Een draadloos netwerk instellen

Van toepassing: Windows 10Windows 7Windows 8.1

Met een draadloos netwerk thuis kunt u in uw woning vanaf meer locaties online gaan. In dit artikel worden de basisstappen beschreven om een draadloos netwerk in te richten en hiermee aan de slag te gaan.

De juiste apparatuur aanschaffen

Dit is wat u nodig hebt voordat u uw draadloze netwerk kunt instellen:

Breedbandinternetverbinding en breedbandmodem. Een breedbandinternetverbinding is een snelle internetverbinding. Digital Subscriber Line (DSL)- en kabelverbinding zijn twee veelvoorkomende breedbandverbindingen. U kunt een breedbandverbinding aanschaffen door contact op te nemen met een internetprovider. Internetproviders die DSL aanbieden, zijn doorgaans telefoonbedrijven. Internetproviders die kabelverbindingen aanbieden, zijn meestal kabeltelevisiebedrijven. Internetproviders bieden vaak breedbandmodems aan. Sommige Internetproviders bieden ook combinaties van modems en draadloze routers aan. U kunt deze ook vinden in computer- of elektronicawinkels en online.

Draadloze router. Een router verzendt informatie tussen uw netwerk en internet. Met een draadloze router kunt u pc's met uw netwerk verbinden door middel van radiosignalen in plaats van kabels. Er zijn verschillende soorten draadloze netwerktechnologieën, waaronder 802.11a, 802.11b, 802.11g, 802.11n en 802.11ac.

Draadloze netwerkadapter. Een draadloze netwerkadapter is een apparaat dat uw pc verbindt met een draadloos netwerk. Om uw draagbare of desktopcomputer te verbinden met uw draadloos netwerk, moet die pc beschikken over een draadloze netwerkadapter. De meeste laptops en tablets, en een aantal desktopcomputers, worden geleverd met een geïnstalleerde draadloze netwerkadapter.

U controleert als volgt of uw pc over een draadloze netwerkadapter beschikt:

  1. Klik op de Startknop  , typ apparaatbeheer in het zoekvak en klik vervolgens op Apparaatbeheer.
  2. Vouw Netwerkadapters uit.
  3. Zoek een netwerkadapter waarvan de naam het woord wireless/draadloos bevat.

Het modem en de internetverbinding instellen

Als u over alle apparaten beschikt, moet u uw modem en de internetverbinding instellen. Als uw modem niet voor u is ingesteld door uw internetprovider, volgt u de instructies die bij de modem zijn meegeleverd om deze met uw pc en internet te verbinden. Als u een Digital Subscriber Line (DSL) gebruikt, sluit u uw modem aan op een telefoonaansluiting. Als u een kabelverbinding gebruikt, sluit u de modem op een kabelaansluiting.

De draadloze router optimaal opstellen

Plaats uw draadloze router ergens waar deze het beste signaal ontvangt, met zo weinig mogelijk storingen. Volg deze tips voor betere resultaten:

Plaats uw draadloze router op een centrale locatie. Plaats de router zo centraal mogelijk in uw woning om het draadloze signaal overal in uw woning krachtiger te maken.
 
Plaats de draadloze router niet op de vloer en uit de buurt van wanden en metalen voorwerpen, zoals metalen archiefkasten. Hoe minder fysieke obstakels er zich tussen uw pc en het signaal van de router bevinden, hoe meer kans u hebt dat u de volledige signaalsterkte van de router kunt gebruiken.
 
Verminder storingen. Sommige apparaten voor netwerken gebruiken een radiofrequentie van 2,4 gigahertz (GHz). Dat is dezelfde frequentie als de meeste magnetrons en veel draadloze telefoons. Als u de magnetron inschakelt of een oproep op een draadloze telefoon ontvangt, is het mogelijk dat uw draadloze signaal tijdelijk wordt onderbroken. De meeste van deze problemen kunt u voorkomen door een draadloze telefoon met een hogere frequentie, bijvoorbeeld 5,8 GHz, te gebruiken.
 

