Beschrijving van Forefront Security for Exchange Server Service Pack 1

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 945572 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Belangrijk Dit artikel bevat informatie over het bewerken van het register. Maak eerst een back-up van het register voordat u dit gaat bewerken. Ga eerst na of u weet hoe u het register kunt herstellen als er een probleem optreedt. Als u meer informatie wilt over het maken van een back-up van het register en het herstellen of wijzigen van het register, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
322756 Back-up van het register maken en het register terugzetten in Windows XP en Windows Vista
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

Microsoft heeft Microsoft Forefront Security for Exchange Server Service Pack 1 (SP1) uitgebracht. Dit artikel bevat de volgende informatie over het servicepack:
  • De installatievereisten voor het servicepack
  • De nieuwe optie Deliver from Quarantine Security
  • Belangrijke overwegingen voorafgaand aan de installatie van het servicepack
  • De nieuwe functies die in het servicepack zijn opgenomen
  • De softwarefixes die in het servicepack zijn opgenomen

Meer informatie

De installatievereisten voor het servicepack

Voordat u Microsoft Forefront Security for Exchange Server installeert, moet aan alle minimumeisen voor het systeemgeheugen en de schijfruimte voor Microsoft Exchange Server 2007 zijn voldaan. Bij onvoldoende geheugen of schijfruimte ontstaan er mogelijk problemen bij het controleren van grote bestanden.

Minimale serververeisten

  • Een van de volgende besturingssystemen moet worden gebruikt:
    • Windows 2003 Service Pack 1 (SP1) of een hogere versie van Windows Server 2003
    • Windows Server 2003 R2
    • Windows Server 2008
  • Exchange Server 2007 moet zijn geïnstalleerd.
  • De computer moet 1 GB vrij geheugen hebben naast het minimum van 2 GB aan vrij geheugen dat wordt aanbevolen voor Exchange Server 2007.

    Opmerking Voor elke extra scan-engine die u gebruikt, hebt u meer geheugen nodig voor elk scanproces.
  • De computer moet 2 GB vrije schijfruimte hebben.
  • De computer moet een Intel-processor van 1 GHz of sneller hebben.
Meer informatie over de systeemvereisten voor Exchange Server 2007 vindt u op de volgende Microsoft-website:
http://technet.microsoft.com/en-us/library/aa996719.aspx

Minimale werkstationvereisten

  • Windows 2000 Professional of Windows Server 2003
  • 6 MB beschikbaar geheugen
  • 10 MB vrije schijfruimte
  • Intel-processor

De nieuwe optie 'Deliver from Quarantine Security'

De nieuwe optie Deliver from Quarantine Security is toegevoegd om beheerders meer flexibiliteit te bieden bij het afhandelen van berichten en bijlagen die vanuit Quarantine zijn doorgestuurd. De volgende opties zijn beschikbaar voor deze instelling:
  • Secure Mode is de standaardinstelling. Hierbij worden alle berichten en bijlagen die vanuit Quarantine worden bezorgd, opnieuw gescand op virussen en filterovereenkomsten.
  • In de Compatibiliteitsmodus kunnen berichten en bijlagen worden bezorgd vanuit Quarantine zonder dat wordt gescand op filterovereenkomsten. (Berichten en bijlagen worden altijd gescand op virussen.)

    Deze berichten worden herkend doordat een labeltekst wordt opgenomen in de onderwerpregel van alle berichten die vanuit Quarantine worden bezorgd.
Tijdens de installatie wordt gevraagd of u de veilige modus of de compatibiliteitsmodus wilt gebruiken.

Als u berichten en bijlagen vanuit Quarantine wilt laten bezorgen zonder dat deze opnieuw worden gescand op filterovereenkomsten, selecteert u Compatibility Mode. Als u berichten en bijlagen wel opnieuw wilt laten scannen, selecteert u Secure Mode.

