Windows Installer en Groepsbeleid gebruiken om de module VPModule.msi in een Active Directory-domein te implementeren.

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 887405 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

Gebruik het bestand VPModule.msi voor het installeren van de HttpModule Microsoft.Web.ValidatePathModule.dll op computers waarop ASP.NET wordt uitgevoerd. In dit artikel worden de stappen beschreven voor de distributie van deze HttpModule met Groepsbeleid. Ook vindt u hier stappen voor het maken van een distributiepunt, het maken van een groepsbeleidobject voor de distributie van het bestand Microsoft.Web.ValidatePathModule.dll en het distribueren van het bestand VPModule.msi

Inleiding

Met het bestand VPModule.msi installeert u een HttpModule met de naam Microsoft.Web.ValidatePathModule.dll op doelcomputers. Tijdens de installatie worden alle in het systeem voorkomende exemplaren van het bestand Machine.config bijgewerkt met een nieuwe vermelding HttpModule. Klik op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base voor meer informatie over het bestand VPModule.msi:
887289 HTTP-module om te controleren op standaardisatieproblemen met ASP.NET
Met het bestand VPModule.msi installeert u Microsoft.Web.ValidatePathModule.dll op computers waarop ASP.NET wordt uitgevoerd. Wanneer u computers beheert in een omgeving met de Active Directory-service, kunt u de functie 'Installatie en onderhoud van software' van Groepsbeleid gebruiken voor de distributie van het bestand VPModule.msi naar doelcomputers. In dit artikel wordt beschreven hoe u met Windows Installer en Groepsbeleid het bestand VPModule.msi kunt installeren op doelcomputers in een Active Directory-domein met Microsoft Windows 2000 Server of Microsoft Windows Server 2003. In dit artikel wordt er tevens van uitgegaan dat u al weet op welke computers in uw omgeving ASP.NET wordt uitgevoerd.

Groepsbeleid is de aanbevolen methode voor het beheer van softwaredistributies voor klanten die nog geen bedrijfsoplossing voor updatebeheer hebben, zoals SMS 2003 (Systems Management Server) of SUS (Software Update Services). Op de volgende Microsoft-website vindt u meer informatie over Groepsbeleid:
http://go.microsoft.com/fwlink/?linkid=14950

Meer informatie

Het bestand VPModule.msi toewijzen met Groepsbeleid

Ga als volgt te werk om het bestand VPModule.msi toe te wijzen met Groepsbeleid:
  1. Maak een distributiepunt.
  2. Maak een groepsbeleidobject voor distributie van het bestand VPModule.msi.
  3. Distribueer het bestand VPModule.msi vanuit de gedeelde distributiemap naar doelcomputers.
  4. Distribueer het bestand VPModule.msi desgewenst naar specifieke beveiligingsgroepen.
Doelcomputers, of computers waarnaar het bestand VPModule.msi wordt gedistribueerd, moeten behoren bij hetzelfde domein als de server waarop het MSI-bestand van Windows Installer is opgeslagen. Nadat u het pakket hebt toegewezen, wordt het bestand VPModule.msi door Windows Installer automatisch geïnstalleerd wanneer gebruikers die een verbinding met het netwerk hebben, hun computer opstarten. Het is raadzaam om na de installatie op elke doelcomputer te controleren of het bestand VPModule.msi is geïnstalleerd. Het is mogelijk dat u een computer diverse malen moet opstarten voordat de update is voltooid.

Alleen een netwerkbeheerder of iemand die als beheerder op een lokale computer is aangemeld, kan de toegewezen software (het bestand VPModule.msi) van de doelcomputer verwijderen. De procedures uit deze sectie worden in de volgende secties gedetailleerd beschreven.

