Open SMTP-relay blokkeren en de Exchange Server SMTP-wachtrijen in Windows Small Business Server opschonen

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 324958 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In een SBS-omgeving (Small Business Server) moet worden voorkomen dat de Microsoft Exchange-server als open SMTP-serverkanaal wordt gebruikt voor het doorsturen van ongevraagde commerciële e-mailberichten (spam). Ook moet de spam uit de SMTP-wachtrijen van de Exchange-server worden verwijderd. Als de Exchange-server als open SMTP-relay wordt gebruikt, kunnen zich een of meer van de volgende problemen voordoen:
  • De Exchange-server kan bij een toenemend aantal e-maildomeinen geen uitgaande SMTP-mail meer bezorgen.
  • Navigeren op internet vanaf de server en LAN-clients verloopt traag.
  • De vrije schijfruimte in de databases of transactielogboekbestanden van het Exchange-informatiearchief op de Exchange-server neemt sneller af dan verwacht.
  • De databases in het Microsoft Exchange-informatiearchief worden spontaan ontkoppeld. Mogelijk kunt u de databases handmatig koppelen met Exchange System Manager, maar na korte tijd kunnen ze weer onverwacht worden ontkoppeld. Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base voor meer informatie:
    321825Databases worden ontkoppeld wegens onvoldoende schijfruimte

Vaststellen of de Exchange-server een open SMTP-relay is

Opmerking Alle Exchange-clients (Microsoft Outlook of andere clients) moeten bij de Exchange-server worden afgemeld voordat u de stappen in deze sectie uitvoert. Voer deze stappen uit vanaf een externe client.

Met deze stappen brengt u vanaf een computer die zich niet in het lokale SBS-netwerk bevindt, een Telnet-sessie tot stand met het openbare IP-adres van de SBS-computer. Als u fysiek voor de SBS-computer zit, kunt u een Terminal Services-client gebruiken om verbinding te maken met een computer die zich niet in het lokale netwerk bevindt en vervolgens met het hulpprogramma Telnet vanaf dat externe station verbinding maken met het juiste IP-adres.

Opmerking Er is een webcast beschikbaar met de procedure voor het herkennen van een open SMTP-relay. Klik op de volgende koppeling om de webcast weer te geven:
http://support.microsoft.com/servicedesks/ShowMeHow/101904_1.asx
Voer op de externe client de volgende stappen uit:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ telnet en klik op OK.
  2. Typ set local_echo achter de opdrachtprompt van Telnet en druk op ENTER.
  3. Typ open sbs-IP-adres 25 achter de opdrachtprompt van Telnet en druk op ENTER (waarbij sbs-IP-adres het externe openbare IP-adres van de SBS-computer is).

    De uitvoer ziet er ongeveer als volgt uit:
    220 server.smallbusiness.local Microsoft ESMTP MAIL Service, Version: 5.0.2195.4905 ready at "datum" -0500
    Opmerking De verwijzing naar 'Versie' kan verschillen, al naar gelang de versie van Small Business Server.
  4. Typ ehlo willekeurigdomein.com en druk op ENTER (waarbij willekeurigdomein niet het e-maildomein van de SBS-computer is. Zorg dat op de laatste regel het volgende staat:
    250 OK
  5. Typ mail from:uwemail@willekeurigdomein.com en druk op ENTER (waarbij uwemail@willekeurigdomein een SMTP-adres is dat zich niet op de SBS-computer bevindt). Het volgende moet het resultaat zijn:
    250 2.1.0 uwemail@domein.com....Sender OK
  6. Typ rcpt to:gebruiker@spam.com en druk op ENTER (waarbij gebruiker@spam niet uw e-maildomein is). Een van de volgende twee resultaten moet worden geretourneerd:
    550 5.7.1 Unable to relay for gebruiker@spam.com

    -of-

    250 2.1.5 gebruiker@spam.com
  7. Als '550 5.7.1 Unable to relay for gebruiker@spam.com' het resultaat is, is de Exchange-server geen open SMTP-relay. Als u de Exchange-server eerder hebt geconfigureerd om open SMTP-relay te blokkeren en u wilt de Exchange-server opschonen, raadpleegt u het onderdeel De SMTP-wachtrijen van de Exchange-server opschonen in dit artikel.
  8. Als '250 2.1.5 gebruiker@spam.com' het resultaat is, is de Exchange-server een open SMTP-relay. Raadpleeg de sectie De Exchange-server configureren voor het blokkeren van open SMTP-relay in dit artikel.