Deze instelling is van toepassing op de Realtime Scan Job en de Transport Scan Job. Meer informatie over de Realtime Scan Job en de Transport Scan Job kunt u vinden op de volgende Microsoft-websites:
http://www.microsoft.com/technet/forefront/serversecurity/exchange/userguide/edc245f2-6d4f-47b4-8b6b-77bb9beca453.mspx?mfr=true
http://www.microsoft.com/technet/forefront/serversecurity/exchange/userguide/63272cc5-a3e9-4a73-a324-783072cb8ec3.mspx?mfr=true
U kunt de labeltekst in de onderwerpregel die wordt gebruikt wanneer berichten vanuit Quarantine worden bezorgd, aanpassen met de nieuwe registervermelding ForwardedAttachmentSubject. De labeltekst in de onderwerpregel kan worden gewijzigd in een unieke tekenreeks voor de organisatie en kan worden vertaald in elke willekeurige taal.

Opmerkingen
  • Als de optie Deliver from Quarantine Security wordt ingesteld op Secure Mode, worden oude berichten die vanuit Quarantine zijn bezorgd, mogelijk opnieuw gedetecteerd en in quarantaine geplaatst als deze opnieuw worden gescand met de Realtime scanner.
  • Als berichten die al in de organisatie aanwezig waren, zijn gelabeld met oude labeltekst in de onderwerpregel, worden filters toegepast. Dit gebeurt in de volgende gevallen:
    • De optie Deliver from Quarantine Security is ingesteld op Compatibility Mode.
    • De labeltekst in de onderwerpregel is gewijzigd.
    • De berichten worden opnieuw gescand.
Ongeacht de geselecteerde modus worden alle inkomende berichten gescand en gefilterd met de Transport Scan Job van Forefront Security for Exchange Server.

Standaard wordt bij een Manual Scan Job geen bestandsfilter toegepast op berichten die zijn doorgestuurd vanuit Quarantine. Als u een Manual Scan Job wilt uitvoeren en als doorgestuurde bijlagen opnieuw worden gedetecteerd, moet u de registervermelding ManuallyScanForwardedAttachments maken en deze vermelding instellen op 1. Ga voor meer informatie naar de volgende Microsoft-website:
http://www.microsoft.com/technet/forefront/serversecurity/exchange/userguide/63272cc5-a3e9-4a73-a324-783072cb8ec3.mspx?mfr=true

Belangrijke overwegingen voorafgaand aan de installatie van het servicepack

  • Upgrades voor versies die eerder zijn uitgebracht dan Forefront Security for Exchange Server 10.0, worden niet ondersteund.
  • De standaardlicentie voor Forefront Security for Exchange Server omvat de volgende antivirusscan-engines:
    • Microsoft
    • Norman
    • Sophos
    • Opdracht
    • Kaspersky
    • VBuster
    • AhnLab
    • Computer Associates
    Bij een nieuwe installatie worden willekeurig vijf engines geselecteerd voor het scannen. Zodra het product is geïnstalleerd, kunt u een andere engine selecteren met Forefront Server Security Administrator. U kunt per scantaak maximaal vijf engines selecteren.
  • Bij een nieuwe installatie moeten nieuwe handtekeningbestanden worden gedownload om ervoor te zorgen dat de nieuwste beveiliging wordt gebruikt. Elke engine met een licentie wordt elk uur bijgewerkt. Deze updates beginnen vijf minuten na het starten van de Forefront Security for Exchange Server-services.

