Met een VPN-netwerk kunt u onderdelen van verschillende netwerken met elkaar verbinden via een ander netwerk, bijvoorbeeld internet. U kunt uw Windows 2000 Server-computer instellen als RAS-server, zodat andere gebruikers er via VPN verbinding mee kunnen maken en vervolgens toegang hebben tot gedeelde bestanden op uw lokale stations of in uw netwerk. Dit gebeurt door middel van 'tunneling' via internet of een ander openbaar netwerk met dezelfde beveiliging en functies als een particulier netwerk. Bij een VPN-netwerk kunnen via verbindingen met het openbare netwerk gegevens worden overgebracht met behulp van de routeringsinfrastructuur van internet. Voor gebruikers lijkt het echter net of de gegevens via een particuliere koppeling worden overgebracht.
In dit artikel wordt beschreven hoe u een virtueel particulier netwerk (VPN) installeert en hoe u een nieuwe VPN-verbinding maakt in Windows 2000.
Overzicht van VPN
Met een VPN-netwerk kan via een openbaar netwerk (zoals internet) verbinding worden gemaakt met een particulier netwerk (zoals uw kantoornetwerk). Hierbij profiteert u van de voordelen van een inbelverbinding met een inbelserver en van het gemak en de flexibiliteit van een internetverbinding. Met een internetverbinding kunt u wereldwijd bijna overal verbinding maken met uw kantoor tegen lokale gesprekstarieven door het dichtstbijzijnde internettoegangsnummer te bellen. Als u op uw computer (en op uw kantoor) een snelle internetverbinding hebt, zoals kabel of DSL, kunt u veel sneller met uw kantoor communiceren dan via een inbelverbinding met een analoge modem.
VPN-netwerken maken gebruik van geverifieerde koppelingen om ervoor te zorgen dat alleen goedgekeurde gebruikers verbinding kunnen maken met uw netwerk. Bovendien worden gegevens gecodeerd om te voorkomen dat anderen gegevens die via internet worden verzonden, onderscheppen en gebruiken. Voor deze beveiliging gebruikt Windows het PPTP-protocol (Point-to-Point Tunneling) of het L2TP-protocol (Layer Two Tunneling Protocol).
Met VPN-technologie kan een bedrijf ook verbinding maken met filialen of andere bedrijven via een openbaar netwerk (zoals internet) terwijl de communicatie toch beveiligd blijft. De VPN-verbinding via internet werkt als een exclusieve WAN-koppeling (Wide Area Network).
Onderdelen van een VPN
In Windows 2000 bestaat een VPN uit een VPN-server, een VPN-client, een VPN-verbinding (het deel van de verbinding waarin de gegevens worden gecodeerd) en een tunnel (het deel van de verbinding waarin de gegevens worden ingekapseld). De tunneling vindt plaats via een van de twee tunnelingprotocollen van Windows 2000 die worden geïnstalleerd bij de installatie van Routering en RAS. In Windows 2000 zijn de volgende twee tunnelingprotocollen beschikbaar:
- Point-to-Point Tunneling Protocol (PPTP): gegevenscodering via Microsoft Point-to-Point-codering.
- Layer Two Tunneling Protocol (L2TP): gegevenscodering, verificatie en integriteitscontrole via IPSec.
Voor de verbinding met internet moet een speciale lijn worden gebruikt, zoals T1, Fractional T1 of Frame Relay. De WAN-adapter moet worden geconfigureerd met het IP-adres en subnetmasker dat aan uw domein is toegewezen of dat u van uw internetprovider (ISP) hebt gekregen. De standaardgateway van de ISP-router moet eveneens worden ingesteld.
OPMERKING: Als u VPN wilt inschakelen, moet u via een account met beheerdersrechten zijn aangemeld.
VPN installeren en activeren
Ga als volgt te werk als u een VPN-server wilt installeren en activeren:
- Zorg dat zowel de verbinding met internet als met uw lokaal netwerk (LAN) juist zijn geconfigureerd op de Microsoft Windows 2000 VPN-computer.
- Klik op Start, wijs Systeembeheer aan en klik op Routering en RAS.
- Klik op de naam van de server in de structuur, open het menu Actie en klik op Routering en RAS configureren en inschakelen. Klik op Volgende.
- Klik in het dialoogvenster Algemene configuratie op VPN-server en klik op Volgende.
- Controleer in het dialoogvenster Protocollen voor externe clients of TCP/IP is opgenomen in de lijst. Klik op Ja, alle beschikbare protocollen staan in de lijst en klik op Volgende.
- Selecteer in het dialoogvenster Internet-verbinding de verbinding die u voor internet gebruikt en klik op Volgende.
