Procedure: Spraakherkenning installeren en configureren in Windows XP

Vertaalde artikelen Vertaalde artikelen
Artikel ID: 306537 - Bekijk de producten waarop dit artikel van toepassing is.
Dit artikel is eerder gepubliceerd onder NL306537
Alles uitklappen | Alles samenvouwen

Op deze pagina

Samenvatting

Als u onlangs een nieuwe computer hebt gekocht, kan het zijn dat de spraakherkenningsfunctie van Microsoft door de fabrikant op de computer is ge´nstalleerd. U hoeft dan verder niets te installeren. Als u Microsoft Office XP hebt ge´nstalleerd of een nieuwe computer hebt gekocht waarop Office XP is ge´nstalleerd, is de spraakherkenningsfunctie daarin opgenomen, maar misschien nog niet ge´nstalleerd.

In dit artikel worden de stappen beschreven voor het installeren en configureren van spraakherkenning.

Voor een goede werking van spraaksystemen en voor optimale resultaten, moet u de onderdelen op de juiste manier instellen. Spraakmogelijkheden zijn ontworpen om te werken met de standaardinstellingen van systemen, zodat u zo weinig mogelijk hoeft in te stellen. U hoeft alleen luidsprekers en microfoons aan te sluiten, alle andere aspecten horen automatisch te werken. Sommige systemen beschikken over ingebouwde apparaten en het is mogelijk dat u in dat geval niets hoeft te configureren.

Volg de richtlijnen in dit artikel voor een juiste installatie of om een installatie te controleren. Als het systeem niet goed werkt, raadpleegt u de sectie over het oplossen van problemen.

Voor meer informatie klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
278927 Word 2002: BETA: Part 1: Veelgestelde vragen over spraak- en handschriftherkenning
Voor meer informatie over het gebruik van Microsoft-spraakherkenning klikt u op Help op de balk Taal.

De meest recente informatie over ontwikkelingen bij Microsoft op het gebied van spraakherkenning vindt u op de volgende Microsoft-website:
http://www.microsoft.com/speech/

Vereisten voor spraakherkenning

Als u spraakherkenning wilt gebruiken, moet u beschikken over de volgende hardware en software:
  • Een gevoelige, hoogwaardige (hoofdtelefoon met) microfoon. Een USB-microfoon (Universal Serial Bus) wordt aanbevolen.
  • Een computer met een snelheid van minimaal 400 megahertz (MHz) en 128 megabytes (MB) geheugen.
  • Microsoft Internet Explorer 5.0 of hoger.
  • De spraakherkenningsfunctie moet zijn ge´nstalleerd. Deze wordt geleverd met Office XP, maar is misschien nog niet ge´nstalleerd. OPMERKING: spraakherkenningsfuncties zijn taalspecifiek. De eerste drie beschikbare spraakfuncties van Microsoft zijn Vereenvoudigd Chinees, Engels (V.S.) en Japans. Functies voor andere talen zijn binnenkort beschikbaar.

Uw hardware instellen

In deze sectie wordt beschreven hoe u uw hardware instelt.

Een microfoon instellen

Er bestaan heel veel verschillende typen microfoons. Microfoons worden steeds meer gespecialiseerd. Raadpleeg de handleiding van de microfoon voor hardware- en softwarespecificaties. De meeste modellen worden echter op een gelijksoortige manier ge´nstalleerd.
  1. Zoek de aansluitingen voor het geluid en sluit de microfoon aan op de computer. De meeste computers hebben een interne geluidskaart en de aansluitingen vindt u meestal op de achterkant van de computer.

    Dit zijn een aantal aansluitingen met dezelfde grootte en diameter als de aansluiting van de microfoon. Een van deze aansluitingen is de microfoonaansluiting. Deze wordt aangeduid met het pictogram van een microfoon of met een tekstbeschrijving.
  2. Sluit de microfoon aan op die aansluiting.
  3. Ga als volgt te werk om de verbinding te testen:
    1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
    2. Klik op het tabblad Spraakherkenning.
    3. Spreek rechtstreeks in de microfoon. Het geluidsniveau moet worden weergegeven bij Microfoonniveau.
    Als u geen geluid ontvangt nadat u de microfoon hebt aangesloten, raadpleegt u "Mogelijke problemen met spraakherkenning".

