Crystal Reports 9 gebruiken om rapporten op basis van parameters te schrijven voor Microsoft CRM 1.2

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 834790 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

U kunt drie voorbeeldrapporten downloaden waarin wordt beschreven hoe u met de Professional-, Developer- of Advanced-versie van Crystal Reports 9 parametergestuurde rapporten schrijft voor Microsoft Business Solutions CRM versie 1.2. Voor betere rapportprestaties wordt met parameters de hoeveelheid gegevens die het rapport bevat beperkt. Parametergestuurde rapporten zorgen op die manier voor rapporten die alleen de gegevens bevatten die u daadwerkelijk nodig hebt.

Meer informatie

De voorbeelden van parametergestuurde rapporten downloaden

Ga naar de volgende website van het Microsoft Downloadcentrum om de voorbeeldrapporten te downloaden:
http://www.microsoft.com/downloads/details.aspx?FamilyID=1d08d05e-a8e1-46ef-a808-ac388be24a3e&DisplayLang=en
Voor meer informatie over het downloaden van Microsoft-ondersteuningsbestanden klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
119591Microsoft-ondersteuningsbestanden downloaden van online services
Microsoft heeft dit bestand op virussen gecontroleerd. Hiervoor is de meest actuele software voor virusdetectie gebruikt die beschikbaar was op de datum dat het bestand werd gepubliceerd. Het bestand is opgeslagen op beveiligde servers die onbevoegde wijzigingen aan het bestand helpen voorkomen.

Informatie over de installatie

Volg de aanwijzingen op de downloadpagina op.

Informatie over verwijderen

U kunt de voorbeeldbestanden desgewenst op de normale wijze verwijderen.

Computer opnieuw opstarten

U hoeft de computer niet opnieuw op te starten nadat u de voorbeeldrapporten hebt geïnstalleerd.

Bestandsgegevens

De Engelse versie van deze voorbeeldrapportbestanden heeft de kenmerken die in de volgende tabel worden weergegeven. De datums en tijden voor deze bestanden worden weergegeven in UTC-notatie (Coordinated Universal Time). Wanneer u de bestandsinformatie weergeeft, wordt deze naar lokale tijd geconverteerd. Als u het verschil tussen UTC en lokale tijd wilt bepalen, gebruikt u het tabblad Tijdzone van het hulpprogramma Datum en tijd in het Configuratiescherm.
   Datum       Tijd    Grootte    Bestandsnaam
-------------------------------------------------------------------------------------------
20-jan-2004  09:54  65.024  Accountactiviteit en notities (status, eigenaar, datum opgeven).rpt
20-jan-2004  09:57  64.000  Aanvragenlijst (eigenaar, status, datum opgeven).rpt
02-jan-2004  10:19  103.936 Opportunitylijst per account (eigenaar, datum, accounts opgeven).rpt

De voorbeeldrapporten toevoegen aan Microsoft CRM

Als u een rapport wilt weergeven in Microsoft CRM, moet u het rapport opslaan in de bestaande rapportmappen van Microsoft CRM.

Crystal Reports 9

Als u het rapport wilt opslaan met Crystal Reports 9 in Microsoft CRM, gaat u als volgt te werk:
  1. Installeer de drie voorbeeldrapporten van de website van het Microsoft Downloadcentrum zoals beschreven in de sectie Meer informatie hierboven.
  2. Open elk bestand in Crystal Reports 9:
    1. Klik op Opslaan als in het menu Bestand.
    2. Klik op Enterprise.
    3. Typ uw accountgegevens en klik op OK.
    4. Vouw MSCRM1.2 uit.
    5. Vouw het knooppunt Admin Reports, Sales Reports of Service reports uit.
    6. Klik op de submap waarin u het rapport wilt plaatsen.
    7. Geef de bestandsnaam op en klik op OK.

Microsoft CRM 1.2 Report Manager

Voor meer informatie over het downloaden van Microsoft CRM 1.2 Report Manager klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
834791Microsoft CRM-rapporten toevoegen en verwijderen met Microsoft CRM 1.2 Report Manager en de naam van deze rapporten wijzigen
Als u het rapport wilt opslaan in de bestaande rapportmappen van Microsoft CRM, gaat u als volgt te werk:
  1. Installeer de drie voorbeeldrapporten.
  2. Open Microsoft CRM 1.2 Report Manager.
  3. Ga als volgt te werk voor elk bestand:
    1. Zoek de map waarin u het bestand wilt opslaan.
    2. Klik op Add Report.
    3. Geef de bestandsnaam en het gedownloade rapport op en klik op Add Report.