- Selecteer Automatisch in het dialoogvenster IP-adrestoewijzing om de DHCP-server in uw subnet te gebruiken voor het toewijzen van IP-adressen aan inbelclients en aan de server.
- Zorg dat het selectievakje Nee, ik wil deze server nu niet configureren voor het gebruik van RADIUS in het dialoogvenster Meerdere RAS-servers beheren is ingeschakeld.
- Klik op Volgende en klik op Voltooien.
- Klik met de rechtermuisknop op het knooppunt Poorten en klik op Eigenschappen.
- Klik in het dialoogvenster Poorteigenschappen op het apparaat WAN-minipoort (PPTP) en klik op Configureren.
- Voer in het dialoogvenster Apparaat configureren - WAN-minipoort (PPTP) een van de volgende handelingen uit:
- Als u niet wilt dat gebruikers via VPN rechtstreeks kunnen inbellen naar modems op de server, schakelt u het selectievakje Routeringsverbindingen via bellen op verzoek (binnenkomend en uitgaand) uit.
- Als u gebruikers wel rechtstreeks via VPN wilt laten inbellen naar modems op de server, schakelt u het selectievakje Routeringsverbindingen via bellen op verzoek (binnenkomend en uitgaand) in.
- Geef het maximum aantal gelijktijdige PPTP-verbindingen op in het tekstvak Maximum aantal poorten. Het maximum aantal is afhankelijk van het aantal beschikbare IP-adressen.
- Herhaal stap 11 tot en met 13 voor het L2TP-apparaat en klik op OK.
De VPN-server configureren
Voer de volgende stappen uit als u de VPN-server verder wilt configureren.
De RAS-server configureren als een router
Als u via de RAS-server verkeer wilt doorsturen in uw netwerk, moet u de server configureren als een router met statische routes of routeringsprotocollen, zodat alle locaties in het intranet toegankelijk zijn voor de RAS-server.
De server configureren als een router:
- Klik op Start, wijs Systeembeheer aan en klik op Routering en RAS.
- Klik met de rechtermuisknop op de naam van de server en klik op Eigenschappen.
- Klik op het tabblad Algemeen en schakel het selectievakje Server als router inschakelen in.
- Selecteer Alleen voor LAN-routering of Voor LAN-routering en routering via bellen op verzoek en klik op OK om het dialoogvenster Eigenschappen te sluiten.
PPTP-poorten configureren
Bevestig het aantal gewenste PPTP-poorten. Ga als volgt te werk om het aantal poorten te controleren of poorten toe te voegen:
- Klik op Start, wijs Systeembeheer aan en klik op Routering en RAS.
- Vouw in de consolestructuur achtereenvolgens Routering en RAS en de naam van de server uit en klik op Poorten.
- Klik met de rechtermuisknop op Poorten en klik op Eigenschappen.
- Klik in het dialoogvenster Poorteigenschappen op WAN-minipoort (PPTP) en klik op Configureren.
- Selecteer in het dialoogvenster Apparaat configureren het maximum aantal poorten voor het apparaat. Geef op of het apparaat uitsluitend inkomende verbindingen accepteert of zowel inkomende als uitgaande verbindingen accepteert.
Adressen en naamservers beheren
Voor de VPN-server moeten IP-adressen beschikbaar zijn die aan de virtuele interface van de VPN-server en aan de VPN-clients kunnen worden toegewezen tijdens de IPCP-onderhandelingsfase van de verbindingsprocedure. Het IP-adres dat wordt toegewezen aan de VPN-client wordt toegewezen aan de virtuele interface van de VPN-client.
Voor Windows 2000 VPN-servers worden de IP-adressen die worden toegewezen aan VPN-clients standaard verkregen via DHCP. U kunt ook een statische IP-adresgroep configureren. De VPN-server moet ook worden geconfigureerd met adressen van servers voor naamomzetting, meestal DNS- en WINS-servers, die aan de VPN-client kunnen worden toegewezen tijdens IPCP-onderhandelingen.
Toegang beheren
Configureer de inbeleigenschappen voor gebruikersaccounts en het RAS-beleid voor het beheer van de toegang tot inbelnetwerken en VPN-verbindingen.
OPMERKING: Standaard hebben gebruikers geen bevoegdheid om gebruik te maken van een inbelverbinding.
Toegang via gebruikersaccount
Als u de externe toegang per gebruiker wilt instellen, klikt u op
Toegang toestaan op het tabblad
Inbellen in het dialoogvenster
Eigenschappen van de gebruikersaccounts die toestemming hebben om VPN-verbindingen tot stand te brengen. Als via de VPN-server uitsluitend VPN-verbindingen zijn toegestaan, verwijdert u het standaard RAS-beleid 'Toegang toestaan als inbelmachtiging is ingeschakeld'. Maak een nieuw RAS-beleid met een omschrijvende naam, bijvoorbeeld 'VPN-toegang bij toestemming via gebruikersaccount'. Raadpleeg de Help van Windows 2000 voor meer informatie.