Vaststellen of een geverifieerde gebruiker de relay uitvoert

In deze sectie wordt het vastleggen in de Windows-logboeken ingeschakeld, zodat verificatiepogingen ten opzichte van de SMTP-service (geslaagd of mislukt) worden vastgelegd in het toepassingslogboek.
  1. Start Exchange Administrator.
  2. Dubbelklik op Servers.
  3. Klik onder Servers met de rechtermuisknop op Servernaam en klik op Eigenschappen.
  4. Open het tabblad Diagnostische registratie.
  5. Klik op MSExchangeTransport aan de linkerzijde.
  6. Klik op SMTP-protocol aan de rechterzijde.
  7. Klik op Maximum onder Niveau van logboekregistratie.
  8. Klik op OK om het venster Eigenschappen voor server te sluiten.
Als een externe gebruiker verificatie ten opzichte van de SBS-computer uitvoert als onderdeel van een bewerking voor relay van SMTP-e-mail, ziet u een logboekregistratie zoals de volgende:

Type: Informatie
Bron: MSExchangeTransport
Categorie: SMTP-protocol
Gebeurtenis-id: 1708
Datum: 8/13/2003
Tijd: AM
Gebruiker: n.v.t.
Computer: SERVER
Beschrijving: SMTP Verificatie succesvol uitgevoerd met client naam_externe_computer. De verificatiemethode was LOGIN en de gebruikersnaam was bedrijf\gebruikersnaam.

Als de relay lijkt te komen van een gekraakt accountwachtwoord, gaat u in dit geval naar de module Active Directory: gebruikers en computers en verwijdert u de account, schakelt u de account uit of wijzigt u het wachtwoord voor de account.

Microsoft raadt u aan een krachtig wachtwoordbeleid te implementeren. Bezoek de volgende Microsoft-website voor meer informatie:
http://www.microsoft.com/netherlands/thuisgebruikers/beveiliging/privacy/password.mspx


Als een externe gebruiker verificatie ten opzichte van de SBS-computer uitvoert als onderdeel van een bewerking voor relay van SMTP-e-mail via de gastaccount, ziet u een logboekregistratie zoals de volgende:

Type: Informatie
Bron: MSExchangeTransport
Categorie: SMTP-protocol
Gebeurtenis-id: 1708
Datum: 8/13/2003
Tijd: AM
Gebruiker: n.v.t.
Computer: SERVER
Beschrijving: SMTP Verificatie succesvol uitgevoerd met client naam_externe_computer. De verificatiemethode was LOGIN en de gebruikersnaam was BEDRIJF\gast.

In dit geval gebruikt de externe gebruiker de gastaccount. Gebruik de module Active Directory: gebruikers en computers om de gastaccount uit te schakelen. Opmerking Het is niet voldoende om het wachtwoord voor de gastaccount te wijzigen. U moet de gastaccount uitschakelen.



De Exchange-server configureren voor het blokkeren van open SMTP-relay

Opmerking Er is een webcast beschikbaar met de procedure voor het configureren van een Exchange-server om open SMTP-relay te blokkeren. Klik op de volgende koppeling om de webcast weer te geven:
http://support.microsoft.com/servicedesks/ShowMeHow/101904_2.asx
Er zijn twee Exchange-servercomponenten waarin u SMTP-relay kunt in- en uitschakelen:
  • De standaard virtuele SMTP-server
  • De SMTP-connector

Als de server bovendien is uitgerust met ISA (Microsoft Internet Security and Acceleration) Server 2000, kan de server in de volgende gevallen een open relay zijn:
  • ISA Server is geconfigureerd met een serverpublicatieregel voor het SMTP-protocol.
  • 127.0.0.1 bevindt zich in de lijst met IP-adressen die een relay mogen uitvoeren in de eigenschappen van de standaard virtuele SMTP-server.


Ga als volgt te werk om de eigenschappen van de standaard virtuele SMTP-server te controleren:
  1. Klik op Start, klik op Alle programma's, klik op Microsoft Exchange en klik op System Manager.
  2. Vouw achtereenvolgens Servers, Servernaam, Protocols en SMTP uit.