Crystal Reports 9 gebruiken om parameters toe te voegen aan een Microsoft CRM-rapport

Inleiding

Als u Crystal Reports 9 wilt gebruiken om een parameter toe te voegen aan een Microsoft CRM-rapport, gaat u als volgt te werk (in de volgende secties van dit artikel komt elk van deze stappen nader aan de orde):
  1. Definieer de parameter. Daartoe geeft u de naam van de parameter, de tekst waarmee de gebruiker wordt gevraagd iets te doen, de elementen van de vervolgkeuzelijst en de standaardwaarde op.
  2. Plaats alle parametervelden in het rapport. U kunt de velden zichtbaar of verborgen maken.
  3. Voeg code toe aan de recordselectieformule die de gegevens die de gebruiker in de parameter typt, vergelijkt met de gegevens van Microsoft CRM.
  4. Sla het rapport op en test de parameter die u hebt toegevoegd.
U kunt Crystal Reports gebruiken om allerlei verschillende typen parameters toe te voegen. In dit artikel worden slechts vier voorbeelden gegeven. Elk voorbeeld illustreert een ander aspect van het gebruik van parameters met gegevens van Microsoft CRM. Dit artikel bevat de volgende voorbeelden:
  • Een parameter Eigenaar waarmee de gebruiker alleen de eigen records of alle records kan selecteren. In dit voorbeeld wordt uitgelegd hoe u met de speciale parameter GebruikersID de Microsoft CRM-GUID bepaalt van de gebruiker die het rapport uitvoert.
  • Een parameter Status waarmee de gebruiker een selectie kan maken uit alle statuswaarden die beschikbaar zijn voor de entiteit in Microsoft CRM. In dit voorbeeld ziet u hoe u de lijst met beschikbare waarden van een veld in Microsoft CRM inleest om te gebruiken bij de parameterkeuzen.
  • Een parameter Gemaakt op waarmee de gebruiker een vooraf gedefinieerd datumbereik kan kiezen: alle, binnen de laatste 60 dagen of jaar tot heden. In dit voorbeeld ziet u hoe u standaarddatummethoden gebruikt in Crystal Reports 9.
  • Een parameter Datumbereik waarmee de gebruiker de begin- en einddatum voor het bereik kan opgeven. In dit voorbeeld ziet u hoe u een bereikparameter gebruikt en hoe u aanvullende formulevelden maakt op basis van een parameterveld. In dit geval is de parameter Datumbereik een bereik en worden twee nieuwe variabelen, Begindatum en Einddatum, gemaakt die worden gebruikt in de koptekst van de rapportpagina.

Voordat u begint

Hoe werkt Crystal Reports met Microsoft CRM 1.2
Voordat u rapporten met parameters maakt, moet u weten hoe Crystal Reports werkt met Microsoft CRM 1.2:
  • Alleen rapporten in het knooppunt Enterprise/MSCRM1.2 zijn beschikbaar voor gebruikers van Microsoft CRM.
  • U kunt geen nieuwe mappen maken onder het knooppunt MSCRM1.2.
  • U kunt in een rapport in Crystal Reports niet rechtstreeks een andere naam geven. Als u een rapport wilt verwijderen, moet u Microsoft CRM 1.2 Report Manager gebruiken.

