Microsoft Windows PE (Preinstallation Environment) distribueren vanaf een RIS-server met behulp van PXE-clients

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 304992 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt beschreven hoe u Microsoft Windows PE (Preinstallation Environment) implementeert vanaf een RIS-server (Remote Installation Services) zodat opstarten via PXE (Pre-Boot Execution Environment) mogelijk wordt.

Meer informatie

U kunt twee methoden gebruiken voor de implementatie van Windows PE vanaf een RIS-server. Met de eerste methode gebruikt u voor de implementatie van Windows PE vanaf de RIS-server een RAM-schijfstation. Met de tweede methode implementeert u een Windows PE-installatiekopie vanaf een cd met de installatiekopie van Microsoft Windows XP of Microsoft Windows Server 2003. Gebruik de tweede methode alleen als u een oudere versie hebt van Windows PE of als u niet over een RIS-server met Windows Server 2003 beschikt. Met de tweede methode worden op de RIS-server veel bestandshandles geopend. Hierdoor nemen de prestaties van de RIS-server af wanneer u meerdere exemplaren van Windows PE start. Het is ook mogelijk dat er time-outfouten optreden.

Raadpleeg de meest recente versie van het bestand Winpe.chm voor meer informatie over de implementatie van Windows PE vanaf RIS-servers. Dit bestand is opgenomen op de Windows PE-cd en de OPK-cd (OEM Preinstallation Kit).

Voordat u de methoden uit dit artikel toepast, moet u controleren of u beschikt over het volgende:
  • Een aangepaste Windows PE ISO-installatiekopie (International Organization for Standardization) die is gemaakt van de Windows PE-cd of de OPK-cd (OEM Preinstallation Kit).
  • Een RIS-server waarop Windows Server 2003 met Service Pack 1 (SP1) wordt uitgevoerd.
  • Een Windows PE-cd of een OPK-cd (OEM Preinstallation Kit).

Methode 1: Een RAM-schijfstation gebruiken voor de implementatie van Windows PE vanaf een RIS-server

  1. Zoek op de RIS-server de map \RemoteInstall\Setup\taal\Images.
  2. Maak een submap voor Windows PE. Typ bijvoorbeeld de volgende opdracht bij de opdrachtprompt:
    station:\Cd \RemoteInstall\Setup\English\Images md winpe
    Opmerking In deze stap is station een tijdelijke aanduiding voor het vaste-schijfstation waarop RIS is geïnstalleerd. Taal is de taal van de Windows PE-installatiekopie.
  3. Maak een submap in de map \Windows PE met de naam van het desbetreffende platform, waarbij platform i386 of amd64 is. Typ bijvoorbeeld de volgende opdracht bij de opdrachtprompt: md winpe\i386
  4. Kopieer het bestand met de gemaakte aangepaste Windows PE-installatiekopie (ISO-bestand) naar de map Windows PE\platform, waarbij platform i386 of amd64 is. Typ bijvoorbeeld de volgende opdracht bij de opdrachtprompt:
    copy station:\Work\Winpex86.iso station 1:\RemoteInstall\Setup\English\Images\Winpe\i386
    Opmerking station is een tijdelijke plaatsaanduiding voor de vaste schijf die de Windows PE-installatiekopie bevat. Station 1 is een tijdelijke plaatsaanduiding voor de vaste-schijfpartitie waarop RIS is geïnstalleerd.
  5. Maak een submap in de map \Windows PE\platform met de naam Templates. Typ bijvoorbeeld de volgende opdracht bij de opdrachtprompt:
    md winpe\i386\templates
  6. Zoek de platformmap waarin de Windows PE-installatiekopie is opgeslagen en kopieer de bestanden Ntdetect.com en Startrom.com naar de map Windows PE\platform\Templates. Typ bijvoorbeeld de volgende opdrachten bij de opdrachtprompt:
    station:\ cd \winpe\i386 copy ntdetect.com
    station 1:\RemoteInstall\Setup\English\Images\winpe\i386\templates copy startrom.com
    station 1:\RemoteInstall\Setup\English\Images\winpe\i386\templates


    Opmerking In deze stap is station een tijdelijke aanduiding voor de vaste schijf waarop de Windows PE-installatiekopie is opgeslagen en is station 1 een tijdelijke aanduiding voor de vaste-schijfpartitie waarop RIS is geïnstalleerd.
  7. Kopieer het bestand \platform\Setupldr.exe (niet Setupldr.bin) van de Windows PE-installatiekopie naar de map \Windows PE\platform\Templates en wijzig vervolgens de naam van het bestand Setupldr.exe in Ntldr. Voer bijvoorbeeld de volgende opdracht uit bij de opdrachtprompt:
    copy setupldr.exe station 1:\RemoteInstall\Setup\English\Images\winpe\i386\templates\ntldr
    .