Luidsprekers instellen

Er bestaan heel veel verschillende typen luidsprekers. Luidsprekers worden steeds meer gespecialiseerd. Raadpleeg de handleiding van de luidsprekers voor hardware- en softwarespecificaties. De meeste modellen worden echter op een gelijksoortige manier ge´nstalleerd.

Ga als volgt te werk om luidsprekers in te stellen:
  1. Zoek de aansluitingen voor het geluid en sluit de luidspreker aan op de computer. De meeste computers hebben een interne geluidskaart en de aansluitingen vindt u meestal op de achterkant van de computer. Dit zijn een aantal aansluitingen met dezelfde grootte en diameter als de aansluiting van de luidspreker. In veel gevallen zijn er twee uitgangen voor geluid:
    • Een van deze aansluitingen is een lijnuitgang. De meeste luidsprekers met een afzonderlijke voeding (zoals een adapter of batterijen) gebruiken deze aansluiting. Deze aansluiting wordt ook gebruikt voor het exporteren van versterkt geluid naar opnameapparaten, zoals beschrijfbare cd's en bandopnamesystemen.
    • De andere aansluiting is bestemd voor luidsprekers zonder eigen voeding. Omdat het signaal wordt versterkt door de computer, kunnen luidsprekers beschadigd raken als u ze aansluit.
  2. Sluit de luidspreker aan op de juiste aansluiting.
  3. Ga als volgt te werk om de verbinding te testen:
    1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
    2. Klik op het tabblad Van tekst naar spraak en klik op Voorbeeld van stem om de geselecteerde stem te beluisteren. De tekst wordt gesproken en de woorden die worden gesproken, worden gemarkeerd. Als de luidsprekers correct werken, hoort u de gesproken tekst.
    Als u geen geluid hoort nadat u de luidsprekers hebt aangesloten, raadpleegt u "Mogelijke problemen met het omzetten van tekst naar spraak".

De microfoon configureren

De prestaties van uw microfoon zijn afhankelijk van een aantal factoren, zoals de afstand van uw mond tot de microfoon en de juiste plaats van de microfoon. Elke fabrikant geeft hiervoor specifieke vereisten op.

Ga als volgt te werk om de microfoon te configureren:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning en klik op Microfoon configureren. De wizard Microfoon wordt gestart. Welke functies worden ondersteund, is afhankelijk van de fabrikant van de functie.
  3. Volg de instructies op het scherm. OPMERKING: Microfoon configureren is alleen beschikbaar als de huidige functie microfoontraining ondersteunt.

Opties voor een geluidsinvoerapparaat instellen

Ga als volgt te werk om microfoonopties in te stellen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning, klik op Audio-invoer en klik op Eigenschappen.
  3. Klik op een van de volgende opties:
    • Automatisch gekozen lijn gebruiken : Wanneer u deze optie selecteert, wordt de invoerlijn ingesteld op de standaardwaarde die door het spraaksysteem wordt bepaald. Door de verschillen in de gebruikte stuurprogramma's, mogelijkheden en talen, is deze instelling niet altijd hetzelfde. De geselecteerde standaardwaarde werkt mogelijk niet met alle opties. Als de lijn niet goed werkt, moet u handmatig een nieuwe lijn selecteren. Hiertoe klikt u op Deze lijn voor geluidsinvoer gebruiken .
    • Deze lijn voor geluidsinvoer gebruiken : wanneer u deze optie selecteert, kunt u een andere lijn kiezen voor audio-invoer. Alle mogelijke opties voor audio-invoer van het systeem worden weergegeven. Niet alle audiolijnen worden ondersteund voor spraak.

