Kop- en voetteksten gebruiken in werkbladen

Van toepassing op
Excel voor Microsoft 365 Excel 2024 Excel 2021 Excel 2019 Excel 2016

U kunt kop- of voetteksten toevoegen aan de boven- of onderkant van een afgedrukt werkblad in Excel. U kunt bijvoorbeeld een voettekst maken met de paginanummers, de datum en de naam van het bestand. U kunt uw eigen kop- en voetteksten maken of gebruikmaken van een van de vele ingebouwde kop- en voetteksten.

Kop- en voetteksten worden alleen weergegeven in de weergaven Pagina-indeling en Afdrukvoorbeeld, en op afgedrukte pagina's. U kunt ook het dialoogvenster Pagina-instelling gebruiken als u kop- of voetteksten wilt invoegen voor meerdere werkbladen tegelijk. Voor andere typen bladen, zoals grafiekbladen of grafieken, kunt u alleen kop- en voetteksten invoegen via het dialoogvenster Pagina-instelling.

Kop- of voetteksten wijzigen in de weergave Pagina-indeling

  1. Selecteer het werkblad waar u kop- of voetteksten wilt toevoegen of wijzigen.

  2. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het werkblad wordt geopend in de weergave Pagina-indeling.

  3. Als u een kop- of voettekst wilt toevoegen of bewerken, selecteert u het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven of onder aan de werkbladpagina (onder Koptekst of boven Voettekst).

  4. Typ de nieuwe koptekst of voettekst.

    Opmerking

    • Druk op Enter als u in een tekstvak voor een kop- of voettekst een nieuwe regel wilt beginnen.
    • Als u het teken & in de kop- of voettekst wilt gebruiken, moet u dit teken twee keer typen. De tekst 'Verkoop & services' typt u dus als Verkoop && services.
    • Selecteer een willekeurige plaats in het werkblad om kop- of voetteksten te sluiten. Als u kop- of voetteksten wilt sluiten zonder de wijzigingen op te slaan, drukt u op Esc.

Kop- of voetteksten toevoegen of wijzigen in het dialoogvenster Pagina-instelling

  1. Selecteer het werkblad of de werkbladen, het grafiekblad of de grafiek waaraan u kop- of voetteksten wilt toevoegen of wijzigen.

    Tip

    Dit doet u doorCtrl ingedrukt te houden terwijl u klikt op de bladen. Wanneer er meerdere werkbladen zijn geselecteerd, wordt [Groep] weergegeven op de titelbalk van het werkblad. Als u een selectie van meerdere werkbladen in een werkmap wilt annuleren, selecteert u een niet-geselecteerd werkblad. Als er geen niet-geselecteerd werkblad zichtbaar is, klikt u met de rechtermuisknop op de tab van een geselecteerd werkblad en selecteert u Groepering bladen opheffen.

  2. Selecteer op het tabblad Pagina-indeling, in de groep Pagina-instelling, het startpictogram voor dialoogvensters.
    5975add8-6a81-49a7-bfd7-e06ba9f0cdc7
    Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

  3. Selecteer op het tabblad Koptekst/voettekst de optie Aangepaste koptekst of Aangepaste voettekst.

  4. Selecteer een sectie in het vak Links, Midden of Rechts en selecteer vervolgens een van de knoppen om de gewenste kop- of voettekstgegevens toe te voegen aan die sectie.

    Dialoogvenster Pagina-instelling voor aangepaste koptekst

  5. Als u tekst aan een kop- of voettekst wilt toevoegen of de tekst wilt wijzigen, typt u de aanvullende tekst in het vak Links, Midden of Rechts of bewerkt u de bestaande tekst daar.

    Opmerking

    • Druk op Enter als u in een tekstvak voor een kop- of voettekst een nieuwe regel wilt beginnen.
    • Als u het teken & in de kop- of voettekst wilt gebruiken, moet u dit teken twee keer typen. De tekst 'Verkoop & services' typt u dus als Verkoop && services.

