Gegevenslabels toevoegen aan een grafiek of hieruit verwijderen

Als u een gegevensreeks in een grafiek snel wilt identificeren, kunt u gegevenslabels toevoegen aan de gegevenspunten van de grafiek. Standaard zijn de gegevenslabels gekoppeld aan waarden op het werkblad en worden ze automatisch bijgewerkt als er wijzigingen optreden in die waarden.

Gegevenslabels zorgen ervoor dat een grafiek gemakkelijker te begrijpen is doordat ze informatie geven over een gegevensreeks of afzonderlijke gegevenspunten. In het onderstaande cirkeldiagram zou het zonder gegevenslabels bijvoorbeeld moeilijk te zien zijn dat koffie goed is voor 38% van de totale verkoop. Afhankelijk van wat u wilt benadrukken in een grafiek, kunt u labels toevoegen aan één reeks, aan alle reeksen (de hele grafiek) of aan één gegevenspunt.

Cirkeldiagram met gegevensetiketten die zijn opgemaakt als percentages

Opmerking: De volgende procedures zijn van toepassing op Office 2013 en nieuwere versies. Zoekt u Office 2010-stappen?

Gegevenslabels toevoegen aan een grafiek

  1. Klik op de gegevensreeks of grafiek. Als u een label wilt toevoegen aan één gegevenspunt, klikt u op dat punt nadat u op de reeks hebt geklikt.

  2. Klik rechtsboven naast de grafiek op Grafiekelement toevoegen de knop grafiekelementen > Gegevenslabels.

    Grafiekelementen > Gegevenslabels > labelkeuzen
  3. Als u de locatie wilt wijzigen, klikt u op de pijl en kiest u een optie.

  4. Als u het gegevenslabel wilt weergeven in een tekstballon, klikt u op Bijschrift bij gegevens.

    Cirkeldiagram met gegevensbijschriften

U kunt ervoor zorgen dat de gegevenslabels gemakkelijker leesbaar zijn door ze binnen de gegevenspunten of zelfs buiten de grafiek te plaatsen. U verplaatst een gegevenslabel door dit naar de gewenste locatie te slepen.

Als de grafiek onoverzichtelijk wordt door de labels, kunt u sommige of alle labels verwijderen door op de labels te klikken en op Del te drukken.

Tip: Als de tekst in de gegevenslabels niet goed leesbaar is, kunt u het formaat van de labels aanpassen door op de labels te klikken en te slepen totdat ze het gewenste formaat hebben.

Het uiterlijk van de gegevenslabels wijzigen

  1. Klik met de rechtermuisknop op de gegevensreeks of het gegevenslabel waarvan u meer gegevens wilt weergeven en klik daarna op Gegevenslabels opmaken.

  2. Klik op Labelopties en kies onder Label bevat de gewenste opties.

    Gebied Opties voor label van het deelvenster Gegevenslabel opmaken

Celwaarden gebruiken als gegevenslabels

U kunt de celwaarden gebruiken als gegevenslabels voor de grafiek.

  1. Klik met de rechtermuisknop op de gegevensreeks of het gegevenslabel waarvan u meer gegevens wilt weergeven en klik daarna op Gegevenslabels opmaken.

  2. Klik op Labelopties en selecteer onder label bevathet selectievakje waarden uit cellen .

  3. Wanneer het dialoogvenster gegevens label bereik wordt weergegeven, gaat u terug naar het werkblad en selecteert u het bereik waarvoor u de celwaarden wilt weergeven als gegevenslabels. Als u dat doet, wordt het geselecteerde bereik weergegeven in het dialoogvenster gegevens label bereik . Klik op OK.

    Het dialoogvenster gegevens label bereik

    De celwaarden worden nu weergegeven als gegevenslabels in de grafiek.

De tekst wijzigen die wordt weergegeven in de gegevenslabels

  1. Klik op het gegevenslabel met de tekst die u wilt wijzigen en klik hier nogmaals op, zodat alleen dit gegevenslabel is geselecteerd.

  2. Selecteer de bestaande tekst en typ vervolgens de vervangende tekst.

  3. Klik ergens buiten het gegevenslabel.

Tip: Als u een opmerking over de grafiek wilt toevoegen of als u slechts één gegevenslabel hebt, kunt u een tekstvak gebruiken.

