De functies van de Register-editor van Windows XP en Windows Server 2003 gebruiken

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 310426 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt stapsgewijs het gebruik beschreven van Registereditor-functies die zijn opgenomen in Windows XP en Windows Server 2003, maar niet in vorige versies van Windows. In Windows XP en hoger is Regedit.exe de enige registereditor die in het besturingssysteem is opgenomen. Regedt32.exe maakt geen deel meer uit van Windows XP of Windows Server 2003. Regedt32.exe werd voornamelijk gebruikt voor het instellen van machtigingen en andere beveiligingsinstellingen voor registersleutels en -subsleutels. Dit gebruik van de registereditor ontbrak in eerdere versies van Regedit.exe. Deze functie is nu beschikbaar in de versie van Regedit.exe die is opgenomen in Windows XP en Windows Server 2003.

Opmerking Als u het hulpprogramma Regedt32.exe probeert te starten vanuit het dialoogvenster Uitvoeren van Windows XP of Windows Server 2003, wordt Regedit.exe gestart en genereert Windows geen foutbericht.

De versie van Regedit.exe die is opgenomen in Windows XP en Windows Server 2003, omvat de functies Machtigingen en Favorieten. De functie Favorieten werd voor het eerst opgenomen in de Microsoft Windows 2000-versie van Regedit.

U kunt de functie Favorieten gebruiken om veelgebruikte registersubsleutels in een lijst te plaatsen die u kunt openen via het menu Favorieten. Hiertoe selecteert u een subsleutel en klikt u op Toevoegen aan Favorieten in het menu Favorieten. Typ een naam voor het item of accepteer de standaardnaam. De standaardnaam is de naam van de subsleutel. De lijst is daarna beschikbaar via het menu Favorieten. U kunt op het item in de lijst klikken om terug te keren naar de subsleutel. Als u een item wilt verwijderen, opent u het menu Favorieten en klikt u op Verwijderen uit Favorieten. Klik op OK om het verwijderen te bevestigen.

Beveiligingsfuncties die in Regedit.exe beschikbaar zijn, betreffen onder meer het toewijzen van machtigingen, controle op toegang tot het register en het toewijzen van de eigendom van een registersleutel.

Machtigingen toewijzen aan een registersleutel

  1. Selecteer de sleutel waaraan u machtigingen wilt toewijzen.
  2. Open het menu Bewerken en klik op Machtigingen.
  3. Klik op de groep of gebruikersnaam waarmee u wilt werken.
  4. Wijs een van de volgende toegangsniveaus aan de sleutel toe:
    • Schakel het selectievakje Toestaan bij Lezen in om machtiging voor het lezen van de inhoud van de sleutel te geven maar geen machtiging om wijzigingen op te slaan.
    • Schakel het selectievakje Toestaan bij Volledig beheer in om machtiging te verlenen voor het openen, bewerken en in eigendom nemen van de sleutel.
  5. Als u speciale machtigingen voor de sleutel wilt instellen, klikt u op Geavanceerd en dubbelklikt u op de gebruiker of groep waaraan u speciale toegang wilt verlenen. Schakel onder Machtigingen het selectievakje Toestaan of Weigeren in voor elke machtiging die u wilt toestaan of weigeren.

Gebruikers of groepen toevoegen aan bestaande lijst met machtigingen

  1. Klik op de sleutel waarvoor u de lijst Machtigingen wilt wijzigen.
  2. Klik op Machtigingen in het menu Bewerken en klik op Toevoegen.
  3. Klik in het vak Locaties van het dialoogvenster Gebruikers, Computers of Groepen selecteren op de computer of het domein van de gebruikers en groepen waaruit u wilt kiezen.
  4. Klik op de naam van de gebruiker of groep, klik op Toevoegen en klik op OK.
  5. Wijs in het dialoogvenster Machtigingen een type toegang aan de geselecteerde gebruiker of groep toe aan de hand van de eerder beschreven richtlijnen.
Opmerkingen over de instellingen voor Geavanceerde beveiliging:
  • Als de overneembare machtigingen die aan een hoofdsleutel zijn toegewezen, moeten worden toegepast op een subsleutel, schakelt u het selectievakje Overneembare machtigingen van bovenliggend object aan dit object doorgeven in.
  • Als u de toegangsinstellingen van onderliggende objecten opnieuw wilt instellen zodat ze hetzelfde zijn als die van het huidige bovenliggende object, schakelt u het selectievakje Machtigingen voor alle onderliggende objecten vervangen door de weergegeven vermeldingen die op onderliggende objecten van toepassing zijn in.

Eigendom van een registersleutel wijzigen

  1. Klik op de sleutel waarvoor u eigendom wilt wijzigen.
  2. Open het menu Bewerken en klik op Machtigingen.
  3. Klik op Geavanceerd en open het tabblad Eigenaar.
  4. Klik onder Nieuwe eigenaar op de nieuwe eigenaar en klik op OK.
Opmerking U kunt een andere gebruiker alleen de eigendom van een registersleutel toestaan als u zelf de huidige eigenaar van de sleutel bent. Als u een eigenaar de eigendom van een registersleutel wilt toestaan, moet u de gebruiker eerst het volledig beheer voor de sleutel toekennen. U kunt eigendom van een registersleutel aannemen als u bent aangemeld als beheerder of als u door de huidige eigenaar expliciet de machtiging hebt gekregen om de eigendom van de registersleutel aan te nemen.

Eigenschappen

Artikel ID: 310426 - Laatste beoordeling: maandag 3 december 2007 - Wijziging: 7.3
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows Server 2003, Standard Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows XP Home Edition
  • Microsoft Windows XP Media Center Edition
  • Microsoft Windows XP Professional
  • Microsoft Windows XP Tablet PC Edition
  • Microsoft Windows Small Business Server 2003 Premium Edition
  • Microsoft Windows Small Business Server 2003 Standard Edition
Trefwoorden: 
kbhowtomaster kbenv kbmgmtservices KB310426

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com