Problemen oplossen met het afdrukken naar een lokale printer met Office-programma's in Windows XP

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 870622 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

In dit artikel wordt beschreven hoe u afdrukproblemen oplost met Microsoft Office onder Microsoft Windows XP. De volgende onderwerpen komen aan bod:
  • Problemen met de printerhardware oplossen
  • Problemen met het printerstuurprogramma oplossen
  • Problemen met het afdrukken in Windows XP oplossen
  • Problemen met het afdrukken in een programma oplossen
  • Problemen oplossen in de modus Selectief opstarten

Inleiding

In dit artikel wordt beschreven hoe u problemen kunt oplossen die optreden als u probeert af te drukken op een lokale printer vanuit Microsoft Office-programma's onder Windows XP.

Meer informatie

Dit artikel bevat geen gedetailleerde informatie over het oplossen van afdrukproblemen voor netwerken. U vindt hier wel veel belangrijke basisprocedures voor de diagnose van andere afdrukproblemen. Met behulp van deze procedures kunt u ook nagaan of het netwerkafdrukprobleem niet wordt veroorzaakt door een lokaal probleem.

Als u meer informatie wilt over het oplossen van netwerkafdrukproblemen, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
314073Problemen met afdrukken via het netwerk oplossen

Uw printerhardware controleren

Veel afdrukproblemen worden veroorzaakt door hardwareproblemen. Voordat u overgaat tot complexere probleemoplossingsmethoden, controleert u of het afdrukprobleem niet wordt veroorzaakt door een van de volgende hardwareproblemen:
  • Controleer of de printer is aangesloten op een functionerend stopcontact.
  • Controleer of de printer op de juiste manier is aangesloten op de printerpoort. De connector moet goed op de juiste poort zijn aangesloten, zowel op de computer als op de printer.
  • Controleer of er papier (of een ander afdrukmedium) in de printer is geladen en of er geen papierstoring is opgetreden.
  • Controleer of de printer voldoende inkt of toner bevat.
  • Als de printer een instelling of knop heeft waarmee deze online of offline kan worden gezet, controleert u of de printer online is.
  • Stel de printer opnieuw in door deze uit te zetten en na vijf tot tien seconden weer aan te zetten. Een groot aantal afdrukproblemen wordt veroorzaakt door een volle printerbuffer.
  • Controleer of u alle installatie-instructies hebt uitgevoerd die door de fabrikant van de printer zijn verstrekt.
  • Als de printerdocumentatie procedures voor probleemoplossing bevat, voert u deze uit.
  • Voer zo mogelijk een zelftest op de printer uit. Met behulp van deze zelftest is het dikwijls mogelijk basisproblemen met de hardware op te sporen en op te lossen. De methode voor het uitvoeren van een zelftest verschilt per printer. Zie de documentatie bij uw printer voor instructies voor het uitvoeren van een zelftest.

    Opmerking Als de zelftest mislukt, is de printer mogelijk beschadigd of is printeronderhoud vereist. Neem voor meer informatie contact op met de fabrikant van uw printer.
  • Als er een andere computer beschikbaar is, controleert u of de printer wel goed werkt als de printer op die andere computer is aangesloten. Als de printer ook dan niet werkt, is er mogelijk sprake van beschadiging en moet u de printer laten repareren.

De eigenschappen van de printer nagaan

Onjuiste instellingen van de printereigenschappen kunnen leiden tot de volgende problemen:
  • Uitvoer van slechte kwaliteit
  • Onvolledige uitvoer
Daarnaast kunnen onjuiste instellingen van de printereigenschappen ertoe leiden dat uw printer helemaal niet kan afdrukken. Controleer of de eigenschappen van de printer juist zijn geconfigureerd, zoals aanbevolen door de printerfabrikant.

Ga als volgt te werk om de instellingen van de printereigenschappen weer te geven:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer waarvan u de eigenschappen wilt weergeven en klik op Eigenschappen.
  3. Controleer of alle eigenschappen voor de printer juist zijn geconfigureerd, zoals aanbevolen door de printerfabrikant.