    Opmerking In deze stap is station 1 een tijdelijke aanduiding voor de vaste-schijfpartitie waarop RIS is geïnstalleerd.
  8. Maak een tekstbestand met de naam Winnt.sif in de map \Windows PE\platform\Templates en typ de volgende tekst in het bestand.
    [SetupData]
    BootDevice = "ramdisk(0)"
    BootPath = "\platform\System32\"
    OsLoadOptions = "/noguiboot /fastdetect /minint /rdexportascd /rdpath=%INSTALLPATH%\%MACHINETYPE%\<bootimage>"
    
    Architecture = "platform" 
     
    [RemoteInstall]
    Repartition = No
     
    [OSChooser]
    Description = "brief description"
    Help = "longer description"
    LaunchFile = "%INSTALLPATH%\%MACHINETYPE%\templates\startrom.com"
    ImageType = Flat
    Version = "5.2 (0)"
    
  9. Start een RIS-client en selecteer de installatiekopie van het besturingssysteem die u hebt gemaakt.
Opmerkingen
  • Voor de methode met de RAM-schijf worden alleen x86- en x64-versies van Windows PE ISO-installatiekopieën ondersteund. Gebruik methode 2 voor Itanium (IA-64)-versies van de Windows PE ISO-installatiekopieën.
  • U kunt de mappen i386 en amd64 in dezelfde map op een RIS-server plaatsen. U kunt bijvoorbeeld de volgende mappenstructuur maken:
    \RemoteInstall\Setup\English\Images\Winpe\i386 \RemoteInstall\Setup\English\Images\Winpe\Amd64
  • U kunt het bestand Winnt.sif een willekeurige naam geven, mits de bestandsnaamextensie .SIF ongewijzigd blijft.
  • De vermelding 'Repartition = No' in het bestand Winnt.sif voorkomt dat u een waarschuwing ontvangt van de wizard Client installeren (OSChooser) over het wissen van de schijf.
  • De tekst voor de vermeldingen 'Description' en 'Help' kan elke gewenste informatie bevatten.
  • De vermeldingen 'LaunchFile' en 'ImageType' mogen niet worden gewijzigd.
  • Start de client opnieuw op en ga naar de opstartlocatie voor PXE. Nadat u zich hebt aangemeld, selecteert u de optie Onderhoud en probleemoplossing in het hoofdmenu. Een van de beschikbare opties is 'Windows PE op RAM-schijf' (of een andere tekst die u in het SIF-bestand als beschrijving hebt ingevoerd). Selecteer deze optie en druk op Enter.

    De computer start Windows PE vanaf de RAM-schijf.

Methode 2: Platte installatie gebruiken voor de implementatie van Windows PE vanaf de RIS-server

  1. Typ op de RIS-server de volgende opdracht bij de opdrachtprompt:
    RISetup.exe ?add
    Wanneer u wordt gevraagd een bron op te geven, zorgt u dat RISetup.exe naar de cd met het gewenste Windows-besturingssysteem wijst. Welk Windows-besturingssysteem u kiest, is afhankelijk van de Windows PE-versie die u toevoegt aan de RIS-server. Voor Windows PE 2004 gebruikt u Windows XP Professional Service Pack 2. Voor Windows PE 2005 gebruikt u Windows Server 2003 Standard Edition Service Pack 1.
  2. Ga naar de locatie waar u met RISetup de installatiekopie hebt geïmplementeerd. De locatie kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien:
    \\servernaam\sharenaam\REMINST\Setup\taal\Images
    Opmerking In deze stap is servernaam een tijdelijke aanduiding voor de naam van de RIS-server. De sharenaam is een tijdelijke aanduiding voor de naam van de sharemap waarin de installatiekopie is opgeslagen. De taal is een tijdelijke aanduiding voor de de taalversie van de installatiekopie.
  3. Open de submap platform in de gemaakte installatiekopie, waarbij platform een tijdelijke aanduiding is voor i386, amd64 of IA-64.
  4. Open de map platform op de cd of de netwerkshare waarop de Windows PE-bestanden zijn opgeslagen, waarbij platform i386, amd64 of IA-64 is.
  5. Kopieer de inhoud van het Windows PE-platform naar de map platform van de installatiekopie die u zojuist hebt geopend.
  6. Wanneer wordt gevraagd of u de bestanden wilt overschrijven, klikt u op Ja op alles.
  7. Open de map Templates in de map platform waarnaar u de inhoud van het Windows PE-platform hebt gekopieerd.
  8. Open het bestand RIStndrd.sif in een teksteditor. Voeg aan de regel die begint met OSLoadOptions de optie /minint toe.
  9. Kopieer de stuurprogramma's (*.inf en *.sys) voor de netwerkadapter naar de map platform die met RISetup is gemaakt.
  10. Stop en start de BinlSvc-service op de RIS-server. Typ bijvoorbeeld de volgende opdrachten bij een opdrachtprompt:
    net stop binlsvc
    net start binlsvc
  11. Start een RIS-client en selecteer de installatiekopie van het besturingssysteem die u in stap 1 hebt gemaakt.
Opmerkingen
  • Als u de netwerkstuurprogramma's niet kopieert naar de map platform, ontvangt u het volgende foutbericht:
    De installatiekopie van het besturingssysteem die u hebt geselecteerd, bevat niet de benodigde stuurprogramma's voor uw netwerkadapter. Selecteer een andere installatiekopie. Als het probleem blijft optreden, neemt u contact op met de systeembeheerder. Setup kan niet worden voortgezet. Druk op een toets om af te sluiten.
  • Als u Windows PE-installatiekopieën gebruikt waarvoor WMI (Windows Management Instrumentation) is ingeschakeld, moet u controleren of de share met de Windows PE-installatiekopie het kenmerk Alleen-lezen heeft. Als dat niet zo is, kan het WMI-testprogramma (Windows Management Instrumentation) WBEMTest foutcode 0x80041014 rapporteren. Het kenmerk Alleen-lezen zorgt ervoor dat andere clients die verbinding maken, geen foutbericht genereren wanneer ze WMI proberen in te schakelen.
  • Het maximum aantal simultane installaties dat vanaf een RIS-server kan worden uitgevoerd, is 75.
  • Microsoft raadt u aan de registratie van Setupapi-gegevens uit te schakelen voordat u deze methode gebruikt. Klik voor meer informatie over het uitschakelen van Setupapi-registratie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    822570Het opstarten duurt lang wanneer u WinPE opstart met behulp van een RIS-server (Remote Installation Services)