    Voor meer informatie over Report Manager klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    834791Microsoft CRM-rapporten toevoegen en verwijderen met Microsoft CRM 1.2 Report Manager en de naam van deze rapporten wijzigen
  • U kunt in Crystal Reports niet rechtstreeks de naam van een rapport wijzigen. Gebruik Microsoft CRM 1.2 Report Manager of Crystal Reports als u een rapport wilt opslaan onder een nieuwe naam. Met deze methoden voor het wijzigen van de naam van de rapporten wijzigt u de naam vanuit Microsoft CRM, maar wijzigt u niet de titel die in de paginakoptekstsectie van het rapport wordt weergegeven. Als u de titel wilt wijzigen, opent u het menu File van Crystal Reports 9, klikt u op Summary Info en bewerkt u de titel in het vak Report Title.
  • Zie de online Help van Crystal Reports 9 voor hulp bij het maken van parameters.
Een parametergestuurd rapport maken
De eenvoudigste manier om een parametergestuurd rapport te maken is een in Microsoft CRM versie 1.2 gemaakt rapport op te slaan met een nieuwe naam en vervolgens de kopie te wijzigen:
  1. Wijs in het menu Start de optie Programma's aan en klik op Crystal Reports 9.
  2. Klik op Cancel op de pagina Welcome to Crystal Reports.
  3. Klik op Openen in het menu Bestand.
  4. Klik op Enterprise en klik op OK.
  5. Typ de verificatiegegevens voor uw Crystal APS en klik op OK.
  6. Vouw MSCRM1.2 uit, klik op het rapport dat u wilt wijzigen en klik op Open.
  7. Open het menu File, klik op Save as, zoek de locatie waar u het bestand wilt opslaan onder het knooppunt MSCRM1.2, geef de naam op en klik op OK.
Als dit voor het eerst is dat u Crystal Reports 9 gebruikt om Microsoft CRM-rapporten te wijzigen, als u verbindingsproblemen hebt of als u geen rapporten kunt opslaan, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
834789Veelgestelde vragen over Microsoft Business Solutions CRM 1.2

Een parameter Eigenaar toevoegen

Met een parameter Eigenaar kan de gebruiker naar keuze alleen de eigen records of alle records selecteren. Daardoor hoeft de gebruiker geen selectie te maken in een vervolgkeuzelijst met alle gebruikers.

Om de records te kunnen onderscheiden waarvan de gebruiker die het rapport uitvoert eigenaar is, moet het rapport de Microsoft CRM-GUID kunnen identificeren van de persoon die het rapport uitvoert. Als de schrijver van het rapport een parameter GebruikersID maakt, wordt in Microsoft CRM automatisch de Microsoft CRM-GUID van de persoon die het rapport uitvoert toegewezen als de waarde van die parameter. Anders dan bij andere parameters wordt de gebruiker niet gevraagd om de waarde te typen.

Maak een parameter Eigenaar met de mogelijke waarden 'Van mij' of 'Alle'. Wanneer de gebruiker het rapport uitvoert en op Van mij klikt, worden, als de parameter GebruikersID overeenstemt met de waarde in het vak entiteit.owner, de records waarvan de gebruiker eigenaar is geselecteerd. Als de gebruiker klikt op Alle, worden alle records opgenomen.

In het volgende voorbeeld wordt een rapport gebruikt dat is gebaseerd op de entiteit Account.
Stap 1: De parameter GebruikersID definiëren om de Microsoft CRM-GUID van de huidige gebruiker op te slaan
Als u de parameter GebruikersID wilt definiëren om de Microsoft CRM-GUID van de huidige gebruiker op te slaan, gaat u als volgt te werk:
  1. Klik in Crystal Reports 9 in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Parameter Fields en klik op New.
  2. Typ GebruikersID in het vak Name en klik op OK.
Stap 2: De parameter Eigenaar definiëren
Als u een parameter Eigenaar wilt definiëren die de gebruiker vraagt te klikken op Van mij of Alle, gaat u als volgt te werk:
  1. Klik in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Parameter Fields en klik op New.
  2. Typ Eigenaar in het vak Name.
  3. Typ in het tekstvak Prompting de prompt die voor de gebruiker wordt weergegeven. Typ bijvoorbeeld:
    Geef op welke records u wilt opnemen
  4. Klik op Set Default Values.
  5. Typ de waarden die u wilt opnemen in de vervolgkeuzelijst. In dit voorbeeld worden 'Van mij' en 'Alle' gebruikt. Verplaats met de knop > elke waarde naar de lijst Default Values.
  6. Klik voor elke waarde op Define Description en typ de tekst die u wilt weergeven in de vervolgkeuzelijst voor de parameter Eigenaar.
  7. Klik in de vervolgkeuzelijst Display op Description en klik op OK.
  8. Schakel in het dialoogvenster Create Parameter Field het selectievakje Allow editing of default values when there is more than one value uit.
  9. Klik op OK om de nieuwe parameter op te slaan.
Vervolgens moet u de parameter Eigenaar opnemen in het rapport om die te activeren. Daartoe sleept u de parameter van het deelvenster Field Explorer naar een locatie in het rapport. Het is een goed idee om nieuwe parameters toe te voegen aan de sectie Page Header van het rapport. Als alle parameters in de sectie Page Header staan, kan de gebruiker snel bepalen welke gegevens het rapport bevat. Als u de waarde van de parameter Eigenaar niet wilt weergeven in het rapport, sleept u de parameter naar een verborgen gebied in het rapport.
Stap 3: De parameter Eigenaar gebruiken in de paginakoptekst
  1. Aangezien Eigenaar de eerste parameter is die u toevoegt aan de paginakoptekst, moet u een tekstvak maken dat het bestaande vak Report Title bevat. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Klik met de rechtermuisknop op het vak Report Title op het rapport en klik op Delete.
    2. Open het menu Insert, klik op Text Object en plaats het nieuwe tekstobject op de oude locatie van het veld Report Title.
    3. Vouw Special Fields in het deelvenster Field Explorer uit.
    4. Sleep het speciale vak Report Title naar het nieuwe tekstobject.
  2. Sleep de parameter Eigenaar van de sectie Parameter Fields van het deelvenster Field Explorer naar het nieuwe tekstobject.
  3. Voeg een tekst of spaties toe om de titel te scheiden van de parameter Eigenaar.
  4. Als u het lettertype in overeenstemming wilt brengen met de lettertypen in de andere Microsoft CRM-rapporten, klikt u met de rechtermuisknop op het nieuwe tekstobject, klikt u op Format Text, opent u het tabblad Font en klikt u achtereenvolgens op Verdana, Bold en Yellow. Klik op OK.
Stap 4: De parameter Eigenaar toevoegen aan de recordselectieformule
De recordselectieformule