Gegevenslabels verwijderen uit een grafiek

  1. Klik op de grafiek waaruit u gegevenslabels wilt verwijderen.

    Hiermee worden de Hulpmiddelen voor grafieken weergegeven, waarbij de tabbladen Ontwerp en Opmaak beschikbaar komen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Ga naar het tabblad ontwerp en klik in de groep grafiekindeling op grafiekonderdeel toevoegen, kies gegevenslabelsen klik vervolgens op geen.

    • Klik één keer op een gegevenslabel om alle gegevenslabels in een gegevensreeks te selecteren of klik twee keer om slechts één gegevenslabel dat u wilt verwijderen, te selecteren en druk vervolgens op Delete.

    • Klik met de rechtermuisknop op een gegevenslabel en klik vervolgens op Verwijderen.

      Opmerking: Hiermee verwijdert u alle gegevenslabels in een gegevensreeks.

  3. U kunt gegevenslabels ook verwijderen direct nadat u deze hebt toegevoegd door te klikken op ongedaan maken knopafbeelding op de werkbalk Snelle toegangof door op CTRL + Z te drukken.

Gegevenslabels toevoegen of verwijderen in een grafiek in Office 2010

  1. Voer in een grafiek een van de volgende handelingen uit:

    • Als u een gegevenslabel wilt toevoegen aan alle gegevenspunten van alle gegevensreeksen, klikt u op het grafiekgebied.

    • Als u een gegevenslabel wilt toevoegen aan alle gegevenspunten van een gegevensreeks, klikt u één keer om de gegevensreeks die u van een label wilt voorzien, te selecteren.

    • Als u een gegevenslabel wilt toevoegen aan één gegevenspunt in een gegevensreeks, klikt u op de gegevensreeks met het gegevenspunt dat u van een label wilt voorzien en klikt u nogmaals op het desbetreffende gegevenspunt.

      Hiermee worden de Hulpmiddelen voor grafieken weergegeven, waarbij de tabbladen Ontwerp, Indeling en Opmaak beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Indeling in de groep Labels op Gegevenslabels en vervolgens op de gewenste weergaveoptie.

    Afbeelding van Excel-lint

    Afhankelijk van het gebruikte grafiektype krijgt u verschillende opties voor gegevenslabels te zien.

  1. Voer in een grafiek een van de volgende handelingen uit:

    • Als u extra labelitems wilt weergeven voor alle gegevenspunten van een reeks, klikt u één keer op een gegevenslabel om alle gegevenslabels van de gegevensreeks te selecteren.

    • Als u extra labelitems wilt weergeven voor één gegevenspunt, klikt u op het gegevenslabel in het gegevenspunt dat u wilt wijzigen en klikt u nogmaals op het gegevenslabel.

      Hiermee worden de Hulpmiddelen voor grafieken weergegeven, waarbij de tabbladen Ontwerp, Indeling en Opmaak beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Opmaak in de groep Huidige selectie op Indelingskeuze.

    afbeelding van excel-lint

    U kunt ook met de rechtermuisknop op het geselecteerde label of de geselecteerde labels in de grafiek klikken en op Gegevenslabel opmaken of Gegevenslabels opmaken klikken.

  3. Klik op Labelopties als deze optie nog niet is geselecteerd en schakel vervolgens onder Label bevat het selectievakje in voor de labelitems die u wilt toevoegen.

    De beschikbare labelopties zijn afhankelijk van het type grafiek. In een cirkeldiagram kunnen gegevenslabels bijvoorbeeld percentages en toelichtingslijnen bevatten.

  4. Als u het scheidingsteken tussen de gegevenslabelitems wilt wijzigen, selecteert u het scheidingsteken dat u wilt gebruiken of typt u een aangepast scheidingsteken in het vak Scheidingsteken.

  5. Als u de labelpositie wilt aanpassen om de extra tekst beter weer te geven, selecteert u de gewenste optie onder Labelpositie.

Als u aangepaste labeltekst hebt getypt, maar toch weer de gegevenslabelitems wilt weergeven die aan waarden in het werkblad zijn gekoppeld, klikt u op Labeltekst opnieuw instellen.

