Traceren inschakelen in Microsoft Dynamics CRM

Artikel ID: 907490 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Inleiding

In dit artikel wordt beschreven hoe u tracering inschakelt in Microsoft Dynamics CRM.

Meer informatie

Belangrijk Deze sectie, methode of opdracht bevat stappen voor het bewerken van het register. Als u het register onjuist bewerkt, kunnen er echter grote problemen optreden. Het is dan ook belangrijk dat u deze stappen zorgvuldig uitvoert. Maak een back-up van het register voordat u wijzigingen aanbrengt. Als er een probleem optreedt, kunt u het register altijd nog herstellen. Als u meer informatie wilt over het maken van een back-up van het register en het herstellen van het register, klikt u op het volgende artikelnummer, zodat het desbetreffende Microsoft Knowledge Base-artikel wordt weergegeven:
322756 Back-ups van het register maken en het register terugzetten in Windows
Met Microsoft Dynamics CRM kunt u traceringsbestanden maken om de acties van Microsoft CRM bij te houden. Traceringsbestanden zijn handig bij het oplossen van foutberichten of andere problemen in Microsoft CRM.

U kunt beheerde en onbeheerde traceringsbestanden maken. Welke informatie in de onbeheerde en beheerde traceringsbestanden wordt opgenomen, hangt af van verplichte en optionele registervermeldingen die u handmatig maakt. U kunt deze registervermeldingen maken op de Microsoft CRM-server of op de computer waarop de Microsoft CRM-client voor Microsoft Office Outlook wordt uitgevoerd, nadat u Microsoft CRM of de Microsoft CRM-client voor Outlook hebt geïnstalleerd.

Verplichte registervermeldingen

Hierna volgen de verplichte registervermeldingen. Zie de sectie 'Locatie van registervermeldingen' voor meer informatie over de locatie van deze registervermeldingen.
Deze tabel samenvouwenDeze tabel uitklappen
NaamTypeGegevensOpmerkingen
TraceEnabledDWORD-waardeDe waarde 0 of 1Als u de waarde 0 gebruikt, wordt tracering uitgeschakeld. Als u de waarde 1 gebruikt, wordt tracering ingeschakeld.
TraceDirectoryTekenreeksC:\CRMTraceMet de registervermelding TraceDirectory wordt de map voor de traceringslogboekbestanden opgegeven. De map moet bestaan en de gebruiker die Microsoft CRMAppPool start, moet het volledige beheer hebben over deze map. Wanneer u Microsoft CRM installeert, is NT AUTHORITY\NETWORK SERVICE de standaardgebruiker.
TraceRefresh DWORD-waardeEen getal tussen nul en 99Wanneer de gegevens worden gewijzigd, worden de traceringsinsgstellingen in de andere registervermeldingen toegepast.

Optionele registervermeldingen

Hieronder volgen de optionele registervermeldingen.
Deze tabel samenvouwenDeze tabel uitklappen
NaamTypeGegevensOpmerkingen
TraceCategoriesTekenreeks of meerdere tekenreeksenCategory.Feature:TraceLevelDe registervermelding TraceCategories is een combinatie van een categorie-, een functie- en een traceringsniveau. U kunt meerdere categorie-, functie- en traceringsniveaus opgeven. Scheid de combinaties van elkaar met een puntkomma. Zie de sectie 'Waarden voor traceringsniveaus' voor een lijst met categorieën, functies en traceringsniveaus en voor voorbeelden van geldige combinaties.
TraceCallStackDWORD-waardeDe waarde 0 of 1Als u de waarde 0 gebruikt, wordt de call-stack niet in het traceringsbestand opgenomen. Als u de waarde 1 gebruikt, wordt de call-stack wel in het traceringsbestand opgenomen.
TraceFileSizeLimitDWORD-waardeEen grootte tussen 1 en 100 megabyteIn de registervermelding TraceFileSizeLimit wordt de maximale grootte van traceringsbestanden opgegeven. Als de grens wordt bereikt, worden nieuwe bestanden gemaakt.
Als u de optionele registervermeldingen niet maakt, worden de standaardwaarden gebruikt. Zie de sectie 'Standaardwaarden voor optionele registervermeldingen' voor meer informatie over de standaardwaarden. Als u de registervermeldingen maakt, maar geen gegevenswaarden opgeeft, werkt tracering niet.

