Procedure: Computeraccounts beheren in Active Directory onder Windows 2000

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 320187 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

Een computeraccount is een account die wordt gemaakt door een domeinbeheerder. De computeraccount vormt de unieke code van de computer in het domein. De Windows-computeraccount komt overeen met de naam van de computer die wordt toegevoegd aan het domein. In dit artikel wordt beschreven hoe u computeraccounts in Active Directory beheert.

Computeraccounts beheren

Een computeraccount toevoegen

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, moet u lid zijn van de groep Accountoperators, Domeinadministrators of Ondernemingsadministrators in Active Directory of moet aan u de juiste machtiging zijn overgedragen. U wordt uit veiligheidsoverwegingen aangeraden de opdracht Uitvoeren als te gebruiken om deze procedure uit te voeren.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de container waaraan u de computer wilt toevoegen.
  3. Klik met de rechtermuisknop op Computers of op de container waaraan u de computer wilt toevoegen, wijs Nieuw aan en klik op Computer.
  4. Typ de naam van de computer. BELANGRIJK: volgens de instellingen van het standaarddomeinbeleid kunnen alleen leden van de groep Domeinbeheerders een computeraccount aan een domein toevoegen. Klik op Wijzigen om een andere gebruiker of groep op te geven die deze computer aan het domein kan toevoegen.

    OPMERKINGEN
    • Als u de volledige computernaam van een computer en het domein waartoe de computer behoort, wilt weergeven of wijzigen, klikt u met de rechtermuisknop op Deze computer op het bureaublad, klikt u op Eigenschappen en klikt u vervolgens op het tabblad Netwerkidentificatie.
    • Er zijn twee andere methoden om een gebruiker of groep toestemming te geven een computer aan het domein toe te voegen: gebruik een groepsbeleidobject om de gebruiker of groep het recht te verlenen een computergebruiker toe te voegen of verleen de gebruiker of groep toestemming computerobjecten te maken binnen de organisatie-eenheid.
    • Als op de computer die gebruikmaakt van de account die u maakt, een eerdere versie van Windows dan Windows 2000 wordt uitgevoerd, schakelt u het selectievakje Deze computeraccount als pre-Windows 2000-computer toewijzen in.
    • Als u het selectievakje Deze computeraccount als pre-Windows 2000-computer toewijzen inschakelt, wijst u een wachtwoord toe dat is gebaseerd op de nieuwe computernaam. Als u dit selectievakje niet inschakelt, krijgt u een willekeurig wachtwoord toegewezen.
    • Als u de computer met de nieuwe account die u zojuist hebt gemaakt, wilt gebruiken als een back-upcomputer voor een domeincontroller, schakelt u het selectievakje Deze computeraccount toewijzen als een reservedomeincontroller in.
Als u een computeraccount wilt toevoegen via de opdrachtregel, typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt en drukt u op ENTER
dsadd computer ComputerDN
waarbij ComputerDN staat voor de DN-naam (Distinguished Name) van de computer die u wilt toevoegen. De DN-naam geeft de maplocatie aan. Als u de volledige syntaxis voor deze opdracht wilt weergeven, typt u dsadd computer /? bij de opdrachtprompt.

Opmerking Gebruik de computeropdracht dsmod als u de eigenschappen van een computeraccount wilt wijzigen.

Een computeraccount aan een groep toevoegen

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, moet u lid zijn van de groep Accountoperators, Domeinadministrators of Ondernemingsadministrators in Active Directory of moet aan u de juiste machtiging zijn overgedragen. U wordt uit veiligheidsoverwegingen aangeraden de opdracht Uitvoeren als te gebruiken om deze procedure uit te voeren.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Eigenschappen.
  4. Klik op Toevoegen op het tabblad Lid van.
  5. Klik op de groep waaraan u de computer wilt toevoegen en klik op Toevoegen.
    »Als u meer dan één groep wilt toevoegen, drukt u op CTRL en klikt u op de groepen waaraan u de computer wilt toevoegen. Klik vervolgens op Toevoegen.