De recordselectieformule bepaalt welke records worden opgenomen in het rapport. De formule heeft de volgende structuur:
(if {?Parameter1} = "Parameter1_Option1" and {table.field} = "value1" then true
  else if {?Parameter1} = "Parameter1_Option2" and {table.field} = "value2" then true)
Zie voor meer informatie over recordselectieformules, en over sjablonen voor verschillende parametertypen, het onderwerp "Record selection formulas" in de online Help van Crystal Reports 9.

In de volgende procedure maakt u een recordselectieformule die de waarde controleert van de parameter Eigenaar waarop de gebruiker klikt. Als de gebruiker klikt op Van mij, worden alleen accounts waarvan de huidige gebruiker de eigenaar is opgenomen in het rapport.

Als het rapport dat u wijzigt niet is gebaseerd op de entiteit Account, vervangt u account.gebruikersID door entiteit.gebruikersID.

De parameter Eigenaar toevoegen aan de recordselectieformule

Als u de parameter Eigenaar wilt toevoegen aan de recordselectieformule, gaat u als volgt te werk:
  1. Open het menu Report, klik op Selection Formulas en klik op Record.
  2. Maximaliseer het venster.
  3. Als er niets in het deelvenster rechtsonder staat, typt u de volgende formule zonder 'and' in de eerste regel. Als er al code staat, voegt u alle drie regels met 'and' toe aan het eind van de codelijst.
    and
    (if {?Eigenaar} = "Van mij" then {account.gebruikersID} = {?gebruikersID} 
          else true)
    Wanneer het rapport wordt uitgevoerd, verschijnt de prompt Eigenaar met de tekst van de prompt die u hebt ingevoerd. Wanneer de gebruiker op OK klikt, worden de rapportgegevens weergegeven.
  4. Klik achtereenvolgens op Save en op Close.

Een parameter Status toevoegen

In deze sectie wordt beschreven hoe u een statusparameter toevoegt op basis van de waarde van het vak entiteit.statecode in Microsoft CRM. De opties die u gebruikers biedt, zijn gebaseerd op de waarden van dit vak in Microsoft CRM. In dit voorbeeld wordt de entiteit Activity gebruikt.
Stap 1: De parameter Status definiëren
Ga als volgt te werk om de parameter Status te definiëren:
  1. Klik in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Parameter Fields en klik op New.
  2. Typ Status in het vak Name.
  3. Typ in het vak Prompting text de prompt die u wilt laten weergeven. Typ bijvoorbeeld:
    Neem activiteiten op met de status
  4. Klik op Set Default Values.
  5. Klik in het vak Browse Table op de naam van de tabel met het statusvak. In dit voorbeeld wordt de entiteit Activity gebruikt. Klik daarom op activity.
  6. Klik in het vak Browse Field op statecodename.
  7. Schakel op de pagina Connection Info het selectievakje Connect to Local Computer uit.
  8. Laad een lijst met alle actuele waarden in Microsoft CRM. Daartoe vervangt u in het vak Server de naam van uw computer door de naam van uw Microsoft CRM-server. Als in dit vak bijvoorbeeld http://mijncomputer/MSCRMServices wordt vermeld, wijzigt u dit in http://Uw_CRMServer/MSCRMServices en klikt u op Finish.

