DNS-caching op de client uitschakelen in Windows XP en Windows Server 2003

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 318803 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Zie 245437 voor een Microsoft Windows 2000-versie van dit artikel.
Waarschuwing Onjuist gebruik van de Register-editor kan ernstige problemen veroorzaken die ertoe kunnen leiden dat u het besturingssysteem opnieuw moet installeren. Microsoft kan niet garanderen dat problemen die voortvloeien uit een verkeerd gebruik van de Register-editor, kunnen worden opgelost. Het gebruik van de Register-editor is dan ook voor uw eigen risico.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

Windows bevat een DNS-cache (Domain Name System) voor de client. Mogelijk wordt door de DNS-cachefunctie van de client onterecht de indruk gewekt dat er geen DNS-round robin plaatsvindt van de DNS-server naar de Windows-clientcomputer. Wanneer u de opdracht Ping gebruikt om te zoeken naar de domeinnaam met dezelfde A-record, gebruikt de client mogelijk hetzelfde IP-adres. Dit gedrag wijkt af van het gedrag van Microsoft-besturingssystemen die ouder zijn dan Windows 2000. Deze besturingssystemen beschikken niet over de DNS-cachefunctie voor de client. In dit artikel wordt beschreven hoe u de DNS-cachefunctie uitschakelt.

Opmerking Dit artikel heeft betrekking op het clientgedeelte van DNS. Gebruik deze informatie niet om wijzigingen aan te brengen op DNS-servers.

Meer informatie

U kunt de DNS-cachefunctie uitschakelen door een van de volgende opdrachten uit te voeren:
  • net stop dnscache

    -of-
  • sc servernaam stop dnscache
Als u de DNS-cache permanent wilt uitschakelen in Windows, gebruikt u de servicecontroller of het onderdeel Services om het opstarttype voor de DNS-clientservice in te stellen op Uitgeschakeld. De Windows DNS-clientservice wordt mogelijk weergegeven met de aanduiding 'Dnscache'.

Opmerking De prestaties van de clientcomputer nemen af en het netwerkverkeer voor DNS-query's neemt toe wanneer de cache van de DNS-naamomzetting wordt uitgeschakeld.

De DNS-clientservice optimaliseert de prestaties van DNS-naamomzetting door eerder omgezette namen in het geheugen op te slaan. Als de DNS-clientservice wordt uitgeschakeld, kunnen DNS-namen door de computer worden omgezet met behulp van de DNS-servers in het netwerk.

Wanneer de Windows-resolver een positieve of negatieve reactie op een query ontvangt, wordt deze reactie aan de cache toegevoegd en wordt vervolgens een DNS-bronrecord gemaakt. De resolver controleert de cache altijd voordat een query naar een DNS-server wordt verzonden. Als zich een DNS-bronrecord in de cache bevindt, wordt de record uit de cache door de resolver gebruikt en wordt er geen query naar een server gestuurd. Dit betekent dat query's worden getransporteerd, waardoor het netwerkverkeer voor DNS-query's afneemt.

U kunt het hulpprogramma Ipconfig gebruiken om de cache van de DNS-naamomzetting weer te geven en leeg te maken. Als u de cache van de DNS-naamomzetting wilt weergeven, typt u ipconfig /displaydns bij de opdrachtprompt. Met Ipconfig wordt de inhoud van de cache van de DNS-naamomzetting weergegeven, inclusief de DNS-bronrecords die vooraf vanuit het bestand Hosts zijn geladen en eventueel recentelijk opgevraagde namen die door het systeem zijn omgezet. Na verloop van bepaalde tijd wordt de record door de resolver uit de cache verwijderd. Deze periode is gedefinieerd in de TTL (Time to Live) van de DNS-bronrecord. U kunt de cache ook handmatig leegmaken. Wanneer de cache is leeggemaakt, moet de computer weer query's naar de DNS-servers verzenden om te controleren of er DNS-bronrecords zijn die door de computer zijn omgezet. Als u de gegevens uit de cache van de DNS-naamomzetting wilt verwijderen, typt u ipconfig /flushdns bij de opdrachtprompt.

