Artikel ID: 308417
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL308417
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Inleiding

Bronnen worden volgens de instellingen door Windows toegewezen en apparaten en programma's worden volgens deze toewijzingen beheerd. U kunt echter het onderdeel Systeem uit het Configuratiescherm gebruiken om deze prestatieopties en de wijze waarop Windows die beheert te wijzigen.

In dit artikel is beschreven hoe u voor uw computer prestatieopties kunt instellen door het downloaden van de Guided Help of door gebruik te maken van handmatige stappen.

Meer informatie

Als u de Guided Help niet kunt downloaden of installeren, volgt u de handmatige stappen in dit artikel.

Handmatige stappen voor het instellen van prestatieopties in Windows XP

U kunt de prestatieopties in Windows XP handmatig instellen als u de Guided Help bij voorkeur niet wilt installeren en uitvoeren.

Deze sectie is bestemd voor ervaren computergebruikers. Als u niet vertrouwd bent met geavanceerde instructies, kunt u contact opnemen met de ondersteuningsservice. Bezoek de volgende Microsoft-website voor informatie over hoe u dit kunt doen:
http://support.microsoft.com/contactus?ln=nl#tab3
Opmerking Het is voor het instellen van de meeste van deze prestatieopties noodzakelijk dat u zich met een beheerdersaccount op de computer hebt aangemeld. Als u wilt controleren of u bij Windows bent aangemeld met de gebruikersaccount van een computerbeheerder, bezoekt u de volgende Microsoft-website:
http://support.microsoft.com/gp/admin?ln=nl
Volg de volgende stappen om de prestatieopties voor uw computer handmatig in te stellen:

Stap 1: Het processorgebruik handmatig beheren

Er is voor de CPU van een computer een eindig aantal bronnen beschikbaar. Windows beheert deze bronnen automatisch en kan taken tussen processors verdelen en meerdere processen op een enkele processor beheren. U kunt de wijze waarop Windows deze bronnen beheert, aanpassen door een prioriteit toe te kennen aan programma's op de voorgrond of services op de achtergrond.

Windows kent standaard een hogere prioriteit toe aan programma's op de voorgrond. De extra verwerkingsbronnen zorgen ervoor dat programma's sneller reageren. Als er achtergrondservices, zoals afdrukken of een back-up maken van de schijf, moeten worden uitgevoerd terwijl u werkt, kunt u Windows de processorbronnen gelijkmatig laten verdelen tussen programma's op de achtergrond en op de voorgrond, zodat deze sneller reageren.

Opmerking Als u uw Windows XP-computer als een server gebruik, is het raadzaam om meer bronnen aan achtergrondservices toe te kennen.

Voer de volgende stappen uit als u de prestaties van programma's op de voorgrond en de achtergrond handmatig wilt wijzigen:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ sysdm.cpl in het vak Openen en druk op Enter om het dialoogvenster Systeemeigenschappen te openen.
  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik onder Prestaties op Instellingen.
  3. Klik op het tabblad Geavanceerd en gebruik een van de volgende methoden onder Processorgebruik:
    • Klik op Programma's als u meer processorbronnen wilt toewijzen aan programma's op de voorgrond. Deze instelling wordt aanbevolen voor het merendeel van de gebruikers.
    • Klik op Achtergrondservices om gelijke hoeveelheden processorbronnen toe te wijzen aan alle services die worden uitgevoerd. Dit omvat afdruktaken en toepassingen.
  4. Klik op OK om de voorkeuren toe te passen en het dialoogvenster te sluiten.

Stap 2: Het computergeheugen handmatig beheren

Wanneer het fysiek geïnstalleerde RAM-geheugen (Random Access Memory) niet toereikend is, voegt Windows beschikbaar geheugen toe door gebruik te maken van een wisselbestand op de vaste schijf waarmee fysiek RAM-geheugen wordt gesimuleerd. Dit geheugen wordt aangeduid met de term virtueel geheugen. Het wisselbestand voor virtueel geheugen (pagefile.sys) dat tijdens de installatie wordt gemaakt, is standaard 1,5 keer zo groot als de hoeveelheid RAM in uw computer. Als een computer is voorzien van 1 Gb aan RAM, heeft deze dus 1,5 Gb aan virtueel geheugen.