WAARSCHUWING: Wanneer u het standaardbeleid verwijdert, wordt de toegang geweigerd aan inbelclients die geen toegang hebben tot een van de beleidsconfiguraties die u hebt gemaakt.
Verwijder het standaardbeleid niet als de VPN-server ook toegang biedt tot RAS-inbelservices, maar verplaats het zodat dit beleid als laatste wordt geëvalueerd.
Toegang via groepslidmaatschap
Als u externe toegang beheert voor groepen gebruikers, selecteert u het keuzerondje
Toegang beheren door middel van RAS-beleid voor alle gebruikersaccounts via de console Active Directory: gebruikers en computers in Systeembeheer of de MMC-module. Maak een Windows 2000-groep met leden die toestemming hebben om VPN-verbindingen te maken. Als via de VPN-server uitsluitend VPN-verbindingen zijn toegestaan, verwijdert u het standaard RAS-beleid 'Toegang toestaan als inbelmachtiging is ingeschakeld'. Maak vervolgens een nieuw RAS-beleid met een omschrijvende naam, bijvoorbeeld 'VPN-toegang voor leden' of 'Groep met VPN-toegang' en wijs de Windows 2000-groep toe aan het beleid.
Verwijder het standaardbeleid niet als de VPN-server ook toegang biedt tot RAS-inbelservices, maar verplaats het zodat dit beleid als laatste wordt geëvalueerd.
Een VPN-verbinding configureren vanaf een clientcomputer
Als u een VPN-verbinding wilt instellen, gaat u als volgt te werk:
- Controleer op de clientcomputer of de verbinding met internet goed is geconfigureerd.
- Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Netwerk- en inbelverbindingen.
- Dubbelklik op Nieuwe verbinding maken.
- Klik op Volgende, klik op Verbinding maken met een particulier netwerk via het Internet en klik op Volgende.
- Voer een van de volgende bewerkingen uit:
- Als u via een inbelverbinding verbinding maakt met internet, klikt u op Automatisch deze aanvangsverbinding kiezen en selecteert u uw inbelverbinding met internet in de lijst.
- Als u een permanente verbinding gebruikt (bijvoorbeeld een kabelmodem), klikt u op Niet automatisch een aanvangsverbinding kiezen.
- Klik op Volgende.
- Typ de hostnaam (bijvoorbeeld Microsoft.com) of het IP-adres (bijvoorbeeld 123.123.123.123) van de computer waarmee u verbinding wilt maken en klik op Volgende.
- Selecteer Voor alle gebruikers als u de verbinding beschikbaar wilt maken voor iedereen die zich aanmeldt bij de computer of selecteer Alleen voor mijzelf om de verbinding alleen beschikbaar te maken als u zich aanmeldt bij de computer. Klik op Volgende.
- Typ een beschrijvende naam voor de verbinding en klik op Voltooien.
OPMERKING: Deze optie is alleen beschikbaar als u bent aangemeld als lid van de groep Administrators. - Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Netwerk- en inbelverbindingen.
- Dubbelklik op de nieuwe verbinding.
- Klik op Eigenschappen en configureer de overige opties voor de verbinding:
- Als u verbinding wilt maken met een domein, klikt u op de tab Opties en schakelt u het selectievakje Inclusief het Windows-aanmeldingsdomein in om op te geven of informatie over het Windows 2000-aanmeldingsdomein moet worden opgevraagd voor de verbinding.
- Als u wilt dat er opnieuw wordt ingebeld als de verbinding wordt verbroken, klikt u op de tab Opties en schakelt u het selectievakje Opnieuw kiezen als de verbinding wordt verbroken in.
De verbinding gebruiken:
- Klik op Start, wijs Instellingen aan en klik op Netwerk- en inbelverbindingen.
- Dubbelklik op de nieuwe verbinding.
- Als u momenteel geen verbinding hebt met internet, wordt u gevraagd of u verbinding wilt maken.
- Nadat er verbinding met internet tot stand is gekomen, wordt uw gebruikersnaam en wachtwoord gevraagd. Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord in en klik op Verbinden. U krijgt nu op dezelfde manier toegang tot uw netwerkbronnen als bij een rechtstreekse verbinding met het netwerk. Opmerking Als u de verbinding via het VPN-netwerk wilt verbreken, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram voor de verbinding en klikt u op Verbinding verbreken.