Excel bevat veel ingebouwde kop- en voetteksten die u kunt gebruiken. Voor werkbladen kunt u met kop- en voetteksten werken in de weergave Pagina-indeling. Voor grafiekbladen of grafieken moet u het dialoogvenster Pagina-instelling gebruiken.

  1. Selecteer het werkblad waaraan u een ingebouwde kop- of voettekst wilt toevoegen of wijzigen.

  2. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het werkblad wordt geopend in de weergave Pagina-indeling.

  3. Selecteer het linker-, middelste of rechtertekstvak voor kop- of voetteksten boven of onder aan de werkbladpagina.

    Tip

    Wanneer u een tekstvak selecteert, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de hulpmiddelen voor kop- en voetteksten weergegeven, waarbij het tabblad Ontwerpen beschikbaar komt.

  4. Selecteer op het tabblad Ontwerpen in de groep Koptekst & voettekst de optie Koptekst of voettekst en selecteer vervolgens de gewenste ingebouwde kop- of voettekst.

    Ingebouwde opties voor kop- & voetteksten

In plaats van een ingebouwde kop- of voettekst te kiezen, kunt u ook een ingebouwd element kiezen. Veel elementen (zoals Paginanummer, Bestandsnaam en Huidige datum) vindt u op het lint. Voor werkbladen kunt u met kop- en voetteksten werken in de weergave Pagina-indeling. Voor grafiekbladen of grafieken kunt u werken met kop- en voetteksten in het dialoogvenster Pagina-instelling .

  1. Selecteer het werkblad waaraan u specifieke kop- of voettekstelementen wilt toevoegen.

  2. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het werkblad wordt geopend in de weergave Pagina-indeling.

  3. Selecteer het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina.

    Tip

    Wanneer u een tekstvak selecteert, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de hulpmiddelen voor kop- en voetteksten weergegeven, waarbij het tabblad Ontwerpen beschikbaar komt.

  4. Selecteer op het tabblad Ontwerpen in de groep Elementen voor koptekst & voettekst de gewenste elementen.

    Tabblad Ontwerp lint voor kop- & voetteksten

  1. Selecteer het grafiekblad of de grafiek waaraan u een kop- of voettekstelement wilt toevoegen of wijzigen.

  2. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

  3. Selecteer een aangepaste koptekst of aangepaste voettekst.

    Dialoogvenster Pagina-instelling voor aangepaste koptekst

  4. Gebruik de knoppen in het dialoogvenster Koptekst of Voettekst om specifieke kop- of voettekstelementen in te voegen.

    Tip

    Wanneer u de muisaanwijzer boven een knop houdt, wordt in de scherminfo de naam weergegeven van het element dat u met die knop invoegt.

Voor werkbladen kunt u met kop- en voetteksten werken in de weergave Pagina-indeling. Voor grafiekbladen of grafieken kunt u werken met kop- en voetteksten in het dialoogvenster Pagina-instelling .

  1. Selecteer het werkblad waarvoor u opties voor kop- en voetteksten wilt kiezen.

  2. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het werkblad wordt geopend in de weergave Pagina-indeling.

  3. Selecteer het linker, middelste of rechter tekstvak voor kop- of voetteksten boven- of onderaan op de werkbladpagina.

    Tip

    Wanneer u een tekstvak selecteert, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de hulpmiddelen voor kop- en voetteksten weergegeven, waarbij het tabblad Ontwerpen beschikbaar komt.

