Instellingen voor het mobiele netwerk en simkaart in Windows 10 Mobile

Met de instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart kunt u de mobiele instellingen voor uw telefoon beheren, waaronder uw mobiele dataverbinding. Meestal hoeft u niets te wijzigen als de verbinding werkt naar behoren. Als u echter problemen ondervindt met de mobiele verbinding, kan het helpen om een of meer van de onderstaande instellingen te wijzigen.

Als u de instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart wilt openen, swipet u van Start naar de lijst Alle apps en selecteert u vervolgens Instellingen > Netwerk en draadloos > Mobiel netwerk en simkaart.

Instelling Functie

Gegevensverbinding

Schakelt de mobiele dataverbinding in of uit. U kunt de verbinding uitschakelen om verschillende redenen, bijvoorbeeld om uw dataverbruik te beperken als u een abonnement met bundel hebt of om te zorgen dat de accu wat langer meegaat.

Als de verbinding is uitgeschakeld, kunt u nog steeds telefoongesprekken plaatsen en ontvangen, en sms-berichten verzenden en ontvangen. U kunt echter niet browsen op het web, online zoeken, e-mail ontvangen of verzenden of bijgewerkte informatie voor apps downloaden, tenzij u met een Wi-Fi-netwerk bent verbonden.

Een andere manier om de mobiele dataverbinding in of uit te schakelen is door vanaf de bovenkant van het scherm omlaag te swipen en vervolgens Uitvouwen > Mobiel dataverkeer te selecteren.

Naam van de mobiele verbinding

Geeft de naam weer van de mobiele verbinding die u gebruikt. Selecteer Instellingen van de simkaart onder de naam van de mobiele verbinding om de instellingen voor uw mobiele verbinding te wijzigen.

Deze simkaart gebruiken voor mobiel dataverkeer

Bepaalt welke simkaart wordt gebruikt voor de mobiele dataverbinding. U kunt de simkaart kiezen die u wilt gebruiken voor mobiele data om de datakosten in de hand te houden. U kunt bijvoorbeeld een simkaart kiezen in plaats van een andere omdat u daarbij minder kosten kwijt bent aan gegevensverkeer. Deze instelling wordt alleen weergegeven op Windows-telefoons met een dubbele simkaart.

Opties voor dataroaming

Bepaalt of uw dataverbinding aan blijft wanneer de telefoon zich buiten het netwerk van uw mobiele provider bevindt in een roaminggebied. Als u de optie op Niet roamen laat staan, voorkomt u dat er kosten in rekening worden gebracht voor dataroaming.

Als u roaming wel toestaat, kunt u mobiele data gebruiken wanneer uw telefoon zich in een roaminggebied bevindt. Afhankelijk van uw telefoonabonnement betaalt u mogelijk meer voor uw datagebruik bij roaming. Bij bepaalde mobiele providers kunt u opgeven welke soort dataroaming u wilt toestaan: Binnenlands of Binnenlands en internationaal.

Op een telefoon met dubbele simkaart kunt u de roamingopties voor elke simkaart instellen.

Opties voor spraakroaming

Bepaalt of u telefoongesprekken kunt voeren en sms-berichten kunt verzenden wanneer uw telefoon zich buiten het netwerk van uw mobiele provider bevindt. Als u de optie op Niet roamen laat staan, voorkomt u dat er kosten in rekening worden gebracht voor spraakroaming. Als deze waarde is ingesteld, kunt u geen gesprekken voeren of sms-berichten verzenden in een roaminggebied. U kunt wel gebeld worden en sms-berichten ontvangen. Controleer uw telefoonabonnement voor meer informatie over hoe en wanneer er extra kosten in rekening kunnen worden gebracht.

Als u roaming wel toestaat, kunt u oproepen plaatsen en sms-berichten verzenden buiten het netwerk van uw mobiele provider. Afhankelijk van uw telefoonabonnement betaalt u mogelijk meer voor deze oproepen en sms-berichten. Bij bepaalde mobiele providers kunt u kiezen welke soort roaming u wilt toestaan: Binnenlands of Binnenlands en internationaal.

Telefoonnummer

Bevat uw telefoonnummer.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart de optie Instellingen van de simkaart te selecteren. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2.

Naam van de simkaart

Typ een beschrijvende naam voor de simkaart aan de hand waarvan u deze kunt herkennen.