U kunt de grootte van het wisselbestand handmatig wijzigen en dit groter of kleiner maken. U kunt het gebruik van virtueel geheugen ook optimaliseren door de ruimte te verdelen over meerdere stations en door geen ruimte te gebruiken op langzame of intensief gebruikte stations. Als u de ruimte voor het virtueel geheugen wilt optimaliseren, verdeelt u deze over zoveel mogelijk fysieke vaste schijfstations. Hanteer de volgende richtlijnen bij het kiezen van stations:
  • Probeer te vermijden dat het wisselbestand op hetzelfde station staat als de systeembestanden, dit is gewoonlijk station C.
  • Plaats het wisselbestand niet op een station met fouttolerantie, zoals een 'mirrored' (gespiegeld) volume of een RAID-5-volume. Wisselbestanden hebben geen fouttolerantie nodig en sommige computers met fouttolerantie zijn traag aangezien de gegevens naar meerdere locaties worden weggeschreven.
  • Plaats niet meerdere wisselbestanden op verschillende partities op hetzelfde fysieke schijfstation.
De grootte van het wisselbestand voor virtueel geheugen handmatig wijzigen
U kunt deze procedure uitsluitend uitvoeren als u bent aangemeld als een beheerder of als een lid van de beheerdersgroep. Als uw computer is verbonden met een netwerk, kunnen bepaalde netwerkbeleidsinstellingen de uitvoering van deze procedure verhinderen.

Volg de volgende stappen als u de grootte van het virtuele geheugen handmatig wilt aanpassen:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ sysdm.cpl in het vak Openen en druk op Enter.
  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik onder Prestaties op Instellingen.
  3. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik onder Virtueel geheugen op Wijzigen.
  4. Klik onder Station [Volumenaam] op het station dat het wisselbestand bevat dat u wilt wijzigen.
  5. Klik onder Wisselbestandsgrootte voor geselecteerd bestand op Aangepaste grootte, typ een nieuwe grootte voor het wisselbestand (in MB) in het vak Begingrootte (MB) of Maximale grootte (MB) en klik op Instellen.
  6. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten en de wijzigingen toe te passen.
Opmerking Nadat u de grootte van het wisselbestand hebt gewijzigd, wordt u mogelijk gevraagd om de computer opnieuw op te starten. Als u wordt gevraagd om de computer opnieuw op te starten, worden de wijzigingen pas van kracht nadat Windows opnieuw is gestart.

Opmerkingen
  • Als u wilt dat Windows de beste wisselbestandsgrootte instelt, klikt u op Door het systeem beheerde grootte. De aanbevolen minimumgrootte komt overeen met 1,5 keer de hoeveelheid RAM-geheugen van uw computer. De aanbevolen maximumgrootte komt overeen met 3 keer de hoeveelheid RAM. Als u bijvoorbeeld 256 MB RAM hebt, is de minimumgrootte 384 MB en de maximumgrootte 1152 MB.
  • Voor de beste prestaties dient u de begingrootte onder Totale wisselbestandsgrootte voor alle stations niet kleiner in te stellen dan de aanbevolen minimumgrootte. De aanbevolen grootte is gelijk aan 1,5 keer de hoeveelheid RAM-geheugen van uw computer. Het is verstandig om het wisselbestand ingesteld te laten op de aanbevolen grootte omdat de prestaties kunnen afnemen als het wisselbestand te groot is. U kunt de grootte echter aanpassen als u regelmatig gebruikmaakt van programma's die een grote hoeveelheid geheugen gebruiken, zoals programma's voor afbeeldingen of spellen.
  • U wordt met klem aangeraden om het wisselbestand niet uit te schakelen of te verwijderen omdat hierdoor de prestaties van uw computer achteruit kunnen gaan. Als u toch besluit om een wisselbestand te verwijderen, moet u de begingrootte en de maximale grootte instellen op nul of u moet op Geen wisselbestand klikken.
Het geheugengebruik handmatig optimaliseren
U kunt het geheugengebruik van uw computer afstemmen op uw specifieke behoeften. Als u uw computer als een werkstation gebruikt in plaats van een server, kunt u meer geheugen toewijzen aan uw programma's. Uw programma's werken sneller en de systeemcache blijft ingesteld op de standaardgrootte van Windows XP. U kunt ook instellen dat er meer computergeheugen moet worden gereserveerd voor een grotere systeemcache, als de computer voornamelijk wordt gebruikt als een server of als u programma's gebruikt die een grotere cache nodig hebben.
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ sysdm.cpl in het vak Openen en druk op Enter.
  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik onder Prestaties op Instellingen.
  3. Klik op het tabblad Geavanceerd en gebruik een van de volgende methoden onder Geheugengebruik:
    • Selecteer Programma's als u de computer voornamelijk gebruikt als werkstation in plaats van server. Er wordt dan meer geheugen toegewezen aan programma's.
    • Selecteer Systeemcache als de computer hoofdzakelijk als server wordt gebruikt of als u programma's gebruikt die een grotere systeemcache nodig hebben.
  4. Klik op OK om de voorkeuren toe te passen en het dialoogvenster te sluiten.

