Procedure: Service Packs en hotfixes voor Exchange toepassen

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 328839 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt stapsgewijs beschreven hoe u Service Packs en hotfixes voor Exchange toepast.

Overweeg altijd de gevolgen van het toepassen van een Service Pack of hotfix. Nadat u dit artikel hebt doorgenomen, moet u het Service Pack of de hotfix grondig testen voordat u deze op productieservers installeert.

Exchange 2000

Voordat u een Service Pack of hotfix voor Exchange 2000 toepast, moet u de volgende belangrijke opmerkingen en de verschillende onderdelen in dit artikel doornemen voor meer informatie over uw specifieke configuratie:

Belangrijke opmerkingen

  • Voordat u een Service Pack toepast, moet u altijd een volledige back-up van de Exchange-databases en de systeemstatus van de Exchange-server en -domeincontrollers in het domein maken. Als u de vorige versie van Exchange wilt herstellen, moet u Exchange mogelijk verwijderen en de back-up van de Exchange-database, inclusief de systeemstatus, op de Exchange-server en -domeincontroller installeren.
  • Lees de altijd de release-opmerkingen voor Service Packs door voordat u een Service Pack toepast. Met het Service Pack kunnen wijzigingen worden doorgevoerd die direct van invloed zijn op uw omgeving.
  • Wanneer u een Service Pack voor Exchange 2000 installeert, kunt u on line back-ups die u met een eerdere versie van Exchange hebt gemaakt, niet meer herstellen. Maak daarom altijd een volledige back-up van de Exchange-databases nadat u een Service Pack hebt toegepast.
  • Wanneer u een Service Pack voor Exchange 2000 installeert, wordt niet automatisch de ADC (Active Directory Connector) bijgewerkt. In de map ADC\I386 van het Service Pack voor Exchange 2000 is een zelfstandig installatieprogramma van het Service Pack voor ADC opgenomen. De ADC wordt op dezelfde server geïnstalleerd als Exchange 2000.Voor meer informatie over de ADC klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    306505 XADM: The Active Directory Connector Upgrade Does Not Succeed If Certain Files Are in Use
  • Als u de ADC-service met gewijzigde versies van de bestanden Local.map en Remote.map hebt geïnstalleerd, moet u deze wijzigingen ook in het Service Pack voor de ADC-versie doorvoeren voordat u de upgrade uitvoert.

    Ter beveiliging kunt u de inhoud van de kenmerken msExchServer1SchemaMap en msExchServer2SchemaMap met een hulpprogramma zoals LDP exporteren voordat u de ADC-service bijwerkt. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Microsoft Productondersteuning.

    Voor meer informatie over het hulpprogramma LDP klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
    255602 XADM: Browsing and Querying Using the LDP Utility
    260745 XADM: Using the LDP Utility to Modify Active Directory Object Attributes
  • Als er antivirusprogramma's op de server worden uitgevoerd, moet u deze afsluiten voordat u een Service Pack toepast. Sluit de services en programma's die op dat moment niet moeten worden uitgevoerd. Hierbij kan het om programma's van derden gaan, zoals antivirusprogramma's voor bestandscontrole, de SNMP-service, beheerprogramma's waarmee u onder andere servers kunt beheren of Microsoft Prestatiemeter.

    Als er meerdere versies van Setup, Update of zelfs Xcopy worden uitgevoerd, kan het Service Pack mogelijk ook niet worden geïnstalleerd. Voordat u een Service Pack toepast, kunt u in Taakbeheer controleren of een van deze programma's op de server wordt uitgevoerd.

Niet-geclusterde server

Als u een Service Pack wilt installeren op een Exchange-server die niet in een cluster is opgenomen, hoeft u het Service Pack of de hotfix alleen maar uit te voeren. De Exchange-services worden tijdelijk onderbroken en mogelijk moet u de computer opnieuw opstarten, bijvoorbeeld wanneer het Service Pack is toegepast via een Terminal Services-sessie.

Actieve/passieve geclusterde server

Pas het Service Pack voor Exchange Server eerst toe op het passieve knooppunt van een actief/passief Microsoft Windows 2000-cluster.