De cachetijd definiëren in het register

Belangrijk Dit artikel bevat informatie over het bewerken van het register. Voordat u het register gaat bewerken, moet u er een back-up van maken en moet u weten hoe u het register kunt herstellen als er een probleem optreedt. Als u meer informatie wilt over het maken van een back-up van het register en het herstellen of bewerken van het register, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
256986Beschrijving van het Microsoft Windows-register
Hoelang een positieve of negatieve reactie in de cache blijft opgeslagen, is afhankelijk van de waarden in de volgende registersleutel:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\DNSCache\Parameters
De TTL voor positieve reacties is lager dan de volgende waarden:
  • Het aantal seconden in het queryantwoord dat door de resolver is ontvangen.
  • De waarde van de registerinstelling
    MaxCacheTtl
    .

Opmerkingen
  • De standaard-TTL voor positieve reacties is 86.400 seconden (1 dag).
  • De TTL voor negatieve reacties is het aantal seconden dat is opgegeven in de registerinstelling
    MaxNegativeCacheTtl
    .
  • De standaard-TTL voor negatieve reacties is 900 seconden (15 minuten).
Als u niet wilt dat negatieve reacties in de cache worden opgeslagen, stelt u de registerinstelling
MaxNegativeCacheTtl
in op 0.

Ga als volgt te werk om de cachetijd op een clientcomputer in te stellen:
  1. Start Register-editor (Regedit.exe).
  2. Selecteer de volgende registersleutel:
    HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\Dnscache\Parameters
  3. Wijs in het menu Bewerken de optie Nieuw aan, klik op DWORD-waarde en voeg de volgende registerwaarden toe:
    Naam:
    MaxCacheTtl

    Type: REG_DWORD
    Standaardwaarde: 86400 seconden
    Gegevens: Als u de maximale TTL-waarde in de DNS-cache van de client verlaagt tot 1 seconde, lijkt de DNS-cache op de client te zijn uitgeschakeld.

    Naam:
    MaxNegativeCacheTtl

    Type: REG_DWORD
    Standaardinstelling: 900 seconden
    Gegevens: Stel de waarde in op 0 als u niet wilt dat negatieve reacties in de cache worden opgeslagen.
  4. Typ de waarde die u wilt gebruiken en klik op OK.
  5. Sluit de Register-editor af.

Subnetprioriteit

De DNS-resolver van Windows XP maakt ook gebruik van subnetprioriteit. Als de resolver meerdere IP-adrestoewijzingen (A-bronrecords) van een DNS-server ontvangt en sommige van die records IP-adressen bevatten uit netwerken waarop de computer rechtstreeks is aangesloten, worden die bronrecords door de resolver als eerste geplaatst. Hierdoor wordt het netwerkverkeer via subnetten verminderd, omdat computers worden gedwongen verbinding te maken met netwerkbronnen die zich dichterbij bevinden.

Hoewel het netwerkverkeer via subnetten door de werking van subnetprioriteit afneemt, kan het zijn dat u in bepaalde gevallen wilt dat de functie Round robin functioneert zoals beschreven in RFC 1794. Als dat het geval is, kunt u de functie voor subnetprioriteit op de clients uitschakelen door de registervermelding
PrioritizeRecordData
met de waarde 0 (gegevenstype REG_DWORD) toe te voegen aan de volgende registersleutel:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\DnsCache\Parameters
Voor meer informatie klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
297510TTL (Time To Live) wijzigen in DNS-records
286834De DNS Client-service keert niet terug naar gebruik van de eerste server
Zie voor meer informatie het artikel over Windows 2000 DNS. Ga hiertoe naar een van de volgende Microsoft-websites: Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk 'DNS Caching, Network Prioritization, and Security' in de documentatie bij de Microsoft Windows XP Professional Resource Kit.

Eigenschappen

Artikel ID: 318803 - Laatste beoordeling: dinsdag 12 juni 2007 - Wijziging: 2.2
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows Server 2003, Standard Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows XP Professional
Trefwoorden: 
kbhowto kbinfo kbnetwork KB318803

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com