    Als de server een upgrade van Small Business Server 4.x is, vouwt u achtereenvolgens Administrative Groups, Servernaam, Servers, Servernaam, Protocols en SMTP uit.
  3. Klik met de rechtermuisknop op Virtuele standaardserver voor SMTP en klik op Eigenschappen.
  4. Open het tabblad Toegang.
  5. Klik op de knop Doorsturen onder aan het tabblad.
  6. Met de standaardinstellingen wordt open relay geblokkeerd. De standaardinstellingen zijn:
    • Selecteer Alleen de onderstaande computers.
    • In het dialoogvenster Computers wordt toegang verleend aan het interne IP-adres van de Small Business Server-computer en het externe IP-adres (als de server over meer dan één netwerkkaart beschikt).
    • Zorg dat Computers die kunnen verifiëren, toestaan om berichten door te sturen ongeacht de bovenstaande lijst is ingeschakeld.
  7. Configureer de Virtuele standaardserver voor SMTP voor relay zoals aangegeven, waardoor de standaardwaarden worden hersteld.
Ga als volgt te werk om de eigenschappen van de SmallBusiness SMTP-connector te controleren:
  1. Vouw in Exchange System Manager Connectors uit en zoek de SMTP-connector van SmallBusiness.

    Als de server een upgrade is van Small Business Server 4.x, vouwt u achtereenvolgens Administrative Groups, Servernaam en Connectors. uit.

    Opmerking De SmallBusiness SMTP-connector wordt gemaakt wanneer u de wizard Internetverbinding van Small Business Server 2000 uitvoert. Als u handmatig een SMTP-connector hebt gemaakt, wordt deze mogelijk niet aangeduid als SmallBusiness SMTP-connector. Een SMTP-connector is geen vereiste voor externe berichtenstroom. Het ontbreken van een connector hoeft dan ook geen problemen op te leveren.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de SmallBusiness SMTP-connector (of op de connector die u handmatig hebt gemaakt) en klik op Properties.
  3. Open het tabblad Address Space.
  4. Met de standaardinstellingen (die gelden wanneer deze connector is gemaakt met de wizard Small Business Server 2000 Internet Connection) wordt open relay geblokkeerd. De standaardinstellingen zijn:
    • Address Space -Type: SMTP
    • Address: *
    • Cost: 1
    • De instelling voor Connector Scope is Entire Organization.
    • Allow messages to be routed to these domains is uitgeschakeld (niet geselecteerd).
  5. Configureer de SMTP-connector zoals aangegeven om de standaardwaarden te herstellen.


Ga als volgt te werk om de configuratie van ISA Server te controleren:
  1. Open de ISA Management-console.
  2. Vouw achtereenvolgens Servers and Arrays, Computernaam en Publishing uit en klik op Server Publishing Rules.
  3. Als aan de rechterkant Create Server Publishing Rules samen met tekst wordt weergegeven, zijn er geen serverpublicatieregels gedefinieerd. U kunt nu naar het einde van deze sectie gaan. Als de optie Create Server Publishing Rules niet wordt weergegeven, ziet u een lijst met gedefinieerde regels. Ga naar stap 4.
  4. Controleer of SMTP Server wordt vermeld in de kolom Protocol . SMTP Server is de naam van de standaardprotocoldefinitie voor TCP-poort 25 voor binnenkomend verkeer in ISA Server 2000. Als deze protocoldefinitie aanwezig is, is een SMTP-serverpublicatieregel aan ISA Server toegevoegd.

    Opmerking Beheerders kunnen een aangepaste protocoldefinitie toevoegen door een andere naam te gebruiken om TCP-poort 25 voor binnenkomend verkeer te definiëren. Als u niet daadwerkelijk de vermelding SMTP Server in de kolom Protocol ziet, maar er wel een protocoldefinitie aanwezig is waarmee TCP-poort 25 Inkomend wordt gedefinieerd, kan dit ook een SMTP-serverpublicatieregel zijn.
  5. U kunt dit probleem oplossen door de SMTP-serverpublicatieregel uit te schakelen of te verwijderen in ISA Server. Als u de regel wilt uitschakelen, klikt u met de rechtermuisknop op de regel en klikt u op Disable. Wilt u de regel verwijderen, dan klikt u met de rechtermuisknop op de regel en klikt u op Delete.
  6. Voer de wizard Internet-verbinding in SBS 2000 uit of voer de wizard E-mail en Internet-verbinding configureren in Windows Small Business Server 2003 uit om ISA Server in te stellen op het inschakelen van SMTP Inkomend. Als u de wizard Internet-verbinding in Small Business Server 2000 wilt uitvoeren, klikt u op Start en op Uitvoeren, typt u icw en klikt u op OK.