Microsoft Dynamics CRM 4.0 traceringslogboekbestandslocatie

Als u in Microsoft Dynamics CRM 4.0 een tracering creëert, wordt de registersleutel TraceDirectory genegeerd. Bij tracering op de Microsoft Dynamics CRM 4.0 server wordt het traceringslogboekbestand aangemaakt in de volgende map:
Schijf:\Program Files\Microsoft Dynamics CRM\Trace
Bij tracering op de Microsoft Dynamics CRM 4.0 client voor Microsoft Office Outlook and en tracering op Microsoft Dynamics CRM 4.0 Data Migration Manager wordt het traceringslogboekbestand aangemaakt in de volgende map als u het updatepakket 7 of een latere cummulatieve update niet heeft geïnstalleerd:
Stationsnaam:\Documents and Settings\ InstallingUser \Application Data\Microsoft\MSCRM\Traces

Bij tracering op de Microsoft Dynamics CRM 4.0 client voor Microsoft Office Outlook en voor tracering op Microsoft Dynamics CRM 4.0 Data Migration Manager wordt het traceringslogboekbestand aangemaakt in de volgende map als u het updatepakket 7 of een latere cummulatieve update niet heeft geïnstalleerd:
Stationsnaam:\ InstallingUser \Local Settings\Application Data\Microsoft\MSCRM\Traces

Registervermeldingen

De registervermeldingen voor het traceren op Microsoft CRM-server bevinden zich in de volgende registersubsleutel:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\MICROSOFT\MSCRM
De registervermeldingen voor het traceren op Microsoft CRM-client bevinden zich in de volgende registersubsleutel:De registervermeldingen voor het traceren van Microsoft CRM Data Migration Manager bevinden zich in de volgende registersubsleutel:
HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\MICROSOFT\DATA MIGRATION WIZARD

Volledige lijst met categoriewaarden voor de registervermelding TraceCategories

  • *
  • Application.*

    De categorie Application.* bevat de volgende elementen:
    • Application.Outlook
  • Exception
  • ObjectModel
  • ParameterFilter
  • Platform.*

    De categorie Platform.* bevat de volgende elementen:
    • Platform.ImportExportPublish
    • Platform.Sdk
    • Platform.Metadata
    • Platform.Sql
    • Platform.Workflow
    • Platform.Soap
    • Platform.Async
  • SchedulingEngine.*
  • Unmanaged.*

    De categorie Unmanaged.* bevat de volgende elementen:
    • Unmanaged.Outlook
    • Unmanaged.Platform
    • Unmanaged.Sql

Waarden voor traceringsniveaus

Complete lijst met geldige waarden voor traceringsniveaus voor TraceLevel

  • Uit
  • Fout
  • Waarschuwing
  • Info
  • Uitgebreid
Opmerking Een bericht wordt alleen geregistreerd als het traceringsniveau voor de categorie gelijk is aan of groter is dan het niveau van het bericht. Het traceringsniveau Waarschuwing registreert bijvoorbeeld berichten met niveau Waarschuwing en Fout. Het traceringsniveau Info registreert berichten met niveau Info, Waarschuwing en Fout. Het traceringsniveau Uitgebreid registreert alle berichten. Gebruik traceringsniveau Uitgebreid slechts kortstondig.

Voorbeeld van combinaties van categorie en traceringsniveau

  • *:Uitgebreid

    Opmerking De combinatie *:Uitgebreid registreert alle berichten in alle categorieën. Gebruik de combinatie *:Uitgebreid alleen voor korte perioden.
  • Application.*:Fout

    Opmerking De combinatie Application.*:Fout registreert alle berichten met niveau Fout voor de categorie Application.*.
  • Platform.*:Waarschuwing

    Opmerking De combinatie Platform.*:Waarschuwing registreert alle berichten met niveau Waarschuwing of Fout voor de categorie Platform.*.

Standaardwaarden voor optionele registerwaarden

  • TraceCategories: *:Fout
  • TraceCallStack: 0
  • TraceFileSizeLimit: 5

Microsoft Dynamics CRM 4.0 E-mail Router

U kunt Microsoft Dynamics CRM E-mail Router bijwerken om tracering in te schakelen. Hiervoor moet u het register en de XML-serviceconfiguratie wijzigen.

