gelijk zijn aan de naam van het op Active Directory gebaseerde domein of moet een logische DNS-container voor die naam zijn. Als bijvoorbeeld het op Active Directory gebaseerde domein de naam 'support.microsoft.com' heeft, is alleen 'support.microsoft.com' een geldige zonenaam.
  6. Accepteer de standaardnaam voor het nieuwe zonebestand. Klik op Volgende.

    Opmerking Ervaren DNS-beheerders willen mogelijk een zone voor reverse lookup maken. Hen wordt geadviseerd dit onderdeel van de wizard nader te onderzoeken. Een DNS-server kan twee basisopdrachten uitvoeren: een forward lookup en een reverse lookup. Een forward lookup is gebruikelijker. Bij een forward lookup wordt een hostnaam omgezet in een IP-adres met een A- of Host-bronrecord. Bij een reverse lookup wordt een IP-adres omgezet in een hostnaam met een PTR- of Pointer-bronrecord. Als u zones voor reverse DNS hebt geconfigureerd, kunt u automatisch bijbehorende reverse records genereren tijdens het maken van uw originele forward record. Voor meer informatie over reverse DNS-configuraties klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    174419Een zone voor reverse lookup op een subnet configureren op Windows NT, Windows 2000 of Windows Server 2003
Een DNS-server waarop Windows 2000 wordt uitgevoerd, volgt specifieke stappen bij de naamomzetting. Een DNS-server voert eerst een query uit op de eigen cache, controleert vervolgens de eigen zonerecords, verzendt aanvragen naar doorstuurservers en probeert vervolgens de namen om te zetten via basisservers.

Standaard maakt een Microsoft DNS-server verbinding met internet om DNS-aanvragen te verwerken met basisservers. Als u het programma Dcpromo gebruikt om een server te promoveren tot een domeincontroller, heeft de domeincontroller DNS nodig. Als u DNS installeert tijdens het promotieproces, wordt een hoofdzone gemaakt. Deze hoofdzone maakt uw DNS-server duidelijk dat het een hoofdinternetserver betreft. Daarom gebruikt uw DNS-server geen doorstuur- of basisservers bij de naamomzetting.

De DNS-hoofdzone verwijderen

  1. Vouw in DNS-beheer het object DNS-server uit. Vouw de map Zones voor forward lookup uit.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de zone "." en klik op Verwijderen.
Windows 2000 kan gebruikmaken van DNS-doorstuurservers. Bij deze functie worden DNS-aanvragen doorgestuurd naar externe servers. Als een DNS-server een bronrecord niet kan vinden in de eigen zones, kan deze de aanvraag naar een andere DNS-server verzenden voor aanvullende pogingen tot naamomzetting. Een gebruikelijk scenario is het configureren van doorstuurservers naar de DNS-servers van uw internetprovider.

Doorstuurservers configureren

  1. Klik in DNS-beheer met de rechtermuisknop op de DNS-server en klik op Eigenschappen.
  2. Open het tabblad Doorstuurservers.
  3. Schakel het selectievakje Doorstuurservers inschakelen in.
  4. Typ in het vak IP-adres de eerste DNS-server waarnaar u wilt doorsturen en klik op Toevoegen.
  5. Herhaal stap 4 om alle DNS-servers toe te voegen waarnaar u wilt doorsturen.

Basisservers configureren

Windows biedt de mogelijkheid om basisservers te gebruiken. De bronrecords voor basisservers kunnen worden opgeslagen in Active Directory of in tekstbestanden (%SystemRoot%\System32\DNS\Cache.dns-bestanden). Windows maakt gebruik van de standaard InterNIC-basisserver. Tevens werkt een server met Windows 2000 die query's naar een basisserver verzendt, zichzelf bij met de meest recente lijst met basisservers.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op DNS.
  2. Klik in de console voor DNS-beheer met de rechtermuisknop op de servernaam en klik op Eigenschappen.
  3. Open het tabblad Basisservers. Op dit tabblad worden de basisservers van de DNS-server weergegeven.

    Als het tabblad Basisservers niet beschikbaar is, wordt uw server toch als basisserver geconfigureerd. Zie de sectie 'De DNS-hoofdzone verwijderen' eerder in dit artikel. Wellicht moet u aangepaste basisservers gebruiken die afwijken van de standaardbasisservers. Een configuratie die naar dezelfde server wijst voor basisservers is echter altijd onjuist. Pas uw basisservers niet aan. Als uw basisservers onjuist zijn en moeten worden vervangen, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:

    249868Basisservers vervangen door het bestand Cache.dns

DNS configureren achter een firewall

Proxy- en NAT-apparaten (Network Address Translation) kunnen de toegang tot poorten beperken. DNS maakt gebruik van poort 53 voor UDP en TCP. De console voor DNS-servicebeheer gebruikt tevens de RPC-functie (Remote Procedure Call). RCP maakt gebruik van poort 135. Dit zou problemen kunnen veroorzaken bij het configureren van DNS en firewalls.




Referenties

Voor meer informatie klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
237675DNS instellen voor Active Directory
316341Problemen met DNS-naamomzetting op internet oplossen in Windows 2000






Eigenschappen

Artikel ID: 300202 - Laatste beoordeling: dinsdag 12 juni 2007 - Wijziging: 3.1
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
Trefwoorden: 
kbhowtomaster KB300202

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com