OEM-Plug en Play-stuurprogramma's toevoegen aan Windows XP

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 314479 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Zie 254078 voor een Microsoft Windows 2000-versie van dit artikel.

Belangrijk Dit artikel bevat informatie over het bewerken van het register. Voordat u het register gaat bewerken, moet u er een back-up van maken en moet u weten hoe u het register kunt herstellen als er een probleem optreedt. Als u meer informatie wilt over het maken van een back-up van het register en het herstellen of bewerken van het register, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
256986Beschrijving van het Microsoft Windows-register
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel worden de stappen beschreven die u moet uitvoeren om OEM-stuurprogramma's (Original Equipment Manufacturer) toe te voegen aan Microsoft Windows-installaties. U vindt in dit artikel informatie over stuurprogramma's die meestal worden ge´nstalleerd tijdens de installatie van de GUI-modus (Graphical User Interface) of tijdens de post-installatie bij Plug en Play-inventarisatie. Hierdoor kunt u OEM-Plug en Play-stuurprogramma's vooraf laden om ze naderhand te gebruiken wanneer de gekoppelde hardware in het systeem wordt opgenomen.

In dit artikel wordt beschreven hoe u in de volgende gevallen OEM-Plug en Play-stuurprogramma's kunt toevoegen:
  • Installatie zonder toezicht
  • Sysprep-installatie
  • RIS-installaties (Remote Installation Service)
  • Riprep-installatiekopieŰn
  • Bestaande Windows-installaties
Als u meer informatie wilt over het toevoegen van OEM-apparaten voor massaopslag tijdens het tekstmodus-gedeelte van een installatie, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
314859Beperkte OEM-stuurprogrammaondersteuning beschikbaar met F6 tijdens Windows XP-setup

Meer informatie

Stuurprogramma's die werden ge´nstalleerd tijdens het gedeelte "Apparaten Installeren" van de installatie van de GUI-modus (Graphical User Interface), kunt u op bepaalde locaties terugvinden. Setup installeert nu de apparaten (met Plug en Play-id's) die zijn ge´nventariseerd door Windows Plug en Play. Tijdens de installatie wordt gezocht naar een vooraf gedefinieerd pad op de schijf in INF-bestanden om de beste overeenkomst te vinden voor de Plug en Play-id van het apparaat. Dit pad wordt gedefinieerd op de volgende locatie in het register en is standaard ingesteld op %SystemRoot%\Inf:
HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\DevicePath: REG_EXPAND_SZ:%SystemRoot%\Inf
Setup gebruikt dit pad om INF-bestanden te zoeken voor de installatie van apparaten. Na Setup wordt dit pad ook gebruikt voor nieuw gevonden en ge´nstalleerde hardware. Als deze code tijdens de installatie wordt gewijzigd met behulp van het bestand Sysprep.inf of de standaardsjabloon voor de installatie zonder toezicht, wordt de waarde opgeslagen en ook gebruikt nadat de installatie voltooid is.

In de volgende secties van dit artikel wordt beschreven hoe u OEM-stuurprogramma's kunt toevoegen aan een installatie zonder toezicht of Sysprep-installatie van Windows.

Installatie zonder toezicht

Voer de volgende stappen uit om stuurprogramma's toe te voegen aan een installatie zonder toezicht.

Opmerking Als de OEM-stuurprogramma's niet digitaal zijn ondertekend, wordt een waarschuwingsbericht weergegeven tijdens de installatie. U kunt de volgende vermelding toevoegen aan de sectie [Unattended] van het Setup-antwoordbestand (Unattend.txt) om weergave van dit bericht uit te schakelen:
DriverSigningPolicy = Ignore
				
Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base voor meer informatie over deze instelling:
236029Beleid voor handtekeningverificatie instellen voor installatie zonder toezicht in Windows 2000
  1. Maak een distributiepunt op een netwerkserver door de bestanden vanuit de map I386 op de cd-rom van Microsoft Windows te kopiŰren naar een locatie op de server. Gebruik het hulpprogramma Beheer van Setup (Setupmgr.exe) om een Unattended.txt-bestand te maken. Setupmgr.exe bevindt zich op de cd-rom van Windows in de map Support\Tools in het bestand Deploy.cab. Daar vindt u ook het bestand Setupmgr.chm met informatie over de installatie zonder toezicht van Windows.Als u meer informatie wilt over het maken van een standaardsjabloon, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    308662Procedure: Beheer van Setup gebruiken om een standaardsjabloon te maken in Windows 2000
  2. Maak een map $oem$\$1\Drivers in de map I386 die u naar het distributiepunt hebt gekopieerd. U kunt extra mappen maken in de submap met de naam Drivers, afhankelijk van de hardware die u wilt installeren (bijvoorbeeld netwerkadapter, modem of videostuurprogramma). De $1-map vindt u onder %Systeemstation%. Tijdens het tekstmodus-gedeelte van een installatie worden deze bestanden en mappen gekopieerd naar de mappen %Systeemstation%\Drivers. Bijvoorbeeld:
    \i386
    -\$oem$
    - - \$1
    - - - \Drivers
    - - - - - \NIC
    - - - - - \MODEM
    - - - - - \VIDEO
  3. Kopieer alle OEM-stuurprogrammabestanden van het apparaat naar de map (of mappen) die u in de stap hierboven hebt gemaakt.
  4. Voeg de vermelding OemPnPDriversPath = Driver_Paths toe aan de sectie [Unattended] van het Setup-antwoordbestand. U kunt meerdere paden opnemen in deze code door ze als volgt van elkaar te scheiden met een puntkomma (;):
    [Unattended]
    OemPnPDriversPath = Drivers\NIC;Drivers\Modem;Drivers\Video
    						
    Opmerking De omgevingsvariabele %Systeemstation% wordt automatisch ingevoegd vˇˇr ieder weergegeven zoekpad.
  5. Sla het antwoordbestand op.
Wanneer het systeem tijdens de installatie van de GUI-modus in de INF-bestanden zoekt naar Plug en Play-id's, zoekt het ook in de paden in de OemPnPDriversPath-vermelding en in het standaardpad van %WinDir%\Inf. Het %WinDir%\Inf-pad wordt als eerste weergegeven in de zoekvolgorde. Wanneer u echter een apparaat hebt dat door meer dan ÚÚn INF-bestand wordt ondersteund (Windows bevat mogelijk een stuurprogramma met algemene functionaliteit), blijft Setup zoeken in alle paden in de OemPnPDriversPath-vermelding. Hoewel er meerdere overeenkomsten kunnen worden gevonden, gebruikt Plug en Play het meest overeenkomende INF-bestand en wordt vervolgens het daaraan gekoppelde ondersteunende apparaatstuurprogramma ge´nstalleerd.

Sysprep-installatie

Het toevoegen van OEM-stuurprogramma's aan een Windows Sysprep-installatie is vergelijkbaar met de procedure die wordt beschreven in sectie "Installatie zonder toezicht" van dit artikel, met dit verschil dat u geen distributieshare hoeft te maken. Voer de volgende stappen uit om stuurprogramma's toe te voegen aan de wizard Mini-installaties van Sysprep:
  1. In de hoofdmap van het volume, waar de %WinDir%-map zich bevindt, maakt u een mapstructuur voor de OEM-stuurprogramma's. Bijvoorbeeld:
    \Drivers
    - - \NIC
    - - \VIDEO
    \Sysprep
    \WINNT
  2. Kopieer de OEM-stuurprogramma's naar de juiste submappen.
  3. Voeg de vermelding OemPnPDriversPath = Driver_Paths toe aan de sectie [Unattended] van het Sysprep.INF-bestand. U kunt meerdere paden opnemen in deze code door ze van elkaar te scheiden met een puntkomma (;), zoals wordt weergegeven in de volgende voorbeeldcode:
      
    [Unattended]
    OemPnPDriversPath = Drivers\NIC;Drivers\Video
    					
    Opmerking De omgevingsvariabele %Systeemstation% wordt automatisch ingevoegd vˇˇr ieder weergegeven zoekpad.
Als u niet wilt dat de OEM-stuurprogramma's op het volume aanwezig blijven nadat de mini-installatie is voltooid, kunt u de mapstructuur, die u hebt gemaakt in de stap hierboven, in de Sysprep-map plaatsen. Zorg dat u de OemPnPDriversPath =-code op de juiste wijze aanpast. De Sysprep-map (en alle bijbehorende submappen) wordt automatisch verwijderd nadat de installatie is voltooid.