Een geluidsinvoerapparaat kiezen

Ga als volgt te werk om een geluidsinvoerapparaat te selecteren:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning op Audio-invoer.
  3. Klik op een van de volgende opties:
    • Voorkeurapparaat voor geluidsinvoer gebruiken : Wanneer u deze optie selecteert, wordt het invoerapparaat ingesteld op de standaardwaarde voor het systeem. Selecteer deze optie als u wilt dat de spraakprogramma's hetzelfde invoerapparaat gebruiken als al het andere geluid in het systeem. Vaak hebben computers slechts ÚÚn invoerapparaat, zoals een hoofdtelefoon met microfoon. Dit apparaat is de standaardwaarde bij de spraakeigenschappen. Het standaardapparaat wordt voor elk besturingssysteem toegewezen bij de eigenschappen voor geluid of multimedia in het Configuratiescherm. Aanvullende informatie voor het specifieke Configuratiescherm, vindt u in de bijbehorende Help-bestanden.
    • Dit geluidsinvoerapparaat gebruiken : wanneer u deze optie selecteert, kunt u een ander apparaat kiezen voor spraakprogramma's. Selecteer deze optie als u een ander invoerapparaat wilt kiezen. De keuzelijst is alleen actief als er andere apparaten beschikbaar zijn. Klik in deze keuzelijst op het gewenste apparaat. Het apparaat dat u hier kiest, wordt niet het standaardapparaat voor andere audioprogramma's. U wilt bijvoorbeeld voor alle spraak de hoofdtelefoon met microfoon gebruiken in plaats van een omnidirectionele microfoon.

Het invoergeluidsniveau controleren

Ga als volgt te werk om het invoergeluidsniveau te controleren:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning. In het vak Microfoon wordt een lineaire registratie van de invoergeluiden weergegeven. Als de microfoon invoert accepteert, ziet u een balk die het geluidsniveau aanduidt. Normale spraak wordt iets onder het midden van de grafiek weergegeven. Als er geen geluid wordt geregistreerd, controleert u of de microfoon is ingeschakeld. Sommige modellen hebben een knop om het geluid te dempen. Controleer ook de aansluitingen met de computer. Op sommige systemen kan een microfoon op meerdere plaatsen worden aangesloten.

Het invoergeluidsniveau wijzigen

Ga als volgt te werk om het invoergeluidsniveau van de spraakherkenning te controleren:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning, klik op Audio-invoer en klik op Volume.
  3. Er wordt een volumeregelingspaneel weergegeven. Pas het niveau van het gewenste apparaat aan. OPMERKING: niet alle apparaten ondersteunen deze optie op dezelfde manier. Sommige apparaten ondersteunen geen volumeregeling. De knop Volume is in dat geval niet beschikbaar. Andere spraakherkenningsfuncties kunnen hun eigen venster openen. Volg in dat geval de instructies op het scherm of in de documentatie van de functie.

Een geluidsuitvoerapparaat selecteren

Ga als volgt te werk om een geluidsuitvoerapparaat te selecteren:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Van tekst naar spraak op Audio-uitvoer.
  3. Klik op een van de volgende opties:
    • Voorkeurapparaat voor geluidsuitvoer gebruiken : Wanneer u deze optie selecteert, wordt het uitvoerapparaat ingesteld op de standaardwaarde voor het systeem. Selecteer deze optie als u wilt dat voor spraak hetzelfde uitvoerapparaat wordt gebruikt als voor al het andere geluid in het systeem. Dit is ook de standaardoptie voor de spraakeigenschappen. Vaak hebben computers slechts ÚÚn uitvoerapparaat, zoals een set luidsprekers. Het standaardapparaat wordt voor elk besturingssysteem toegewezen bij de eigenschappen voor geluid of multimedia in het Configuratiescherm. Aanvullende informatie voor het specifieke Configuratiescherm, vindt u in de bijbehorende Help-bestanden.
    • Dit geluidsuitvoerapparaat gebruiken : wanneer u deze optie selecteert, kunt u een ander apparaat kiezen voor spraakprogramma's. De keuzelijst is alleen actief als er andere apparaten beschikbaar zijn. Selecteer in deze keuzelijst het gewenste apparaat. Als u een apparaat kiest, wordt het standaardapparaat voor andere audioprogramma's niet gewijzigd. U wilt bijvoorbeeld voor alle spraakuitvoer de hoofdtelefoon gebruiken in plaats van de luidsprekers.