Stap 3: De visuele effecten handmatig wijzigen

Windows voorziet in verscheidene optie om de visuele effecten van uw computer in te stellen. U kunt bijvoorbeeld instellen dat er schaduwen onder menu's worden weergegeven of u kunt instellen dat Windows de gehele inhoud van een venster weergeeft terwijl u het venster over het scherm verplaatst.

Opmerking Hoewel een groot aantal visuele effecten het gebruik van de computer kan veraangenamen doordat er wordt voorzien in een aantrekkelijker ogende interface, kunnen deze effecten de prestaties van de computer nadelig beïnvloeden.

Windows voorziet in opties om alle visuele effecten in te schakelen en uit te schakelen en om deze automatisch in te stellen. Het is tevens mogelijk om de standaardinstellingen te herstellen of om aangepaste opties in te stellen door zelf te selecteren welke visuele effecten u wilt gebruiken.

U kunt als volgt visuele effecten wijzigen:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ sysdm.cpl in het vak Openen en druk op Enter.
  2. Klik op het tabblad Geavanceerd en klik onder Prestaties op Instellingen.
  3. Open het tabblad Visuele effecten en gebruik een van de volgende methoden:
    • Klik op Door Windows laten kiezen als u de visuele effecten door Windows wilt laten selecteren.
    • Selecteer Beste weergave om de instellingen automatisch door Windows te laten aanpassen voor de beste weergave.
    • Selecteer Beste prestaties om de instellingen automatisch door Windows te laten aanpassen voor de beste prestaties.
    • Klik op Aangepast en schakel vervolgens de selectievakjes in voor de items die u wilt gebruiken. Schakel de selectievakjes uit voor de items die u niet wilt gebruiken.
  4. Klik op OK om de wijzigingen toe te passen en het dialoogvenster te sluiten.
Opmerking U kunt ongeacht welke optie voor visuele effecten u kiest, de instelling altijd aanpassen door afzonderlijke items in de lijst in- of uit te schakelen. Als u een item wijzigt, wordt de knop Aangepast automatisch ingeschakeld.

Woordenlijst

achtergrondprogramma Een achtergrondprogramma is een programma dat op de achtergrond wordt uitgevoerd, terwijl de gebruiker aan een andere taak werkt. De microprocessor van de computer wijst minder bronnen toe aan achtergrondprogramma's dan aan voorgrondprogramma's.

omgevingsvariabele Een tekenreeks die bestaat uit omgevingsinformatie, zoals een stations-, pad- of bestandsnaam, en die gekoppeld is aan een symbolische naam die door Windows kan worden gebruikt. Om omgevingsvariabelen te definiëren, gebruikt u Systeem in het Configuratiescherm of de opdracht set vanaf de opdrachtprompt.

voorgrondprogramma Het programma dat wordt uitgevoerd in het actieve venster (het bovenliggende venster met de gemarkeerde titelbalk). Het voorgrondprogramma reageert op opdrachten van de gebruiker.

