Berekent de kans met behulp van de t-toets. Gebruik T.TEST om te bepalen of het waarschijnlijk is dat twee steekproeven behoren tot dezelfde twee onderliggende populaties met hetzelfde gemiddelde.
Syntaxis
T.TEST(matrix1;matrix2;zijden;type)
De syntaxis van de functie T.TEST heeft de volgende argumenten:
- Matrix1 Vereist. De eerste gegevensverzameling.
- Matrix2 Vereist. De tweede gegevensverzameling.
- Staarten Vereist. Geeft aan of een eenzijdige of tweezijdige verdeling moet worden gebruikt. Als zijden = 1, gebruikt T.TEST de eenzijdige verdeling. Als zijden = 2, gebruikt T.TEST de tweezijdige verdeling.
- Type Vereist. Het type t-toets dat u wilt uitvoeren.
Parameters
| Als type_getal gelijk is aan | Wordt deze toets uitgevoerd |
|---|---|
| 1 | Gepaarde T-toets |
| 2 | Twee steekproeven met gelijke varianties |
| 3 | Twee steekproeven met ongelijke varianties |
Opmerkingen
- Als matrix1 en matrix2 een verschillend aantal gegevenspunten bevatten en type_getal = 1 (gepaard), geeft T.TEST de foutwaarde #N/B als resultaat.
- De argumenten zijden en type_getal worden afgekapt tot gehele getallen.
- Als zijden of type_getal een niet-numerieke waarde is, geeft T.TEST de foutwaarde #WAARDE! als resultaat.
- Als zijden niet het getal 1 of 2 is, geeft T.TEST de foutwaarde #GETAL! als resultaat.
- T.TEST gebruikt de gegevens in matrix1 en matrix2 om een niet-negatieve toetsingsgrootheid t te berekenen. Als zijden=1, geeft T.TEST de kans van een hogere waarde van de toetsingsgrootheid t als resultaat waarbij ervan uit wordt gegaan dat matrix1 en matrix2 steekproeven zijn van populaties met hetzelfde gemiddelde. De waarde die door T.TEST als resultaat wordt gegeven wanneer zijden=2, is het dubbele van de waarde die als resultaat wordt gegeven wanneer zijden=1 en komt overeen met de kans van een hogere absolute waarde van de toetsingsgrootheid t waarbij wordt uitgegaan van 'dezelfde populatiegemiddelden'.
Voorbeeld
Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. Om resultaten van formules weer te geven, selecteert u deze, drukt u op F2 en drukt u vervolgens op Enter. Indien nodig kunt u de kolombreedten aanpassen als u alle gegevens wilt zien.
| Gegevens 1 | Gegevens 2 | |
|---|---|---|
| 3 | 6 | |
| 4 | 19 | |
| 5 | 3 | |
| 8 | 2 | |
| 9 | 14 | |
| 1 | 4 | |
| 2 | 5 | |
| 4 | 17 | |
| 5 | 1 | |
| Formule | Beschrijving | Resultaat |
| =T.TEST(A2:A10;B2:B10;2;1) | Kans die hoort bij een gepaarde t-toets met een tweezijdige verdeling. | 0,196016 |