Een distributiepunt maken

Wanneer u software wilt toewijzen, moet u eerst een distributiepunt op de server maken. Ga als volgt te werk om een distributiepunt te maken:
  1. Meld u als beheerder aan op de servercomputer.
  2. Maak een gedeelde netwerkmap waarin u het te distribueren bestand VPModule.msi kunt opslaan. Deze map is het distributiepunt van het softwarepakket.
  3. Geef machtigingen op voor de gedeelde netwerkmap om toegang tot het distributiepakket mogelijk te maken. Verleen toegang aan:
    • Beheerders
    • Geverifieerde gebruikers
    • Domeingebruikers
    Configureer desgewenst een DFS (Distributed File System) voor het distributiepunt. Een DFS wordt aanbevolen omdat u hiermee flexibeler bent. De flexibiliteit zit in de ononderbroken beschikbaarheid van het distributiepunt in gevallen dat u de server moet vervangen. Met DFS is het bovendien gemakkelijker om distributiepunten op verschillende locaties te maken. Ga naar de volgende Microsoft-website voor meer informatie over DFS:
    http://go.microsoft.com/fwlink/?linkid=34229
  4. Kopieer het bestand VPModule.msi naar het distributiepunt.

Een groepsbeleidobject voor softwaredistributie maken

U kunt een groepsbeleidobject maken en dit vervolgens koppelen aan een Active Directory-container die de doelcomputers bevat waarnaar u het bestand VPModule.msi wilt distribueren. Een Active Directory-container kan bijvoorbeeld een site, een domein of een organisatie-eenheid zijn. Met de instructies hierna gebruikt u een domein als container en gebruikt u beveiligingsfilters om het groepsbeleidobject te distribueren naar specifieke computers. In uw omgeving kunt u het groepsbeleidobject ook koppelen aan een andere container, zoals een organisatie-eenheid. U kunt het groepsbeleidobject koppelen aan elke gewenste Active Directory-container. U kunt ook een bestaand groepsbeleidobject bewerken in plaats van een nieuw groepsbeleidobject te maken voor de distributie van het bestand VPModule.msi. U kunt echter beter niet het standaarddomeinbeleid of het standaarddomeincontrollerbeleid wijzigen.

Een groepsbeleidobject maken voor distributie van het bestand VPModule.msi

Gebruik een van de volgende methoden om een groepsbeleidobject te maken voor de distributie van het bestand VPModule.msi.

Als u GPMC (Group Policy Management Console) hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
  1. Open de GPMC (Group Policy Management Console) op een werkstation voor beheer.
  2. Klik in de consolestructuur met de rechtermuisknop op een domeinnaam in de forest waarin u een groepsbeleidobject wilt maken en koppelen.
  3. Klik op Create and Link a GPO Here.
  4. Typ een naam voor het nieuwe groepsbeleidobject in het dialoogvenster New GPO en klik op OK.
Als u geen GPMC (Group Policy Management Console) hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit:
  1. Open Active Directory: gebruikers en computers op een domeincontroller of een werkstation voor beheer .
  2. Zoek de organisatie-eenheid die de computers bevat waarnaar u het bestand VPModule.msi wilt distribueren.
  3. Klik met de rechtermuisknop op de organisatie-eenheid en klik op Eigenschappen.
  4. Open het tabblad Groepsbeleid en klik op Nieuw.
  5. Typ een naam voor het nieuwe groepsbeleidobject in het dialoogvenster New GPO en klik op OK.

Een groepsbeleidobject voor softwaredistributie bewerken

Nadat u een distributiepunt en een groepsbeleidobject voor de distributie van het bestand VPModule.msi hebt gemaakt, moet u het groepsbeleidobject wijzigen met de functie 'Installatie en onderhoud van software' van Groepsbeleid. Voor de distributie van het bestand VPModule.msi moet u het knooppunt Computerconfiguratie in de objecteditor van Groepsbeleid gebruiken.

