Wanneer u een eenvoudige formule maakt of een formule waarin een functie wordt gebruikt, kunt u verwijzen naar gegevens in werkbladcellen door celverwijzingen op te nemen in de formuleargumenten. Als u bijvoorbeeld de celverwijzing A2 invoert of selecteert, wordt de waarde van die cel gebruikt om het resultaat te berekenen. U kunt ook naar een celbereik verwijzen.
Zie Een celverwijzing maken of wijzigen voor meer informatie over celverwijzingen. Zie Overzicht van formules voor meer informatie over formules in het algemeen.
Klik op de cel waarin u de formule wilt invoeren.
Typ = (gelijkteken) op de
van de formulebalk.Voer een van de volgende handelingen uit: selecteer de cel met de gewenste waarde of typ de celverwijzing.
U kunt verwijzen naar één cel, een celbereik, een locatie op een ander werkblad of een locatie in een andere werkmap.
Wanneer u een celbereik selecteert, kunt u de rand van de celselectie slepen om de selectie te verplaatsen of de hoek van de rand slepen om de selectie uit te breiden.
De eerste celverwijzing is B3, de kleur is blauw en het celbereik heeft een blauwe rand met vierkantjes in de hoeken.
De tweede celverwijzing is C3, de kleur is groen en het celbereik heeft een groene rand met vierkantjes in de hoeken.Opmerking
Als er geen vierkantje wordt weergegeven in de hoeken van de gekleurde rand, wordt verwezen naar een benoemd bereik.
Druk op Enter.
Tip
U kunt ook een verwijzing naar een benoemde cel of een benoemd bereik invoeren. Zie Namen definiëren en gebruiken in formules voor meer informatie.
Voorbeeld
Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. Om resultaten van formules weer te geven, selecteert u deze, drukt u op F2 en drukt u vervolgens op Enter. Indien nodig kunt u de kolombreedten aanpassen als u alle gegevens wilt zien. Gebruik de opdracht Naam bepalen (tabblad Formules , groep Gedefinieerde namen ) om 'Activa' (B2:B4) en 'Passiva' (C2:C4) te definiëren.
Naar boven