Sla het Sysprep INF-bestand op in de Sysprep-map en voer Sysprep.exe uit. Alle Plug en Play-apparaten (ook apparaten die zijn gevonden na gebruik van de INF-bestanden van het OEM-stuurprogramma) worden automatisch op de doelcomputers ge´nstalleerd tijdens de mini-installatie. U hoeft de schakeloptie -pnp niet op te geven, tenzij er zich eerdere versies van apparaten (ISA) op de doelcomputers bevinden. Als u de schakeloptie -pnp gebruikt, wordt een volledige inventarisatie van alle Plug en Play-apparaten uitgevoerd. Hierdoor kan de Sysprep mini-installatie 5 tot 10 minuten langer duren.

Opmerking Als er extra controllers voor massaopslag worden opgegeven, is het mogelijk dat de schakeloptie -pnp extra vaste-schijfcontrollers weergeeft in Apparaatbeheer. Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
314460Hulpprogramma voor systeemvoorbereiding en Antwoordbestand
Opmerking Als de OEM-stuurprogramma's niet digitaal zijn ondertekend, stelt de wizard Mini-installatie de installatie van het apparaat uit tot een beheerder zich bij de computer aanmeldt. Dit wordt client- versus serverinstallatie genoemd en doet zich voor tijdens de mini-installatie.

Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
256204Niet-ondertekende stuurprogramma's niet ge´nstalleerd tijdens Sysprep-mini-wizard zonder '-PNP'-schakeloptie

RIS-installaties

Voor het toevoegen van OEM-Plug en Play-stuurprogramma's aan RIS-installaties moeten dezelfde stappen worden uitgevoerd als in de sectie "Installatie zonder toezicht" van dit artikel, met twee kleine aanpassingen:
  1. Plaats de $oem$-map op hetzelfde niveau als de \I386-map van de RIS-afbeelding. Bijvoorbeeld:
       RemoteInstall\Setup\%language\Images\%dir_name%\i386
       RemoteInstall\Setup\%language\Images\%dir_name%\$oem$\$1\Drivers            
                                                            \NIC
                                                            \MODEM
                                                            \VIDEO
    					
  2. Wijzig de standaardsjabloon van de RIS-afbeelding (Ristndrd.sif). In de sectie [Unattended] wijzigt u de waarde OemPreinstall = key van No in Yes en voegt u de OemPnPDriversPath = Driver_Path-vermeldingen toe. U kunt als volgt meerdere paden opnemen in deze code door ze van elkaar te scheiden met een puntkomma (;):
     
    [Unattended]
    OemPreinstall = Yes
    OemPnPDriversPath = Drivers\NIC;Drivers\Modem;Drivers\Video
    					
    Opmerking De omgevingsvariabele %Systeemstation% wordt automatisch ingevoegd vˇˇr ieder weergegeven zoekpad.

    Opmerking Als een van de OEM-stuurprogramma's bestemd is voor een apparaat met een netwerkkaart, moet de RIS-server dit bestand ter beschikking hebben tijdens het opstarten van het tekstmodus-gedeelte van een installatie.

    Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base als u meer informatie over deze procedure wilt:
    315279OEM-netwerkadapters van derden toevoegen aan een RIS-installatie
  3. Stop de BINL-service op de RIS-server en start deze opnieuw op. Hiertoe typt u de volgende opdrachten bij de opdrachtprompt en drukt u na elke opdracht op ENTER:
    net stop "boot information negotiation layer"
    net start "boot information negotiation layer"