Opties voor een geluidsuitvoerapparaat instellen

Deze optie is standaard uitgeschakeld. Andere spraakfuncties kunnen echter geavanceerde eigenschappen hebben voor de opties voor de audio-uitgang. In dat geval is Audio-uitvoer beschikbaar. Volg de aanwijzingen op het scherm of in de documentatie van de specifieke spraakfunctie.

Ga als volgt te werk om opties voor een geluidsuitvoerapparaat in te stellen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Van tekst naar spraak op Audio-uitvoer.
  3. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Spraakherkenning installeren

In deze sectie wordt beschreven hoe u spraakherkenning installeert.

Controleren of de spraakherkenningsfunctie is ge´nstalleerd

Ga als volgt te werk om vast te stellen of spraakherkenning op uw computer is ge´nstalleerd:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Zoek het tabblad Spraakherkenning. Als het tabblad Spraakherkenning aanwezig is in het venster Eigenschappen voor spraak, is de spraakherkenningsfunctie ge´nstalleerd. Als dit niet beschikbaar is, is de functie niet ge´nstalleerd.

Spraakherkenning installeren vanuit Microsoft Word 2002

  1. Start Microsoft Word.
  2. Klik in het menu Extra op Spraak. Spraakherkenning is nu beschikbaar in alle Office-programma's en in andere programma's waarvoor spraakherkenning is ingeschakeld, zoals Microsoft Internet Explorer.

Spraakherkenning installeren via het onderdeel Software

  1. Klik op Start, Configuratiescherm en dubbelklik op Software.
  2. Klik op Programma's wijzigen of verwijderen , klik op Microsoft Office XP en klik vervolgens op Wijzigen.
  3. Klik op Functies toevoegen/verwijderen en klik op Volgende.
  4. Klik onder Onderdelen die moeten worden ge´nstalleerd op Gedeelde Office-onderdelen.
  5. Dubbelklik op Alternatieve invoer van gebruiker, klik op Spraak, klik op de pijl-omlaag en klik op Uitvoeren vanaf deze computer .
  6. Klik op Bijwerken. Spraakherkenning is nu beschikbaar in alle Office-programma's en in andere programma's waarvoor spraakherkenning is ingeschakeld, zoals Internet Explorer.

Spraakherkenning toevoegen als tekstservice

Spraakherkenning wordt tijdens de installatie gewoonlijk automatisch als een tekstservice toegevoegd. Voer deze procedure alleen uit als u spraakherkenning als tekstservice hebt verwijderd en opnieuw wilt toevoegen.

Ga als volgt te werk om spraakherkenning als tekstservice toe te voegen:
  1. Klik op Start, klik vervolgens op Configuratiescherm en dubbelklik op Land- en taalinstellingen .
  2. Klik op het tabblad Talen onder Tekstservices en invoertalen op Details.
  3. Klik onder Ge´nstalleerde apparaten op Toevoegen.
  4. Klik op een invoertaal in de lijst Invoertaal.
  5. Schakel het selectievakje Spraak in en klik op een optie in de lijst.

