Sign in with Microsoft
New to Microsoft? Create an account.

Als u een taak herhaaldelijk in een Microsoft Office Project, kunt u de taak automatiseren met een macro. Een macro is een reeks opdrachten en functies die zijn opgeslagen in een module en kunnen worden uitgevoerd wanneer u de taak wilt uitvoeren.

  1. Selecteer macro's op hettabblad Beeld en selecteer vervolgens Macro opnemen.

    (In Project 2007, in het menu Extra, wijs Macroaan en selecteer vervolgens Nieuwe macro opnemen.)

  2. Typ in het vak Macronaam een naam voor de macro.

    Het eerste teken van de macronaam moet een letter zijn. Andere tekens kunnen letters, cijfers of onderstrepingstekens zijn. Lege spaties zijn niet toegestaan in een macronaam, maar het onderstrepingsteken werkt goed als een woordscheidingsteken.

  3. Als u de macro wilt kunnen uitvoeren door op een sneltoets, typt u een letter- of toetscombinatie in het vak Sneltoets.

    U kunt Ctrl+letter (voor kleine letters) of Ctrl+Shift+letter (voor hoofdletters) gebruiken, waarbij letter een lettertoets op het toetsenbord is, maar geen getal of speciaal teken. U kunt geen toetsencombinatie gebruiken die al in gebruik is in Microsoft Office Project.

  4. Selecteer in de lijst Macro opslaan in de locatie waar u de macro wilt opslaan:

    • Als u de macro beschikbaar wilt maken wanneer u Project gebruikt, selecteert u Algemeen bestand.

    • Als u de macro alleen beschikbaar wilt maken voor het huidige project, selecteert u Dit Project.

  5. Als u een beschrijving van de macro wilt opnemen, typt u de beschrijving in het vak Beschrijving.

  6. Als u cellen selecteert tijdens het opnemen van een macro, selecteert de macro telkens dezelfde kolom (veld) wanneer deze wordt uitgevoerd, ongeacht welke cel voor het eerst is geselecteerd, omdat hiermee absolute verwijzingen naar kolommen worden opgenomen. Als u wilt dat een macro kolommen selecteert, ongeacht de positie van de actieve cel wanneer u de macro uitwerkt, selecteert u Relatieve onder Kolomverwijzingen.

    Omgekeerd selecteert de macro rijen, ongeacht de positie van de actieve cel wanneer u de macro uitwerkt, omdat hiermee relatieve verwijzingen naar rijen worden gerecordd. Als u wilt dat een macro altijd dezelfde rij selecteert, ongeacht welke cel het eerst is geselecteerd, selecteert u Absolute (id) onder Rijverwijzingen.

    Opmerking: Project blijft deze instellingen gebruiken tijdens het opnemen van macro's totdat u de instellingen wijzigt of de Project.

  7. Selecteer OKen voer vervolgens de acties uit die u wilt opnemen.

  8. Wanneer u alle acties hebt voltooid die u wilt opnemen, selecteert u op het tabblad Beeld macro'sen selecteert u Opname stoppen.

    (In Project 2007, in het menu Extra, wijs Macroaan en selecteer vervolgens Blokfluit stoppen.)

Opmerking over de beveiliging: Macro's kunnen virussen bevatten, dus wees voorzichtig bij het uitvoeren van een macro. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen: gebruik up-to-date antivirussoftware op uw computer; stel het beveiligingsniveau voor macro's in op Hoog; schakel het selectievakje Alle geïnstalleerde invoegtoepassingen en sjablonen vertrouwen uit; gebruik digitale handtekeningen; houd een lijst bij van vertrouwde bronnen.

Meer hulp nodig?

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Microsoft Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Hoe tevreden bent u met de taalkwaliteit?
Wat heeft uw ervaring beïnvloed?

Bedankt voor uw feedback.

×