Riprep-afbeeldingen

Riprep en Sysprep hebben veel functionaliteiten gemeen. Wanneer u derhalve OEM-Plug en Play-stuurprogramma's toevoegt aan computers waarvan een image wordt gemaakt, moet u ongeveer dezelfde stappen als voor Sysprep uitvoeren. Voer eerst de volgende stappen uit voordat u Riprep uitvoert op de imagecomputer om deze te kopiŰren naar de RIS-server:
  1. Maak een map met de naam Sysprep in de map %Systeemstation% (dit is meestal station C omdat Riprep.exe slechts ÚÚn volume/partitie kan kopiŰren).
  2. In de hoofdmap van hetzelfde volume maakt u een mapstructuur voor de OEM-stuurprogramma's, zoals weergegeven in het volgende voorbeeld:
    \Drivers
    - - \NIC
    - - \VIDEO
    \Sysprep
    \WINNT
  3. Kopieer de OEM-stuurprogramma's naar de juiste submappen.
  4. Maak een Sysprep INF-bestand in de Sysprep-map en voeg de vermeldingen [Unattended] en OemPnPDriversPath = Driver_Path toe. U kunt meerdere paden opnemen in deze code door ze als volgt van elkaar te scheiden met een puntkomma (;):
    [Unattended]
    OemPnPDriversPath = Drivers\NIC;Drivers\Video
    Opmerking De omgevingsvariabele %Systeemstation% wordt automatisch ingevoegd vˇˇr ieder weergegeven zoekpad.

    Opmerking Als het apparaat reeds werd herkend door het besturingssysteem als bekend of onbekend apparaat, moet u het apparaat verwijderen via Apparaatbeheer voordat u Sysprep uitvoert. Zou u dat niet doen, dan worden de bijgewerkte stuurprogramma's niet ge´nstalleerd bij het opstarten van de mini-installatie.

  5. Voer Riprep.exe uit vanuit de \\RisServer\Reminst\Admin\I386-map op de clientcomputer om de image naar de geselecteerde RIS-server te kopiŰren. Riprep zoekt in de Sysprep-map naar een Sysprep.inf-bestand, leest de OemPnPDriversPath=-code en werkt de volgende registervermelding in de computer bij alvorens het register te kopiŰren naar de server zodat het kan worden gebruikt tijdens de mini-installatie:
    HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\Devicepath
    Opmerking Het standaard Riprep.sif-bestand dat tijdens deze procedure werd gemaakt, wordt niet be´nvloed door de vermelding in het Sysprep.inf-bestand dat werd gemaakt tijdens de voorgaande stappen.
  6. Stop de BINL-service op de RIS-server en start deze opnieuw op. Hiertoe typt u de volgende opdrachten bij de opdrachtprompt en drukt u na elke opdracht op ENTER:
    net stop "boot information negotiation layer"
    net start "boot information negotiation layer"
    Opmerking Als een van de OEM-stuurprogramma's bestemd is voor de primaire netwerkkaart, moet de RIS-server ook over dit bestand beschikken in een standaard platte RIS-installatiekopie voordat de Riprep-image wordt gedownload. Als dat het geval is, moet u bovendien de procedure volgen die wordt beschreven in de sectie "RIS-installaties" van dit artikel, of voert u de procedure uit die wordt beschreven in het volgende artikel in de Microsoft Knowledge Base:

    315279OEM-netwerkadapters van derden toevoegen aan een RIS-installatie
    Als de image al is gemaakt en u wilt OEM-Plug en Play-stuurprogramma's toevoegen, gebruikt u RIS om de image naar een computer te downloaden, volgt u de stappen uit de sectie "Riprep-afbeeldingen" van dit artikel en installeert u de image opnieuw op de RIS-server.

    Opmerking Als u deze methode gebruikt, moeten de stuurprogrammapaden twee keer worden ingevoerd in de volgende registersleutel:
    SOFTWARE\Microsoft\Windows\CurrentVersion\DevicePath
    Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    258862Riprep.exe voegt gedupliceerde paden toe aan het register

