Problemen met draadloze netwerkverbindingen in Windows XP Service Pack 2 oplossen
Artikel ID: 870702
Belangrijk Dit artikel bevat informatie waarmee u beveiligingsinstellingen kunt verlagen of beveiligingsfuncties kunt uitschakelen op een computer. U kunt deze wijzigingen aanbrengen om een specifiek probleem te omzeilen. U wordt echter aangeraden goed in te schatten welke risico's deze werkwijze inhoudt voor uw configuratie voordat u deze wijzigingen aanbrengt. Neem alle mogelijke extra maatregelen om uw systeem beter te beveiligen als u besluit deze werkwijze voor het omzeilen van het probleem te gebruiken.
Als u problemen wilt oplossen die ontstaan bij het draadloos netwerken met Windows XP, dient u gegevens te verzamelen, stuurprogramma's te controleren, compatibele hardware te verifiëren en instellingen voor draadloze verbindingen te configureren.
Benodigde informatie
Beantwoord de volgende vragen voordat u begint met het oplossen van problemen:
Wat is het symptoom? Als er een foutbericht wordt weergegeven, noteert u het volledige bericht.
Welke draadloze kaart wordt er gebruikt? Noteer de fabrikant en het modelnummer.
Wat is de versie van het stuurprogramma dat voor de kaart wordt gebruikt? Kijk in Apparaatbeheer of klik op Configureren in het dialoogvenster Eigenschappen van de draadloze verbinding.
Welk toegangspunt wordt gebruikt? Noteer de fabrikant en het modelnummer.
Zijn de instellingen voor de draadloze verbinding geconfigureerd met Windows of met een programma van derden? Als dit laatste het geval is, om welk programma gaat het dan en wat is het versienummer ervan?
Wordt de Wireless Zero Configuration-service uitgevoerd? Ga als volgt te werk om vast te stellen of dit het geval is:
Klik achtereenvolgens op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires en Opdrachtprompt.
Typ sc query wzcsvc en druk op ENTER.
Als de Windows Zero Configuration-service wordt uitgevoerd, worden de woorden 'STATE : # RUNNING' weergegeven.
Als het probleem zich voordoet in de gebruikersinterface, kunt u indien mogelijk een schermafdruk maken door op ALT+PRINT SCRN te drukken.
om na te gaan of er voor uw draadloze adapter een stuurprogramma beschikbaar is dat compatibel is met Windows XP.
Als er een compatibel stuurprogramma beschikbaar is, installeert u het bijgewerkte stuurprogramma voordat u andere procedures voor probleemoplossing uitvoert.
Als er geen compatibel stuurprogramma beschikbaar is, kunt u de netwerkadapter mogelijk wel gebruiken, maar zijn de configuratiemogelijkheden en de functionaliteit zeer beperkt.
Controleer of de Windows XP Wireless Zero Configuration-service wordt herkend door het stuurprogramma dat u gebruikt. Ga hiervoor als volgt te werk:
Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm en Netwerk- en Internet-verbindingen.
Klik op Netwerkverbindingen, klik met de rechtermuisknop op Draadloze netwerkverbinding en klik op Eigenschappen.
Bekijk de beschikbare opties:
Als u het pictogram Draadloze netwerkverbinding niet ziet in de map Netwerkverbindingen of als de eigenschappen niet worden weergegeven, is er een probleem met het stuurprogramma voor de draadloze netwerkadapter. Als u dit probleem wilt oplossen, raadpleegt u de sectie Problemen met de installatie van stuurprogramma's.
Als het tabblad Verificatie ontbreekt in het eigenschappenvenster van de draadloze netwerkverbinding, controleert u of de Wireless Zero Configuration-service wordt uitgevoerd.
Problemen met de installatie van stuurprogramma's
Als u het pictogram Draadloze netwerkverbinding niet ziet in de map Netwerkverbindingen of als de eigenschappen voor het pictogram Draadloze netwerkverbinding niet worden weergegeven, is er mogelijk een probleem met de installatie van het stuurprogramma. U kunt dit probleem oplossen door te controleren of u over het meest recente stuurprogramma van de apparaatfabrikant beschikt en vervolgens de volgende stappen uit te voeren om de oorzaak van het probleem vast te stellen:
Klik op Start, klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik op Beheren.