    Als u de wizard E-mail en Internet-verbinding configureren in Windows Small Business Server 2003 wilt uitvoeren, gaat u als volgt te werk:
    1. Klik op Start en klik op Server Management om de wizard E-mail en Internet-verbinding configureren te starten.
    2. Vouw To Do List uit in het linkerdeelvenster. Klik op Connect to Internet in het detailvenster.

      Opmerking De wizard Internet-verbinding en de wizard E-mail en Internet-verbinding configureren voegen een pakketfilter aan ISA Server toe om binnenkomend SMTP-verkeer vanaf internet in te schakelen. Als u nog steeds een serverpublicatieregel voor het SMTP-protocol wilt gebruiken, zorgt u ervoor dat 127.0.0.1 niet in de lijst met toegestane relays staat in Exchange. Als u de wizard E-mail en Internet-verbinding configureren uitvoert in Windows Small Business Server 2003 en kiest voor de optie om Exchange te configureren, wordt 127.0.0.1 weer toegevoegd. Vergeet niet om het adres te verwijderen elke keer wanneer u de wizard E-mail en Internet-verbinding configureren uitvoert en Exchange configureert. Dit probleem doet zich niet voor in SBS 2000.
Wanneer u de standaard virtuele SMTP-server, de instellingen voor de SmallBusiness SMTP-connector en de configuratie van ISA Server hebt gecontroleerd met behulp van de stappen in dit artikel, is de Exchange-server geconfigureerd voor blokkering van open SMTP-relay. Voer deze stappen opnieuw uit voor de Telnet-procedure in de sectie 'Vaststellen of de Exchange-server een open SMTP-relay is' in dit artikel om het resultaat '550 5.7.1 Unable to relay for gebruiker@spam.com' op de Exchange-server te krijgen wanneer u een bericht stuurt naar een e-mailadres dat zich niet op de Exchange-server bevindt. Wanneer u hebt vastgesteld dat Small Business Server 2000 geen open SMTP-relay is, raadpleegt u de sectie 'De SMTP-wachtrijen van de Exchange-server opschonen' in dit artikel.

De SMTP-wachtrijen van de Exchange-server opschonen


Waarschuwing Tijdens deze procedure worden ALLE berichten verwijderd die bestemd zijn voor externe SMTP-ontvangers. De procedure heeft geen invloed op interne e-mail en e-mailberichten die binnenkomen vanaf internet. De instellingen hieronder zijn tijdelijk en de stappen waarmee de wijzigingen ongedaan kunnen worden gemaakt, vindt u verderop in deze sectie.

Opmerking Er is een webcast beschikbaar met de procedure voor het opschonen van de SMTP-wachtrijen van Exchange Server. Klik op de volgende koppeling om de webcast weer te geven:
http://support.microsoft.com/servicedesks/ShowMeHow/101904_3.asx
  1. Klik in Exchange System Manager onder Connectors op de SMTP-connector van SmallBusiness. In deze fase is een SMTP-connector vereist. Als de Exchange-server geen SMTP-connector heeft, maakt u er alsnog een. Ga hiervoor als volgt te werk:
    1. Klik met de rechtermuisknop op Connectors, klik op New en klik op SMTP.
    2. Typ in het vak Name van het tabblad General een tijdelijke naam (bijvoorbeeld Tijdelijke connector).
    3. Klik onderaan op Add, selecteer de servernaam en de bijbehorende virtuele SMTP-server en klik op OK.
    4. Klik op Address Space.
    5. Klik op Add, klik op SMTP en klik op OK.
    6. Laat in het dialoogvenster Internet Address Space Properties de standaardwaarden (E-mail domain * en Cost 1) leeg en klik op OK.
    7. Open het tabblad General en ga verder met stap 4.
  2. Klik met de rechtermuisknop op SMTP-connector van SmallBusiness en klik op Properties. Als er meerdere SMTP-connectors zijn, gebruikt u in de volgende stappen de connector met de asterisk (*) bij het SMTP-adres op het tabblad Address Space.