    Raadpleeg hiervoor de documentatie bij de printer of neem contact op met de printerfabrikant.

Een testpagina afdrukken

U moet beschikken over afdrukmachtigingen om een testpagina te kunnen afdrukken. U kunt een testpagina ook afdrukken wanneer u een printer voor het eerst installeert.

Ga als volgt te werk om een testpagina af te drukken:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt testen en klik op Eigenschappen.
  3. Klik op het tabblad Algemeen op Testpagina afdrukken.
  4. Klik op OK als de testpagina correct wordt afgedrukt.
Als de testpagina niet correct wordt afgedrukt, gaat u verder om te proberen het afdrukprobleem op te lossen. Als u geen testpagina kunt afdrukken of als u niet kunt afdrukken in een of meer van uw Microsoft Windows-programma's, hebt u te maken met een van de volgende problemen:
  • Een probleem met het printerstuurprogramma
  • Een probleem met Windows
  • Een hardwareprobleem
  • Een verbindingsprobleem

Het printerstuurprogramma testen

U kunt het printerstuurprogramma testen door te controleren of u kunt afdrukken vanuit WordPad of Kladblok.

Ga als volgt te werk om af te drukken vanuit WordPad of Kladblok.
  1. Start de computer opnieuw op.
  2. Klik op Start en klik achtereenvolgens op Alle programma's, Bureau-accessoires en Kladblok of WordPad.
  3. Typ een stukje tekst en probeer dit af te drukken.
Als u kunt afdrukken vanuit WordPad of Kladblok, kan het probleem betrekking hebben op het programma dat u gebruikt, of voert Windows een bepaalde afdrukopdracht die voor dat programma nodig is, niet uit. Een klein probleem met het printerstuurprogramma kan invloed hebben op het afdrukken.

U kunt vaststellen of het printerstuurprogramma het probleem veroorzaakt door een ander stuurprogramma te installeren en zodoende het stuurprogramma te testen. U kunt dit op een van de volgende manieren doen:
  • Als u een PostScript-printer gebruikt, laadt u het stuurprogramma Apple LaserWriter NT. Dit is een eenvoudig PostScript-stuurprogramma. Door het Apple LaserWriter NT-stuurprogramma te gebruiken kunt u zien of het probleem betrekking heeft op het PPD-bestand (PostScript Printer Description) in kwestie voor de printer.
  • Als u geen PostScript-printer gebruikt, laadt u het stuurprogramma Algemeen/Alleen tekst. Dit is een eenvoudig printerstuurprogramma. Door het stuurprogramma Algemeen/Alleen tekst te gebruiken kunt u zien of de basisafdrukstack correct functioneert.
  • Als u een plotter gebruikt, laadt u het plotterstuurprogramma HP-GL/2 van Hewlett-Packard. Voor meer informatie over het plotterstuurprogramma gaat u naar de volgende website van Hewlett-Packard (HP):
    http://welcome.hp.com/country/nl/nl/welcome.html
    Microsoft verstrekt deze contactinformatie om u te helpen bij het aanvragen van technische ondersteuning. Deze contactinformatie kan zonder aankondiging worden gewijzigd. Microsoft kan derhalve niet instaan voor de juistheid van deze contactinformatie.
Ga als volgt te werk om een printerstuurprogramma te installeren:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer waarvoor u een ander stuurprogramma wilt installeren en klik op Eigenschappen.
  3. Klik op Nieuw op het tabblad Geavanceerd om een nieuwe of bijgewerkte versie van het printerstuurprogramma te installeren met behulp van de wizard Printerstuurprogramma toevoegen.
  4. Klik op Volgende en gebruik een van de volgende methoden:
    • Klik op de juiste fabrikant en het juiste model van de printer als het nieuwe of bijgewerkte stuurprogramma in de lijst wordt vermeld.
    • Klik op Bladeren als het printerstuurprogramma niet in de lijst voorkomt of als u een nieuw of bijgewerkt stuurprogramma op cd of schijf hebt gekregen van de printerfabrikant. Typ het pad naar het stuurprogramma en klik op OK.
  5. Klik op Volgende en volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie van het stuurprogramma te voltooien.
Als de printer niet afdrukt wanneer u de elementaire stuurprogramma's gebruikt, raadpleegt u de sectie 'De afdrukstack controleren' in dit artikel. Als de printer wel afdrukt wanneer u de elementaire stuurprogramma's gebruikt, raadpleegt u de sectie 'Het programma controleren'.