Op een telefoon met dubbele simkaart kunt u hierdoor de simkaarten uit elkaar houden, zodat u weet met welke simkaart mobiele data worden gebruikt en met welke u belt of sms’t. De simkaartnamen worden weergegeven op verschillende locaties op uw telefoon, zoals de tegels Telefoon en Berichten, bij uw contactpersonen voor de simkaart en in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart.

U kunt de naam van uw simkaart wijzigen door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Naam van de simkaart te selecteren, een nieuwe naam in te voeren en vervolgens Opslaan te kiezen. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 om een naam aan elke simkaart toe te wijzen.

Hoogste verbindingssnelheid

Bepaalt de hoogste verbindingssnelheid die uw mobiel kan gebruiken. Als u de hoogste kiest, wordt op uw telefoon de hoogste mobiele verbindingssnelheid gebruikt die beschikbaar is in het huidige gebied. Als het signaal zwak is, kan het zoeken naar een snellere verbinding of het in stand houden van de verbinding extra accuvermogen kosten.

Wanneer u een lagere verbindingssnelheid kiest, kan uw mobiel verbinden met een langzamer mobiele netwerk dat een sterker signaal kan hebben. Hierdoor kunt u ook de batterij sparen.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Hoogste verbindingssnelheid te selecteren. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 > Hoogste verbindingssnelheid.

Netwerkselectie

Hier ziet u een lijst met beschikbare netwerken in het huidige gebied en kunt u met een van die netwerken verbinding maken. De standaardinstelling is Automatisch.

Als u uw telefoon inschakelt en er een bericht verschijnt dat het geselecteerde netwerk niet beschikbaar is, kunt u Zoeken naar netwerken selecteren en een ander mobiel netwerk selecteren.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart de optie Instellingen van de simkaart te selecteren. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2.

Actief netwerk

Dit is de naam van het mobiele netwerk dat u gebruikt.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart de optie Instellingen van de simkaart te selecteren. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2.

Instellingen bijwerken

Hiermee worden de meest recente instellingen voor het mobiele netwerk opgehaald bij uw mobiele provider, als deze hiervoor ondersteuning biedt. Met de meest recente instellingen blijft uw mobiele verbinding goed werken.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart de optie Instellingen van de simkaart > Instellingen bijwerken te selecteren. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 > Instellingen bijwerken.

IMS-registratie

Als deze instelling is ingeschakeld, kunt u bellen, videobellen of sms'en via een mobiele dataverbinding met 4G LTE. Deze instelling en de beschikbare IMS-services zijn afhankelijk van uw mobiele provider en het betreffende apparaat.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > IMS-registratie te selecteren.

Opties voor IMS-roaming

Bepaalt of u kunt bellen, videobellen of sms'en via een mobiele dataverbinding met 4G LTE wanneer uw telefoon zich buiten het netwerk van uw mobiele provider bevindt in een roaminggebied. Als u de optie op Niet roamen laat staan, voorkomt u dat er kosten in rekening worden gebracht voor roaming.

Als u IMS-roaming wel toestaat, kunt u bellen, videobellen en sms'en via een mobiele dataverbinding met 4G LTE wanneer uw telefoon zich in een roaminggebied bevindt. Afhankelijk van uw telefoonabonnement betaalt u mogelijk meer voor uw datagebruik bij roaming.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Opties voor IMS-roaming te selecteren.

Voorkeuren voor bellen

Bepaalt welke verbinding (mobiel of Wi-Fi) de voorkeur heeft voor het bellen of gebeld worden. Als u Alleen Wi-Fi kiest, kunt u alleen bellen of gebeld worden wanneer u bent verbonden met Wi-Fi. Voor zaken waarbij een internetverbinding nodig is, zoals browsen op het web of e-mail gebruiken, moet u zijn verbonden met Wi-Fi-als deze optie is ingesteld op Alleen Wi-Fi.

Als u Wi-Fi-aanroepen wilt uitschakelen, selecteert u Wi-Fi-aanroepen uit.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Voorkeuren voor bellen te selecteren.