Windows PE toevoegen aan de RIS-hulpprogramma's onder Onderhoud en probleemoplossing

U kunt Windows PE toevoegen aan de lijst met hulpprogramma's die beschikbaar zijn in de sectie Onderhoud en probleemoplossing van de wizard Client installeren. Wanneer u Windows PE toevoegt aan de lijst met RIS-hulpprogramma's, geeft u aan dat Windows PE wordt gebruikt voor installatie, onderhoud en probleemoplossing en niet als desktopbesturingssysteem.

Ga als volgt te werk om Windows PE toe te voegen aan de lijst met RIS-hulpprogramma's:
  1. Zoek het bestand RIStndrd.sif in de map Templates van de Windows PE-installatiekopie.
  2. Open het bestand RIStndrd.sif in een teksteditor.
  3. Wijzig in de sectie [OSChooser] de vermelding ImageType = "Flat" in ImageType = "winpe".
  4. Verplaats het bestand Winbom.ini van de map platform van de Windows PE-installatiekopie naar de hoofdmap van de installatiekopie.

    Opmerking Als u deze stap overslaat en de opdracht Factory.exe uitvoert met de parameter -minint of de parameter -winpe, verschijnt in Windows PE een dialoogvenster waarin u wordt gevraagd Windows PE na het starten opnieuw te starten.
  5. Open de GPMC (Group Policy Management Console), klik met de rechtermuisknop op het domein of de organisatie-eenheid die u wilt gebruiken en klik vervolgens op Create and Link a GPO Here.
  6. Typ een naam voor het nieuwe groepsbeleidsobject in het dialoogvenster New GPO en klik op OK.
  7. Klik met de rechtermuisknop op het nieuwe groepsbeleidsobject en klik op Bewerken.
  8. Zoek naar en vouw de volgende container uit in de groepsbeleidsobjecteditor:
    User Configuration\Windows Settings\Remote Installation Services
    .
  9. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op Keuze-opties.
  10. Klik in het dialoogvenster Choice Options Properties onder Hulpprogramma's op Ingeschakeld en klik op OK.
  11. Open de groepsbeleidsobjecteditor.
  12. Klik in GPMC op het domein of de organisatie-eenheid waaraan het eerder gemaakte groepsbeleidsobject is gekoppeld.
  13. Klik in het rechterdeelvenster op het groepsbeleidsobject dat u hebt gemaakt en klik vervolgens op Koppeling omhoog verplaatsen totdat het groepsbeleidsobject een lagere koppelingsvolgorde heeft dan andere groepsbeleidsobjecten met conflicterende instellingen.

    Het groepsbeleidsobject met de laagste koppelingsvolgorde krijgt voorrang op groepsbeleidsobjecten met hogere koppelingsvolgorde.
Opmerkingen
  • Deze procedure wordt alleen ondersteund op RIS-servers met Windows Server 2003.
  • Hoewel de Windows PE-installatiekopie in de sectie Onderhoud en probleemoplossing van de wizard Client installeren voorkomt, wordt deze niet weergegeven op het tabblad Hulpprogramma's van het dialoogvenster Remote-Installation-Services Properties op de RIS-server.
  • Met de standaardinstellingen van het groepsbeleidsobject in het standaarddomeinbeleid op een Windows Server 2003-domein zijn alle opties uitgeschakeld, behalve de optie Automatische installatie in het dialoogvenster Choice Options Properties. Als u de standaardinstellingen wilt overschrijven, moet het groepsbeleidsobject dat u maakt een lagere koppelingsvolgorde hebben dan het groepsbeleidsobject van het standaarddomeinbeleid.

Eigenschappen

Artikel ID: 304992 - Laatste beoordeling: dinsdag 12 juni 2007 - Wijziging: 10.1
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows Server 2003, Datacenter Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows Server 2003, Enterprise Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows Server 2003, Standard Edition (32-bit x86)
Trefwoorden: 
kbhowto kbenv kbsetup KB304992

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com