De afdrukstack controleren

  1. Verwijder het printerstuurprogramma en installeer het opnieuw. Ga als volgt te werk om een beschadigd printerstuurprogramma te vervangen:
    1. Sluit alle geopende Windows-programma's.
    2. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
    3. Klik met de rechtermuisknop op de standaardprinter en klik op Verwijderen. Als wordt gevraagd of u nog meer bestanden van het systeem wilt verwijderen, klikt u op Ja.
    4. Dubbelklik op Printer toevoegen en volg de aanwijzingen op het scherm om het printerstuurprogramma opnieuw te installeren.

      Opmerking Als uw computer deel uitmaakt van een netwerk, moet u het juiste printerstuurprogramma wellicht vanaf een netwerkshare voor printers installeren. Neem voor meer informatie contact op met de netwerkbeheerder.

      Voor meer informatie over het installeren van een printerstuurprogramma vanaf een netwerkshare voor printers klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
      135406Printerstuurprogramma's handmatig verwijderen en opnieuw installeren

      Als u een service pack gebruikt, installeert u het service pack opnieuw nadat u de printers opnieuw hebt geïnstalleerd.
  2. Ga na hoeveel ruimte er beschikbaar is op de vaste schijf.
Afdruktaken worden mogelijk niet uitgevoerd als er onvoldoende ruimte is om de afdruktaak in de wachtrij te plaatsen.

Afdrukken vanaf een opdrachtprompt

Wanneer u afdrukt vanaf een opdrachtprompt, wordt de verbinding tussen uw computer en printer getest. Deze procedure is onderverdeeld in twee secties, afhankelijk van het printertype: PostScript of niet-PostScript. Voor beide procedures moet u weten op welke printerpoort uw printer is aangesloten.

Ga als volgt te werk om vast te stellen op welke poort uw printer is aangesloten:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik op het pictogram voor de te gebruiken printer, open het menu Bestand en klik op Eigenschappen.
  3. Kijk in het gedeelte Afdrukken naar de volgende poort(en) op het tabblad Poorten op welke poort uw printer is aangesloten en noteer deze poort.
Ga als volgt te werk om met een PostScript-printer af te drukken vanaf een opdrachtprompt:
  1. Klik op Start en op Alle programma's, wijs Bureau-accessoires aan en klik op Opdrachtprompt.
  2. Als uw printer is aangesloten op de LPT1-poort, typt u copy con lpt1 bij de opdrachtprompt. Als uw printer is aangesloten op een andere poort dan de LPT1-poort, vervangt u lpt1 door de desbetreffende poort.
  3. Druk op Enter.
  4. Typ showpage bij de opdrachtprompt en druk op Enter.
  5. Druk op CTRL+Z en druk op Enter.
Als de printer een vel papier uitwerpt, is de verbinding tussen uw computer en printer in orde. Als u niet kunt afdrukken vanaf de opdrachtprompt, raadpleegt u de sectie 'Windows starten in de modus Selectief opstarten'.

Ga als volgt te werk om af te drukken vanaf een opdrachtprompt met een niet-PostScript-stuurprogramma:
  1. Klik op Start en op Alle programma's, wijs Bureau-accessoires aan en klik op Opdrachtprompt.
  2. Typ echo hallo bij de opdrachtprompt, druk op CTRL+L en typ dir > lpt1. Als uw printer is aangesloten op een andere poort dan de LPT1-poort, vervangt u lpt1 door de desbetreffende poort. Nadat u de regel hebt getypt, wordt deze weergegeven als echo hallo ^L > lpt1.
  3. Druk op Enter.
Als door de printer een pagina met een lijstweergave wordt afgedrukt, is de verbinding tussen uw computer en printer in orde. Als u niet kunt afdrukken vanaf de opdrachtprompt, raadpleegt u de sectie 'Windows starten in de modus Selectief opstarten'.

