Artikel ID: 929605 - Laatste beoordeling: dinsdag 11 maart 2008 - Wijziging: 2.0 De hoeveelheid systeemgeheugen die in het dialoogvenster Systeeminfo wordt vermeld, is kleiner dan verwacht als 4 GB RAM is geïnstalleerdOp deze paginaSymptomenAls in een computer 4 GB RAM-geheugen is geïnstalleerd, is de hoeveelheid systeemgeheugen die wordt vermeld in het dialoogvenster Systeeminfo van Windows Vista kleiner dan verwacht. In het dialoogvenster Systeeminfo wordt bijvoorbeeld gemeld dat er 3.120 MB systeemgeheugen beschikbaar is, terwijl er 4 GB (4.096 MB) is geïnstalleerd. Opmerking U opent het dialoogvenster Systeeminfo als volgt:
Als u meer informatie wilt over de rapportage van geheugen in Windows Vista Service Pack 1, klikt u op het volgende artikelnummer in de Microsoft Knowledge Base: 946003
(http://support.microsoft.com/kb/946003/
)
Windows Vista Service Pack 1 meldt 4 GB systeemgeheugen (RAM) op computers met 4 GB geheugen of meer
Oorzaak Dit probleem wordt veroorzaakt door bepaalde hardware- en softwarefactoren.
In de gemiddelde computer hebben verschillende apparaten toegang tot toegewezen geheugen nodig. Dit wordt ook wel MMIO (Memory-Mapped I/O) genoemd. De MMIO-ruimte is alleen beschikbaar voor 32-bits besturingssystemen als de MMIO-ruimte zich binnen de eerste 4 GB van de adresruimte bevindt. Als u bijvoorbeeld een videokaart hebt met 256 MB intern geheugen, moet dat geheugen zijn toegewezen binnen de eerste 4 GB van de adresruimte. Als er al 4 GB systeemgeheugen is geïnstalleerd, moet een gedeelte van die adresruimte worden gereserveerd door de toewijzing van grafisch geheugen. Bij toewijzing van grafisch geheugen wordt een gedeelte van het systeemgeheugen overschreven. Dit betekent dat de totale hoeveelheid systeemgeheugen die beschikbaar is voor het besturingssysteem, wordt beperkt. De beperking van het beschikbare systeemgeheugen is afhankelijk van de apparaten die in de computer zijn geïnstalleerd. Ter voorkoming van mogelijke compatibiliteitsproblemen met stuurprogramma's, wordt het totale beschikbare geheugen in 32-bits versies van Windows Vista echter beperkt tot 3,12 GB. Zie de sectie 'Meer informatie' voor informatie over mogelijke compatibiliteitsproblemen met stuurprogramma's. Als in een computer een groot aantal apparaten is geïnstalleerd, wordt het beschikbare geheugen mogelijk beperkt tot 3 GB of minder. Het maximale beschikbare geheugen in 32-bits versies van Windows Vista is gewoonlijk echter 3,12 GB. WorkaroundOp een Windows Vista-computer met 4 GB geheugen kan alleen de volledige 4 GB worden gebruikt als de computer aan de volgende vereisten voldoet:
Opmerking Wanneer het fysieke RAM-geheugen dat in een computer is geïnstalleerd, gelijk is aan de adresruimte die door de chipset wordt ondersteund, is het systeemgeheugen dat beschikbaar is voor het besturingssysteem altijd kleiner dan het geïnstalleerde fysieke RAM-geheugen. Stel dat een computer een Intel 975X-chipset heeft die een adresruimte van 8 GB ondersteunt. Als u 8 GB aan RAM-geheugen installeert, wordt het systeemgeheugen dat beschikbaar is voor het besturingssysteem beperkt door de PCI-configuratievereisten. In dit scenario beperken PCI-configuratievereisten het geheugen dat beschikbaar is voor het besturingssysteem met een hoeveelheid tussen circa 200 MB en 1 GB. De exacte beperking is afhankelijk van de configuratie. Meer informatieCompatibiliteitsproblemen met stuurprogramma's die verband houden met de PAE-modusCompatibliteitsproblemen van stuurprogramma's die verband houden met DEP (Data Execution Prevention), hebben gewoonlijk te maken met de PAE-modus (Physical Address Extension)Opmerking PAE is alleen vereist op computers met processors die hardware-DEP ondersteunen. DEP kan compatibiliteitsproblemen veroorzaken met stuurprogramma's die code genereren of die andere technieken