Geeft het resultaat van een F-toets. Een F-toets berekent de tweezijdige kans dat de varianties van matrix1 en matrix2 niet significant verschillen.

U gebruikt deze functie om te bepalen of de varianties van twee steekproeven van elkaar verschillen. Uitgaande van de testresultaten van openbare en bijzondere scholen, kunt u met deze functie bijvoorbeeld toetsen of deze scholen verschillende niveaus van diversiteit hebben.

Syntaxis

F.TEST(matrix1;matrix2)

De syntaxis van de functie F.TEST heeft de volgende argumenten:

  • matrix1     Vereist. De eerste matrix of het eerste gegevensbereik.

  • matrix2     Vereist. De tweede matrix of het tweede gegevensbereik.

Opmerkingen

  • Geldige argumenten zijn getallen, of namen, matrices of verwijzingen die getallen bevatten.

  • Als een matrix- of verwijzingsargument tekst, logische waarden of lege cellen bevat, worden deze waarden genegeerd. Cellen met de waarde 0 worden echter wel in de berekening opgenomen.

  • Als het aantal gegevenspunten in matrix1 of matrix2 kleiner is dan 2, of als de variantie van matrix1 of matrix2 gelijk is aan 0, geeft F.TEST de foutwaarde #DEEL/0! als resultaat.

Voorbeeld

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. Om resultaten van formules weer te geven, selecteert u deze, drukt u op F2 en drukt u vervolgens op Enter. Indien nodig kunt u de kolombreedten aanpassen als u alle gegevens wilt zien.

Gegevens1

Gegevens2

6

20

7

28

9

31

15

38

21

40

Formule

Beschrijving

Resultaat

=F.TEST(A2:A6;B2:B6)

F-toets voor de gegevenssets in A2:A6 en B2:B6.

0,64831785

Meer hulp nodig?

Uw vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Microsoft Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Hoe tevreden bent u met de taalkwaliteit?
Wat heeft uw ervaring beïnvloed?

Bedankt voor uw feedback.

×