De lettertypen controleren

De afdrukproblemen die u ondervindt, kunnen worden veroorzaakt door een beschadigd lettertype. In het volgende gedeelte vindt u informatie over het oplossen van problemen met lettertypen.

Een lettertypevoorbeeld afdrukken

Lettertypen worden gebruikt om tekst weer te geven op het scherm en in afdrukken. Lettertypen kennen bepaalde stijlen, zoals cursief, vet en vet cursief. Als u vermoedt dat een bepaald lettertype problemen veroorzaakt bij het afdrukken, probeert u een lettertypevoorbeeld af te drukken.

Ga als volgt te werk om een lettertypevoorbeeld af te drukken:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Lettertypen.
  2. Dubbelklik op het lettertype dat u wilt afdrukken.
  3. Klik in de voorbeeldpagina op Afdrukken.
Als het probleem beperkt blijft tot een bepaald lettertype, kan het worden veroorzaakt door een beschadigd lettertypebestand.

Voor meer informatie over het testen en opnieuw installeren van lettertypen klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
314960Procedure: Een lettertype installeren of verwijderen in Windows

TrueType-lettertypen afdrukken als afbeeldingen

Als het probleem betrekking lijkt te hebben op lettertypen, schakelt u de functie TrueType als afbeeldingen afdrukken in, als deze wordt ondersteund door uw printer, en test u of het probleem hierdoor wordt opgelost.

Voer de volgende procedure uit om TrueType af te drukken als afbeeldingen.

Opmerking U moet beschikken over afdrukmachtigingen om de afdrukvoorkeuren te kunnen wijzigen.
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram voor de gebruikte printer en klik op Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
  3. Klik op Geavanceerd.
  4. Schakel het selectievakje Tekst als afbeeldingen afdrukken bij Documentopties in.

    Opmerking Het selectievakje Tekst als afbeeldingen afdrukken wordt alleen in het dialoogvenster Geavanceerd weergegeven als uw printer deze functie ondersteunt.
  5. Klik op Ingeschakeld.
Opmerking Standaard worden TrueType-lettertypen naar de printer gedownload als de printer Tekst afdrukken als grafische afbeeldingen ondersteunt. Het afdrukken verloopt hierdoor in het algemeen sneller omdat de lettertypen in uw document aanwezig zijn in het geheugen van de printer. Als uw printer een document niet kan afdrukken wanneer 'Tekst afdrukken als grafische afbeeldingen' is ingeschakeld, schakelt u deze instelling uit en probeert u opnieuw af te drukken.

De printerresolutie verlagen

Er kunnen afdrukproblemen optreden als de printer is geconfigureerd om af te drukken met hoge resolutie. Om na te gaan of dit de oorzaak van de afdrukproblemen is, verlaagt u de printerresolutie en test u of het probleem hiermee is opgelost.

Ga als volgt te werk om de printerresolutie te verlagen:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt gebruiken en klik op Eigenschappen.
  3. Open het tabblad Algemeen en klik op Voorkeursinstellingen.
  4. Klik op een lagere resolutie (of dots per inch) voor uw printer in het vak Resolutie en klik op OK.
  5. Controleer of het probleem is opgelost. Als dat niet het geval is, zet u de printerresolutie terug op de oorspronkelijke waarde.

Het programma controleren

U hebt nu vastgesteld dat u kunt afdrukken vanuit WordPad of Kladblok en dat het afdrukprobleem betrekking lijkt te hebben op een bepaald programma.

