De opstartpartitie die tijdens Setup wordt gemaakt, heeft een maximumgrootte van 4 gigabytes

Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL119497
Dit artikel is gearchiveerd. Het wordt aangeboden in de huidige vorm en wordt niet meer bijgewerkt.
Samenvatting
De omvang van de opstartpartitie die door Windows NT Setup wordt gegenereerd, is beperkt tot 4 gigabytes (GB). De reden hiervoor is dat Windows NT Setup de partitie eerst moet indelen volgens het FAT-bestandssysteem. Hoewel u tijdens Setup ook NTFS kunt selecteren voor de opstartpartitie, wordt deze partitie altijd eerst als FAT ingedeeld. Zodra Setup is voltooid, wordt de partitie geconverteerd naar NTFS. Omdat de partitiegrootte van het FAT-bestandssysteem maximaal 4 GB bedraagt, geldt deze beperking van 4 GB ook voor de opstartpartitie van Windows NT.
Meer informatie
Het setup-programma van Windows NT 3.1 en 3.5 laadt niet de volledige Windows NT kernel-stuurprogramma's en de bijbehorende stuurprogramma's. Hierdoor kan Setup geen NTFS-partities lezen. Als u NTFS selecteert voor de opstartpartitie, moet de partitie eerst als FAT worden ingedeeld (en dus worden beperkt tot 4 GB), zodat deze door Setup kan worden beschreven. Dit verklaart waarom er een beperking geldt van 4 GB voor de Windows NT-opstartpartitie.

Workaround
Verplaats de vaste schijf naar een ander systeem waarop Windows NT wordt uitgevoerd. Sluit de vaste schijf aan op een controller van hetzelfde merk en type als op het oorspronkelijke systeem. Voer Schijfbeheer uit en maak een grotere NTFS-partitie van maximaal 7,8 GB (in geformatteerde vorm). Tijdens het omzetten van de schijf moet de partitietabel geldige waarden bevatten voor begincilinder, -zijde en -sector. Daarna kan de vaste schijf worden teruggeplaatst in het originele systeem. De schijf is nu gereed voor de installatie van Windows NT.


Begin- en eindcilinder, -zijde en -sector

De velden voor de begin- en eindsectoren, -zijden en -cilinders zijn uitermate belangrijk voor de manier waarop Windows NT met de schijf omgaat.

Het maximum aantal zijden (lees- en schrijfkoppen) dat met 1 byte kan worden aangeduid, is 256. Het maximum aantal cilinders dat met 10 bits kan worden aangeduid, is 1024. Het maximum aantal sectoren dat met 6 bits kan worden aangeduid, is 63. Bij sectoren begint de telling namelijk met 1 (en niet met 0, zoals bij cilinders en zijden).

Bij een standaard sectorgrootte van 512 bytes kunnen de 24 bits voor het registreren van de begin- en eindsectoradressen worden vertaald in een maximale partitiegrootte van 7,8 GB (8.455.716.864 bytes). Deze grootte kan met deze velden worden beschreven. Dit is vooral belangrijk omdat deze veldgrootten ook worden gebruikt door de INT 13 BIOS-interface. Deze interface bepaalt hoe het BIOS samenwerkt met de vaste schijf en hoe het BIOS wordt gebruikt bij het opstarten van het systeem.



In het volgende Microsoft Knowledge Base-artikel vindt u meer informatie over beperkingen van het bestandssysteem in Windows NT:
ARTIKEL-ID:114841
TITEL: Windows NT Boot Process and Hard Disk Constraints
prodnt maximum
Eigenschappen

Artikel-id: 119497 - Laatst bijgewerkt: 03/01/2014 15:14:15 - Revisie: 2.3

  • Microsoft Windows NT Advanced Server 3.1
  • Microsoft Windows NT Workstation 3.1
  • Microsoft Windows NT Advanced Server 3.1
  • Microsoft Windows NT Workstation 3.5
  • Microsoft Windows NT Workstation 3.51
  • Microsoft Windows NT Workstation 4.0 Developer Edition
  • Microsoft Windows NT Server 3.5
  • Microsoft Windows NT Server 3.51
  • Microsoft Windows NT Server 4.0 Standard Edition
  • kbnosurvey kbarchive kbother KB119497
Feedback