    Opmerking Crystal Reports 9 leest alle waarden van het vak entiteit.statecode in die worden gebruikt in huidige gegevens in Microsoft CRM. Mogelijk vertegenwoordigen deze waarden niet alle waarden die kunnen voorkomen in dit vak in Microsoft CRM. Zie 'Appendix A' van de implementatiehandleiding van Microsoft Business Solutions CRM voor een volledig overzicht van standaardwaarden voor vervolgkeuzelijsten. Als u een vervolgkeuzevak hebt gewijzigd, geeft u het vak weer in Microsoft CRM om te controleren of u alle waarden hebt opgenomen in de parameter.
  9. Klik op elke waarde die u in de vervolgkeuzelijst wilt opnemen en klik op de knop > om elke waarde te verplaatsen naar de lijst Default Values.
  10. Klik voor elke waarde op Define Description en typ de tekst die u wilt weergeven in de vervolgkeuzelijst voor de parameter Eigenaar.
  11. Rangschik de waarden zodanig dat de optie die u als standaardwaarde wilt gebruiken, de eerste waarde in de lijst is.
  12. Klik in de vervolgkeuzelijst Display op Description en klik op OK.
  13. Schakel in het dialoogvenster Create Parameter Field het selectievakje Allow editing of default values when there is more than one value uit.
  14. Klik op OK om de nieuwe parameter op te slaan.
Vervolgens moet u de parameter Status opnemen in het rapport om die te activeren. Daartoe sleept u de parameter van het deelvenster Field Explorer naar een locatie in het rapport. Voor de volgende procedure (Stap 2) wordt aangenomen dat u in de rapportkoptekst al een tekstvak hebt gemaakt waarin het vak Report Title en de parameter Eigenaar worden geplaatst.
Stap 2: De parameter Status gebruiken in de paginakop
Ga als volgt te werk om de parameter Status te gebruiken in de paginakoptekst:
  1. Sleep de parameter Status van de sectie Parameter Fields van het deelvenster Field Explorer naar het tekstobject in de sectie Page Header.
  2. Voeg tekst of spaties toe om de parameter Status te scheiden van de parameter Eigenaar.
In de volgende procedure (Stap 3) maakt u een recordselectieformule die de waarde controleert van de parameter Status die de gebruiker selecteert. Als de gebruiker klikt op Alle, worden alle activiteiten opgenomen. Anders worden alleen records opgenomen waarin de waarde van het veld in Microsoft CRM overeenstemt met de parameter waarop de gebruiker heeft geklikt.

Als het rapport dat u wijzigt niet is gebaseerd op de entiteit Activity, vervangt u activity.statecodename door entiteit.statecodename .
Stap 3: De parameter Status toevoegen aan de recordselectieformule
Als u de parameter Status wilt toevoegen aan de recordselectieformule, gaat u als volgt te werk:
  1. Open het menu Report, klik op Selection Formulas en klik op Record.
  2. Maximaliseer het venster.
  3. Als er niets in het deelvenster rechtsonder staat, typt u de volgende formule zonder 'and' in de eerste regel. Als er al code aanwezig is, voegt u alle drie regels toe aan het eind van de codelijst.
    and
         (if {?Status} = "Alle" then true 
         else {activity.statecodename}={?Status})
  4. Klik achtereenvolgens op Save en op Close.
Wanneer de gebruiker het rapport uitvoert, verschijnt de prompt Status met de tekst die u daarvoor hebt opgegeven. Wanneer de gebruiker op OK klikt, worden de rapportgegevens weergegeven.

Datumparameters toevoegen

In deze sectie wordt beschreven hoe u een parameter gebruikt om de gebruiker te dwingen een datumbereik op te geven. Het datumbereik moet gebaseerd zijn op de waarden van een of meer van de datumvakken in Microsoft CRM. Elke entiteit heeft een vak entiteit.createdon en een vak entiteit.modifiedon. Sommige entiteiten hebben andere datumvakken. Zo heeft Activity bijvoorbeeld datums die zijn gebaseerd op een geplande en een werkelijke tijd.