Voorkeuren voor bellen tijdens roaming

Bepaalt welke verbinding (mobiel of Wi-Fi) de voorkeur heeft voor het bellen of gebeld worden tijdens roaming. Als u Alleen Wi-Fi kiest, kunt u alleen bellen of gebeld worden wanneer u bent verbonden met Wi-Fi. Voor zaken waarbij een internetverbinding nodig is, zoals browsen op het web of e-mail gebruiken, moet u zijn verbonden met Wi-Fi-als deze optie is ingesteld op Alleen Wi-Fi.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Voorkeuren voor bellen tijdens roaming te selecteren.

Adres voor noodgevallen

Selecteer deze optie om naar de website van uw mobiele provider te gaan om een adres voor noodgevallen voor uzelf in te voeren. Hiervoor moet u zijn aangemeld bij uw mobiele account op de website.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Adres voor noodgevallen te selecteren.

Een APN voor internet toevoegen

De naam van het toegangspunt voor internet (APN) is het adres waarmee uw telefoon verbinding maakt met internet wanneer u uw mobiele dataverbinding gebruikt. Meestal wordt de APN voor internet automatisch ingesteld.

Als uw mobiele dataverbinding niet werkt, kunt u een nieuwe APN voor internet typen. U kunt bijvoorbeeld een nieuwe APN voor internet invoeren als u oproepen en sms-berichten kunt plaatsen, maar niet kunt browsen op uw telefoon. De instellingen van APN voor internet die u moet invoeren zijn gebaseerd op uw locatie en mobiele provider. Als u verbinding kunt maken met een Wi-Fi-netwerk op uw telefoon of een pc bij de hand hebt, kunt u online zoeken naar de instellingen van APN voor internet voor uw mobiele provider.

U kunt als volgt een APN voor internet toevoegen:

  1. Selecteer in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Een APN voor internet toevoegen. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2.

  2. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Typ in het vak Profielnaam een naam voor het APN-profiel.

    • Typ in het vak APN het adres dat de APN moet gebruiken.

    • Typ in het vak Gebruikersnaam de gebruikersnaam voor uw mobiele account.

    • Typ in het vak Wachtwoord het wachtwoord voor uw mobiele account.

    • Selecteer Type aanmeldingsgegevens en selecteer vervolgens de gebruikte verificatiemethode.

    • Selecteer IP-type en kies vervolgens het type IP-adres dat moet worden gebruikt.

    • Schakel het selectievakje Deze APN gebruiken voor LTE en de APN van de mobiele provider verwijderen in als u deze APN wilt gebruiken voor uw mobiele dataverbinding met LTE in plaats van de mobiele dataverbinding van uw mobiele provider. Hierdoor wordt de APN van uw mobiele provider vervangen. Als u dit selectievakje inschakelt en de APN-instellingen zijn onjuist, kunt u geen mobiele dataverbinding met 4G LTE tot stand brengen.

    • Typ in het vak Proxyserver het adres voor de proxyserver die u wilt gebruiken.

    • Typ in het vak Proxypoort het poortnummer voor de proxyserver.

  3. Schakel het selectievakje Dit profiel toepassen in als u het APN-profiel direct wilt gebruiken nadat u het hebt opgeslagen.

  4. Selecteer Opslaan > OK.

  5. Als u wilt teruggaan en de lijst met beschikbare APN-profielen wilt bekijken, selecteert u de knop Terug en kijkt u onder APN voor internet.

Een APN voor MMS toevoegen

Het toegangspuntnaam (APN) voor MMS is het adres dat uw telefoon gebruikt om MMS-berichten te verzenden en ontvangen. De APN voor MMS wordt automatisch ingesteld als uw telefoon voor het eerst wordt ingesteld.

Als u geen MMS-berichten kunt verzenden of ontvangen, kunt u proberen een nieuwe APN voor MMS te typen op basis van uw locatie en mobiele provider. Op uw telefoon of computer kunt u online zoeken naar de APN-instellingen voor MMS voor uw mobiele provider.

Als u een APN voor MMS wilt toevoegen, moet u de volgende stappen uitvoeren. U moet een adres typen in het vak MMSC (URL). De overige instellingen zijn optioneel en afhankelijk van uw mobiele provider.

  1. Selecteer in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Een APN voor MMS toevoegen. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2.

  2. Voer een of meer van de volgende handelingen uit:

    • Typ in het vak Profielnaam een naam voor het MMS APN-profiel.

    • Typ in het vak APN het adres voor de APN voor MMS die moet worden gebruikt.

    • Typ in het vak Gebruikersnaam de gebruikersnaam voor uw mobiele account.