Klik op Apparaatbeheer, dubbelklik op Overige apparaten en ga op zoek naar de draadloze netwerkadapter. Als u de adapter aantreft in de map Overige apparaten, is er geen stuurprogramma geïnstalleerd. U kunt dit probleem oplossen door een stuurprogramma van de apparaatfabrikant te downloaden en te installeren.
Als de adapter zich niet in de map Overige apparaten bevindt, kijkt u in de map Netwerkadapters.
Wanneer u de draadloze netwerkadapter hebt gevonden, noteert u de naam van de fabrikant en het model van de adapter.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de draadloze netwerkadapter en klik op Eigenschappen. Controleer of onder Apparaatstatus het bericht 'Dit apparaat werkt correct' wordt weergegeven.
Als de draadloze netwerkadapter zich niet in de map Netwerkverbindingen bevindt, is er een probleem met het apparaat of is het stuurprogramma niet geïnstalleerd. In dat geval wordt er een foutbericht weergegeven onder Apparaatstatus.
U kunt de Microsoft Knowledge Base doorzoeken op informatie over de foutcode om het probleem op te lossen. Als u de Knowledge Base wilt doorzoeken, bezoekt u de volgende website van Microsoft:
Stuurprogramma's die de Wireless Zero Configuration-service niet ondersteunen
Als de eigenschappen van het pictogram Draadloze netwerkverbinding worden weergegeven maar u ziet geen tabblad Draadloze netwerken, ondersteunt het stuurprogramma van de netwerkadapter de Wireless Zero Configuration-service niet volledig of is de Wireless Zero Configuration-service niet gestart.
In dat geval kunt u Windows XP mogelijk wel configureren voor het gebruik van de verbinding, maar kunnen de configuratieopties verschillen, afhankelijk van uw netwerkadapter en stuurprogramma. U kunt dit probleem oplossen door te proberen een werkende verbinding te maken. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
Opmerking Als u geen werkende verbinding kunt maken, neemt u contact op met de fabrikant van het apparaat voor advies over het configureren van de adapter voor gebruik onder Windows XP.
Controleer of de Wireless Zero Configuration-service wordt uitgevoerd. Ga hiervoor als volgt te werk:
Klik achtereenvolgens op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires en Opdrachtprompt.
Typ sc query wzcsvc en druk op ENTER
Als de Windows Zero Configuration-service wordt uitgevoerd, worden de woorden 'STATE : # RUNNING' weergegeven.
Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm en Netwerkverbindingen.
Klik met de rechtermuisknop op Draadloze netwerkverbinding en klik op Eigenschappen.
Klik op Configureren en open het tabblad Geavanceerd.
Configureer het draadloze netwerk met de beschikbare configuratieopties. De beschikbare opties en optienamen kunnen verschillen, afhankelijk van de fabrikant van het stuurprogramma.
In de volgende lijst worden de basisopties voor configuratie onder Eigenschappen beschreven:
Serviceset-id (SSID): Deze instelling moet overeenkomen met de configuratie van het draadloze toegangspunt of de draadloze router. Als u geen toegangspunt hebt, moet deze waarde gelijk zijn op alle computers in het draadloze netwerk.
Wireless Equivalent Protocol (WEP) of codering
Waarschuwing De volgende stap kan uw computer of netwerk kwetsbaarder maken voor een aanval door kwaadwillende gebruikers of schadelijke software, zoals virussen. Microsoft raadt u niet aan deze stap uit te voeren, maar verschaft u deze informatie zodat u zelf kunt beslissen of u de stap al dan niet wilt uitvoeren. Het uitvoeren van deze stap is voor uw eigen risico.
Schakel WEP op het toegangspunt en in deze eigenschappen uit bij wijze van test.
Opmerking WEP is ontworpen om uw computer beter te beveiligen tegen een aanval door kwaadwillende gebruikers of schadelijke software, zoals virussen die de computer aanvallen via ongewenst binnenkomend netwerkverkeer. Neem alle mogelijke extra maatregelen om uw systeem beter te beveiligen als u besluit deze stap uit te voeren. Schakel WEP weer in zodra u de problemen met de netwerkverbindingen hebt opgelost.
Modus of netwerktype: Als u een toegangspunt hebt, stelt u deze optie in op Infrastructuur. Hebt u geen toegangspunt en brengt u een verbinding tot stand van uw computer naar een andere computer, dan stelt u deze optie in op Ad-hocmodus.