    OPMERKINGEN«
    • Als u een computer aan een groep toevoegt, kunt u machtigingen verlenen aan alle computeraccounts in die groep en kunt u groepsbeleidsinstellingen voor alle accounts in die groep filteren.
    • Als u een computer aan een groep wilt toevoegen, kunt u de computer ook naar een specifieke groep slepen.
Als u een computeraccount aan een groep wilt toevoegen via de opdrachtregel, typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt en drukt u op ENTER
dsmod group GroupDN -addmbr ComputerDN
waarbij ComputerDN staat voor de DN-naam (Distinguished Name) van de computer die u wilt toevoegen (de DN-naam geeft de maplocatie aan) en GroupDN staat voor de DN-namen van het groepsobject waaraan u het computerobject wilt toevoegen. Als u de volledige syntaxis voor deze opdracht wilt weergeven, typt u dsmod group /? bij de opdrachtprompt.

Een computeraccount verwijderen

  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Verwijderen.

Een computeraccount zoeken

  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Als u het volledige domein wilt doorzoeken, klikt u met de rechtermuisknop op het domeinknooppunt in de consolestructuur en klikt u op Zoeken.
    Als u weet in welke organisatie-eenheid zich de computer bevindt, klikt u met de rechtermuisknop op de organisatie-eenheid in de consolestructuur en klikt u op Zoeken.
  3. Klik in het venster Zoeken op Computers.
  4. Typ in het vak Naam de naam van de computer die u zoekt.
  5. Klik op Domeincontroller in Rol als u alleen naar domeincontrollers wilt zoeken.
    Klik op Werkstations en servers in Rol als u alleen naar werkstations en servers (en niet naar domeincontrollers) wilt zoeken.
  6. Klik op Nu zoeken.Opmerking Open het tabblad Geavanceerd als u gebruik wilt maken van geavanceerdere zoekopties.

Een externe computer beheren

Opmerking Om deze taak te kunnen uitvoeren, hebt u geen beheerdersreferenties nodig. U wordt daarom uit veiligheidsoverwegingen aangeraden deze taak uit te voeren als een gebruiker zonder beheerdersreferenties.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Beheren.

    Computerbeheer wordt gestart. Vanuit Computerbeheer kunt u externe computers beheren. U moet over beheerdersreferenties op de lokale computer beschikken om bepaalde gegevens te kunnen weergeven of om computereigenschappen te wijzigen via Computerbeheer.

Eigenschappen van computeraccounts wijzigen

  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Eigenschappen.

Een computeraccount verplaatsen

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, moet u lid zijn van de groep Accountoperators, Domeinadministrators of Ondernemingsadministrators in Active Directory of moet aan u de juiste machtiging zijn overgedragen. U wordt uit veiligheidsoverwegingen aangeraden de opdracht Uitvoeren als te gebruiken om deze procedure uit te voeren.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Verplaatsen.
  4. Klik in het dialoogvenster Verplaatsen op het domeinknooppunt.
  5. Klik op de map waarin u de computer wilt plaatsen en klik op OK.OPMERKINGEN:
    • Leden van de groep Accountoperators kunnen computeraccounts naar organisatie-eenheden verplaatsen, maar niet naar standaardcontainers, zoals Ingebouwd of Computers. Accountoperators kunnen computeraccounts echter niet naar de organisatie-eenheid Domeincontrollers verplaatsen, maar wel computeraccounts vanuit de organisatie-eenheid Domeincontrollers verplaatsen.
    • Met de module Active Directory: gebruikers en computers kunnen geen computeraccounts van het ene naar het andere domein worden verplaatst. Als u een computeraccount van het ene naar het andere domein wilt verplaatsen, moet u Movetree gebruiken, een van de hulpprogramma's van Active Directory.

Een computeraccount opnieuw instellen

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, moet u lid zijn van de groep Accountoperators, Domeinadministrators of Ondernemingsadministrators in Active Directory of moet aan u de juiste machtiging zijn overgedragen. U wordt uit veiligheidsoverwegingen aangeraden de opdracht Uitvoeren als te gebruiken om deze procedure uit te voeren.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Account opnieuw instellen.Opmerking: als u een computeraccount opnieuw instelt, wordt de verbinding van die computer met het domein verbroken en moet de computer opnieuw aan het domein worden toegevoegd.
Als u een computeraccount opnieuw wilt instellen via de opdrachtregel, typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt en drukt u op ENTER
dsmod computer ComputerDN -reset
waarbij ComputerDN staat voor de DN-namen (Distinguished Names) van een of meer computerobjecten die u opnieuw wilt instellen. Als u de volledige syntaxis voor deze opdracht wilt weergeven, typt u dsmod computer /? bij de opdrachtprompt.

