Tips en trucs voor het koppelen van gegevens

Vaak wanneer u met Visio Professional gegevens importeert in shapes, worden de gegevens automatisch gekoppeld aan de shapes. Als u echter een aangepaste import hebt gedaan, moet u de gegevens mogelijk zelf koppelen. De eenvoudigste manier om rijen aan shapes te koppelen, is om ze te slepen vanuit het venster Externe gegevens. Dit is echter niet de enige manier. De volgende tips en trucs zijn ook handig.

Soms is het te lastig om een rij boven op een shape te slepen, vooral als de shape zich tussen veel andere shapes bevindt. De volgende methode is ook zeer handig als u een containershape wilt koppelen.

  1. Klik op het tabblad Gegevens.
  2. Klik vervolgens op het selectievakje Venster Externe gegevens.
  3. Selecteer de shape.
  4. In het venster Externe gegevens klikt u met de rechtermuisknop op een rij met gegevens en klik vervolgens op Koppelen aan geselecteerde shapes.

Deze methode werkt het beste bij tekeningen met veel shapes. (Opmerking: in eerdere versies werd dit Automatisch koppelen genoemd.)

  1. Klik op het tabblad Gegevens in de groep Geavanceerd gegevens koppelen op Gegevens koppelen.

  2. Volg de instructies in de wizard Automatisch koppelen.

  3. Wanneer u toegang hebt tot het vak Rij automatisch koppelen aan shape als aan deze voorwaarde(n) wordt voldaan voert u de volgende handelingen uit:

    1. In de lijst Gegevenskolom selecteert u de kolom in de gegevensbron met unieke waarden voor elke rij.
    2. Selecteer in de lijst Shapeveldde optie Vormtekst of selecteer een shapeveld dat u eerder in het diagram hebt gemaakt.
  4. Wanneer u klaar bent met de wizard, worden in Visio de rijen en shapes met overeenkomende waarden gekoppeld.

Van uw rijen shapes maken

Deze methode werkt het beste als er in de tekening geen shapes staan.

  1. Selecteer een shape in het venster Shapes door erop te klikken.
  2. Sleep een rij of een aantal rijen vanuit het venster Externe gegevensnaar een lege ruimte in de tekening.
  3. Voor elke rij die u naar de tekening sleept, verschijnt een exemplaar van de geselecteerde shape.
  4. Plaats de shapes op de gewenste plekken op de pagina.
  5. Wijzig een shape in een andere vorm door te klikken op Start>Vorm wijzigen.

Meer tips voor gekoppelde gegevens

  • U kunt één rij aan meerdere shapes koppelen, maar elke shape kan aan slechts één rij worden gekoppeld.
  • Wanneer een rij is gekoppeld aan een shape, wordt het koppelingspictogram Koppelingspictogram weergegeven in het venster Externe gegevens om aan te geven dat de rij is gekoppeld aan een shape.
  • Als een rij aan een shape is gekoppeld, maar u niet meer weet aan welke shape, kunt u deze identificeren. In het venster Externe gegevens klikt u met de rechtermuisknop op de rij, klikt u op Gekoppelde shapes en klikt u vervolgens op de naam van de shape. Wanneer u dat hebt gedaan, is de gekoppelde shape geselecteerd, zodat u kunt deze herkennen.
  • Als een shape aan een rij is gekoppeld, maar u niet meer weet aan welke rij, kunt u deze identificeren. Klik met de rechtermuisknop op de shape, klik op Gegevens en klik vervolgens op Gekoppelde rij weergeven. Nadat u dat doet, wordt de gekoppelde rij geselecteerd in het venster Externe gegevens.