  3. Open het tabblad Algemeen. Noteer alle instellingen op dit tabblad omdat u ze later weer nodig hebt.
  4. Klik op Forward all mail through this connector to the following smart hosts.
  5. Typ in het beschikbare veld een ongeldig IP-adres en plaats dit tussen vierkante haken. Typ bijvoorbeeld [99.99.99.99].
  6. Open het tabblad Delivery Options.
  7. Klik op Specify when messages are sent through this connector.
  8. Klik in de lijst Connection Time op Run daily at 11:00 PM.
  9. Klik op OK om het dialoogvenster SMTP Connector Properties te sluiten.
  10. Vouw achtereenvolgens Servers, Servernaam, Protocols en SMTP uit. Klik met de rechtermuisknop op de Virtuele standaardserver voor SMTP en klik op Stop.
  11. Het kan enkele minuten duren voordat de virtuele SMTP-server is gestopt. Wanneer de virtuele SMTP-server is gestopt, klikt u er nogmaals met de rechtermuisknop op en klikt u op Start. Het kan enkele minuten duren voordat de virtuele SMTP-server is gestart.
  12. Wanneer de standaard virtuele SMTP-server is gestart, wacht u ongeveer 10 minuten.

    De standaard virtuele SMTP-server kan nu de berichten opnieuw inventariseren en ze in een enkele wachtrij plaatsen voor de SmallBusiness SMTP-connector of de connector die u in stap 1.b hebt gemaakt.
  13. Na ongeveer 10 minuten vouwt u Virtuele standaardserver voor SMTP uit en klikt u op Queues.
  14. Het totale aantal berichten wordt rechts weergegeven, naast SMTP-connector van SmallBusiness.

    Het is de bedoeling dat dit aantal stabiel wordt, zodat alle berichten ineens kunnen worden verwijderd.
  15. Klik met de rechtermuisknop op Queues en klik op Refresh approximately every 15 minutes.
  16. Herhaal stap 15 totdat het totale aantal berichten constant blijft.
  17. Zoek de wachtrij van de SmallBusiness SMTP-connector. De wachtrij wordt aangeduid met een rood klokje op een geel mappictogram.
  18. Afhankelijk van uw versie van Small Business Server volgt u de procedure in de van toepassing zijnde sectie om de berichten uit de wachtrij te verwijderen:
    • Small Business Server 2003: Klik met de rechtermuisknop op SMTP-connector van SmallBusiness en klik op Find Messages. Klik in het overeenkomstige vak op de vervolgkeuzelijst en selecteer een juist aantal bij Number of messages to be listed in the search. Klik op Nu zoeken. Selecteer alle berichten (Shift+Page Down) in de resultaten. Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde berichten en klik op Delete All Messages (No NDR).
    • Small Business Server 2000: Klik met de rechtermuisknop op SMTP-connector van SmallBusiness en klik op Delete all messages (No NDR).
  19. Klik op Yes wanneer u wordt gevraagd of de berichten in de geselecteerde wachtrij moeten worden verwijderd. Dit kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal berichten dat zich in de wachtrij bevindt.
  20. Nadat de berichten zijn verwijderd, klikt u met de rechtermuisknop op Queues en klikt u op Refresh.
  21. Let op het totale aantal berichten in de wachtrij van de SmallBusiness SMTP-connector. Dat aantal is nul.
  22. Wacht ongeveer 5 minuten en vernieuw de wachtrij nogmaals. De bedoeling is dat het aantal berichten in de wachtrij van de SmallBusiness SMTP Connector op nul komt en nul blijft. Als het aantal stijgt, is de Exchange-server nog bezig met het verwerken van berichten voor externe bezorging via de SmallBusiness SMTP-connector. Herhaal deze stap totdat het aantal berichten weer stabiel is.
  23. Herhaal stap 19 tot en met 23 totdat het aantal berichten in de wachtrij van de SMTP-connector van SmallBusiness constant nul is. In dat geval is alle ongewenste commerciële e-mail uit de SMPT-wachtrijen van de Exchange-server verwijderd.


Nadat de ongewenste e-mailberichten van de Exchange-server zijn verwijderd, moeten de wijzigingen die u in stap 2 tot en met 8 hebt aangebracht, weer ongedaan worden gemaakt. Dat doet u als volgt:
  1. Ga naar Exchange System Manager, vouw Connectors uit, klik met de rechtermuisknop op de SMTP-connector van SmallBusiness en klik op Properties.