Gegevenssnelheid: Stel deze optie in op Automatisch of op 11 Mbps.
Energiebesparing: Voor probleemoplossing stelt u Energiebesparing in op Uit of op Uitgeschakeld. Als de verbinding goed werkt, kunt u deze instelling wijzigen.
Nadat u deze opties hebt geconfigureerd, klikt u op OK om de aangebrachte wijzigingen op te slaan.
Voer een test uit om te zien of de verbinding werkt. Als u een rode X ziet boven op het verbindingspictogram in de map Netwerkverbindingen of als u geen verbinding kunt maken, gaat u door met het oplossen van het probleem.
Klik op Start, klik met de rechtermuisknop op Deze computer en klik op Beheren.
Dubbelklik op Services en toepassingen in het dialoogvenster Computerbeheer en klik op Services.
Klik met de rechtermuisknop op Wireless Zero Configuration en klik op Eigenschappen.
Selecteer in het vak Opstarttype de optie Uitgeschakeld en klik op OK.
Sluit Computerbeheer af en start de computer opnieuw op.
Met deze configuratie kunt u verbinding maken met het draadloze netwerk als de andere netwerkconfiguratie juist is. Wanneer het pictogram Draadloze verbinding in het systeemvak als een werkende verbinding wordt weergegeven, werkt de draadloze verbinding.
U kunt overige problemen oplossen door de standaardtechnieken te gebruiken voor het oplossen van problemen met TCP/IP-netwerken.
Als u meer informatie wilt over het oplossen van problemen met TCP/IP, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base:
Problemen met TCP/IP-verbindingen in Windows XP oplossen
Stuurprogramma's die de Wireless Zero Configuration-service ondersteunen
Als het tabblad Draadloze netwerken beschikbaar is in het dialoogvenster met eigenschappen van de draadloze netwerkverbinding, ondersteunt het stuurprogramma de Zero Configuration-service van Windows XP voor draadloze netwerken.
Ga als volgt te werk om Windows XP te configureren voor een draadloos netwerk:
Klik achtereenvolgens op Start, Configuratiescherm en Netwerkverbindingen.
Klik met de rechtermuisknop op Draadloze netwerkverbinding en klik op Beschikbare draadloze netwerken weergeven.
Klik op het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en klik op Verbinding maken. Voer de stappen in de wizard uit om het netwerk te configureren. Als het gewenste netwerk niet in de lijst wordt weergegeven, controleert u of het toegangspunt is ingeschakeld en geconfigureerd, plaatst u de computer en het toegangspunt dichter bij elkaar en test u de verbinding opnieuw.
Wordt het netwerk nog steeds niet in de lijst weergegeven als beschikbaar netwerk, dan klikt u op Geavanceerd om het dialoogvenster met eigenschappen voor de draadloze netwerkverbinding te openen.
Open het tabblad Draadloze netwerken en klik op Toevoegen om de netwerkinstellingen handmatig te configureren. Als u deze instellingen opslaat, kunt u ze automatisch gebruiken wanneer het netwerk beschikbaar is. Voor een draadloos netwerk zijn onder andere de volgende instellingen beschikbaar:
Netwerknaam (SSID): Deze netwerknaam komt gewoonlijk overeen met de configuratie van het draadloze toegangspunt of de draadloze router. Als u geen toegangspunt hebt, moet deze waarde gelijk zijn op alle computers in het draadloze netwerk.
Netwerkverificatie en Gegevenscodering: De opties hier zijn onder andere Open, Gedeeld, WPA en WPA-PSK. Als u WPA gebruikt, hoeft u verder niets te configureren. Gebruikt u WPA-PSK, dan is een wachtwoord van 8 tot 63 tekens vereist.
Als u voor de verificatie de optie Open of Gedeeld gebruikt, kunt u een sleutel typen of aangeven dat de sleutel automatisch moet worden aangeleverd. In thuisnetwerkconfiguraties waarin wordt gebruikgemaakt van WEP, wordt de sleutel gewoonlijk handmatig ingevoerd. U kunt ook opgeven dat u geen beveiliging wilt door Gegevenscodering in te stellen op Uitgeschakeld. U wordt afgeraden dit te doen, tenzij u deze stap wilt uitvoeren om een probleem op te lossen.