    Als echter een proxy wordt gebruikt voor scannerupdates, kunnen deze geplande updates pas worden uitgevoerd nadat alle proxygegevens zijn ingevoerd. Proxygegevens kunnen worden ingevoerd met Forefront Server Security Administrator. Ga hiervoor als volgt te werk:
    1. Klik in het venster General Options op Scanner Updates.
    2. Typ de juiste gegevens in de vakken Proxy Username en Proxy Password.
    3. Klik in het venster Scanner Updates op Update Now om voor elke engine een scannerupdate uit te voeren.
    Opmerkingen
    • Het is raadzaam ten minste één engine bij te werken voordat u de installatie als voltooid beschouwt.
    • In het bestand ProgramLog.txt kunnen fouten worden weergegeven totdat alle engines met een licentie zijn gedownload. Er kan bijvoorbeeld een foutbericht als het volgende worden weergegeven:
      ERROR: Could not create restore surface
  • U kunt controleren of Forefront Security for Exchange Server op de juiste wijze is geïnstalleerd en of de standaardbeveiliging is ingeschakeld door op Operate te klikken in Shuttle Navigator en Run Job te kiezen. De volgende items worden weergegeven:
    • Op een server met de rol Mailbox moet een Realtime Scan Job zijn ingeschakeld en er moet een Manual Scan Job zijn.
    • Op een server met de rol Transport (zoals een Hub Transport-server, een Edge-server of een Mailbox/Hub Transport-server) moet een Transport Scan Job zijn ingeschakeld.
  • Er wordt een optimalisatielabel ingesteld voor Mailbox-servers om de scan over te slaan bij de opslag als e-mail moet worden verzonden naar een Hub Transport-server. Wanneer u deze configuratie gebruikt, moet Forefront Security for Exchange Server ook op Hub Transport-servers worden geïnstalleerd. Uitgaande e-mail wordt anders niet gescand.
  • Ga als volgt te werk om geplande achtergrondscans in te schakelen.
    1. Klik in Shuttle Navigator op OPERATE en op Schedule Job.

      Het venster Schedule Job wordt aan de rechterzijde weergegeven. In het bovenste gedeelte van het venster Schedule Job wordt de scantaak op de achtergrond weergegeven en wordt vermeld of de Scheduler is ingeschakeld of uitgeschakeld.
    2. Als u de scantaak op de achtergrond selecteert, worden in het onderste gedeelte van het venster Schedule Job plannings- en configuratiegegevens weergegeven.
    3. Als u een achtergrondscan wilt plannen, selecteert u de datum, de tijd en de frequentie en klikt u op Save. Klik op Enable als de Scheduler nog niet is ingeschakeld.
    4. Voor het scannen op de achtergrond kunnen nu extra opties worden ingesteld waarmee wordt bepaald welke berichten worden gecontroleerd bij een achtergrondscan. Ga als volgt te werk om deze opties te wijzigen:
      1. Klik in Shuttle Navigator op SETTINGS en op General Options. De instellingen voor General Options worden in het rechtervenster weergegeven.
      2. Selecteer onder Background Scanning de gewenste scanopties.
    5. Standaard worden bij het scannen van een Realtime Mailbox-server geen berichtteksten gescand. Voer de volgende stappen uit om bij het scannen ook berichtteksten op te nemen:
      1. Klik in Shuttle Navigator op SETTINGS en op General Options.
      2. Schakel bij Scanning het selectievakje Body Scanning - Realtime in.
      3. Controleer in het venster OPERATE/Run Job of Realtime Scan Job is ingeschakeld.
  • Forefront Server Security Administrator kan niet worden gebruikt om servers te beheren waarop een lagere versie van Forefront Security dan versie 10.0 wordt uitgevoerd.
  • Forefront Security for Exchange Server wordt niet ondersteund op Exchange Server-clusterconfiguraties die algemeen actief zijn of die actief zijn op twee knooppunten.
  • Als de SharePoint Portal Alert-service op de server wordt uitgevoerd, moet u de computer wellicht opnieuw starten nadat u Forefront Security for Exchange Server hebt bijgewerkt of verwijderd.
  • Om ervoor te zorgen dat Forefront Server Security Administrator verbinding kan maken met een externe Forefront Server-server, moet u machtigingen voor externe toegang geven aan de groep 'Anonymous Logon'.

