De functie ABS retourneert de absolute waarde van een getal, dat wil gezegd, de afstand tot nul.
Voorbeeld 1: geeft als resultaat 10 als A1 het getal -10:=ABS(A1) bevat
Voorbeeld 2: retourneert 0 als A1 het getal 0:=ABS(A1) bevat
Voorbeeld 3: retourneert 10 als A1 het getal 10:=ABS(A1) bevat
De functie ABS retourneert de absolute waarde van een getal, dat wil gezegd, de afstand tot nul.
Voorbeeld 1: geeft als resultaat 10 als A1 het getal -10:=ABS(A1) bevat
Voorbeeld 2: retourneert 0 als A1 het getal 0:=ABS(A1) bevat
Voorbeeld 3: retourneert 10 als A1 het getal 10:=ABS(A1) bevat
De functie ABS retourneert de absolute waarde van een getal, dat wil gezegd, de afstand tot nul.
Voorbeeld 1: geeft als resultaat 10 als A1 het getal -10:=ABS(A1) bevat
Voorbeeld 2: retourneert 0 als A1 het getal 0:=ABS(A1) bevat
Voorbeeld 3: retourneert 10 als A1 het getal 10:=ABS(A1) bevat