Waarschuwing Deze stap kan uw computer of netwerk kwetsbaarder maken voor een aanval door kwaadwillende gebruikers of schadelijke software, zoals virussen. Microsoft raadt u niet aan deze stap uit te voeren, maar verschaft u deze informatie zodat u zelf kunt beslissen of u de stap al dan niet wilt uitvoeren. Het uitvoeren van deze stap is voor uw eigen risico.
Als u de beveiliging wilt uitschakelen om een probleem op te lossen, dient u WEP zowel op de computer als op het toegangspunt uit te schakelen. Schakel WEP op het toegangspunt en in deze eigenschappen uit bij wijze van test.
Opmerking WEP is ontworpen om uw computer beter te beveiligen tegen een aanval door kwaadwillende gebruikers of schadelijke software, zoals virussen die de computer aanvallen via ongewenst binnenkomend netwerkverkeer. Neem alle mogelijke extra maatregelen om uw systeem beter te beveiligen als u besluit deze stap uit te voeren. Schakel WEP weer in zodra u de problemen met de netwerkverbindingen hebt opgelost.
Sleutelindex (geavanceerd): Dit is een optionele instelling waarmee u kunt opgeven op welke van de vier posities de sleutel moet worden opgeslagen: 0, 1, 2 of 3.
De sleutel wordt mij automatisch aangeleverd: Met dit selectievakje kunt u aangeven of de sleutel wordt aangeleverd vanuit het netwerk of is opgeslagen op de netwerkadapter. U moet deze sleutel alleen inschakelen als de netwerkbeheerder of de documentatie van de netwerkadapter aangeeft dat u deze moet inschakelen.
Dit is een computer-naar-computernetwerk. Er worden geen draadloze toegangspunten gebruikt: Dit selectievakje wordt gebruikt om aan te geven dat het netwerk een computer-naar-computernetwerk (ad-hocnetwerk) is dat geen toegangspunt bevat. Als deze optie niet beschikbaar is, klikt u op Geavanceerd op het tabblad Draadloze netwerken. In het dialoogvenster Geavanceerd kunt u Alleen netwerken met toegangspunten (vaste netwerken) selecteren om een ad-hocnetwerk in te schakelen.
Nadat u deze configuratie hebt opgeslagen, herhaalt u deze procedure op de andere computers in het netwerk.
Wanneer u de instellingen voor de andere computers hebt geconfigureerd, wordt de netwerknaam (SSID) in de lijst Voorkeursnetwerken weergegeven. Als u een blauwe cirkel ziet, is het netwerk gevonden. Ziet u een rode X, dan is er een probleem met het radiosignaal tussen stations in het netwerk of is de configuratie onjuist. Controleer of de instellingen van het netwerk juist zijn en plaats de computer dichter bij het toegangspunt of de router, of dichter bij de andere computer in het draadloze netwerk.
Als u de configuratieprocedures hebt voltooid, is de draadloze verbinding correct geconfigureerd.
Als er problemen optreden wanneer u verbinding met het netwerk wilt maken, dubbelklikt u op het pictogram Draadloze netwerkverbinding in de map Netwerkverbindingen om het venster Verbindingsstatus weer te geven. In het venster Verbindingsstatus bevindt zich een signaalsterktemeter waarmee u de sterkte van het signaal tussen computers kunt controleren.
Sterk signaal
Als u nog steeds verbindingsproblemen hebt maar de signaalsterkte is goed, is er een ander probleem met de netwerkconfiguratie waardoor de communicatie wordt verhinderd. U kunt dit probleem oplossen door de standaardtechnieken te gebruiken voor het oplossen van TCP/IP-problemen.
Zwak signaal
Als u nog steeds verbindingsproblemen hebt en de signaalsterkte is niet voldoende of er wordt geen signaal ontvangen, voert u de procedures uit zoals beschreven in de sectie Stuurprogramma's die de Wireless Zero Configuration-service niet ondersteunen. Als u er niet in slaagt het probleem op te lossen met de methode in deze sectie, neemt u contact op met de fabrikant om vast te stellen of de draadloze netwerkadapters en het draadloze toegangspunt correct werken.
Dank u! Uw feedback wordt gebruikt om ons te helpen onze inhoud voor ondersteuning te verbeteren. Bezoek de Startpagina voor Hulp en ondersteuning voor meer assistentieopties.