Uw draadloze netwerk beveiligen

Beveiliging is altijd belangrijk. Met een draadloos netwerk is het zelfs nog belangrijker omdat het signaal van uw netwerk ook buiten uw woning kan worden verspreid. Als u uw netwerk niet beveiligt, kunnen personen met pc's in de buurt toegang krijgen tot informatie die op uw netwerk-pc's is opgeslagen en uw internetverbinding gebruiken.

U kunt uw netwerk als volgt veiliger maken:

Verbeter de beveiliging van de router door de standaardgebruikersnaam en het standaardwachtwoord te wijzigen. De meeste routerfabrikanten gebruiken een standaardgebruikersnaam en een standaardwachtwoord voor de router en een standaardnetwerknaam (ook wel de SSID genoemd). Andere personen kunnen deze informatie gebruiken om toegang te krijgen tot uw router zonder dat u het weet. U kunt dit voorkomen door de standaardgebruikersnaam en het standaardwachtwoord voor uw router te wijzigen. Raadpleeg de documentatie bij uw apparaat voor meer informatie.
 
Stel een beveiligingssleutel (wachtwoord) in voor uw netwerk. Draadloze netwerken hebben een netwerkbeveiligingssleutel om ze te beveiligen tegen ongeoorloofde toegang. We raden voor de beveiliging het gebruik van Wi-Fi Protected Access 2 (WPA2) aan, als uw router dit ondersteunt. Raadpleeg voor meert informatie de documentatie die bij uw router zit, waaronder het type beveiliging dat wordt ondersteund en hoe u die instelt.
 

Een aantal routers ondersteunt WPS (Wi-Fi Protected Setup). Als uw router WPS ondersteunt en met het netwerk is verbonden, volgt u deze stappen om een netwerkbeveiligingssleutel in te stellen:

  1. Voer een van de volgende handelingen uit, afhankelijk van welke versie van Windows op uw pc wordt uitgevoerd:
    • Selecteer Start in Windows 7 of Windows 8.1, begin Netwerkcentrum te typen en kies de gelijknamige optie in de lijst.
    • Selecteer Start in Windows 10 en selecteer Instellingen > Netwerk en internet > Status > Netwerkcentrum.
  2. Selecteer Een nieuwe verbinding of een nieuw netwerk instellen.
  3. Selecteer Een nieuw netwerk instellen en kies Volgende.

De wizard helpt u bij het maken van een netwerknaam en een beveiligingssleutel. Als uw router dit ondersteunt, zal de wizard standaard de beveiliging Wi‑Fi Protected Access (WPA of WPA2) voorstellen. U kunt het best WPA2 gebruiken omdat dit een betere beveiliging biedt dan WPA of Wired Equivalent Privacy (WEP). Als u voor WPA2 of WPA kiest, kunt u ook een wachtwoordzin gebruiken, zodat u geen cryptische reeks letters en cijfers hoeft te onthouden.

Noteer uw beveiligingssleutel en bewaar deze op een veilige plaats. U kunt uw beveiligingssleutel ook opslaan op een USB-flashstation door de instructies in de wizard te volgen. (U kunt een beveiligingssleutel opslaan op een USB-flashstation in Windows 8 en Windows 7, maar niet in Windows 10.)
 
Gebruik een firewall. Een firewall is hardware of software waarmee u uw pc kunt beveiligen tegen onbevoegde gebruikers of schadelijke software (malware). Door op elke pc in uw netwerk een firewall te gebruiken, kunt u de verspreiding van schadelijke software in uw netwerk beperken en uw pc's beter beveiligen wanneer u ze voor internettoegang gebruikt. Windows Firewall maakt deel uit van deze versie van Windows.
 

Een pc verbinden met uw draadloze netwerk

  1. Selecteer het pictogram Netwerk  of  in het systeemvak.
  2. Kies in de lijst met netwerken het netwerk waarmee u verbinding wilt maken en selecteer vervolgens Verbinden.
  3. Typ de beveiligingssleutel (wordt vaak het wachtwoord genoemd).
  4. Volg eventuele aanvullende instructies.

Als u problemen met uw Wi-Fi-netwerk hebt bij het gebruik van Windows 10, raadpleeg dan Wi-Fi-problemen oplossen in Windows 10 voor meer informatie over geavanceerde probleemoplossing.