'Fout 691'-foutbericht wanneer u verbinding probeert te maken met uw internetprovider

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 314455 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Zie 161986 voor een Microsoft Windows 2000-versie van dit artikel.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Symptomen

Wanneer u verbinding probeert te maken met een internetprovider, kunt u een van de volgende foutberichten ontvangen:
Fout 691: De computer waarop u inbelt, kan geen verbinding voor Inbelnetwerk tot stand brengen. Controleer het wachtwoord en probeer het vervolgens opnieuw.
-of-
Fout 691: Toegang geweigerd omdat de gebruikersnaam en/of het wachtwoord ongeldig is op dit domein.
-of-
Fout 734: Het PPP-koppelingsbeheerprotocol is beëindigd.
-of-
Fout 629: De verbinding van de poort is verbroken door de externe machine.
-of-
Fout 640: NetBIOS-fout.

Oorzaak

Dit probleem kan verschillende oorzaken hebben:
  • De instellingen voor de inbelverbinding met de internetprovider zijn verkeerd geconfigureerd.
  • De beveiligingsoptie van de inbelverbinding is verkeerd ingesteld op Beveiligd wachtwoord vereisen.
  • De PPP-server (Point-to-Point protocol) van de internetprovider werkt niet goed.
  • U hebt de gebruikersnaam of het wachtwoord onjuist ingevoerd.

Oplossing

U kunt dit probleem oplossen door zo nodig de volgende methoden te gebruiken in de aangegeven volgorde. Nadat u een procedure hebt voltooid, controleert u of u nu wel verbinding kunt maken met de internetprovider.

OPMERKING: u moet zijn aangemeld als beheerder of als lid van de groep Administrators om deze procedures uit te voeren. Als uw computer is verbonden met een netwerk, kunnen ook bepaalde netwerkbeleidsinstellingen de uitvoering van deze procedures verhinderen.

Uw gebruikersnaam en wachtwoord controleren

  1. Controleer of CAPS LOCK niet per ongeluk is ingeschakeld.
  2. Klik op Start, wijs Verbinding maken met aan en klik op uw inbelverbinding.
  3. Controleer of de gebruikersnaam en het wachtwoord die door de internetprovider zijn verstrekt, goed zijn ingevoerd in de vakken Gebruikersnaam en Wachtwoord van het dialoogvenster Verbinden. Klik vervolgens op Kiezen.Opmerking Als u niet zeker weet wat uw gebruikersnaam en wachtwoord zijn, neemt u contact op met de internetprovider.

Het telefoonnummer controleren

Controleer of u het juiste telefoonnummer gebruikt om verbinding te maken met de internetprovider.

Onbeveiligd wachtwoord toestaan

U kunt het gebruik van een onbeveiligd wachtwoord toestaan voor de inbelverbinding bij de internetprovider. Ga hiervoor als volgt te werk:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Klik op de tab Beveiliging en controleer of Normaal (aanbevolen instellingen) is geselecteerd.
  4. Controleer of Onbeveiligd wachtwoord toestaan is geselecteerd in het vak Mijn identiteit als volgt toestaan.
  5. Open het tabblad Opties.
  6. Schakel het selectievakje Inclusief het Windows-aanmeldingsdomein uit (indien ingeschakeld) en klik tweemaal op OK.

De verbindingssnelheid verlagen

Als ruis of andere interferentie op de telefoonlijn een probleem is, kunt u misschien wel verbinding maken met de internetprovider door de verbindingssnelheid te verlagen. Voer de volgende stappen uit om de verbindingssnelheid te verlagen:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Open het tabblad Algemeen, klik op uw modem in het vak Verbinden via en klik op Configureren.
  4. Typ 9600 in het vak Maximumsnelheid (bps) en klik tweemaal op OK.
Als u verbinding kunt maken met een lagere snelheid of als de lijn zodanig ruist dat u geen verbinding kunt maken, laat u de lijnen controleren door de telefoonmaatschappij.

Doorstroombesturing hardware uitschakelen

Schakel de doorstroombesturing voor hardware uit in de inbelverbinding met de internetprovider. Ga hiervoor als volgt te werk:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Open het tabblad Algemeen, klik op uw modem in het vak Verbinden via en klik op Configureren.
  4. Schakel het selectievakje Doorstroombesturing hardware inschakelen uit en klik tweemaal op OK.