Spraakherkenning verwijderen

Ga als volgt te werk om spraakherkenning als tekstservice te verwijderen:
  1. Klik op Start, klik vervolgens op Configuratiescherm en dubbelklik op Land- en taalinstellingen .
  2. Klik op het tabblad Talen onder Tekstservices en invoertalen op Details.
  3. Klik onder Ge´nstalleerde services op Spraakherkenning onder de taal die u gebruikt en klik vervolgens op Verwijderen. OPMERKING: als u spraakherkenning hier verwijdert, wordt de functie niet van de computer verwijderd. Spraakherkenning is echter niet meer beschikbaar als tekstservice en wordt niet in het geheugen geladen. U kunt spraakherkenning later weer toevoegen.
Als u de spraakherkenningsfunctie volledig van de vaste schijf wilt verwijderen, volgt u de aanwijzingen in het programma waarmee spraakherkenning is ge´nstalleerd of gebruikt u het onderdeel Software in het Configuratiescherm.

Spraakherkenningsfuncties

In deze sectie worden de spraakherkenningsfuncties beschreven.

De geselecteerde spraakherkenningsfunctie bepalen

Ga als volgt te werk om de geselecteerde spraakherkenningsfunctie te bepalen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning. De naam die in het vak Taal wordt weergegeven, is de actieve functie. OPMERKING: de naam die wordt weergegeven geeft niet altijd duidelijk aan welke taal door de functie wordt ondersteund. Raadpleeg de bijbehorende gebruikershandleiding voor meer informatie over de functie. In deze informatie vindt u niet alleen de ondersteunde taal, maar ook het doel van de woordenlijst. Hiermee wordt aangegeven of de woordenlijst een algemene grammatica is of specifiek jargon voor een bepaald beroep, bijvoorbeeld juridisch of medisch.

Spraakherkenningsfuncties wijzigen

Ga als volgt te werk om spraakherkenningsfuncties te wijzigen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning. De naam die in het vak Taal wordt weergegeven, is de actieve functie.
  3. Klik op de actieve functie in het vak Taal of klik op de pijl om een lijst met beschikbare functies weer te geven.
  4. Klik op de nieuwe functie die u wilt selecteren.
  5. Klik op OK of Toepassen om de nieuwe functie te accepteren
  6. Sluit alle programma's af die spraak gebruiken en start het programma dat u wilt gebruiken opnieuw om de nieuwe spraakfunctie te gebruiken. OPMERKING: de naam die wordt weergegeven geeft niet altijd duidelijk aan welke taal door de functie wordt ondersteund. Raadpleeg de bijbehorende gebruikershandleiding voor meer informatie over de spraakfunctie. In deze informatie vindt u niet alleen de ondersteunde taal, maar ook het doel van de woordenlijst. Hiermee wordt aangegeven of de woordenlijst een algemene grammatica is of specifiek jargon voor een bepaald beroep, bijvoorbeeld juridisch of medisch.

Instellingen voor spraakherkenningsfuncties wijzigen

Sommige spraakfuncties beschikken over aanvullende en gespecialiseerde mogelijkheden. Speciale mogelijkheden zijn echter niet vereist en worden niet door alle functies ondersteund. Als de geselecteerde spraakfunctie geen aangepaste mogelijkheden ondersteunt, is de knop Instellingen in de sectie Taal niet beschikbaar. Als de knop wel beschikbaar is, kunt u de volgende procedures uitvoeren.

Ga als volgt te werk om de instellingen van de spraakfunctie te wijzigen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning op de knop Instellingen in de sectie Taal en volg de instructies in het dialoogvenster of de instructies van de leverancier van de functie. Speciale mogelijkheden zijn afhankelijk van de fabrikant van de functie en zijn afzonderlijk gedocumenteerd.

De spraakherkenningsfunctie trainen

Ga als volgt te werk om de spraakherkenningsfunctie te trainen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning en klik in het vak Taal op de spraakherkenningsfunctie die uw wilt gebruiken.
  3. Klik in de groep met herkenningsprofielen op het profiel dat u wilt gebruiken. Training is specifiek voor een functie en een profiel, zodat de training van een bepaalde combinatie van functie en profiel geen invloed heeft op andere combinaties van functie en profiel.
  4. Klik op Profiel trainen en volg de aanwijzingen van de wizard Stemgewenning die wordt gestart. Niet alle functies ondersteunen training. In dat geval is Profiel trainen niet beschikbaar. OPMERKING: u wordt aangeraden ten minste 15 minuten te besteden aan de training. Hoe meer u traint, des te nauwkeuriger de herkenning wordt.