    Ga hiervoor als volgt te werk:
    1. Typ dcomcnfg bij de opdrachtprompt.
    2. Vouw Component Services uit, klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik op Eigenschappen.
    3. Open het tabblad COM-beveiliging.
    4. Klik op Beperkingen bewerken en voeg externe toegang toe aan de gebruiker Anonieme aanmelding.

      Opmerking Als u Forefront Server Security Administrator wilt inschakelen op een computer met Windows XP Service Pack 2 (SP2), moet u ook de volgende stappen uitvoeren:
    5. Klik in het Configuratiescherm op Beveiligingscentrum.
    6. Klik op Windows Firewall en open het tabblad Uitzonderingen.
    7. Klik op Programma toevoegen.
    8. Selecteer Forefront Server Security Administrator in de lijst en klik op OK om terug te keren naar het tabblad Uitzonderingen.
    9. Schakel het selectievakje Forefront Server Security Administrator in en klik op Poort toevoegen.
    10. Typ een naam voor de poort, typ 135 in het vak Poortnummer en selecteer TCP als protocol. Klik tweemaal op OK.

      Opmerking Als u poort 135 liever niet voor alle computers wilt openen, kunt u de poort ook uitsluitend voor Forefront Server-servers openen. Ga hiervoor als volgt te werk:
      1. Klik op Bereik wijzigen wanneer u poort 135 toevoegt en klik vervolgens op Aangepaste lijst.
      2. Typ de IP-adressen van alle Forefront Server-servers waarmee u verbinding wilt maken.
  • Wanneer u een antivirusoplossing installeert met behulp van VSAPI2, wordt de registersleutel VirusScan gemaakt om informatie op te slaan over de VSAPI-bibliotheek.

    Als deze sleutel aanwezig is wanneer u probeert Forefront Security for Exchange Server te installeren, mislukt de installatie. U moet de sleutel verwijderen voordat u Forefront Security for Exchange Server opnieuw probeert te installeren. Hiertoe gaat u als volgt te werk:

    Waarschuwing Er kunnen zich ernstige problemen voordoen als u het register met de Register-editor of met een andere methode foutief wijzigt. Wellicht moet u door deze problemen het besturingssysteem opnieuw installeren. Microsoft kan niet garanderen dat deze problemen kunnen worden opgelost. Het wijzigen van het register is dan ook voor uw eigen risico.
    1. Klik op Start, klik op Uitvoeren, typ regedit in het vak Openen en klik op OK.
    2. Klik op de volgende registersubsleutel:
      HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\MSExchangeIS\VirusScan
    3. Druk op Delete en klik op Ja.
    4. Sluit de Register-editor af.
  • Het is niet mogelijk om meerdere antivirusoplossingen tegelijkertijd uit te voeren.
  • Op bestanden die worden gecomprimeerd in multipart-RAR-volumes, is de limiet voor de grootte van ongecomprimeerde bestanden van toepassing die vastligt in de registersubsleutel MaxUncompressedFileSize.

    De standaardwaarde van deze limiet is 100 MB. Als een bestand deze limiet overschrijdt, wordt elk multipart-RAR-volume verwijderd dat het hele bestand of een deel van het bestand bevat.