U kunt het probleem met het programma op een van de volgende manieren oplossen:
  • Druk een ander, eenvoudiger bestand af. Maak een nieuw document dat minder informatie bevat. Met deze test bepaalt u of het probleem wordt veroorzaakt door het programma dan wel door het document.
  • Ga na of er voldoende schijfruimte beschikbaar is op het systeemstation door te controleren of een kleine afdruktaak wel wordt afgedrukt.
  • Controleer of u kunt afdrukken vanuit een ander besturingssysteem. Als de printer nu wel correct afdrukt, heeft het probleem betrekking op het uitvoerbestand.
Als het nieuwe document wordt afgedrukt, kan het probleem betrekking hebben op dat ene specifieke document. Aan de hand van de volgende suggesties kunt u vaststellen of het probleem betrekking heeft op een bepaald aspect in het document. Als het nieuwe document niet wordt afgedrukt, raadpleegt u de sectie 'Windows starten in de modus Selectief opstarten'.

Geheugen en schijfruimte controleren

Mogelijk is er meer geheugen nodig voor het document dat u probeert af te drukken. Sla het document dat u probeert af te drukken, op. Plak vervolgens een gedeelte van het document in een nieuw bestand. Als het afdrukken van afbeeldingen mislukt, plakt u een van de afbeeldingen in het nieuwe bestand. Sluit alle bestanden behalve het nieuwe bestand, en probeer af te drukken.

Als het afdrukken lukt, is voor uw oorspronkelijke document meer geheugen nodig dan op de computer beschikbaar is. Mogelijk is er onvoldoende geheugen beschikbaar voor uw besturingssysteem.

U kunt geheugen beschikbaar maken op een of meer van de volgende manieren:
  • Sluit alle andere geopende programma's af.
  • Sluit alle documenten met uitzondering van het document dat u probeert af te drukken.
  • Sluit alle actieve programma's af en start de computer opnieuw op.
  • Controleer of er voldoende vrije schijfruimte op de vaste schijf is. Minimaal 120 megabyte (MB) vrije schijfruime wordt aanbevolen.
Bij het verzenden van gegevens naar de printer gebruikt uw computer schijfruimte. Als er minder dan 120 MB vrije schijfruimte is op de vaste schijf waarop Windows is geïnstalleerd, kunnen er afdrukproblemen optreden.

U kunt als volgt de beschikbare ruimte op de vaste schijf vaststellen:
  1. Klik op Start en vervolgens op Deze computer.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de vaste schijf waarop Windows is geïnstalleerd en klik op Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen ziet u de totale hoeveelheid beschikbare ruimte op de vaste schijf. 1 gigabyte (GB) opslagruimte is gelijk aan 1024 MB.
U kunt op een of meer van de volgende manieren meer ruimte beschikbaar maken:
  • De Prullenbak leegmaken.
  • Het hulpprogramma Schijfopruiming gebruiken om schijfruimte vrij te maken. Ga hiervoor als volgt te werk:
    1. Klik op Start, wijs achtereenvolgens Alle programma's, Bureau-accessoires en Systeemwerkset aan en klik op Schijfopruiming.
    2. Klik in het vak Stations op de vaste schijf en klik op OK.
    3. Selecteer een of meer opties in de lijst Te verwijderen bestanden.
    4. U kunt ook het tabblad Meer opties openen voor andere opties om schijfruimte vrij te maken.
  • Verwijder alle documenten of gegevensbestanden die niet meer worden gebruikt of verplaats deze naar een andere locatie ter archivering.
  • Gebruik het onderdeel Software om alle ongewenste programma's te verwijderen. Ga hiervoor als volgt te werk:
    1. Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm en Software.
    2. Klik op het programma dat u wilt verwijderen en klik op Wijzigen/Verwijderen.
    3. Klik op Ja om het programma te verwijderen.

Vaststellen of het afdrukken is onderbroken

Ga als volgt te werk om vast te stellen of het afdrukken is onderbroken:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op uw printer.
  3. Klik op Doorgaan met afdrukken of op Printer on line gebruiken als een van deze opties in het menu voorkomt.
  4. Probeer nogmaals af te drukken.

De printerpoort controleren

Ga als volgt te werk om te controleren of u afdrukt naar de juiste poort of naar het gedeelde printerpad:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt gebruiken en klik op Eigenschappen.
  3. Klik op de juiste poort in de lijst Afdrukken naar de volgende poort(en) op het tabblad Poorten.
De meest gebruikte instelling voor de printerpoort is LPT1. Voor sommige printers is echter een andere poort vereist. Zie de documentatie bij uw printer voor informatie over de poort die door uw printer moet worden gebruikt.

