Environ, functie

Opmerking: De functie, methode, object of eigenschap die in dit onderwerp wordt beschreven, is uitgeschakeld als de Microsoft Jet Expression-service wordt uitgevoerd in de sandboxmodus, waardoor mogelijk onveilige expressies niet kunnen worden geëvalueerd. Voor meer informatie over de sandbox-modus zoekt u naar 'sandbox-modus' in de Help.

Deze functie geeft de tekenreeks als resultaat die is gekoppeld aan een omgevingsvariabele van het besturingssysteem. Niet beschikbaar voor de Mac.

Syntaxis

Environ( { omgevingsvar | getal } )

De syntaxis van de functie Environ bevat de volgende argumenten:

Argument

Beschrijving

omgevingsvar

Optioneel. Een tekenreeksexpressie met de naam van een omgevingsvariabele.

getal

Optioneel. Een numerieke expressie die overeenkomt met de numerieke positie van de omgevingstekenreeks in de tabel met omgevingstekenreeksen. Het argument getal kan bestaan uit elke numerieke expressie, maar wordt afgerond op een geheel getal voordat het wordt geëvalueerd.


Opmerkingen

Als omgevingsvar niet wordt gevonden in de tabel met omgevingsreeksen, wordt er een tekenreeks met de lengte nul ("") geretourneerd. In alle andere gevallen retourneert Environ de tekst die is toegewezen aan de opgegeven omgevingsvar; dat wil zeggen de tekst die volgt op het gelijkteken (=) in de tabel met omgevingsreeksen voor die omgevingsvariabele.

Als u getal opgeeft, bestaat het resultaat uit de tekenreeks die op die numerieke positie wordt weergegeven in de tabel met omgevingsreeksen. In dit geval retourneert Environ alle tekst, inclusief omgevingsvar. Als er zich geen omgevingsreeks bevindt op de opgegeven positie, retourneert Environ een tekenreeks met de lengte nul.

Voorbeeld

Opmerking: In de volgende voorbeelden wordt het gebruik van deze functie in een VBA-module (Visual Basic for Applications) toegelicht. Meer informatie over het werken met VBA vindt u door in de vervolgkeuzelijst naast Zoeken de optie Referentie voor ontwikkelaars te selecteren en een of meer termen in het zoekvenster te typen.

In dit voorbeeld wordt de functie Environ gebruikt om het nummer van de vermelding en de lengte van de instructie PATH uit de tabel met omgevingsreeksen op te geven. Niet beschikbaar voor de Mac.

Dim EnvString, Indx, Msg, PathLen    ' Declare variables.
Indx = 1 ' Initialize index to 1.
Do
' Get environment variable.
EnvString = Environ(Indx)
' Check PATH entry.
If Left(EnvString, 5) = "PATH=" Then
' Get length.
PathLen = Len(Environ("PATH"))
Msg = "PATH entry = " & Indx & " and length = " _
& PathLen
Exit Do
Else
' Not PATH entry, so increment.
Indx = Indx + 1
End If
Loop Until EnvString = ""
If PathLen > 0 Then
' Display message.
MsgBox Msg
Else
MsgBox "No PATH environment variable exists."
End If

Meer hulp nodig?

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

×