  1. Klik in een grafiek op het gegevenslabel in het gegevenspunt dat u wilt wijzigen en klik nogmaals op het gegevenslabel om alleen dit label te selecteren.

  2. Klik in het gegevenslabelvak om de bewerkingsmodus te starten.

  3. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Als u nieuwe tekst wilt typen, sleept u om de te wijzigen tekst te selecteren en typt u de gewenste tekst.

    • Als u een gegevenslabel aan tekst of waarden in het werkblad wilt koppelen, sleept u om de te wijzigen tekst te selecteren en voert u de volgende handelingen uit:

      1. Klik in het werkblad op de formulebalk en typ vervolgens het gelijkteken (=).

      2. Selecteer de werkbladcel met de gegevens of tekst die u wilt weergeven in de grafiek.

        U kunt de verwijzing naar de werkbladcel ook in de formulebalk typen. Neem in deze verwijzing een gelijkteken op en de bladnaam, gevolgd door een uitroepteken, bijvoorbeeld: =Blad1!F2.

      3. Druk op Enter.

        Tip: U kunt beide methoden gebruiken om percentages op te geven: handmatig als u weet waar de percentages zich bevinden of door een koppeling naar de percentages in het werkblad te maken. Percentages worden niet berekend in de grafiek, maar u kunt deze berekenen in het werkblad met de vergelijking hoeveelheid/totaal = percentage. Als u bijvoorbeeld 10/100 = 0,1 berekent en u vervolgens 0,1 opmaakt als percentage, wordt het getal correct weergegeven als 10%. Zie Percentages berekenen voor meer informatie over het berekenen van percentages.

De grootte van het gegevenslabelvak wordt aangepast aan de grootte van de tekst. U kunt de grootte van het gegevenslabelvak niet wijzigen en de tekst wordt mogelijk afgekapt als deze niet binnen de maximale grootte past. Als u meer tekst wilt plaatsen, kunt u in plaats van een gegevenslabelvak beter een tekstvak gebruiken. Zie Een tekstvak toevoegen aan een grafiek voor meer informatie.

U kunt de positie van één gegevenslabel wijzigen door dit te verslepen. U kunt gegevenslabels ook op een standaardpositie ten opzichte van hun gegevensmarkeringen plaatsen. U kunt kiezen uit diverse plaatsingsopties, afhankelijk van het type grafiek.

  1. Voer in een grafiek een van de volgende handelingen uit:

    • Als u alle gegevenslabels voor een hele gegevensreeks wilt verplaatsen, klikt u één keer op een gegevenslabel om de gegevensreeks te selecteren.

    • Als u een specifiek gegevenslabel wilt verplaatsen, klikt u twee keer op dit gegevenslabel om het te selecteren.

      Hiermee worden de Hulpmiddelen voor grafieken weergegeven, waarbij de tabbladen Ontwerp, Indeling en Opmaak beschikbaar komen.

  2. Klik op het tabblad Indeling in de groep Labels op Gegevenslabels en klik op de gewenste optie.

    Afbeelding van Excel-lint

    Klik voor extra opties voor gegevenslabels op Meer opties voor gegevenslabels, klik op Labelopties als deze optie nog niet is geselecteerd en selecteer de gewenste opties.

  1. Klik op de grafiek waaruit u gegevenslabels wilt verwijderen.

    Hiermee worden de Hulpmiddelen voor grafieken weergegeven, waarbij de tabbladen Ontwerp, Indeling en Opmaak beschikbaar komen.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

    • Klik op het tabblad Indeling in de groep Labels op Gegevenslabels en klik vervolgens op Geen.

      Afbeelding van Excel-lint

    • Klik één keer op een gegevenslabel om alle gegevenslabels in een gegevensreeks te selecteren of klik twee keer om slechts één gegevenslabel dat u wilt verwijderen, te selecteren en druk vervolgens op Delete.

    • Klik met de rechtermuisknop op een gegevenslabel en klik vervolgens op Verwijderen.

      Opmerking: Hiermee verwijdert u alle gegevenslabels in een gegevensreeks.

  3. U kunt gegevenslabels ook verwijderen direct nadat u deze hebt toegevoegd door te klikken op ongedaan maken knopafbeelding op de werkbalk Snelle toegangof door op CTRL + Z te drukken.