Foutenbeheersing modem uitschakelen

Schakel foutenbeheersing voor de modem uit in de inbelverbinding met de internetprovider. Ga hiervoor als volgt te werk:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Open het tabblad Algemeen, klik op uw modem in het vak Verbinden via en klik op Configureren.
  4. Schakel het selectievakje Foutenbeheersing modem inschakelen uit en klik tweemaal op OK.

Modemcompressie uitschakelen

Schakel de modemcompressie uit in de inbelverbinding met de internetprovider. Ga hiervoor als volgt te werk:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Open het tabblad Algemeen, klik op uw modem in het vak Verbinden via en klik op Configureren.
  4. Schakel het selectievakje Modemcompressie inschakelen uit en klik tweemaal op OK.

Softwarecompressie uitschakelen

Schakel de softwarecompressie uit in de inbelverbinding met de internetprovider. Ga hiervoor als volgt te werk:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm, klik op Printers en andere hardware en klik op Telefoon- en modemopties.
  2. Klik op het tabblad Modems op de modem die u wilt configureren.
  3. Klik op Eigenschappen.
  4. Open het tabblad Geavanceerd.
  5. Klik op Standaardvoorkeuren wijzigen.
  6. Klik in Voorkeursinstellingen voor gegevensverbinding op Uitgeschakeld in de lijst Compressie.

LCP-extensies uitschakelen

Er kunnen problemen optreden bij het maken van een verbinding met uw internetprovider als de PPP-server (Point-to-Point protocol) van de internetprovider geen LCP-extensies (Link Control Protocol) ondersteunt. LCP-extensies bevatten een terugbeloptie en pakketten voor resterende tijd en identificatie, zoals gedefinieerd in RFC 1570. Neem contact op met de internetprovider om te bepalen of u LCP-extensies moet uitschakelen.

Voer de volgende stappen uit om LCP-extensies uit te schakelen:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Klik op het tabblad Netwerken op Instellingen en schakel het selectievakje LCP-uitbreidingen inschakelen uit.

IP-headercompressie uitschakelen

Er kunnen problemen bij het aanmelden bij uw internetprovider optreden als u IP-headercompressie gebruikt (ook wel Van Jacobson- of VJ-headercompressie genoemd). Voer de volgende stappen uit om IP-headercompressie uit te schakelen:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Open het tabblad Netwerken, klik op Internet-protocol (TCP/IP) en vervolgens op Eigenschappen.
  4. Klik op Geavanceerd en schakel het selectievakje IP-headercompressie gebruiken uit.
  5. Klik op OK.

Er wordt niet om een gebruikersnaam of wachtwoord gevraagd

Als er geen gebruikersnaam en wachtwoord worden gevraagd wanneer u verbinding maakt met uw internetprovider, voert u de volgende stappen uit:
  1. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Configuratiescherm, Netwerk- en Internet-verbindingen en Netwerkverbindingen.
  2. Klik op de inbelverbinding en klik op Instellingen van deze verbinding wijzigen onder Netwerktaken.
  3. Open het tabblad Algemeen, klik op uw modem in het vak Verbinden via en klik op Configureren.
  4. Schakel op het tabblad Opties het selectievakje Vragen om naam, wachtwoord, certificaat etc. in en klik op OK.

Onderlinge verificatie

Er kunnen problemen optreden bij het aanmelden bij uw internetprovider als de PPP-server van de provider onderlinge verificatie gebruikt. Externe toegang ondersteunt geen onderlinge verificatie. Neem contact op met de internetprovider om te bepalen of de PPP-server van de provider onderlinge verificatie gebruikt. Als u meer informatie wilt over modem- of inbelproblemen, klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
308022 Bronnen voor het oplossen van modemproblemen in Windows XP

Meer informatie

Als u meer informatie wilt over het instellen van een inbelverbinding in Windows XP, klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
305549 Procedure: Een verbinding met het Internet configureren in Windows XP Professional
308522 Beschrijving van de wizard Netwerk instellen in Windows XP
284269 Procedure: Inbelverbindingen opslaan en terugzetten

Eigenschappen

Artikel ID: 314455 - Laatste beoordeling: dinsdag 29 juni 2004 - Wijziging: 1.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows XP Home Edition
  • Microsoft Windows XP Professional Edition
Trefwoorden: 
kberrmsg kbnetwork kbprb kbfaq KB314455

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com