  4. Schakel op het tabblad Ontwerp in de groep Opties een of meer van de volgende selectievakjes in:

    Opties voor kop- en voetteksten op het tabblad Ontwerpen op het lint

    • Schakel het selectievakje Eerste pagina afwijkend in als u kopteksten en voetteksten van de eerste pagina wilt verwijderen.
    • Schakel het selectievakje Even en oneven pagina's afwijkend in om op te geven dat de kopteksten en voetteksten op pagina's met oneven nummers moeten verschillen van de kopteksten en voetteksten op de pagina's met een even nummer.
    • Schakel het selectievakje Schalen met document in om op te geven dat voor de kopteksten en voetteksten dezelfde tekengrootte en schaal moet worden gebruikt als voor het werkblad.
      Als u voor kopteksten en voetteksten een tekengrootte en schaal wilt gebruiken die onafhankelijk zijn van de schaal van het werkblad om een consistente weergave te krijgen voor meerdere pagina's, schakelt u dit selectievakje uit.
    • Schakel het selectievakje Uitlijnen op paginamarges in om ervoor te zorgen dat de marge van de koptekst of voettekst wordt uitgelijnd op de linkermarge en rechtermarge van het werkblad.
      Als u de linkermarge en rechtermarge van de kopteksten en voetteksten wilt instellen op een specifieke waarde die onafhankelijk is van de linkermarge en rechtermarge van het werkblad, schakelt u dit selectievakje uit.
  1. Selecteer het grafiekblad of de grafiek waarvoor u opties voor kop- of voetteksten wilt kiezen.

  2. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt weergegeven.

  3. Schakel een of meer van de volgende selectievakjes in:

    Opties voor kop- en voetteksten in het dialoogvenster Pagina-instelling

    • Schakel het selectievakje Eerste pagina afwijkend in als u kopteksten en voetteksten van de eerste pagina wilt verwijderen.

    • Schakel het selectievakje Even en oneven pagina's afwijkend in om op te geven dat de kopteksten en voetteksten op pagina's met oneven nummers moeten verschillen van de kopteksten en voetteksten op de pagina's met een even nummer.

    • Schakel het selectievakje Schalen met document in om op te geven dat voor de kopteksten en voetteksten dezelfde tekengrootte en schaal moet worden gebruikt als voor het werkblad.
      Wilt u voor kopteksten en voetteksten een tekengrootte en schaal gebruiken die onafhankelijk zijn van de schaal van het werkblad om meerdere pagina's consistent weer te geven, dan schakelt u het selectievakje Schalen met document uit.

    • Schakel het selectievakje Uitlijnen op paginamarges in om te garanderen dat de marge van de koptekst of voettekst wordt uitgelijnd op de linkermarge en rechtermarge van het werkblad.

      Tip

      Als u de linkermarge en rechtermarge van de kopteksten en voetteksten wilt instellen op een specifieke waarde die onafhankelijk is van de linkermarge en rechtermarge van het werkblad, schakelt u dit selectievakje uit.

Kopteksten en voetteksten afsluiten

Als u de kopteksten en voetteksten wilt afsluiten, moet u van de weergave voor pagina-indeling overschakelen naar de normale weergave.

  • Ga naar Normaal weergeven>.
    Klik op het tabblad Beeld op Normaal
    U kunt ook Normaala583e7e9-acaf-403a-a952-f1033274d0c5 selecteren op de statusbalk.

Kop- of voetteksten verwijderen

  1. Ga naarKoptekst & voettekstinvoegen>.
    Optie Kop- & voettekst op het tabblad Invoegen
    Het werkblad wordt geopend in de weergave Pagina-indeling.

  2. Selecteer het linker-, middelste of rechtertekstvak voor kop- of voetteksten boven of onder aan de werkbladpagina.

    Tip

    Wanneer u een tekstvak selecteert, wordt de koptekst of voettekst geselecteerd en worden de hulpmiddelen voor kop- en voetteksten weergegeven, waarbij het tabblad Ontwerpen beschikbaar komt.

  3. Druk op Delete of Backspace.

    Opmerking

    Als u de kop- of voetteksten van verschillende werkbladen tegelijk wilt verwijderen, selecteert u de werkbladen en opent u het dialoogvenster Pagina-instelling. Als u alle kopteksten en voetteksten meteen wilt verwijderen, selecteert u op het tabblad Koptekst/voettekst de optie (geen) in het vak Koptekst of Voettekst.

Naar boven

Meer hulp nodig?

U kunt altijd uw vraag stellen aan een expert in de Excel Tech Community of ondersteuning vragen in Community's.

Zie ook

Afdrukken in Excel

Pagina-instelling in Excel