Ga als volgt te werk om een groepsbeleidobject voor softwaredistributie te bewerken:
  1. Klik met de rechtermuisknop op het nieuwe groepsbeleidobject en klik op Bewerken.
  2. Klik in de objecteditor van Groepsbeleid achtereenvolgens op Computerconfiguratie, Software-instellingen en Software-installatie.
  3. Wijs in het menu Actie de optie Nieuw aan en klik op Pakket.
  4. Typ het volledige UNC-pad (Universal Naming Convention) van het gedeelde Installer-pakket dat u wilt distribueren in het vak Bestandsnaam van het dialoogvenster Openen. Houd voor het pad de volgende notatie aan:
    \\Servernaam\GedeeldeMap\VPModule.msi of \\ServerIP\GedeeldeMap\VPModule.msi
    Geef het UNC-pad van het gedeelde installatiepakket op.
  5. Selecteer het Windows Installer-pakket en klik op Openen.
  6. Klik in het dialoogvenster Software distribueren op Toegewezen en klik op OK. Het gedeelde installatiepakket dat u hebt geselecteerd, verschijnt in het rechterdeelvenster van de objecteditor van Groepsbeleid.
Opmerking Servernaam en ServerIP zijn tijdelijke aanduidingen voor de servernaam of het IP-adres van de computer waarop de gedeelde map is opgeslagen. GedeeldeMap is een tijdelijke aanduiding van de gedeelde map op de servercomputer.

Software distribueren naar specifieke beveiligingsgroepen

Gebruik de beveiligingsfilters van Groepsbeleid om het bestand VPModule.msi te distribueren naar computers die deel uitmaken van een bepaalde beveiligingsgroep. Als u met de procedure uit dit artikel bijvoorbeeld een groepsbeleidobject op domeinniveau maakt, kunt u een beveiligingsfilter toepassen om het object alleen te distribueren naar de gewenste computers. U maakt eerst de beveiligingsgroep en voegt vervolgens doelcomputers toe als leden.

Ga als volgt te werk om een beveiligingsgroep te maken:
  1. Klik met de rechtermuisknop op het domein of de Active Directory-container waaruit u wilt distribueren, klik op Nieuw en klik op Groep.
  2. Typ een naam voor de beveiligingsgroep.
  3. Open het tabblad Leden en klik op Toevoegen.
  4. Typ de computernamen en klik op OK.

Het bestand VPModule.msi distribueren met beveiligingsfilters

  1. Dubbelklik in GPMC op Groepsbeleidobjecten.
  2. Klik op het groepsbeleidobject waarop u een beveiligingsfilter wilt toepassen.
  3. Klik in het resultatenvenster op Add op het tabblad Scope.
  4. Typ in het vak Enter the object name to select de naam van de groep, de gebruiker of de computer die u wilt toevoegen en klik op OK.
  5. Als de groep Authenticated Users verschijnt onder Security Filtering op het tabblad Scope, selecteert u deze groep en klikt u op Remove. Hierdoor weet u zeker dat alleen de leden van de groep of groepen die u hebt toegevoegd, de instellingen in dit groepsbeleidobject ontvangen.
Opmerking De instellingen in een groepsbeleidobject gelden alleen voor de volgende gebruikers en computers:
  • Gebruikers en computers die deel uitmaken van het domein, de organisatie-eenheid of de organisatie-eenheden waaraan het groepsbeleidobject is gekoppeld.
  • Gebruikers en computers die zijn opgegeven bij Security Filtering of die lid zijn van een groep die is opgegeven bij Security Filtering.
U kunt diverse groepen, gebruikers of computers opgeven in het beveiligingsfilter voor een enkel groepsbeleidobject.

Referenties

Voor meer informatie klikt u op de volgende artikelnummers in de Microsoft Knowledge Base:
887404 Systems Management Server 2003 gebruiken om de ValidatePath-module te implementeren
887459 Programmatisch controleren op standaardisatieproblemen met ASP.NET
887787 Er verschijnt een foutbericht van Reporting Services nadat u de ASP.NET ValidatePath-module hebt geïnstalleerd
887290 De modulescanner (VPModulescanner.js) van ASP.NET gebruiken

Eigenschappen

Artikel ID: 887405 - Laatste beoordeling: woensdag 27 oktober 2004 - Wijziging: 1.3
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows Server 2003, Standard Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows Server 2003, Enterprise Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows Server 2003, Datacenter Edition (32-bit x86)
  • Microsoft Windows 2000 Advanced Server
  • Microsoft Windows 2000 Datacenter Server
  • Microsoft Windows® 2000 Server
  • Microsoft Windows XP Professional
Trefwoorden: 
kbhowto kbactivedirectory kbgrppolicyinfo kbsecurity kbgpo kbdirservices kbdeployment kbpermissions KB887405

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com