Probleemoplossing
Problemen met externe VPN-toegang oplossen
Er kan geen externe VPN-verbinding tot stand worden gebrachtProblemen met router-to-router VPN-verbindingen oplossen
Het is niet mogelijk om een router-to-router VPN-verbinding tot stand te brengen.Het is niet mogelijk om gegevens te verzenden en te ontvangen.- Oorzaak De juiste interface voor bellen op verzoek is niet toegevoegd voor het routeringsprotocol.
Oplossing Voeg de juiste interface voor bellen op verzoek toe aan het routeringsprotocol.
Zie de on line Help van Windows 2000 voor meer informatie over het toevoegen van een routeringsinterface. - Oorzaak Aan weerszijden van de router-to-router VPN-verbinding bevinden zich geen routes die tweerichtingsverkeer ondersteunen.
Oplossing In tegenstelling tot een RAS VPN-verbinding, maakt een router-to-router VPN-verbinding niet automatisch een standaardroute. U moet aan weerszijden van de router-to-router VPN-verbinding routes maken, zodat het verkeer van en naar de andere kant van de router-to-router VPN-verbinding kan worden gerouteerd.
U kunt handmatig statische routes toevoegen aan de routeringstabel of u kunt statische routes toevoegen via routeringsprotocollen. Voor permanente VPN-verbindingen kunt u OSPF (Open Shortest Path First) of RIP (Routing Information Protocol) inschakelen via de VPN-verbinding. Voor VPN-verbindingen op verzoek kunt u automatisch routes bijwerken via een auto-statische RIP-update. Zie de on line Help van Windows 2000 voor meer informatie over het toevoegen van een IP-routeringsprotocol, en het uitvoeren van auto-statische updates. - Oorzaak Door de meervoudige initiatie wordt de router-to-router VPN-verbinding door de antwoordende router beschouwd als een RAS-verbinding.
Oplossing Als de gebruikersnaam in de referenties van de aanvragende router in Routering en RAS wordt weergegeven onder Inbelclients, beschouwt de antwoordende router de aanvragende router mogelijk als een RAS-client. Controleer of de gebruikersnaam in de referenties van de aanvragende router overeenkomt met de naam van de interface voor bellen op verzoek van de antwoordende router. Als de inkomende oproep van een router is, krijgt de poort waarop de oproep wordt ontvangen de status Actief en de overeenkomstige interface voor bellen op verzoek de status Verbonden.
Zie de on line Help van Windows 2000 voor meer informatie over het controleren van de poortstatus op de antwoordende router en het controleren van de status van de interface voor bellen op verzoek. - Oorzaak Pakketfilters van de interfaces voor bellen op verzoek van de aanvragende en antwoordende router belemmeren de verkeersstroom.
Oplossing Zorg dat er geen pakketfilters aanwezig zijn op de interfaces voor bellen op verzoek van de aanvragende en antwoordende router, die het verzenden en ontvangen van verkeer belemmeren. U kunt elke interface voor bellen op verzoek configureren met IP- en IPX-invoer en uitvoerfilters om het inkomende en uitgaande TCP/IP- en IPX-verkeer van de interface nauwkeurig te beheren.
Zie de on line Help van Windows 2000 voor meer informatie over het beheren van pakketfilters. - Oorzaak Pakketfilters in het RAS-beleidsprofiel verhinderen de IP-verkeersstroom.
Oplossing Zorg dat er geen TCP/IP-pakketfilters zijn ingesteld in de profieleigenschappen van het RAS-beleid van de VPN-server (of de RADIUS-server als Internet Authentication Service wordt gebruikt) die het verzenden en ontvangen van TCP/IP-verkeer belemmeren. U kunt een RAS-beleid gebruiken om pakketfilters voor TCP/IP-invoer en -uitvoer in te stellen, zodat u precies kunt bepalen welk TCP/IP-verkeer is toegestaan voor de VPN-verbinding. Zorg dat de TCP/IP-pakketfilters van het profiel geen belemmering vormen voor de verkeersstroom.
Zie de on line Help van Windows 2000 voor meer informatie over het configureren van IP-opties.
Als u meer informatie wilt over het opzetten van een VPN-verbinding in Windows XP, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
305550
(http://support.microsoft.com/kb/305550/
)
Een VPN-verbinding in het bedrijfsnetwerk configureren in Windows XP Professional
Voor meer informatie klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
255784
(http://support.microsoft.com/kb/255784/
)
Beveiliging op Windows 2000 VPN-server opvoeren
254018
(http://support.microsoft.com/kb/254018/
)
Invoerfilters configureren voor services die achter NAT (Network Address Translation) worden uitgevoerd
260926
(http://support.microsoft.com/kb/260926/
)
Wizard Routing en Remote Access voor VPN-server maakt niet-specifieke invoer- en uitvoerfilters