Het gedeelde printerpad controleren voor een netwerkprinter

  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt gebruiken en klik op Eigenschappen.
  3. Controleer of bovenaan het tabblad Algemeen de juiste printernaam wordt weergegeven.
Neem contact op met uw netwerkbeheerder voor meer informatie als de verkeerde printernaam wordt weergegeven of als u niet zeker weet naar welke printer u moet afdrukken.

De spoolerinstellingen wijzigen

Als u beschikt over voldoende schijfruimte en nog steeds problemen ondervindt bij het afdrukken, kunt u de spoolerinstellingen wijzigen. Meestal worden bij het afdrukken gegevens naar een bestand op de vaste schijf geschreven voordat ze naar de printer worden gestuurd. Dit wordt afdrukspoolen genoemd. Afdrukspoolen zorgt ervoor dat u uw programma's kunt blijven gebruiken terwijl het document wordt afgedrukt. Afdrukspoolen is meestal sneller dan direct naar de printer afdrukken. Als u niet over voldoende schijfruimte beschikt, kan de afdruksnelheid echter toenemen door het uitschakelen van afdrukspoolen.

Opmerking Wanneer afdrukspoolen is uitgeschakeld, moet u wachten tot het bestand is afgedrukt voordat u andere taken kunt uitvoeren met het programma waaruit u afdrukt.

Voer de volgende stappen uit om de spoolerinstellingen te controleren of te wijzigen:
  1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Dubbelklik op de printer die u probeert te gebruiken. De afdrukwachtrij voor de desbetreffende printer wordt weergegeven.
  3. Als er een document voorkomt in de afdrukwachtrij, klikt u achtereenvolgens op Printer, op Alle documenten annuleren en op Ja.
  4. Klik met de rechtermuisknop op de printer die u wilt gebruiken en klik op Eigenschappen.
  5. Open het tabblad Geavanceerd.
    • Als de optie Afdrukdocumenten in wachtrij plaatsen (programma is eerder gereed) is geselecteerd, is afdrukspoolen ingeschakeld.
    • Als de optie Rechtstreeks naar de printer afdrukken is geselecteerd, is afdrukspoolen uitgeschakeld en drukt u rechtstreeks naar de printer af.
  6. Wijzig de instelling om te zien of het afdrukken hierdoor sneller verloopt. U wijzigt de instelling door op een van de opties te klikken die worden vermeld bij stap 5.
    • Als u naar een netwerkprinter afdrukt, is het mogelijk dat u de spoolerinstellingen niet kunt wijzigen.
    • Bij sommige printers verloopt het afdrukken van afbeeldingen veel trager dan het afdrukken van tekst.

Nagaan of er conflicten met systeembronnen zijn

Uw printerhardware moet zodanig zijn geconfigureerd dat er geen conflicten optreden met andere geïnstalleerde hardware.

Ga als volgt te werk om te zoeken naar systeembronconflicten:
  1. Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud en Systeem.
  2. Klik in het dialoogvenster Systeemeigenschappen op het tabblad Hardware en klik vervolgens op Apparaatbeheer.
  3. Dubbelklik op Poorten.
  4. Klik met de rechtermuisknop op de poort voor uw printer en klik op Eigenschappen.
  5. Open het tabblad Bronnen en controleer of er geen conflicten worden weergegeven onder Lijst met conflicterende apparaten.

Windows starten in de modus Selectief opstarten

Om te controleren of stuurprogramma's of geheugenresidente programma's problemen veroorzaken met de afdrukfunctie van het gebruikte programma, start u Windows in de modus Selectief opstarten en probeert u een bestand af te drukken in het desbetreffende programma.

Opmerking U moet zijn aangemeld als beheerder of als lid van de groep Administrators om deze procedure te kunnen uitvoeren. Als uw computer is verbonden met een netwerk, kan het zijn dat netwerkbeleidsinstellingen u verhinderen om deze procedure te voltooien.

