Artikel ID: 301583 - Laatste beoordeling: maandag 21 november 2005 - Wijziging: 4.0

Lijst met sneltoetsen die beschikbaar zijn in Windows XP

SysteemtipDit artikel is bedoeld voor een ander besturingssysteem dan u gebruikt. Artikelinhoud die niet relevant voor u is, is uitgeschakeld.

Op deze pagina

Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Samenvatting

In dit artikel worden de sneltoetsen beschreven zoals die beschikbaar zijn in Windows XP.

Meer informatie

Algemene sneltoetsen

  • CTRL+C (Kopiëren)
  • CTRL+X (Knippen)
  • CTRL+V (Plakken)
  • CTRL+Z (Ongedaan maken)
  • DELETE (Verwijderen)
  • SHIFT+DELETE (Verwijdert het geselecteerde item definitief zonder het in de Prullenbak te plaatsen)
  • CTRL terwijl u een item sleept (Kopieert het geselecteerde item)
  • CTRL+SHIFT terwijl u een item sleept (Maakt een snelkoppeling met het geselecteerde item)
  • F2-toets (Verandert de naam van het geselecteerde item)
  • CTRL+PIJL-RECHTS (Verplaatst de invoegpositie naar het begin van het volgende woord)
  • CTRL+PIJL-LINKS (Verplaatst de invoegpositie naar het begin van het vorige woord)
  • CTRL+PIJL-OMLAAG (Verplaatst de invoegpositie naar het begin van de volgende alinea)
  • CTRL+PIJL-OMHOOG (Verplaatst de invoegpositie naar het begin van de vorige alinea)
  • CTRL+SHIFT met een van de pijltoetsen (Markeert een tekstblok)
  • SHIFT met een van de pijltoetsen (Selecteert meer dan één item in een venster of op het bureaublad, of selecteert tekst in een document)
  • CTRL+A (Alles selecteren)
  • F3-toets (Zoekt een bestand of een map)
  • ALT+ENTER (Geeft de eigenschappen van het geselecteerde item weer)
  • ALT+F4 (Sluit het actieve item of beëindigt het actieve programma)
  • ALT+ENTER (Geeft de eigenschappen van het geselecteerde object weer)
  • ALT+SPATIEBALK (Opent het snelmenu voor het actieve venster)
  • CTRL+F4 (Sluit het actieve document in programma's waarin meer documenten tegelijkertijd geopend kunnen zijn)
  • ALT+TAB (Schakelt tussen geopende items)
  • ALT+ESC (Doorloopt de items in de volgorde waarin ze zijn geopend)
  • F6-toets (Doorloopt de schermelementen in een venster of op het bureaublad)
  • F4-toets (Geeft de adresbalklijst weer in Deze computer of Windows Verkenner)
  • SHIFT+F10 (Geeft het snelmenu weer voor het geselecteerde item)
  • ALT+SPATIEBALK (Geeft het systeemmenu weer voor het actieve venster)
  • CTRL+ESC (Geeft het menu Start weer)
  • ALT+onderstreepte letter in een menunaam (Opent het corresponderende menu)
  • Onderstreepte letter in een opdrachtnaam in een geopend menu (Voert de corresponderende opdracht uit)
  • F10-toets (Activeert de menubalk in het actieve programma)
  • PIJL-RECHTS (Opent het volgende menu aan de rechterzijde of opent een submenu)
  • PIJL-LINKS (Opent het volgende menu aan de linkerzijde of sluit een submenu)
  • F5-toets (Werkt het actieve venster bij)
  • BACKSPACE (Geeft de map weer die zich een niveau hoger in Deze computer of Windows Verkenner bevindt)
  • ESC (Annuleert de huidige taak)
  • SHIFT terwijl u een cd-rom in het cd-rom-station plaatst (Voorkomt dat de cd-rom automatisch wordt afgespeeld)
  • CTRL+SHIFT+ESC (Taakbeheer openen)