    Zie de volgende onderwerpen in de 'Forefront Security for Exchange Server User's Guide' voor meer informatie over de instelling voor MaxUncompressedFileSize:
    • 'Registry Keys'
    • Het onderwerp 'Treat Multipart RAR Archives as Corrupted Compressed' in de sectie 'Forefront Server Security Administrator'
  • U kunt voorkomen dat Forefront Security for Exchange Server opnieuw moet worden gestart wanneer de toepassing wordt bijgewerkt of verwijderd. Ga hiervoor als volgt te werk:
    1. Stop de MOM-agent of andere controlesoftware.
    2. Controleer of de Forefront Security-installatiemap of de bijbehorende submappen niet zijn geopend in opdrachtprompts of vensters van Windows Verkenner.
    3. Start de MOM-agent opnieuw nadat het bijwerken of verwijderen is voltooid.
  • Forefront Security for Exchange Server biedt geen ondersteuning aan klanten die hun eigen procedure gebruiken voor het downloaden van engine-updates van de Microsoft-websites. In Forefront Security kan een server worden gebruikt als herdistributieserver. Op deze server moet echter Forefront Security worden gebruikt om de updates bij Microsoft op te halen.
  • Databasepaden van Microsoft Forefront Security for Exchange Server mogen maximaal 216 tekens lang zijn. De databasepaden worden geconfigureerd in de registervermelding DatabasePath.
  • Als u het installatiepad wijzigt, moet het nieuwe pad korter zijn dan 170 tekens.
  • UNC-paden die worden opgegeven voor engine-updates, mogen niet eindigen met een backslash (\).
  • Wanneer Forefront Security for Exchange Server is geïnstalleerd op een Edge Transport-server die geen lid is van een domein, is voor InternalAddress geen waarde ingesteld.
  • Als de server een domeincontroller is en als Forefront Security for Exchange Server is geïnstalleerd met de rol Mailbox Only, kunnen er geen meldingen worden gebruikt en werkt de functionaliteit 'Deliver from Quarantine Security' niet.
  • Het importeren van filterlijsten uit een UTF-8-bestand wordt niet ondersteund.
  • Het is raadzaam de Transport Scan Job te gebruiken voor het filteren van bestanden. Met Transport kan namelijk e-mail uit de opslag worden opgehaald voordat de e-mail wordt gescand met de Realtime Scan Job. Aangezien voor alle e-mail de rol Hub Transport moet worden gebruikt, worden dezelfde filters toegepast op alle berichten.
  • U kunt Forefront Security uitsluitend installeren en uitvoeren met de standaardinstelling 'Remote Signed' die Exchange Server toevoegt aan het uitvoeringsbeleid PowerShell. Het wijzigen van de standaardinstelling in een beperkter beleid zoals 'Restricted' of 'AllSigned' wordt niet ondersteund door Forefront Security.
  • Voor het filteren op ongewenst taalgebruik op basis van trefwoorden zijn voorbeeldlijsten in verschillende talen toegevoegd. Deze lijsten zijn een optioneel onderdeel van Forefront Security for Exchange Server en moeten afzonderlijk worden geïnstalleerd.
  • Forefront Security for Exchange Server kan worden beheerd vanaf één knooppunt met behulp van Forefront Server Security Administrator. Forefront Security for Exchange Server kan op meerdere servers worden beheerd met behulp van de Forefront Security Management Console.
  • Omwille van de consistentie in de Forefront Server Security Administrator Client, moeten op elke server dezelfde landinstellingen worden gebruikt.

    De landinstellingen van de servercomputer moeten overeenkomen met de landinstellingen van de clientcomputer. Als deze landinstellingen niet overeenkomen, kan er geen verbinding worden gemaakt.
  • Wanneer u Forefront Security for Exchange Server installeert op een CCR-cluster (Cluster Continuous Replication), moet het installatiepad voor beide knooppunten hetzelfde zijn.
  • In het werkvenster General Options is de instelling voor Internal Address beperkt tot 64 kB aan tekens.
  • Wanneer u Forefront Security for Exchange Server uitvoert op een CCR-cluster, wordt de optie Redistribution Server ingeschakeld in het werkvenster General Options na de installatie. Deze optie moet ingeschakeld blijven voor een correcte enginereplicatie.
  • Forefront Security for Exchange Server kan alleen op de juiste wijze worden verwijderd als Active Directory beschikbaar is.
  • Wanneer u Forefront Security for Exchange Server installeert op een computer met Windows Server 2008, wordt een foutbericht van de volgende strekking vastgelegd in het gebeurtenislogboek:
    Faulting application setup.exe_InstallShield
    Deze waarschuwing kunt u negeren. Dit is een IntallShield-fout die geen gevolgen heeft voor het systeem.
  • De CA InoculateIT-scan-engine is niet meer beschikbaar als afzonderlijke engine. Deze engine en de bijbehorende functionaliteit zijn samengevoegd met de CA Vet-engine.