Wanneer knooppunt A bijvoorbeeld momenteel de eigenaar van de virtuele Exchange-server en knooppunt B het passieve, of niet-actieve, knooppunt is, gaat u als volgt te werk:
  1. Pas de hotfix of het Service Pack eerst toe op knooppunt B.
  2. Verplaats de Exchange-groep naar knooppunt B. Wanneer de Exchange-bronnen door knooppunt B worden gestart, worden Exchange-databases op basis van het nieuwe archief bijgewerkt als u een hotfix voor het archief of een Service Pack toepast.
  3. Als dit proces is voltooid, past u het Service Pack of de hotfix toe op knooppunt A, dat inmiddels het passieve knooppunt is.
Voor meer informatie over het installeren van Exchange 2000 SP1 op een geclusterde server klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
295925 How to Install Exchange 2000 SP1 on a Cluster Server

Actieve/actieve geclusterde server

Als u een Service Pack wilt installeren op een actieve/actieve Exchange 2000-server die in een cluster is opgenomen, verplaatst u alle virtuele Exchange-servers naar één knooppunt van de cluster. Vervolgens kunt u het Service Pack toepassen op het beschikbare knooppunt.

Wanneer knooppunt A bijvoorbeeld momenteel de eigenaar van virtuele Exchange-server 1 en knooppunt B de eigenaar van virtuele Exchange-server 2 is, gaat u als volgt te werk:
  1. Verplaats de Exchange-groep voor virtuele Exchange-server 1 van knooppunt A naar knooppunt B.
  2. Op knooppunt B wordt nu zowel virtuele Exchange-server 1 als virtuele Exchange-server 2 uitgevoerd. Pas het Service Pack of de hotfix toe op knooppunt A.
  3. Wanneer dit proces is voltooid, verplaatst u de Exchange-groepen voor virtuele Exchange-server 1 en virtuele Exchange-server 2 naar knooppunt A.
  4. Als de virtuele Exchange-servers door knooppunt A worden gestart, worden Exchange-databases op basis van het nieuwe archief bijgewerkt als u een hotfix voor het archief of een Service Pack toepast.
  5. Op knooppunt A wordt nu zowel virtuele Exchange-server 1 als virtuele Exchange-server 2 uitgevoerd. Als dit proces is voltooid, past u het Service Pack of de hotfix toe op knooppunt B, dat inmiddels het passieve, of niet-actieve, knooppunt is.
Voor meer informatie over het installeren van Exchange 2000 SP1 op een geclusterde server klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
295925 How to Install Exchange 2000 SP1 on a Cluster Server

Conferencing Server en Standard/Enterprise Server

Het Service Pack voor Exchange 2000 Conferencing Server komt niet overeen met het Service Pack voor Exchange 2000 Standard of Exchange 2000 Enterprise Edition. Controleer of u het correcte Service Pack voor uw versie van Exchange 2000 gebruikt.

Sinds oktober 2002 is Exchange 2000 SP3 beschikbaar voor Standard- en Enterprise-servers, maar niet voor Conferencing-servers. Exchange 2000 SP3 is het meest recente Service Pack voor Exchange 2000 Conferencing-servers.

Small Business Server (SBS)

De versie van Exchange 2000 die is opgenomen in SBS, is een standaardversie van Exchange 2000 Server. U hoeft daarom geen extra handelingen uit te voeren om Service Packs voor Exchange 2000 toe te passen. Als u een Service Pack voor deze versie van Exchange 2000 wilt installeren, hoeft u het Service Pack of de hotfix alleen maar uit te voeren. De Exchange-services worden tijdelijk onderbroken en mogelijk moet u de computer opnieuw opstarten, bijvoorbeeld wanneer u het Service Pack toepast via een Terminal Services-sessie.

Opmerking: Microsoft heeft SBS 2000 Service Pack 1 (SP1) uitgebracht. In dit geïntegreerde installatieprogramma zijn de volgende onderdelen opgenomen:
  • SBS 2000 SP1
  • Windows 2000 SP3
  • Exchange 2000 SP3
Voor meer informatie over het ophalen van SBS 2000 SP1 klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
326924 How to Obtain Small Business Server 2000 Service Pack 1

Exchange 5.5

Voordat u een Service Pack of hotfix voor Exchange 5.5 toepast, moet u de volgende belangrijke opmerkingen en de verschillende onderdelen in dit artikel doornemen voor meer informatie over uw specifieke configuratie:

Belangrijke opmerkingen

  • Voordat u een Service Pack toepast, moet u altijd een volledige back-up van de Exchange-databases en de systeemstatus van de Exchange-server en -domeincontrollers in het domein maken. Als u de vorige versie van Exchange moet herstellen, moet u Exchange mogelijk verwijderen en de back-up van de Exchange-database, inclusief de systeemstatus, op de Exchange-server en -domeincontroller installeren.
  • Lees de altijd de release-opmerkingen voor Service Packs door voordat u een Service Pack toepast. Met het Service Pack kunnen wijzigingen worden doorgevoerd die direct van invloed zijn op uw omgeving.
  • Voer altijd het programma Performance Optimizer uit nadat u een Service Pack voor Exchange 5.5 hebt geïnstalleerd.
  • Wanneer u een Service Pack voor Exchange 5.5 hebt geïnstalleerd, kunt u on line back-ups die u met een eerdere versie van Exchange hebt gemaakt, mogelijk niet meer herstellen. Maak daarom altijd een volledige back-up van alle Exchange-databases nadat u een Service Pack toepast.
  • Wanneer u een Service Pack voor Exchange 5.5 installeert, worden extra onderdelen, zoals het hulpprogramma InterOrg of Mailbox Manager, niet automatisch bijgewerkt. U moet aparte installatieprocedures of -programma's uitvoeren om deze onderdelen bij te werken:
    • Mailbox Manager is opgenomen in de map ENG\SERVER\SUPPORT\Mbmngr op de cd-rom met het Service Pack.
    • Het hulpprogramma InterOrg en het de bijbehorende documentatie zijn opgenomen in de map ENG\SERVER\SUPPORT\EXCHSYNC op de cd-rom met het Service Pack.

      Raadpleeg release-opmerkingen voor het Service Pack voor Exchange Server voor meer informatie over het bijwerken van deze onderdelen.
  • Als er antivirussoftware op de server wordt uitgevoerd, moet u deze afsluiten voordat u een Service Pack toepast. Sluit ook de services en programma's die op dat moment niet moeten worden uitgevoerd. Hierbij kan het om programma's van derden gaan, zoals antivirusprogramma's voor bestandscontrole, de SNMP-service, beheerprogramma's waarmee u onder andere servers kunt beheren of Microsoft Prestatiemeter.

    Als er meerdere versies van Setup, Update of zelfs Xcopy worden uitgevoerd, kan het Service Pack mogelijk ook niet worden geïnstalleerd. Voordat u een Service Pack toepast, kunt u in Taakbeheer controleren of een van deze programma's op de server wordt uitgevoerd.

Niet-geclusterde server

Als u een Service Pack wilt installeren op een Exchange 5.5-server die niet in een cluster is opgenomen, hoeft u het Service Pack of de hotfix alleen maar uit te voeren. De Exchange-services worden slechts tijdelijk onderbroken en u hoeft de computer niet opnieuw op te starten.

Geclusterde server

Op een geclusterde Exchange 5.5-server past u een Service Pack of hotfix eerst toe op het actieve knooppunt.

Wanneer knooppunt A bijvoorbeeld momenteel de eigenaar van de virtuele Exchange-server en knooppunt B het passieve, of niet-actieve, knooppunt is, gaat u als volgt te werk:
  1. Installeer het Service Pack op het primaire (actieve) knooppunt A.
  2. Installeer het Service Pack op het secundaire (passieve, of niet-actieve) knooppunt B.

Small Business Server (SBS)

U kunt Service Packs voor Exchange 5.5 direct installeren op een Exchange-server met SBS. Als u een Service Pack op een Exchange 5.5-server met SBS wilt installeren, hoeft u het Service Pack of de hotfix alleen maar uit te voeren. De Exchange-services worden slechts tijdelijk onderbroken en u hoeft de computer niet opnieuw op te starten.

Aanvullende informatie

Voor meer informatie over het toepassen van Service Packs en hotfixes voor Exchange:

Release-opmerkingen voor het Service Pack. Bijgewerkte release-opmerkingen zijn beschikbaar via de volgende Exchange-website:
http://www.microsoft.com/exchange
271824 XADM: After Applying Service Pack Rerun Performance Optimizer
316794 XADM: Exchange 2000 SP2 Won't Allow You to Restore Earlier Versions
Voor meer informatie over het ophalen van het meest recente Service Pack voor Exchange 2000 Server klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
301378 XGEN: How to Obtain the Latest Exchange 2000 Server Service Pack
Voor meer informatie over het ophalen van het meest recente Service Pack voor Exchange 2000 Conferencing Server klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
302473 XCCC: Obtaining the Latest Exchange 2000 Conferencing Server SP
Voor meer informatie over het ophalen van het meest recente Service Pack voor Exchange 5.5 Server klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
191014 XGEN: How to Obtain the Latest Exchange Server 5.5 Service Pack

Eigenschappen

Artikel ID: 328839 - Laatste beoordeling: maandag 11 september 2006 - Wijziging: 3.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Exchange 2000 Server Standard Edition
  • Microsoft Exchange Server 5.5 Standard Edition
Trefwoorden: 
kbhowto kbhowtomaster kbsetup KB328839

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com