Om uitgebreide logboekregistratie in te schakelen moet u de configuratie handmatig bijwerken, door het register bij te werken. Volg hiertoe de volgende stappen:
  1. Meld u aan bij de server waarop Microsoft CRM E-mail Router is geïnstalleerd met lokale beheerdersbevoegdheden.
  2. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ regedit en klik op OK.
  3. Zoek de volgende registersubsleutel en klik op deze sleutel:
    HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\MSCRMEmail
  4. Klik met de rechtermuisknop op de registervermelding LogLevel, klik op Wijzigen en zet de waarde op 3. Deze waarde staat als standaard op 1.
  5. Bijwerken van het Microsoft.Crm.Tools.EmailAgent.xml configuratiebestand voor de E-mail Router Service. Volg hiertoe de volgende stappen:
    1. Zoek met Windows Verkenner het Microsoft.Crm.Tools.EmailAgent.xml-bestand. Dit bestand bevindt zich standaard in de volgende map:
      Systeemstation:\Program Files\Microsoft CRM Email\Service
    2. Open het bestand met Kladblok of een ander tekstverwerkingsprogramma.
    3. Bestudeer in het bestand het knooppunt <Systeemconfiguratie>, schuif vervolgens in de tekst naar het einde van het bestand en zoek de volgende instructie: <LogLevel>1</LogLevel> Deze waarde is standaard ingesteld op 1 (één). Wijzig deze instructie als volgt:
      <LogLevel>3</LogLevel>
    4. Sla het bestand op.
    5. Start E-mail Router Service opnieuw op. U ziet een nieuwe weergave van het gebeurtenislogboek met de naam MSCRMEmailLog. In deze weergave van het gebeurtenislogboek worden de gebeurtenissen weergegeven.

Geplande tracering inschakelen

  1. Stel de tracering in. Voer alle vereiste waarden in tijdens het instellen van de tracering. Laat de waarde van de registervermelding TraceEnabled echter op 0 staan.
  2. Maak een registerbestand om de tracering in te schakelen. Hiervoor start u Kladblok. Vervolgens kopieert u de volgende informatie naar het document in Kladblok en slaat u het document op als een .reg-bestand:
    Windows Registry Editor Version 5.00 HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\MSCRM] ?TraceEnabled?=dword:00000001
  3. Maak een batchbestand waarmee het REG-bestand wordt aangeroepen. Open hiervoor een nieuw document in Kladblok en kopieer de volgende regels naar het document in Kladblok.

    Opmerking Vervang in de gekopieerde regels <C:\Enable.reg> door het pad en de bestandsnaam van het REG-bestand dat u hebt gemaakt in stap 2. @echo off
    regedit /s "<C:\Enable.reg>"
    exit
  4. Voeg in het Configuratiescherm een nieuwe geplande taak toe voor het uitvoeren van het nieuwe batchbestand dat u hebt gemaakt in stap 3. Plan de taak voor het tijdstip waarop u de tracering wilt uitvoeren.

Geplande tracering uitschakelen

  1. Maak een registerbestand om de tracering uit te schakelen. Hier start u Kladblok. Vervolgens kopieert u de volgende informatie naar het document in Kladblok en slaat u het document op als een .reg-bestand:
    Windows Registry Editor Version 5.00 HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Microsoft\MSCRM] ?TraceEnabled?=dword:00000000 "TraceRefresh"=dword:00000003
    Opmerking U moet de waarde van de registervermelding TraceRefresh wijzigen. Als u dat niet doet, wordt de tracering niet uitgeschakeld.
  2. Maak een batchbestand waarmee het REG-bestand wordt aangeroepen. Open hiervoor een nieuw document in Kladblok en kopieer de volgende regels naar het document in Kladblok.

    Opmerking Vervang in de gekopieerde regels <C:\Disable.reg> door het pad en de bestandsnaam van het REG-bestand dat u hebt gemaakt in stap 2.
    @echo off
    regedit /s "<C:\disable.reg>"
    exit
  3. Voeg in het Configuratiescherm een nieuwe geplande taak toe voor het uitvoeren van het nieuwe batchbestand dat u hebt gemaakt in stap 3. Plan de taak voor het tijdstip waarop u de tracering wilt uitschakelen.

Eigenschappen

Artikel ID: 907490 - Laatste beoordeling: maandag 12 september 2011 - Wijziging: 3.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Dynamics CRM 2011
  • Microsoft Dynamics CRM 4.0
  • Microsoft Dynamics CRM 3.0
Trefwoorden: 
kbcrmv3c kbmbsmigrate kbinfo KB907490

Geef ons feedback