    Als u in stap 1 een tijdelijke SMTP-connector hebt gemaakt, klikt u op Delete in plaats van op Properties en gaat u verder met stap 7.
  2. Wijzig de instellingen op het tabblad General in de waarden zoals vermeld stap 3 van de sectie 'De SMTP-wachtrijen van de Exchange-server opschonen'.
  3. Open het tabblad Delivery Options.
  4. Controleer of Specify when messages are sent through this connector is geselecteerd.
  5. Klik in de lijst Connection Time op Always Run.
  6. Klik op OK.
  7. Vouw achtereenvolgens Servers, Servernaam, Protocols en SMTP uit. Klik met de rechtermuisknop op Virtuele standaardserver voor SMTP en klik op Stop.
  8. Wanneer de standaard virtuele SMTP-server is gestopt, klikt u nogmaals met de rechtermuisknop op Virtuele standaardserver voor SMTP en klikt u op Start.
De Exchange-server is nu geconfigureerd om open SMTP-relay te blokkeren en de ongewenste commerciële e-mailberichten zijn verwijderd uit de SMTP-wachtrijen van de Exchange-server. De volgende stap is het opschonen van het bestandssysteem.

Het bestandssysteem van de Exchange-server opschonen

Opmerking Er is een webcast beschikbaar met de procedure voor het opschonen van het bestandssysteem na het uitvoeren van een relay in Exchange Server. Klik op de volgende koppeling om de webcast weer te geven:
http://support.microsoft.com/servicedesks/ShowMeHow/101904_4.asx
E-mailberichten worden door de Exchange-server bezorgd aan de hand van de specifieke instellingen voor de virtuele SMTP-server. Wanneer de ingestelde limieten voor bezorging zijn bereikt, wordt de e-mail niet meer bezorgd door Exchange Server en worden de berichten van de SMTP-wachtrijen verplaatst naar een map voor niet-bezorgbare e-mail. Deze map kan veel schijfruimte in beslag nemen.

Ga als volgt te werk om deze overbodige bestanden te verwijderen:
  1. Zoek in de Windows Verkenner de map C:\Program Files\Exchsrvr\Mailroot\Vsi 1. Hiertoe vouwt u achtereenvolgens C:\Program Files in het linkerdeelvenster uit en vouwt u vervolgens ExchsrvrMailRoot en Vsi 1 uit.

    Belangrijk Verander de naam van de map Badmail niet. Afhankelijk van de hoeveelheid spam die door de Small Business Server-computer wordt verwerkt, kan deze map honderdduizenden bestanden bevatten. Als u de map opent, is het mogelijk dat de server niet meer lijkt te reageren.
  2. Wijs in het menu Bestand de optie Nieuw aan en klik op Map.
  3. Typ BadMail2 als naam voor de nieuwe map.
  4. Klik op Start, klik op Programma's of Alle programma's, klik op Microsoft Exchange en klik op System Manager.
  5. Vouw achtereenvolgens Servers, Servernaam, Protocols en SMTP uit.

    Als beheergroepen worden weergegeven, vouwt u achtereenvolgens Administrative Groups, Servernaam, Servers, Servernaam, Protocols en SMTP uit.
  6. Klik met de rechtermuisknop op Default SMTP Virtual Server en klik op Properties.
  7. Open het tabblad Messages.
  8. Wijzig in het vak Badmail directory de naam van de map BadMail in BadMail2 en klik op OK.
  9. Verwijder de map OnbezorgbaarOud permanent van de vaste schijf. U doet dit door op de map OnbezorgbaarOud te klikken in Windows Verkenner, de toets SHIFT ingedrukt te houden en vervolgens op DELETE te drukken.
  10. Klik desgevraagd op Ja om het verwijderen te bevestigen. Het kan enige tijd duren voordat de map is verwijderd, afhankelijk van het aantal berichten dat zich erin bevindt.

Stations op de Exchange-server defragmenteren

Aangezien u veel bestanden hebt verplaatst of verwijderd, is het raadzaam om Schijfdefragmentatie uit te voeren op de betrokken schijven.

De Exchange-server uit black hole-lijsten verwijderen

Wellicht is het nodig om de domeinnaam van de Exchange-server of het externe IP-adres van de Exchange-server uit een aantal black hole-lijsten te verwijderen.

Referenties

Voor meer informatie klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
313395Relay-beperkingen voor anonieme SMTP-verbindingen controleren en ongevraagde e-mailberichten filteren in Exchange 2000 Server
321825Databases worden ontkoppeld wegens onvoldoende schijfruimte
319356Ongevraagde commerciële e-mail voorkomen in Exchange 2000

Eigenschappen

Artikel ID: 324958 - Laatste beoordeling: maandag 3 december 2007 - Wijziging: 9.2
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows Small Business Server 2003 Premium Edition
  • Microsoft Windows Small Business Server 2003 Standard Edition
  • Microsoft Small Business Server 2000 Standard Edition
Trefwoorden: 
kbhowtomaster KB324958

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com