Nieuwe functies die in het servicepack zijn opgenomen

  • Er is ondersteuning toegevoegd voor Windows Server 2008.
  • Er is ondersteuning toegevoegd voor Microsoft Exchange Server 2007 Service Pack 1 (SP1).
  • Er is ondersteuning toegevoegd voor IPv6.
  • De nieuwe optie Treat multipart RAR archives as corrupted compressed is toegevoegd aan het werkvenster General Options.

    Deze optie is standaard ingeschakeld. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden bestanden die als multipart-RAR worden beschouwd, behandeld als 'beschadigde gecomprimeerde' bestanden. Vervolgens worden deze bestanden verwerkt volgens de instelling voor Delete Corrupted Compressed Files.

    Wanneer deze optie is uitgeschakeld, wordt elk bestand in het RAR-volume aan de scan-engines doorgegeven.

    Opmerking Als een bestand RAR-volumes omvat, kan Forefront Security for Exchange Server alleen het gedeeltelijke bestand aan de scan-engines doorgeven. Filteren op bestandstypen werkt hierdoor mogelijk niet.
  • De nieuwe optie Treat high compression ZIP files as corrupted compressed is toegevoegd aan het werkvenster General Options.

    Deze optie is standaard ingeschakeld. Wanneer deze optie is ingeschakeld en een ZIP-archief een of meer sterk gecomprimeerde bestanden bevat, wordt het ZIP-archief behandeld als 'beschadigd gecomprimeerd'. Vervolgens wordt het ZIP-archief verwerkt volgens de instelling voor Delete Corrupted Compressed Files.

    Wanneer deze optie is uitgeschakeld, wordt elk bestand in een sterk gecomprimeerd ZIP-archief in gecomprimeerde vorm aan de scan-engines doorgegeven. Hiervoor gebruikt Forefront Security for Exchange Server het algoritme Deflated64, Bzip2 of PPMD. In dit geval wordt niet het volledige ZIP-archief behandeld als 'beschadigd gecomprimeerd' zolang er geen andere bestanden zijn gecomprimeerd met andere algoritmen voor sterke compressie.
  • Als Microsoft Updates nog niet is ingeschakeld voor de server, wordt tijdens de installatie een optie weergegeven om deel te nemen aan het Microsoft Updates-programma.
  • De geplande taken voor Forefront Security worden nu afgehandeld met Taakplanner. Elke terugkerende taak wordt nu weergegeven als één geplande taak in de gebruikersinterface van Geplande taken.
  • Bij de installatie van Forefront Security for Exchange Server wordt nu ook een installatiepakket voor het filteren van ongewenste taal geleverd. Dit pakket bevat een woordenlijst met ongewenste taal die in Forefront Server Security Administrator kan worden geïmporteerd voor het filteren van trefwoorden.
  • Er zijn nieuwe logboekvermeldingen voor Health State Monitoring toegevoegd om beheerders een beeld van het systeem te geven vanaf een hoger niveau en zo proactieve controle mogelijk te maken. Het MOM-pakket voor Forefront Security is verbeterd zodat deze logboekvermeldingen kunnen worden gebruikt om MOM-waarschuwingen te genereren.
  • Het dialoogvenster Product Licensing Agreement and Expiration is toegevoegd. Na het activeren van het product moet u de licentiegegevens invoeren die u van Microsoft hebt gekregen.

    Als u het product registreert, kunt u de vervaldatum van uw product afstemmen op de licentieovereenkomst. Anders is de vervaldatum standaard drie jaar na de installatiedatum. U kunt uw licentie ook gemakkelijk verlengen door een nieuwe vervaldatum in te voeren.