Sneltoetsen voor dialoogvensters

Druk in uitgevouwen keuzelijsten op SHIFT+F8 om de selectie-uitbreidingsmodus in te schakelen. In deze modus kunt u met de pijltoetsen de cursor verplaatsen zonder de selectie te wijzigen. Druk op CTRL+SPATIEBALK of SHIFT+SPATIEBALK om de selectie te wijzigen. Schakel de selectie-uitbreidingsmodus uit door nogmaals op SHIFT+F8 te drukken. De selectie-uitbreidingsmodus schakelt zichzelf uit wanneer u de focus naar een ander besturingselement verplaatst.
  • CTRL+TAB (Doorloopt de tabs van links naar rechts)
  • CTRL+SHIFT+TAB (Doorloopt de tabs van rechts naar links)
  • TAB (Doorloopt de opties in sequentiële volgorde)
  • SHIFT+TAB (Doorloopt de opties in omgekeerde richting)
  • ALT+Onderstreepte letter (Voert de corresponderende opdracht uit of selecteert de corresponderende optie)
  • ENTER (Voert de opdracht voor de actieve optie of knop uit)
  • SPATIEBALK (Schakelt het selectievakje in of uit als de actieve optie een selectievakje is)
  • Pijltoetsen (Selecteert een knop als de actieve optie een groep keuzerondjes is)
  • F1-toets (Geeft Help weer)
  • F4-toets (Geeft de items in de actieve lijst weer)
  • BACKSPACE (Opent een map op een niveau hoger als een map is geselecteerd in het dialoogvenster Opslaan als of Openen)

Microsoft Natural Keyboard-sneltoetsen

  • Windows-logo (Toont of verbergt het menu Start)
  • Windows-logo+BREAK (Geeft het dialoogvenster Systeemeigenschappen weer)
  • Windows-logo+D (Geeft het bureaublad weer)
  • Windows-logo+M (Minimaliseert alle vensters)
  • Windows-logo+SHIFT+M (Herstelt de geminimaliseerde vensters)
  • Windows-logo+E (Opent Deze computer)
  • Windows-logo+F (Zoekt een bestand of een map)
  • CTRL+Windows-logo+F (Zoekt computers)
  • Windows-logo+F1 (Geeft Windows Help weer)
  • Windows-logo+ L (Vergrendelt het toetsenbord)
  • Windows-logo+R (Opent het dialoogvenster Uitvoeren)
  • Windows-logo+U (Opent Hulpprogrammabeheer)

Toegankelijkheidssneltoetsen

  • Rechter-SHIFT-toets gedurende acht seconden (Schakelt filtertoetsen in of uit)
  • Linker-ALT-toets+linker-SHIFT-toets+PRINT SCREEN (Schakelt groot contrast in of uit)
  • Linker-ALT-toets+linker-SHIFT-toets+NUM LOCK (Schakelt de muistoetsen in of uit)
  • Vijf maal SHIFT (Schakelt de plaktoetsen in of uit)
  • NUM LOCK gedurende vijf seconden (Schakelt de schakeltoetsen in of uit)
  • Windows-logo+U (Opent Hulpprogrammabeheer)

Sneltoetsen voor Windows Verkenner

  • END (Geeft de onderkant van het actieve venster weer)
  • HOME (Geeft de bovenkant van het actieve venster weer)
  • NUM LOCK+sterretje (*) (Geeft alle submappen onder de geselecteerde map weer)
  • NUM LOCK+plusteken (+) (Geeft de inhoud van de geselecteerde map weer)
  • NUM LOCK+minteken (-) (Vouwt de geselecteerde map samen)
  • PIJL-LINKS (Vouwt de huidige selectie samen als deze is uitgevouwen, of selecteert de bovenliggende map)
  • PIJL-RECHTS (Geeft de huidige selectie weer als deze is samengevouwen, of selecteert de eerste submap)

Sneltoetsen voor Speciale tekens

Wanneer u op een teken in het tekenraster hebt dubbelgeklikt, kunt u met de sneltoetsen door het raster navigeren:
  • PIJL-RECHTS (Gaat naar rechts of naar het begin van de volgende regel)
  • PIJL-LINKS (Gaat naar links of naar het einde van de vorige regel)
  • PIJL-OMHOOG (Gaat een rij omhoog)
  • PIJL-OMLAAG (Gaat een rij omlaag)
  • PAGE UP (Gaat scherm voor scherm omhoog)
  • PAGE DOWN (Gaat scherm voor scherm omlaag)
  • HOME (Gaat naar het begin van de regel)
  • END (Gaat naar het einde van de regel)
  • CTRL+HOME (Gaat naar het eerste teken)
  • CTRL+END (Gaat naar het laatste teken)
  • SPATIEBALK (Schakelt tussen vergrote en normale modus wanneer een teken is geselecteerd)

Sneltoetsen voor het hoofdvenster van Microsoft Management Console (MMC)