mirrorvolume Een volume met fouttolerantie waarvan de gegevens op twee fysieke schijven worden gedupliceerd. Een mirrorvolume biedt gegevensredundantie doordat gebruik wordt gemaakt van twee identieke volumes. Deze volumes worden 'mirrors' genoemd. Een mirror bevat een exacte kopie van de gegevens op het andere volume. Een mirror bevindt zich altijd op een andere schijf. Als een van de fysieke schijven defect raakt, zijn de gegevens op de defecte schijf niet meer beschikbaar, maar het systeem blijft functioneren in de mirror op de andere schijf. U kunt mirrorvolumes alleen op dynamische schijven maken.

wisselbestand Een wisselbestand is een gedeelte van een vaste schijf dat wordt gebruikt om het beschikbare geheugen uit te breiden. Deze uitbreiding wordt over het algemeen aangeduid als virtueel geheugen. Wanneer het fysieke geheugen (RAM) in Windows niet langer toereikend is, wordt het wisselbestand gebruikt als virtueel geheugen. Windows draagt gegevens voor achtergrondservices en inactieve programma's standaard over aan dit wisselbestand, zodat er meer RAM-geheugen beschikbaar komt voor programma's die momenteel worden gebruikt.

partitie Een gedeelte van een fysieke schijf dat functioneert alsof het een fysiek afzonderlijke schijf is. Nadat u een partitie hebt gemaakt, moet u deze formatteren en er een stationsletter aan toewijzen voordat u er gegevens op kunt opslaan. Op standaardschijven worden partities standaardvolumes genoemd. Standaardvolumes bevatten primaire partities en logische stations. Op dynamische schijven worden partities dynamische volumes genoemd. Dynamische volumes bestaan uit eenvoudige, striped, spanned, gespiegelde (mirrored) en RAID-5-volumes.

RAID-5-volume Een volume met fouttolerantie waarop gegevens en pariteit afwisselend striped worden verdeeld over drie of meer fysieke schijven. Pariteit is een berekende waarde die wordt gebruikt om gegevens te reconstrueren na een storing. Als een gedeelte van een fysieke schijf defect raakt, worden de gegevens op het defecte gedeelte door Windows hersteld aan de hand van de overblijvende gegevens en de pariteit. U kunt RAID-5-volumes alleen op dynamische schijven maken en u kunt RAID-5-volumes niet spiegelen (mirroren) of uitbreiden.

VOLGENDE STAPPEN

Als deze methoden niet voor u hebben gewerkt, kunt u op de Microsoft Customer Support Services-website andere oplossingen zoeken voor het probleem. Een aantal van de diensten die op de websites van Microsoft Customer Support Services worden geboden, zijn:
  • Doorzoekbare Knowledge Base: hierin kunt u zoeken naar technische ondersteuning en zelfhulpmiddelen voor Microsoft-producten.
  • Solution Centers: hier kunt u productgebonden veelgestelde vragen en veelvoorkomende problemen bekijken.
  • Overige ondersteuningsopties: u kunt vragen stellen via het web, contact opnemen met Microsoft Customer Support Services of feedback geven.
Als u verdere hulp nodig hebt bij het instellen van prestatieopties in Windows XP, kunt u contact opnemen met de ondersteuningsservice:
http://support.microsoft.com/contactus?ln=nl#tab3


Bezoek de volgende Microsoft-webpagina voor hulp bij problemen met systeemprestaties in Windows Vista:
Problemen met de algehele systeemsnelheid en systeemprestaties

Referenties

Klik voor meer informatie over het verplaatsen van het wisselbestand op het volgende artikelnummer, zodat het desbetreffende Microsoft Knowledge Base-artikel wordt weergegeven:
307886 Het wisselbestand verplaatsen in Windows XP

Eigenschappen

Artikel ID: 308417 - Laatste beoordeling: donderdag 27 juni 2013 - Wijziging: 6.0
Trefwoorden: 
kbhowto kbacwsurvey kbvirtualmem kbenv KB308417

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com