U kunt een parameter maken die de gebruiker vraagt te klikken op elementen in een vervolgkeuzelijst met vooraf gedefinieerde opties voor datumbereik, zoals binnen de laatste 60 dagen en jaar tot heden, of om een specifieke begin- en einddatum op te geven.

In de volgende twee voorbeelden wordt de entiteit Incident (aanvraag) gebruikt.
Een parameter Gemaakt op toevoegen
De parameter Gemaakt op dwingt de gebruiker een specifiek voorafgedefinieerd datumbereik te selecteren in een lijst. Ga als volgt te werk om een parameter Gemaakt op te maken:
  1. Ga als volgt te werk om de parameter Gemaakt op te definiëren:
    1. Klik in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Parameter Fields en klik op New.
    2. Typ Gemaakt op in het vak Name.
    3. Typ in het tekstvak Prompting de prompt die u wilt laten weergeven. Typ bijvoorbeeld:
      Geef aanmaakdatum records op:
    4. Klik op Set Default Values.
    5. Typ de waarden die u wilt opnemen in de vervolgkeuzelijst. In dit voorbeeld worden 'Binnen de laatste 60 dagen', 'Jaar tot heden' en 'Alle' gebruikt. Verplaats met de knop > elke waarde naar de lijst Default Values.
    6. Klik voor elke waarde op Define Description en typ de tekst die u wilt weergeven in de vervolgkeuzelijst voor de parameter Gemaakt op.
    7. Klik in de vervolgkeuzelijst Display op Description en klik op OK.
    8. Schakel in het dialoogvenster Create Parameter Field het selectievakje Allow editing of default values when there is more than one value uit.
    9. Klik op OK om de nieuwe parameter op te slaan.
  2. Ga als volgt te werk om de parameter Gemaakt op te gebruiken in de paginakoptekst:
    1. Sleep de parameter Gemaakt op van de sectie Parameter Fields van het deelvenster Field Explorer naar het tekstobject in de sectie Page Header.
    2. Voeg tekst of spaties toe om de parameter Gemaakt op te scheiden van de parameter Status.
  3. Als het rapport dat u maakt niet gebaseerd is op de entiteit Incident, vervangt u incident.createdon door entiteit.createdon.

    In stap 4 maakt u een recordselectieformule die de waarde controleert van de parameter Gemaakt op die de gebruiker selecteert. Als de gebruiker klikt op Alle, worden alle records opgenomen. Anders worden alleen records weergegeven die voldoen aan de criteria die zijn gedefinieerd in de recordselectieformule. De selectieformulecode gebruikt drie voorafgedefinieerde datummethoden van Crystal Reports, te weten Aged0To30Days, Aged31To60Days en YearToDate.
  4. Voeg de parameter Gemaakt op toe aan de recordselectieformule. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Open het menu Report, klik op Selection Formulas en klik op Record.
    2. Maximaliseer het venster.
    3. Als er niets in het deelvenster rechtsonder staat, typt u de volgende formule zonder 'and' in de eerste regel. Als er al code aanwezig is, voegt u alle regels toe aan het eind van de codelijst.
      and
      (if {?Gemaakt op}="Binnen de laatste 60 dagen" and  {incident.createdon} in Aged0To30Days or {incident.createdon} in Aged31To60Days then true
      else if {?Gemaakt op}="Jaar tot heden" and {incident.createdon}in YearToDate then true
      )
    4. Klik achtereenvolgens op Save en op Close.
    Wanneer de gebruiker het rapport uitvoert, verschijnt de prompt Gemaakt op met de tekst die u daarvoor hebt opgegeven. Wanneer de gebruiker op OK klikt, worden de rapportgegevens weergegeven.
Een parameter Datumbereik toevoegen
De parameter Datumbereik vraagt de gebruiker een specifieke begin- en einddatum in te voeren.

Opmerking Wanneer gebruikers rapporten afdrukken waarin een bereikparameter wordt gebruikt, worden zij gevraagd een bereik op te geven wanneer zij het rapport weergeven en op Afdrukken klikken.

