Fouten oplossen die worden veroorzaakt door gebeurtenis-id 9 en gebeurtenis-id 11

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 314093 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Belangrijk Dit artikel bevat informatie over het bewerken van het register. Voordat u het register gaat bewerken, moet u er een reservekopie van maken en moet u weten hoe u het register kunt herstellen als er een probleem optreedt. Als u meer informatie wilt over het maken van een reservekopie van het register en het herstellen of bewerken van het register, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
256986Beschrijving van het Microsoft Windows-register

Zie 154690 voor een Microsoft Windows 2000-versie van dit artikel.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel worden verschillende methoden voor probleemoplossing beschreven die u kunt toepassen wanneer de gebeurtenissen uit de volgende voorbeelden in het systeemlogboek worden geregistreerd.
Gebeurtenis-id: 9
Bron: Aic78xx
Beschrijving: Het apparaat \Device\ScsiPort0 heeft niet binnen de time-outtijd gereageerd.
-of-
Gebeurtenis-id: 11
Bron: Aic78xx
Beschrijving: Het stuurprogramma heeft een controllerfout gevonden in Apparaat\ScsiPort0.
De naam van de bron kan de naam van elke controller zijn, bijvoorbeeld Atdisk of ATAPI.

Meer informatie

In bijna alle gevallen zijn deze berichten het gevolg van hardwareproblemen. De bron kan de controller zijn of (waarschijnlijker) een apparaat dat op de controller is aangesloten. Het hardwareprobleem kanbetrekking hebben op een probleem met de bekabeling, onjuiste afsluiting of onjuiste instellingen voor de overdrachtssnelheid, trage apparaatrespons bij het afstaan van de SCSI-bus, een beschadigd apparaat of, in een enkel geval, een slecht geschreven apparaatstuurprogramma.

De bron van het probleem vaststellen

Hieronder vindt u een aantal tips voor het diagnosticeren en lokaliseren van het probleem:
  • Raadpleeg de technische documentatie van de fabrikant van de SCSI-controller voor de vereisten voor afsluiting. Voor veel moderne SCSI-controllers zijn actieve terminators vereist (ten minste één van de apparaten die met de bus werken, moet voor afsluiting zorgen). Voor juiste afsluiting is een terminator (resistor) nodig, alsmede een apparaat dat een afsluitingssignaal aan de bus doorgeeft. De SCSI-2-standaard geeft aan dat een controller (initiator) voor afsluiting moet zorgen. Een controller die compatibel is met SCSI-2, levert dus waarschijnlijk het afsluitingssignaal. Controleer dit echter als u er niet zeker van bent.

    Verder bieden veel apparaten, met name stations, de mogelijkheid om het afsluitingssignaal te leveren. Als het station een jumper met de aanduiding Trmpwr heeft, schakelt u deze jumper in.
  • Als zowel interne als externe SCSI-apparaten zijn aangesloten, moet u ervoor zorgen dat het laatste apparaat van elke SCSI-keten afgesloten is en de tussenliggende apparaten niet.
  • Als slechts één SCSI-keten wordt gebruikt (geheel intern of geheel extern), zorgt u ervoor dat het laatste apparaat van de SCSI-keten afgesloten is en dat ook de SCSI-controller zelf afgesloten is. Dit is doorgaans een BIOS-instelling.
  • Controleer of alle SCSI-kabels stevig zijn aangesloten en controleer de kwaliteit van de kabels. Bij een lange keten van gecombineerde interne en externe kabels bestaat het risico dat het signaal minder sterk wordt. Hoewel de SCSI-specificatie mogelijk een lange afstand aangeeft ? er wordt bij deze specificatie van uitgegaan dat de bekabeling geen lekken of storingen bevat ? dicteert de realiteit meestal een kortere afstand. Externe kabels van 2 meter of langer moeten worden vervangen door kabels van een meter.
  • Controleer of er draaiende verwisselbare media aanwezig zijn, zoals verwisselbare vaste schijven. Het opnieuw opstarten van draaiende verwisselbare media duurt langer dan het opnieuw opstarten van andere media, en kan een gebeurtenis met Gebeurtenis-ID 11 genereren bij het terugkeren uit de stand-by-modus of de slaapstand. Nadat het apparaat is geïnitialiseerd, hebt u toegang tot het apparaat.
  • Let op wanneer deze gebeurtenisberichten optreden en probeer vast te stellen of de berichten samenvallen met een bepaald verwerkingsschema (bijvoorbeeld het maken van reservekopieën) of met zware schijfprocessen. Deze informatie kan u mogelijk leiden naar het apparaat dat het probleem veroorzaakt.