Gegevenslabels zorgen ervoor dat een grafiek gemakkelijker te begrijpen is doordat ze informatie geven over een gegevensreeks of afzonderlijke gegevenspunten. In het onderstaande cirkeldiagram zou het zonder gegevenslabels bijvoorbeeld moeilijk te zien zijn dat koffie goed is voor 38% van de totale verkoop. Afhankelijk van wat u wilt benadrukken in een grafiek, kunt u labels toevoegen aan één reeks, aan alle reeksen (de hele grafiek) of aan één gegevenspunt.

Gegevenslabels toevoegen

U kunt gegevenslabels toevoegen om de waarden van gegevenspunten uit het Excel-werkblad in de grafiek weer te geven.

  1. Deze stap is alleen van toepassing op Word voor Mac: Klik in het menu beeld op afdrukweergave.

  2. Klik op de grafiek en vervolgens op het tabblad Grafiekontwerp.

  3. Klik op grafiek element toevoegen en selecteer gegevenslabelsen selecteer vervolgens een locatie voor de optie gegevenslabel.

    Opmerking: De opties variëren afhankelijk van het grafiektype.

  4. Als u het gegevenslabel wilt weergeven in een tekstballon, klikt u op Bijschrift bij gegevens.

    Cirkeldiagram met gegevensbijschriften

    U kunt ervoor zorgen dat de gegevenslabels gemakkelijker leesbaar zijn door ze binnen de gegevenspunten of zelfs buiten de grafiek te plaatsen. U verplaatst een gegevenslabel door dit naar de gewenste locatie te slepen.

    Opmerking: Als de tekst in de gegevenslabels niet goed leesbaar is, kunt u het formaat van de labels aanpassen door op de labels te klikken en te slepen totdat ze het gewenste formaat hebben.

Klik op meer opties voor gegevenslabels om het uiterlijk van de gegevenslabels te wijzigen.

Het uiterlijk van de gegevenslabels wijzigen

  1. Klik met de rechtermuisknop op een gegevenslabel en selecteer Gegevenslabels opmaken.

  2. Klik op Labelopties en kies onder label bevatde gewenste opties.

De tekst wijzigen die wordt weergegeven in de gegevenslabels

  1. Klik op het gegevenslabel met de tekst die u wilt wijzigen en klik hier nogmaals op, zodat alleen dit gegevenslabel is geselecteerd.

  2. Selecteer de bestaande tekst en typ vervolgens de vervangende tekst.

  3. Klik ergens buiten het gegevenslabel.

Tip: Als u een opmerking over de grafiek wilt toevoegen of als u slechts één gegevenslabel hebt, kunt u een tekstvakgebruiken.

Gegevenslabels verwijderen

Als u de etiketten wilt zien, kunt u deze verwijderen door op de labels te klikken en op Deletete drukken.

Opmerking: Hiermee verwijdert u alle gegevenslabels in een gegevensreeks.

Celwaarden gebruiken als gegevenslabels

U kunt de celwaarden gebruiken als gegevenslabels voor de grafiek.

  1. Klik met de rechtermuisknop op de gegevensreeks of het gegevenslabel waarvan u meer gegevens wilt weergeven en klik daarna op Gegevenslabels opmaken.

  2. Klik op Labelopties en selecteer onder label bevathet selectievakje waarden uit cellen .

  3. Wanneer het dialoogvenster gegevens label bereik wordt weergegeven, gaat u terug naar het werkblad en selecteert u het bereik waarvoor u de celwaarden wilt weergeven als gegevenslabels. Als u dat doet, wordt het geselecteerde bereik weergegeven in het dialoogvenster gegevens label bereik . Klik op OK.

    Het dialoogvenster gegevens label bereik

    De celwaarden worden nu weergegeven als gegevenslabels in de grafiek.

Meer hulp nodig?

U kunt altijd uw vraag stellen aan een expert in de Excel Tech Community, ondersteuning vragen in de Answer-community of een nieuwe functie of verbetering voorstellen in Excel User Voice.

Opmerking:  Deze pagina is automatisch vertaald en kan grammaticale fouten of onnauwkeurigheden bevatten. Wij hopen dat deze inhoud nuttig voor je is. Wil je ons laten weten of deze informatie nuttig is? Hier is het Engelstalige artikel ter referentie.

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagenten.

×