Spraakeigenschappen gebruiken

Met het tabblad Spraakherkenning of het tabblad Van tekst naar spraak bij de eigenschappen van spraak kunt u programma's met spraakmogelijkheden initialiseren en aanpassen. Met deze instellingen regelt u algemene kenmerken, zoals het in- en uitvoerapparaat, de gebruikte taal, de afgespeelde stem en de nauwkeurigheid van de woordherkenning. In verschillende programma's kan spraak verschillend worden ge´mplementeerd en u moet daarom de bijbehorende gebruikershandleiding raadplegen voor specifieke informatie. Sommige kenmerken in de verschillende programma's worden echter gedeeld door alle spraakfuncties of -systemen. Deze gedeelde functies worden ingesteld bij de eigenschappen voor spraak.

U kunt kiezen uit diverse voorkeursinstellingen en het spraakprofiel aanpassen aan uw behoeften. Veel opties zijn echter specifiek voor een bepaalde spraakfunctie en kunnen per systeem verschillen. Daarom werken de knoppen en schermen niet overal hetzelfde. Raadpleeg de instructies voor uw computer, spraaksoftware of spraakapparatuur.

Naast het kiezen van vooraf bepaalde opties kunt u ook een nieuw profiel maken of een profiel instellen dat is aangepast aan uw spreekstijl. U moet een nieuw herkenningsprofiel maken als u naar een andere werkplek verhuist, als het geluidsniveau permanent verandert of als er vaak meer personen aanwezig zijn. Hiertoe klikt u op Nieuw in het spraakherkenningsvenster. Met behulp van herkenningsprofielen kunnen verschillende gebruikers dezelfde computer delen, elk met hun eigen spraakconfiguratie.

Door middel van training kan de spraakherkenning zich aanpassen aan het geluid van uw stem, uw uitspraak, accent, manier van spreken en zelfs nieuwe woorden leren. Bij het trainen wordt hiervoor de wizard Stemgewenning gebruikt. Met een training van slechts tien minuten kan de spraakherkenning aanzienlijk worden verbeterd. Het systeem past zich voortdurend aan uw stem aan en de herkenning wordt in de loop van de tijd beter.

Spraakherkenning configureren

Met de opties in deze sectie bepaalt u volgens welke methode de spraakherkenningsfunctie spraakinvoer verwerkt.

