TCP/IP-instellingen wijzigen

TCP/IP bepaalt hoe uw pc communiceert met andere pc's.

Om TCP/IP-instellingen eenvoudiger te kunnen beheren, raden we u aan gebruik te maken van het automatische Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP). DHCP wijst automatisch internetprotocol (IP)-adressen toe aan de computers op het netwerk, als uw netwerk dit ondersteunt. Als u DHCP gebruikt, hoeft u uw TCP/IP-instellingen niet te wijzigen wanneer u uw computer naar een andere locatie verplaatst. Voor DHCP hoeft u ook uw TCP/IP-instellingen, zoals Domain Name System (DNS) en Windows Internet Name Service (WINS) niet handmatig te configureren. Als u DHCP wilt inschakelen of andere TCP/IP-instellingen wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk:

  1. Voer een van de volgende handelingen uit:
    • Typ in Windows 10 in het zoekvak op de taakbalk Netwerkverbindingen weergeven en selecteer daarna Netwerkverbindingen weergeven boven aan de lijst.
    • In Windows 8.1 selecteert u de knop Start, begint u Netwerkverbindingen weergeven te typen en selecteert u daarna Netwerkverbindingen weergeven in de lijst.
    • In Windows 7 opent u Netwerkverbindingen door de knop Start en daarna Configuratiescherm te selecteren. Typ in het zoekvak adapter en selecteer daarna onder Netwerkcentrum de optie Netwerkverbindingen weergeven.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de verbinding die u wilt wijzigen en selecteer daarna Eigenschappen. Als u om het beheerderswachtwoord of om een bevestiging wordt gevraagd, typt u het wachtwoord of geeft u de bevestiging.
  3. Selecteer het tabblad Netwerken. Selecteer onder Deze verbinding heeft de volgende items nodig de optie Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4) of Internet Protocol versie 6 (TCP/IPv6) en daarna Eigenschappen.
  4. Als u de instellingen voor het IPv4-IP-adres wilt opgeven, gaat u als volgt te werk:
    • Als u IP-instellingen automatisch wilt ophalen met behulp van DHCP, selecteert u Automatisch een IP-adres laten toewijzen en daarna OK.
    • Als u een IP-adres wilt opgeven, selecteert u Het volgende IP-adres gebruiken en typt u daarna de instellingen voor het IP-adres in de vakken IP-adres, Subnetmasker en Standaardgateway.
  5. Als u de instellingen voor het IPv6-IP-adres wilt opgeven, voert u een van de volgende handelingen uit:
    • Als u IP-instellingen automatisch wilt ophalen met behulp van DHCP, selecteert u IPv6-adres automatisch ophalen en daarna OK.
    • Als u een IP-adres wilt opgeven, selecteert u Het volgende IPv6-adres gebruiken en typt u daarna de instellingen voor het IP-adres in de vakken IPv6-adres, Lengte van voorvoegsel van subnet en Standaardgateway.
  6. Als u de instellingen van het DNS-serveradres wilt opgeven, voert u een van de volgende handelingen uit:
    • Als u een DNS-serveradres automatisch wilt ophalen met behulp van DHCP, selecteert u Automatisch een DNS-serveradres laten toewijzen en selecteert u daarna OK.
    • Als u een DNS-serveradres wilt opgeven, selecteert u De volgende DNS-serveradressen gebruiken en typt u daarna het adres van de primaire en tweede DNS-server in de vakken Voorkeurs-DNS-server en Alternatieve DNS-server.
  7. Selecteer Geavanceerd als u de geavanceerde DNS-, WINS- en IP-instellingen wilt wijzigen.


Eigenschappen

Artikel-id: 15089 - Laatst bijgewerkt: 14 sep. 2016 - Revisie: 2

Feedback