Waarschuwing Als u de stappen in dit artikel uitvoert, kan de service Systeemherstel worden uitgeschakeld en kunnen eerder gemaakte herstelpunten worden verwijderd.

Voor meer informatie over het gebruik van het hulpprogramma Systeemherstel om de computer te herstellen naar een eerdere configuratie klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
306084Het besturingssysteem Windows XP terugzetten in een vorige staat

Ga als volgt te werk om Windows in de selectieve modus te starten:
  1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ msconfig in het vak Openen en klik op OK.
  2. Klik op Selectief opstarten op het tabblad Algemeen en schakel alle selectievakjes daaronder uit.

    Opmerking Het selectievakje Originele Boot.ini gebruiken kan niet worden uitgeschakeld.
  3. Klik op OK en klik op Opnieuw opstarten om de computer opnieuw op te starten.
Als het afdrukprobleem niet optreedt wanneer u Windows opstart in de modus Selectief opstarten, start u de computer schoon op om de oorzaak van het probleem op te sporen.

Als u meer informatie wilt over het schoon opstarten van de computer in Windows XP, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
310353Windows XP schoon opstarten
De niet-Microsoft-producten die in dit artikel worden vermeld, worden vervaardigd door fabrikanten die geheel onafhankelijk zijn van Microsoft. Microsoft verleent dan ook geen enkele garantie, impliciet noch anderszins, omtrent de prestaties of de betrouwbaarheid van deze producten.

Eigenschappen

Artikel ID: 870622 - Laatste beoordeling: maandag 23 april 2007 - Wijziging: 5.10
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Office Access 2007
  • Microsoft Office Excel 2007
  • Microsoft Office InfoPath 2007
  • Microsoft Office OneNote 2007
  • Microsoft Office Outlook 2007
  • Microsoft Office PowerPoint 2007
  • Microsoft Office Project Professional 2007
  • Microsoft Office Project Standard 2007
  • Microsoft Office Publisher 2007
  • Microsoft Office Visio Professional 2007
  • Microsoft Office Visio Standard 2007
  • Microsoft Office Word 2007
  • Microsoft Office Access 2003
  • Microsoft Office Excel 2003
  • Microsoft Office FrontPage 2003
  • Microsoft Office OneNote 2003
  • Microsoft Office Outlook 2003
  • Microsoft Office PowerPoint 2003
  • Microsoft Office Publisher 2003
  • Microsoft Office Word 2003
  • Microsoft Access 2002 Standard Edition
  • Microsoft Excel 2002 Standard Edition
  • Microsoft FrontPage 2002 Standard Edition
  • Microsoft Outlook 2002 Standard Edition
  • Microsoft PowerPoint 2002 Standard Edition
  • Microsoft Publisher 2002 Standard Edition
  • Microsoft Word 2002 Standard Edition
  • Microsoft Access 2000 Standard Edition
  • Microsoft Excel 2000 Standard Edition
  • Microsoft FrontPage 2000 Standard Edition
  • Microsoft Outlook 2000 Standard Edition
  • Microsoft PowerPoint 2000 Standard Edition
  • Microsoft Publisher 2000 Standard Edition
  • Microsoft Word 2000 Standard Edition
  • Microsoft Windows XP Home Edition
  • Microsoft Windows XP Professional
  • Microsoft Office Visio Professional 2003
  • Microsoft Office Visio Standard 2003
  • Microsoft Visio 2000 Enterprise Edition
  • Microsoft Visio 2000 Professional Edition
  • Microsoft Visio 2000 Standard Edition
  • Microsoft Visio 2000 Technical Edition
  • Microsoft Visio 2002 Professional Edition
  • Microsoft Visio 2002 Standard Edition
  • Microsoft Office Project Professional 2003
  • Microsoft Office Project Standard 2003
  • Microsoft Project 2000 Standard Edition
  • Microsoft Project 2002 Professional Edition
  • Microsoft Project Standard 2002
Trefwoorden: 
kbprint kbtshoot KB870622

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com