    Ga als volgt te werk om Forefront Security for Exchange Server te registreren:
    1. Klik in het menu Help op Register Forefront Server. Als u het product nog niet hebt geactiveerd, wordt het dialoogvenster Productactivering weergegeven.
    2. Voer de gegevens in voor productactivering. Wanneer u dit doet, wordt het dialoogvenster Product Licensing Agreement and Expiration weergegeven.

      Opmerking Als u Forefront Security for Exchange Server hebt geactiveerd, wordt alleen het dialoogvenster Product License Agreement and Expiration weergegeven.
    3. Typ het nummer van de licentieovereenkomst (zeven cijfers) en een vervaldatum. Typ een datum die overeenkomt met het verlopen van de licentieovereenkomst. Wanneer u dit doet, worden de vervaldatums van de licentieovereenkomst en het product op elkaar afgestemd.
    Wanneer de vervaldatum van het product nadert, moet u de licentieovereenkomst verlengen en nieuwe licentiegegevens invoeren in het dialoogvensterProduct Licensing Agreement and Expiration.

Softwarefixes die in het servicepack zijn opgenomen

  • Met het servicepack wordt een probleem opgelost waarbij Exchange Server niet goed kan worden gestart als Windows SharePoint Services 3.0 op dezelfde server is geïnstalleerd.
  • Met het servicepack wordt een probleem opgelost waarbij Forefront Security for Exchange Server wordt overgenomen in een geclusterde omgeving voor één exemplaar. Klik voor meer informatie over dit probleem op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    939365 Microsoft Forefront Security for Exchange Server wordt overgenomen in een geclusterde omgeving voor één exemplaar
  • Het servicepack bevat hotfixcombinatiepakket 1 voor Microsoft Forefront Security for Exchange Server. Dit hotfixcombinatiepakket bevat de volgende correcties:
    • Met het hotfixcombinatiepakket wordt een probleem opgelost waarbij Exchange Server-services niet kunnen worden gestart nadat Windows Server 2003 Service Pack 2 is geïnstalleerd. Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
      936541 Exchange-services worden niet gestart nadat u Windows Server 2003 Service Pack 2 hebt geïnstalleerd
    • Met het hotfixcombinatiepakket wordt een probleem opgelost waarbij meldingen van Forefront Security for Exchange Server niet meer werken als u het ophaalpad voor Exchange wijzigt. Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
      937542 Meldingen van Forefront Security for Exchange Server werken niet meer als u het ophaalpad voor Exchange wijzigt
    • Met het hotfixcombinatiepakket wordt een probleem opgelost waarbij een bericht onterecht als 'CorruptedCompressedFile-virus' wordt beschouwd, waarna het bericht wordt geblokkeerd. Klik voor meer informatie op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
      937543 Forefront Security for Exchange Server verwerkt een bericht dat ongeldige uuencode-koptekstgegevens bevat als een CorruptedCompressedFile-virus
    Als u meer informatie wilt over hotfixcombinatiepakket 1 voor Microsoft Forefront Security for Exchange Server, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
    936831 Beschrijving van Hotfixcombinatiepakket 1 voor Microsoft Forefront Security for Exchange Server
De niet-Microsoft-producten die in dit artikel worden vermeld, worden vervaardigd door fabrikanten die geheel onafhankelijk zijn van Microsoft. Microsoft verleent dan ook geen enkele garantie, impliciet noch anderszins, omtrent de prestaties of de betrouwbaarheid van deze producten.

Eigenschappen

Artikel ID: 945572 - Laatste beoordeling: woensdag 12 december 2007 - Wijziging: 1.3
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Forefront Security for Exchange Service Pack 1
Trefwoorden: 
kbhowto kbinfo kbexpertiseadvanced kbregistry KB945572

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com