Procedure: Een volume koppelen aan een NTFS-map in Windows 2000

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Sluiten Sluiten
Artikel ID: 314449 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL314449
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt stapsgewijs beschreven hoe u een volume koppelt aan of ontkoppelt van een NTFS-map. Een gekoppeld station is een station dat is toegewezen aan een lege map op een volume waarop het NTFS-bestandssysteem wordt gebruikt. De werking van gekoppelde stations is gelijk aan die van andere stations. Aan gekoppelde stations worden echter stationspaden toegewezen in plaats van stationsletters. In de Windows Verkenner ziet een gekoppeld station eruit als een stationspictogram met als locatie het pad waarin het is gekoppeld. Voor gekoppelde stations geldt niet de beperking van 26 letters voor lokale stations en toegewezen netwerkstations. Als u dus meer dan 26 stations wilt gebruiken op uw computer, kunt u gebruikmaken van gekoppelde stations. Als u bijvoorbeeld een cd-rom-station hebt met de stationsletter E en een NTFS-volume met de stationsletter F, kunt u het cd-rom-station koppelen als F:\CD-ROM. U kunt dan de stationsletter E vrijmaken en rechtstreeks toegang krijgen tot het cd-rom-station door F:\CD-ROM te gebruiken.

U kunt ook gekoppelde stations gebruiken wanneer u extra opslagruimte nodig hebt op een volume. Als u een map op dat volume toewijst aan een ander volume waarop ruimte beschikbaar is (bijvoorbeeld twee gigabyte), breidt u de opslagruimte van het volume uit met twee gigabyte (GB). Door gebruik te maken van gekoppelde stations wordt u niet meer beperkt door de grootte van het volume waarin de map is gemaakt.

Gekoppelde stations maken uw gegevens toegankelijker en bieden u de flexibiliteit om gegevensopslag te organiseren op basis van uw werkomgeving en systeemgebruik. Hier volgen enkele extra voorbeelden van situaties waarin u gekoppelde stations kunt gebruiken:
  • Voor extra schijfruimte voor tijdelijke bestanden kunt u van de map c:\Temp een gekoppeld station maken.
  • Wanneer de schijfruimte op station C uitgeput raakt, kunt u de map Mijn documenten verplaatsen naar een ander station met meer beschikbare schijfruimte en dit station koppelen als C:\Mijn documenten.
U kunt de module Schijfbeheer gebruiken om een station te koppelen aan een station op een lokaal volume. De map waarin u het station koppelt, moet leeg zijn en zich bevinden op een NTFS-basisvolume of een dynamisch NTFS-volume.

BELANGRIJK: koppel geen volume(s) op een Windows 2000-clusterserver.

Vereisten

  • U moet zijn aangemeld als beheerder of als lid van de groep Administrators om deze procedure te kunnen uitvoeren. Als uw computer is verbonden met een netwerk, kan het zijn dat netwerkbeleidsinstellingen u verhinderen om deze procedure te voltooien.
  • Op de computer moet ten minste één beschikbaar NTFS-schijfvolume aanwezig zijn.

Een volume koppelen

U koppelt als volgt een volume aan een NTFS-map:
  1. Maak een lege map op een station dat als NTFS is geformatteerd (bijvoorbeeld C:\MijnMap).
  2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Deze computer en klik op Beheer. U kunt het hulpprogramma Computerbeheer ook starten vanuit de map Systeembeheer in het Configuratiescherm.
  3. Klik in Computerbeheer op Schijfbeheer onder het knooppunt Opslag.
  4. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op het te koppelen volume en klik op Stationsletter en pad wijzigen.
  5. Klik in het dialoogvenster Stationsletter en paden voor ... wijzigen op Toevoegen.
  6. Klik op Koppelen aan deze NTFS-map (als dit nog niet is ingeschakeld) en voer een van de volgende stappen uit:
    • Typ het pad naar een lege map op een NTFS-volume en klik op OK.
    • Klik op Bladeren, ga naar de lege NTFS-map, klik op OK en klik op OK.
    • Als u nog geen lege map hebt gemaakt, klikt u op Bladeren, klikt u op Nieuwe map om een lege map te maken op een NTFS-volume, typt u een naam voor de nieuwe map, klikt u op OK en ten slotte nogmaals op OK.
Ga als volgt te werk om een volume te koppelen vanaf de opdrachtregel:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ cmd en druk op ENTER.
  2. Typ bij de opdrachtprompt mountvol [ station :] pad VolumeGUID en druk op ENTER. Bijvoorbeeld: mountvol c:\ntfs_dir \\?\Volume{053db088-b6fb-11d4-b080-806d6172696f} , waarbij c:\ntfs_dir een lege map is op een NTFS-volume, en \\?\Volume{053db088-b6fb-11d4-b080-806d6172696f} de VolumeGUID is van het te koppelen volume.

    OPMERKING: voor meer informatie over de opdracht mountvol [ typt u mountvol help op de opdrachtregel en drukt u op ENTER.

Een volume ontkoppelen

Wanneer u een volume van een NTFS-map ontkoppelt, verwijdert Windows 2000 het gekoppelde volume. De map blijft echter bestaan. U verwijdert als volgt een koppelpunt van een volume:
  1. Klik in Computerbeheer op Schijfbeheer onder het knooppunt Opslag.
  2. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op het te ontkoppelen NTFS-volume en klik op Stationsletter en pad wijzigen.
  3. Klik in het dialoogvenster Stationsletter en paden voor ... wijzigen op het te verwijderen koppelpunt en klik op Verwijderen.
  4. Klik op Ja als u wordt gevraagd het verwijderen te bevestigen.
U ontkoppelt het volume als volgt vanaf de opdrachtregel:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ cmd en druk op ENTER.
  2. Typ mountvol [ station :] pad /d en druk op ENTER.

Eigenschappen

Artikel ID: 314449 - Laatste beoordeling: donderdag 16 oktober 2003 - Wijziging: 1.1
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Datacenter Server
Trefwoorden: 
kbhowto kbhowtomaster kbtool kbenv kbhw KB314449

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com