Bestaande Windows-installaties

Waarschuwing Onjuist gebruik van de Register-editor kan ernstige problemen veroorzaken die ertoe kunnen leiden dat u het besturingssysteem opnieuw moet installeren. Microsoft kan niet garanderen dat problemen die voortvloeien uit een verkeerd gebruik van de Register-editor, kunnen worden opgelost. Het gebruik van de Register-editor is dan ook voor uw eigen risico.
Het is mogelijk dat er nieuwe hardware-apparaten moeten worden toegevoegd aan bestaande Windows-computers die OEM-stuurprogramma's vereisen. Hoewel het nieuwe apparaat misschien moet worden ge´nstalleerd, wilt u wellicht de OEM-stuurprogramma's op gecontroleerde wijze distribueren of deze centraal op ÚÚn server onderbrengen. Ga hiervoor als volgt te werk:
  1. Bepaal of u de stuurprogramma's lokaal wilt kopiŰren of ze wilt opslaan op een centrale distributieserver. Als u de stuurprogramma's lokaal wilt opslaan op de vaste schijf van de computer, moet u beschikken over een methode om stuurprogramma's naar de computer te kopiŰren (bijvoorbeeld met behulp van aanmeldingsscripts, Microsoft Systems Management Server-batchtaken of een andere methode).
  2. Nadat u de distributiemethode hebt bepaald, haalt u het pad voor de apparaatstuurprogramma's op. Als u ze lokaal wilt kopiŰren, is het pad mogelijk C:\Drivers\Nic. Als u ze op een centrale server wilt kopiŰren, is het pad mogelijk \\Servernaam\Drivers\Nic (waarbij Drivers een gedeelde map is).
  3. Werk de
    DevicePath
    -code bij in het register van de lokale computer om de nieuwe OEM-stuurprogrammalocaties aan te geven. U moet beschikken over een automatische methode om de registersleutel extern te kunnen bijwerken. U kunt Regedit-bestanden gebruiken samen met aanmeldingsscripts of een SMS-batchtaak. U vindt de standaardwaarde terug in de volgende registersleutel:
    HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Windows\CurrentVersion\DevicePath: REG_EXPAND_SZ:%SystemRoot%\Inf
  4. Maak gebruik van Regedit.exe om de
    DevicePath
    -code zodanig te bewerken dat het pad voor de stuurprogramma's deel uitmaakt van het zoekpad.

    Als de stuurprogramma's bijvoorbeeld lokaal worden gekopieerd naar de hoofdmap van het stuurprogramma waarop zich de map %WinDir% bevindt (Drivers\Nic), moet de laatste waarde van het Apparaatpad er als volgt uitzien:
    DevicePath: REG_EXPAND_SZ:%SystemRoot%\Inf;%SystemRoot%\Drivers\Nic
    Als de stuurprogramma's zich bevinden op een lokale server of een lokaal distributiepunt, voegt u het UNC-pad toe aan de OEM-stuurprogramma's. Bijvoorbeeld:
    DevicePath: REG_EXPAND_SZ:%SystemRoot%\Inf;\\Servernaam\Sharenaam\Drivers\Nic
    Opmerking %SystemRoot% wordt in het voorgaande geval niet automatisch toegevoegd omdat de installatieprocedure de waarden niet toevoegt. U moet de waarde van %SystemRoot% typen wanneer u het register bewerkt.
Wanneer u deze stappen hebt uitgevoerd en de nieuwe hardware is ge´nstalleerd, en er meldt zich een nieuwe gebruiker aan, vindt Plug en Play de nieuwe hardware en worden de door u opgegeven apparaatpaden doorzocht om de OEM-stuurprogramma's te vinden. Alle regels die van toepassing zijn op de ondertekende en niet-ondertekende stuurprogramma's, zijn ook van toepassing op apparaten die worden ge´nstalleerd na de Setup. Als de OEM-stuurprogramma's van het nieuwe apparaat niet digitaal zijn ondertekend en een niet-beheerder meldt zich aan bij de computer nadat de nieuwe hardware werd ge´nstalleerd, kan deze gebruiker de installatie van het apparaat pas voltooien nadat een beheerder zich bij de computer heeft aangemeld.

Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
219435Niet-beheerdersbevoegdheden om apparaatstuurprogramma's te laden en te verwijderen
Opmerking Als het besturingsprogramma het apparaat reeds heeft herkend als een bekend of onbekend apparaat, kunt u gebruikmaken van de schakeloptie UpdateInstalledDrivers in Sysprep.inf om aan te geven dat Plug en Play wordt aangeroepen na de mini-installatie om alle ge´nstalleerde stuurprogramma's te inventariseren en alle bijgewerkte stuurprogramma's te installeren op het stuurprogrammapad. Raadpleeg 'Microsoft Windows Corporate Deployment Tools User's Guide' (Deploy.chm) op de cd van Windows XP voor meer informatie over de schakeloptie UpdateInstalledDrivers.

Eigenschappen

Artikel ID: 314479 - Laatste beoordeling: donderdag 10 augustus 2006 - Wijziging: 2.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows XP Home Edition
  • Microsoft Windows XP Professional Edition
Trefwoorden:á
kbenv kbinfo kbsetup KB314479

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com