    • Typ in het vak Wachtwoord het wachtwoord voor uw mobiele account.

    • Selecteer Type aanmeldingsgegevens en selecteer vervolgens de gebruikte verificatiemethode.

    • Selecteer IP-type en selecteer het type IP-adres dat moet worden gebruikt.

    • Typ in het vak Proxyserver het adres voor de proxyserver die u wilt gebruiken.

    • Typ in het vak Proxypoort het poortnummer voor de proxyserver.

    • Typ in het vak MMSC (URL) het adres van het MMS-centrum (MMSC) voor uw mobiele provider, dat begint met http://

    • Typ in het vak MMSC-poort het poortnummer voor MMSC.

    • Typ in het vak Maximale MMS-grootte (kB) de maximale grootte (in kB) van een MMS-bericht dat u kunt verzenden.

  3. Schakel het selectievakje Dit profiel toepassen in als u het APN-profiel voor MMS direct wilt gebruiken nadat u het hebt opgeslagen.

  4. Selecteer Opslaan > OK.

  5. Als u wilt teruggaan en de lijst met beschikbare APN-profielen voor MMS wilt bekijken, selecteert u de knop Terug en kijkt u onder APN voor MMS.


Simpincode gebruiken

Dit geeft aan of u een pincode wilt gebruiken voor de simkaart in uw telefoon om te voorkomen dat niet-gemachtigde personen de mobiele dataverbinding gebruiken. Nadat u uw simpincode hebt ingesteld, wordt u gevraagd deze te typen wanneer u uw telefoon opstart.

De eerste keer dat u wordt gevraagd om een simpincode, typt u de standaardpincode voor de simkaart. Als u de standaardsimpincode niet weet, gaat u naar de website van uw mobiele provider om te kijken of de code daar wordt vermeld. U moet uw telefoon opnieuw opstarten om deze te vergrendelen met een simpincode.

Als u al een pincode hebt ingesteld voor de simkaart, typt u deze in en selecteert u vervolgens OK.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Simpincode gebruiken te selecteren onder het gedeelte Beveiliging. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 > Simpincode gebruiken.

Simpincode wijzigen

Dit wordt weergegeven als u een simpincode gebruikt. Als u de simpincode wilt wijzigen, selecteert u Simpincode wijzigen, typt u de huidige simpincode in het vak Simpincode, typt u een nieuwe simpincode in het vak Nieuwe simpincode, typt u dezelfde nieuwe simpincode in het vak Nieuwe simpincode bevestigen en selecteert u vervolgens OK.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Simpincode wijzigen te selecteren onder het gedeelte Beveiliging. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 > Simpincode wijzigen.

Simpincode verwijderen

Dit wordt weergegeven als u een simpincode gebruikt. Als u een simpincode niet langer wilt gebruiken, selecteert u Simpincode verwijderen, voert u de huidige simpincode in en selecteert u vervolgens OK.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Simpincode verwijderen te selecteren onder het gedeelte Beveiliging. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 > Simpincode verwijderen.

Blokkering voor de simpincode opheffen

Dit wordt weergegeven als u een simpincode gebruikt en er driemaal een onjuiste pincode is ingevoerd. Als dit gebeurt, wordt de simpincode geblokkeerd en kunt u deze niet gebruikten totdat u de blokkering opheft. Als u de blokkering wilt opheffen, moet u eerst contact opnemen met uw mobiele provider voor de sleutel voor het opheffen van de blokkering van de pincode (pukcode). Selecteer vervolgens Blokkering voor de simpincode opheffen en typ vervolgens de pukcode. Als er te vaak een onjuiste pukcode is ingevoerd, wordt uw simkaart permanent geblokkeerd en moet u een nieuwe simkaart aanvragen bij uw mobiele provider.

U vindt deze instelling door in Instellingen voor het mobiele netwerk en de simkaart Instellingen van de simkaart > Blokkering voor de simpincode opheffen te selecteren onder het gedeelte Beveiliging. Selecteer op een telefoon met dubbele simkaart Instellingen van simkaart 1 of Instellingen van simkaart 2 (afhankelijk van de simkaart waarvoor u de blokkering wilt opheffen) > Blokkering voor de simpincode opheffen.

Eigenschappen

Artikel-id: 10744 - Laatst bijgewerkt: 14 sep. 2016 - Revisie: 4

Feedback