  • CTRL+O (Opent een opgeslagen console)
  • CTRL+N (Opent een nieuwe console)
  • CTRL+S (Slaat de geopende console op)
  • CTRL+M (Voegt een console-item toe of verwijdert het)
  • CTRL+N (Opent een nieuwe console)
  • F5-toets (Werkt de inhoud van alle consolevensters bij)
  • ALT+SPATIEBALK (Geeft het menu van het MMC-venster weer)
  • ALT+F4 (Sluit de console)
  • ALT+A (Geeft het menu Actie weer)
  • ALT+V (Geeft het menu Beeld weer)
  • ALT+F (Geeft het menu Bestand weer)
  • ALT+O (Geeft het menu Favorieten weer)

Sneltoetsen voor het MMC-consolevenster

  • CTRL+P (Drukt de huidige pagina of het actieve deelvenster af)
  • ALT+Minteken (-) (Geeft het venstermenu weer voor het actieve consolevenster)
  • SHIFT+F10 (Geeft het snelmenu Actie weer voor het geselecteerde item)
  • F1-toets (Opent het Help-onderwerp - indien aanwezig - voor het geselecteerde item)
  • F5-toets (Werkt de inhoud van alle consolevensters bij)
  • CTRL+F10 (Maximaliseert het actieve consolevenster)
  • CTRL+F5 (Herstelt het actieve consolevenster)
  • ALT+ENTER (Geeft het dialoogvenster Eigenschappen - indien aanwezig - voor het geselecteerde item weer)
  • F2-toets (Verandert de naam van het geselecteerde item)
  • CTRL+F4 (Sluit het actieve consolevenster) Als een console slechts één consolevenster heeft, sluit u de console met deze snelkoppeling)

Navigatie in Verbinding naar extern bureaublad

  • CTRL+ALT+END (Opent het dialoogvenster Beveiliging van Microsoft Windows NT)
  • ALT+PAGE UP (Schakelt van links naar rechts tussen programma's)
  • ALT+PAGE UP (Schakelt van rechts naar links tussen programma's)
  • ALT+INSERT (Doorloopt de programma's in de volgorde waarin ze het laatst zijn gebruikt)
  • ALT+HOME (Geeft het menu Start weer)
  • CTRL+ALT+BREAK (Schakelt de clientcomputer tussen een venster en het volledige scherm)
  • ALT+DELETE (Geeft het Windows-menu weer)
  • CTRL+ALT+MINTEKEN (-) (Plaatst een momentopname van het hele clientvenstergebied op het klembord van de Terminal-server en heeft dezelfde functionaliteit als wanneer u op de lokale computer op ALT+PRINT SCRN drukt.)
  • CTRL+ALT+PLUSTEKEN (+) (Plaatst een momentopname van het actieve venster in de client op het klembord van de Terminal-server en heeft dezelfde functionaliteit als wanneer u op de lokale computer op PRINT SCRN drukt.)

Navigatie in Microsoft Internet Explorer

  • CTRL+B (Opent het dialoogvenster Favorieten indelen)
  • CTRL+E (Opent de zoekbalk)
  • CTRL+F (Start het hulpprogramma Zoeken)
  • CTRL+H (Opent de balk Geschiedenis)
  • CTRL+I (Opent de balk Favorieten)
  • CTRL+L (Opent het dialoogvenster Openen)
  • CTRL+N (Start nog een exemplaar van de browser met hetzelfde webadres)
  • CTRL+O (Opent het dialoogvenster Openen, net zoals CTRL+L)
  • CTRL+P (Opent het dialoogvenster Afdrukken)
  • CTRL+R (Werkt de huidige webpagina bij)
  • CTRL+W (Sluit het huidige venster)

Overige informatie

  • Sommige sneltoetsen werken niet als de optie Plaktoetsen in Toegankelijkheidsopties is ingeschakeld.
  • Sommige clientsneltoetsen van Terminal-services die overeen komen met de sneltoetsen in Extern bureaublad delen, zijn niet beschikbaar als u Hulp op afstand gebruikt in Windows XP Home Edition.
  • Enkele andere Microsoft Knowledge Base-artikelen die soortgelijke informatie als dit artikel bevatten, zijn:
    126449  (http://support.microsoft.com/kb/126449/ ) Sneltoetsen voor Windows
    255090  (http://support.microsoft.com/kb/255090/ ) Navigeren in Help van Windows 2000 met behulp van toetsaanslagen
  • Raadpleeg de Help voor de meest actuele informatie met betrekking tot toetsenbordnavigatie en ga naar de volgende toegankelijkheidswebsite voor meer informatie over sneltoetsen en toetsenbordnavigatie in Windows en andere Microsoft-producten:
    http://www.microsoft.com/enable (http://www.microsoft.com/enable)

De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows XP Home Edition
  • Microsoft Windows XP Professional Edition
Trefwoorden: 
kbenv kbinfo kbui KB301583