    Het feit dat stations dit soort problemen meestal ondervinden tijdens zwaar systeemgebruik, ligt vaak aan het gebruik van trage microprocessors. In een multitasking-omgeving is de processor mogelijk niet snel genoeg voor de verwerking van alle I/O-opdrachten die nagenoeg gelijktijdig binnenkomen.
  • Vertraag de overdrachtssnelheid als de time-outs betrekking hebben op tapestations. De time-outs verlopen doorgaans normaal als u een overdrachtssnelheid van 5 MB/s gebruikt.
  • Vereenvoudig de SCSI/IDE-keten door apparaten te verwijderen. Als u vermoedt dat een bepaald apparaat het probleem veroorzaakt, verplaatst u het betreffende apparaat naar een andere controller. Als het probleem nu optreedt op de nieuwe locatie van het apparaat, vervangt u het apparaat.
  • Controleer het revisieniveau van het BIOS en van de apparaatfirmware voor de SCSI-controller. Informeer bij de fabrikant naar de meest recente revisies. (De procedure voor het controleren van het modelnummer en firmwarerevisie wordt verderop in dit artikel beschreven.)
  • Controleer de versie van het SCSI-apparaatstuurprogramma. Het SCSI-stuurprogramma bevindt zich in de map %SystemRoot%\System32\Drivers. Controleer de versie in de eigenschappen voor het stuurprogrammabestand. Als het stuurprogramma niet up-to-date is, informeert u bij de fabrikant naar een nieuwere versie.
  • Verwijder andere controllers die problemen met het busbehoud kunnen veroorzaken.
  • Een low-level format door de SCSI-controller zou het optreden van deze gebeurtenisberichten kunnen verhelpen.
  • Gebruik een ander type of model van verdachte hardware.

Modelnummer en firmwarerevisie van een apparaat controleren

Waarschuwing Onjuist gebruik van de Register-editor kan ernstige problemen veroorzaken die ertoe kunnen leiden dat u het besturingssysteem opnieuw moet installeren. Microsoft kan niet garanderen dat problemen die voortvloeien uit een verkeerd gebruik van de Register-editor, kunnen worden opgelost. Het gebruik van de Register-editor is dan ook voor uw eigen risico.

Het modelnummer van het apparaat en de firmwarerevisie kunt u vinden in het Windows-register. Als u deze informatie wilt weergeven, gaat u als volgt te werk:
  1. Start Register-editor (Regedit.exe).
  2. Zoek de volgende sleutel in het register:
    HKEY_LOCAL_MACHINE\Hardware\Devicemap\Scsi\ScsiPortx\ScsiBusx\ TargetIdx\LogicalUnitIdx
    waarbij x het apparaatnummer is.
  3. Controleer onder de waarde REG_SZ het modelnummer en firmwarerevisienummer. Als bijvoorbeeld
       SEAGATE ST32430N 0510
    						 
    wordt vermeld, is 0510 het firmwarerevisienummer.
  4. Noteer het modelnummer en de firmwarerevisies voor het apparaat en informeer bij de fabrikant naar bestaande problemen met het betreffende model.

Eigenschappen

Artikel ID: 314093 - Laatste beoordeling: maandag 13 februari 2006 - Wijziging: 3.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows XP Home Edition
  • Microsoft Windows XP Professional Edition
Trefwoorden: 
kbhowto kberrmsg kbhardware kbinfo KB314093

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com