Ga als volgt te werk om spraakherkenningsopties te wijzigen:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Spraakherkenning op Instellingen in de sectie Herkenningsprofielen.
  3. Klik op een van de volgende opties:
    • Pronunciation Sensitivity: met deze optie kunt u instellen hoe zeker het systeem moet zijn om op uw opdrachten te reageren. High sensitivity geeft aan dat u wilt dat de opdrachten die u geeft worden genegeerd wanneer het systeem niet zeker weet wat u zegt. Met deze instelling maakt het systeem minder herkenningsfouten, maar wordt hetgeen u zegt ook vaker genegeerd. U moet langzamer spreken en beter articuleren. Low sensitivity geeft aan dat het systeem ook op uw opdrachten moet reageren wanneer het systeem niet goed heeft herkend wat u zegt. Met deze instelling maakt het systeem meer fouten bij het herkennen van uw opdrachten, maar worden uw opdrachten zelden genegeerd. Deze optie geldt alleen voor opdracht- en besturingsprogramma's.
    • Accuracy vs. Recognition Response Time: met deze optie stelt u de verhouding in tussen de nauwkeurigheid van de spraakherkenning en de verwerkingstijd die nodig is om de herkende spraak te genereren. De instelling Low/Fast geeft aan dat de verwerking beperkt is. Als u deze instelling gebruikt, wordt de herkende tekst snel op het scherm weergegeven, maar is de nauwkeurigheid laag. De instelling High/Slow geeft aan dat er veel meer tijd wordt besteed aan de nauwkeurigheid, waardoor het langer duurt voordat de gedicteerde tekst wordt weergegeven. Deze optie geldt zowel voor opdracht- en besturingsprogramma's als voor dicteerprogramma's.
    • Background Adaptation: met deze optie kunt u instellen of het systeem zich aanpast aan uw stem en uw manier van spreken. Als u deze optie selecteert, leert het systeem hoe uw stem klinkt (in een bepaalde omgeving). Deze informatie wordt opgeslagen in uw profiel en verbetert de nauwkeurigheid van de spraakherkenning. Het wordt ten zeerste aanbevolen deze optie te selecteren.
  4. Klik op OK om een nieuwe optie te accepteren. Klik op Annuleren als u de wijzigingen in het dialoogvenster wilt negeren en de huidige opties wilt behouden. Als u op Standaardinstellingen herstellen klikt, worden alle wijzigingen overschreven en wordt de standaardwaarde van de opties hersteld. OPMERKING: de mogelijkheden die hier worden beschreven zijn uniek voor de spraakherkenningsfuncties van Microsoft. Sommige spraakfuncties beschikken over aanvullende en gespecialiseerde mogelijkheden. Speciale mogelijkheden zijn echter niet vereist en worden niet door alle spraakfuncties ondersteund. Als de geselecteerde spraakfunctie geen aangepaste mogelijkheden ondersteunt, zijn de opties in de groep met herkenningsprofielen niet beschikbaar.

Probleemoplossing

In deze sectie wordt beschreven hoe u problemen oplost die bij spraakherkenning kunnen optreden.

Problemen met spraakherkenning oplossen

Ga als volgt te werk om te testen of de spraakherkenning goed werkt:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Spreek in de microfoon. Als u een werkende microfoon gebruikt, wordt het invoervolume weergegeven in het weergavegebied. Dit niveau wordt hoger of lager wanneer het stemvolume verandert. Als er geen niveau wordt aangegeven, raadpleegt u "Mogelijke problemen met spraakherkenning".

Mogelijke problemen met spraakherkenning

Als u geen geluid ontvangt wanneer u het systeem test (zie "Mogelijke problemen met spraakherkenning"), kan er het volgende aan de hand zijn:
  • De dempingsknop van de microfoon is ingeschakeld. Sommige microfoons hebben een knop waarmee u het geluid kunt dempen. Zorg ervoor dat dempen is uitgeschakeld.
  • Het invoerniveau van de microfoon is te laag ingesteld. Als u deze instelling wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Spraakherkenning op Microfoon configureren en volgt u de aanwijzingen van de wizard Microfoon om het invoerniveau in te stellen.
  • De microfoon is niet geselecteerd als het huidige invoerapparaat. Als u deze instelling wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Spraakherkenning op Audio-invoer om te controleren of de microfoon is geselecteerd.
  • De aansluitingen van de microfoon zitten niet goed vast. Controleer of de kabels van de microfoon niet gebroken zijn. De aansluitingen met de computer kunnen los zitten. Koppel de kabels los en sluit ze opnieuw aan. Zie "Een microfoon instellen" voor meer informatie hierover.
  • Raadpleeg de documentatie van de microfoon voor specifieke informatie van de fabrikant. Deze documentatie kan instructies bevatten om te controleren of de geluidskaart voor de computer goed is ge´nstalleerd en of de juiste stuurprogramma's beschikbaar zijn.
  • De spraakherkenningsfunctie kan zijn beschadigd. U kunt dit testen door een andere spraakherkenningsfunctie te proberen. Zie "Spraakherkenningsfuncties wijzigen". Als de andere functie goed werkt, installeert u de niet-werkende functie opnieuw vanaf de oorspronkelijke bron. Als geen enkele functie goed werkt, installeert u de spraakherkenningsfunctie opnieuw vanaf de oorspronkelijke bron of cd.