Een computeraccount uitschakelen

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, moet u lid zijn van de groep Accountoperators, Domeinadministrators of Ondernemingsadministrators in Active Directory of moet aan u de juiste machtiging zijn overgedragen. U wordt uit veiligheidsoverwegingen aangeraden de opdracht Uitvoeren als te gebruiken om deze procedure uit te voeren.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Account uitschakelen.Opmerking: als u een computeraccount uitschakelt, wordt de verbinding van die computer met het domein verbroken en kan de computer niet worden geverifieerd door het domain.
Als u een computeraccount wilt uitschakelen via de opdrachtregel, typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt en drukt u op ENTER
dsmod computer ComputerDN -disabled yes
waarbij ComputerDN staat voor de DN-naam (Distinguished Names) van het computerobject dat u wilt uitschakelen. Als u de volledige syntaxis voor deze opdracht wilt weergeven, typt u dsmod computer /? bij de opdrachtprompt.

Een computeraccount inschakelen

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, moet u lid zijn van de groep Accountoperators, Domeinadministrators of Ondernemingsadministrators in Active Directory of moet aan u de juiste machtiging zijn overgedragen. U wordt uit veiligheidsoverwegingen aangeraden de opdracht Uitvoeren als te gebruiken om deze procedure uit te voeren.
  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur onder het domeinknooppunt op Computers of klik op de map waarin de computer zich bevindt.
  3. Klik in het rechterdeelvenster met de rechtermuisknop op de computer en klik op Account inschakelen.
Als u een computeraccount wilt inschakelen via de opdrachtregel, typt u de volgende opdracht bij de opdrachtprompt en drukt u op ENTER
dsmod computer ComputerDN -disabled no
waarbij ComputerDN staat voor de DN-naam (Distinguished Names) van het computerobject dat u wilt uitschakelen. Als u de volledige syntaxis voor deze opdracht wilt weergeven, typt u dsmod computer /? bij de opdrachtprompt.

Een computer toestaan een andere DNS-naam te gebruiken

  1. Klik op Start, wijs Programma's aan, wijs Systeembeheer aan en klik op Active Directory: gebruikers en computers.
  2. Klik in de consolestructuur met de rechtermuisknop op Active Directory: gebruikers en computers en klik op Verbinden met domein.
  3. Typ in Domein de domeinnaam of klik op Bladeren om het domein te zoeken waarin u computers wilt toestaan andere DNS-namen te gebruiken en klik op OK.
  4. Klik met de rechtermuisknop op Active Directory: gebruikers en computers, wijs Beeld aan en klik op Geavanceerd.
  5. Klik met de rechtermuisknop op de naam van het domein en klik op Eigenschappen.
  6. Open het tabblad Beveiliging, klik op Toevoegen, klik op de groep Zelf, klik op Toevoegen en klik op OK.
  7. Klik op Geavanceerd, klik op Zelf en klik op Weergeven/Bewerken.
  8. Open het tabblad Eigenschappen en klik op Computerobjecten in Toepassen op.
  9. Klik onder Machtigingen op DNSHostName schrijven en schakel het selectievakje Toestaan in.Waarschuwing: als u de standaardbeveiliging op deze manier wijzigt, bestaat de mogelijkheid dat een computer die aan het geselecteerde domein is toegevoegd, wordt bediend door een kwaadwillende gebruiker en dat die computer een andere naam gebruikt via het SPN-kenmerk (Service Principal Name).

    Opmerking Via deze procedure kunnen er aan computers ook DNS-hostnamen worden toegewezen die langer zijn dan 15 bytes.

Eigenschappen

Artikel ID: 320187 - Laatste beoordeling: maandag 29 maart 2004 - Wijziging: 2.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Professional Edition
Trefwoorden: 
kbhowtomaster KB320187

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com