gebruiken om in real-time uitvoerbare code te genereren. Een groot aantal stuurprogramma's waarin deze problemen zich voordeden, is inmiddels gecorrigeerd. Aangezien DEP altijd is ingeschakeld voor stuurprogramma's in 64-bits versies van Windows, traden in deze stuurprogramma's geregeld compatibiliteitsproblemen op. Er kan echter niet worden gegarandeerd dat alle stuurprogramma's zijn bijgewerkt en dat compatibiliteitsproblemen in verband met de PAE-modus niet meer optreden. Wel is het zo dat deze technieken in slechts een beperkt aantal stuurprogramma's worden gebruikt. DEP veroorzaakt op zichzelf gewoonlijk geen compatibiliteitsproblemen in stuurprogramma's. De belangrijkste compatibiliteitsproblemen met stuurprogramma's die kunnen optreden, doen zich voor wanneer u de PAE-modus uitvoert op een 32-bits computer. Door de PAE-modus kunnen processors meer dan 4 GB geheugen gebruiken. Het belangrijkste verschil tussen PAE-geheugenwisselschema's en niet-PAE-geheugenwisselschema's is het extra wisselniveau dat vereist is in de PAE-modus. Voor de PAE-modus zijn drie wisselniveaus vereist in plaats van twee. Sommige stuurprogramma's worden mogelijk niet geladen als de PAE-modus is ingeschakeld omdat het apparaat niet geschikt is voor 64-bits adressering. Het kan ook zijn dat de stuurprogramma's zijn geschreven in de veronderstelling dat voor de PAE-modus meer dan 4 GB geheugen vereist is. Dergelijke stuurprogramma's zijn geschreven met de verwachting dat de stuurprogramma's altijd 64-bits adressen ontvangen in de PAE-modus en dat het adres niet kan worden geïnterpreteerd door het stuurprogramma of het apparaat. Andere stuurprogramma's kunnen mogelijk wel in de PAE-modus worden geladen, maar zorgen voor systeeminstabiliteit doordat de PTE's (Page Table Entries) van het systeem rechtstreeks worden gewijzigd. Deze stuurprogramma's verwachten 32-bits PTE's, maar ontvangen in plaats daarvan 64-bits PTE's in de PAE-modus. Bij het meest voorkomende PAE-compatibiliteitsprobleem voor stuurprogramma's is sprake van DMA-overdracht en registertoewijzing. In een groot aantal apparaten dat DMA ondersteunt, gewoonlijk 32-bits adapters, is 64-bits fysieke adressering niet mogelijk. Als deze apparaten in de 32-bits modus werken, kunnen ze de hele fysieke adresruimte adresseren. In de PAE-modus kunnen gegevens aanwezig zijn op een fysiek adres dat groter is dan 4 GB. In Microsoft Windows 2000 Server en latere versies van Windows zijn dubbele buffers voor de DMA-overdracht beschikbaar, zodat apparaten met deze beperkingen toch kunnen functioneren in de gegeven omstandigheden. In Windows 2000 Server en latere versies van Windows gebeurt dit met behulp van een 32-bits adres dat wordt aangegeven door een toewijzingsregister. Het apparaat kan de DMA-overdracht naar het 32-bits adres uitvoeren. De kernel kopieert het geheugen naar het 64-bits adres dat aan het stuurprogramma wordt verstrekt. Wanneer de PAE-modus is uitgeschakeld op de computer, is het voor stuurprogramma's voor 32-bits apparaten niet nodig om systeemgeheugen aan de bijbehorende toewijzingsregisters toe te wijzen. Dubbele buffers zijn dus niet vereist omdat alle apparaten en alle stuurprogramma's zich in de 32-bits adresruimte bevinden. Tests van stuurprogramma's voor 32-bits apparaten op computers met 64-bits processors laten zien dat in stuurprogramma's met DMA-functionaliteit die op de client zijn getest, gewoonlijk onbeperkte toewijzingsregisters worden verwacht. De niet-Microsoft-producten die in dit artikel worden vermeld, worden vervaardigd door fabrikanten die geheel onafhankelijk zijn van Microsoft. Microsoft verleent dan ook geen enkele garantie, impliciet noch anderszins, omtrent de prestaties of de betrouwbaarheid van deze producten. De informatie in dit artikel is van toepassing op:
| Vertaalde artikelen
|
Naar boven