Ga als volgt te werk om een parameter Datumbereik toe te voegen:
  1. Definieer de parameter Datumbereik. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Klik in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Parameter Fields en klik op New.
    2. Typ Datumbereik in het vak Name.
    3. Typ in het tekstvak Prompting de prompt die u wilt laten weergeven. Typ bijvoorbeeld:
      Aanvragen opnemen die zijn gemaakt tussen
    4. Klik op Range Value(s) en klik op OK.
    Vervolgens moet u de parameter Datumbereik opnemen in het rapport om die te activeren. U kunt de parameter van het deelvenster Field Explorer naar een locatie in het rapport slepen.
  2. Als u de begin- en einddatum van het bereik wilt opnemen in de rapportkoptekst, moet u twee nieuwe formulevelden maken, te weten Begindatum en Einddatum. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Klik in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Formule Fields en klik op New.
    2. Typ Begindatum in het vak Name en klik op Use Editor.
    3. Typ in het vak Formula:
      Minimum ({?Datumbereik})
    4. Klik achtereenvolgens op Save en op Close.
    5. Klik in het deelvenster Field Explorer met de rechtermuisknop op Formule Fields en klik op New.
    6. Typ Einddatum in het vak Name en klik op Use Editor.
    7. Typ in het vak Formula:
      Maximum ({?Datumbereik})
      .
    8. Klik achtereenvolgens op Save en op Close.
  3. Gebruik Begindatum en Einddatum in de rapportkoptekst. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Sleep de parameters Begindatum en Einddatum van de sectie Formula Fields van het deelvenster Field Explorer naar het tekstobject in de sectie Page Header.
    2. Voeg tekst of spaties toe om de velden van elkaar te scheiden en te identificeren.
    In stap 4 maakt u een recordselectieformule die de waarde controleert van de parameter Datumbereik die de gebruiker selecteert. Als de gebruiker klikt op Alle, worden alle activiteiten opgenomen. Anders worden alleen records opgenomen waarin de waarde van het veld in Microsoft CRM overeenstemt met de parameter waarop de gebruiker klikt.

    Als het rapport dat u maakt niet gebaseerd is op de entiteit Incident, vervangt u incident.createdon door entiteit.createdon.
  4. Voeg de parameter Datumbereik toe aan de recordselectieformule. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
    1. Open het menu Report, klik op Selection Formulas en klik op Record.
    2. Maximaliseer het venster.
    3. Als er niets in het deelvenster rechtsonder staat, typt u de volgende formule zonder 'and' in de eerste regel. Als er al code aanwezig is, voegt u alle drie de regels toe aan het eind van de codelijst.
      and
      (if {incident.createdon} in {?Datumbereik} then true
      else false)
      Gebruik in de tweede regel het datumveld dat u wilt vergelijken met het datumbereik. Afhankelijk van de entiteit kan het beter zijn om het vak modifiedon te gebruiken in plaats van het vak createdon. U kunt alleen datums gebruiken die voorkomen in een van de entiteiten die zijn opgenomen in het rapport.
    4. Klik achtereenvolgens op Save en op Close.
    Wanneer de gebruiker het rapport uitvoert, verschijnt de prompt Datumbereik met de tekst die u daarvoor hebt opgegeven. Wanneer de gebruiker de begin- en einddatum van het bereik selecteert en vervolgens op OK klikt, worden de rapportgegevens weergegeven.
Rapportfilters met parametergestuurde rapporten
Als u rapportfilters gebruikt met parametergestuurde rapporten, moet u de parameters tweemaal selecteren. Eerst voert u het parametergestuurde rapport uit en geeft u de parameters op. Vervolgens klikt u rechts op de werkbalk Report Filtering op het pictogram om rapportfiltering te openen, voert u filters in, klikt u op Filter, typt u desgevraagd opnieuw de parameters en klikt u op OK.

Referenties

U kunt een lijst met veelgestelde vragen over Microsoft CRM-rapporten downloaden van de volgende Microsoft-website:
http://www.microsoft.com/downloads/details.aspx?FamilyID=81886de8-a10a-473f-8125-49291e0f03d9
Voor meer informatie over het wijzigen van rapporten met Microsoft CRM 1.2 Report Manager klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
834791Microsoft CRM-rapporten toevoegen en verwijderen met Microsoft CRM 1.2 Report Manager en de naam van deze rapporten wijzigen
Voor meer informatie over het afdrukken van parametergestuurde rapporten in Microsoft CRM 1.2 klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
834913Rapporten op basis van parameters afdrukken in Microsoft CRM 1.2

Eigenschappen

Artikel ID: 834790 - Laatste beoordeling: donderdag 29 maart 2007 - Wijziging: 6.2
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft CRM 1.2
Trefwoorden: 
kbmbsreports kbmbsmigrate kbfile kbhowto KB834790

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com