Problemen met het omzetten van tekst naar spraak oplossen

Ga als volgt te werk om te testen of het omzetten van tekst naar spraak goed werkt:
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik op Spraak.
  2. Klik op het tabblad Van tekst naar spraak op Voorbeeld van stem. De tekst in het vak Voorbeeld van stem moet hoorbaar worden gesproken terwijl elk gesproken woord wordt gemarkeerd. Als dat zo is, werken het omzetten van tekst naar spraak en de luidsprekers goed.

    Als u geen stem hoort en de woorden niet worden gemarkeerd, raadpleegt u "Mogelijke problemen met het omzetten van tekst naar spraak".

Mogelijke problemen met het omzetten van tekst naar spraak

Als u geen stem hoort wanneer u het systeem test, kan er het volgende aan de hand zijn:
  • Het volume van de luidsprekers is uitgeschakeld of gedempt. Sommige luidsprekers hebben knoppen voor het geluidsniveau en om het geluid te dempen. Zorg ervoor dat het volume van de luidsprekers hoog genoeg is en dat dempen is uitgeschakeld.
  • De luidsprekers zijn niet geselecteerd als het huidige uitvoerapparaat. Als u deze instelling wilt wijzigen, klikt u op het tabblad Van tekst naar spraak op Audio-invoer om te controleren of de luidsprekers zijn geselecteerd.
  • De luidsprekers zijn niet goed aangesloten. Raadpleeg de documentatie bij de luidsprekers voor meer informatie. Controleer of de geluidskaart voor de computer goed is ge´nstalleerd en of de juiste stuurprogramma's beschikbaar zijn. Zie "Luidsprekers instellen" voor meer informatie hierover.
  • De functie voor het omzetten van tekst naar spraak kan zijn beschadigd. U kunt dit testen door een andere functie voor de omzetting van tekst naar spraak te proberen. Zie "Spraakherkenningsfuncties wijzigen". Als de andere functie goed werkt, installeert u de niet werkende functie opnieuw vanaf de oorspronkelijke bron. Als geen enkele functie goed werkt, installeert u de spraakherkenningsfunctie opnieuw vanaf de oorspronkelijke bron of cd.
Voor meer informatie over het gebruik van de functie voor het omzetten van tekst naar spraak in Windows XP, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
306902 How to Use Text-to-Speech in Windows XP

Andere problemen oplossen

Nadat u spraakherkenning hebt ge´nstalleerd, werkt de computer minder snel.

Spraakherkenning maakt gebruik van het geheugen van de computer waardoor deze trager kan worden. Ga op een van de volgende manieren te werk om dit probleem te omzeilen:
  • Verwijder spraakherkenning als tekstservice tijdelijk wanneer u de functie niet gebruikt. Zie "Spraakherkenning verwijderen" voor meer informatie over het verwijderen van spraakherkenning als tekstservice.

    OPMERKING: als u spraakherkenning als tekstservice verwijdert, wordt de functie niet uit de computer verwijderd. Spraakherkenning is echter niet meer beschikbaar als tekstservice en wordt niet in het geheugen geladen. U kunt spraakherkenning later weer toevoegen.
  • Upgrade de processor van de computer.
  • Plaats extra geheugen bij in de computer.




Eigenschappen

Artikel ID: 306537 - Laatste beoordeling: donderdag 10 april 2003 - Wijziging: 1.0
De informatie in dit artikel is van toepassing op:
  • Microsoft Windows XP Professional Edition
  • Microsoft Windows XP Home Edition
Trefwoorden:á
kbhowto kbhowtomaster kbtool kbenv KB306537

Geef ons feedback

 

Contact us for more help

Contact us for more help
Connect with Answer Desk for expert help.
Get more support from smallbusiness.support.microsoft.com