Tabellen

Slicers gebruiken om gegevens te filteren

Slicers gebruiken om gegevens te filteren

Slicers bieden knoppen waar u op kunt klikken om tabellenof draaitabellen te filteren. Naast snel filteren geven slicers ook de huidige filtertoestand aan, waardoor u gemakkelijk kunt begrijpen wat er precies wordt weergegeven.

Uw browser biedt geen ondersteuning voor video.

U kunt een slicer gebruiken om gegevens in een tabel of draaitabel eenvoudig te filteren.

Een slicer maken om gegevens te filteren

  1. Klik ergens in de tabel of draaitabel.

  2. Ga op het tabblad Start naar Invoegen> Slicer.

    Slicer invoegen
  3. Schakel in het dialoogvenster Slicers invoegen de selectievakjes in voor de velden die u wilt weergeven en selecteer OK.

  4. Er wordt een slicer gemaakt voor elk veld dat u hebt geselecteerd. Als u op een van de slicerknoppen klikt, wordt dat filter automatisch toegepast op de gekoppelde tabel of draaitabel.

    Notities: 

    • Als u meerdere items wilt selecteren, houd u Ctrl ingedrukt en selecteert u de items die u wilt weergeven.

    • Als u de filters van een slicer wilt wissen, selecteert u Filter wissen Verwijderen in de slicer.

  5. U kunt uw slicervoorkeuren aanpassen op het tabblad Slicer (in nieuwere versies van Excel) of op het tabblad Ontwerpen (Excel 2016 en oudere versies) op het lint.

    Opmerking: Selecteer de hoek van een slicer en houd de muisknop ingedrukt om de grootte van de slicer te wijzigen.

  6. Als u een slicer wilt koppelen aan meer dan één draaitabel, gaat u naar Slicer > Rapportverbindingen > controleert u de draaitabellen die u wilt opnemen en selecteert u OK.

    Opmerking: Slicers kunnen alleen worden verbonden met draaitabellen die dezelfde gegevensbron delen.

Sliceronderdelen

In een slicer worden meestal de volgende onderdelen weergegeven:



Elementen van een draaitabelslicer

1. Een slicerkoptekst geeft de categorie van de items in de slicer aan.

2. Een filterknop die niet is geselecteerd, geeft aan dat het item niet is opgenomen in het filter.

3. Een filterknop die is geselecteerd, geeft aan dat het item is opgenomen in het filter.

4. Met een knop Filter wissen wordt het filter verwijderd door alle items in de slicer te selecteren.

5. Met een schuifbalk kunt u schuiven wanneer er meer items zijn dan er momenteel zichtbaar zijn in de slicer.

6. Met besturingselementen voor het verplaatsen van de rand en het wijzigen van het formaat kunt u de grootte en de positie van de slicer wijzigen.

  1. Klik ergens in de draaitabel waarvoor u een slicer wilt maken.

    Nu wordt het tabblad Draaitabel analyseren weergegeven.

  2. Klik op het tabblad Draaitabel analyseren op Slicer invoegen.

  3. Schakel in het dialoogvenster Slicers invoegen het selectievakje in van de draaitabelvelden waarvoor u een slicer wilt maken.

  4. Klik op OK.

    Er wordt een slicer weergegeven voor elk veld dat u hebt geselecteerd.

  5. Klik in elke slicer op de items waarop u wilt filteren.

    Als u meerdere items wilt selecteren, houdt u Command ingedrukt en klikt u op de items waarop u wilt filteren.

  1. Klik ergens in de tabel waarvoor u een slicer wilt maken.

    Nu wordt het tabblad Tabel weergegeven.

  2. Klik op het tabblad Tabel op Slicer invoegen.

  3. Schakel in het dialoogvenster Slicers invoegen het selectievakje in van de velden (kolommen) waarvoor u een slicer wilt maken.

  4. Klik op OK.

    Er wordt een slicer weergegeven voor elk veld dat (elke kolom die) u hebt geselecteerd.

  5. Klik in elke slicer op de items waarop u wilt filteren.

    Als u meerdere items wilt selecteren, houdt u Command ingedrukt en klikt u op de items waarop u wilt filteren.

  1. Klik op de slicer die u wilt opmaken.

    Nu wordt het tabblad Slicer weergegeven.

  2. Klik op het tabblad Slicer op de gewenste kleurstijl.

Als u al een slicer hebt in een draaitabel, kunt u dezelfde slicer voor het filteren van een andere draaitabel gebruiken. Dit werkt alleen als beide draaitabellen dezelfde gegevensbron gebruiken.

  1. Maak eerst een draaitabel die is gebaseerd op dezelfde gegevensbron als de draaitabel met de slicer die u wilt hergebruiken.

  2. Klik op de slicer die u wilt delen in een andere draaitabel.

    Nu wordt het tabblad Slicer weergegeven.

  3. Klik op het tabblad Slicer op Rapportverbindingen.

  4. Schakel in het dialoogvenster het selectievakje in van de draaitabellen waarin de slicer beschikbaar moet zijn.

  1. Klik ergens in de draaitabel waarvoor u de verbinding met een slicer wilt verbreken.

    Nu wordt het tabblad Draaitabel analyseren weergegeven.

  2. Klik op het tabblad Draaitabel analyseren en vervolgens op Filterverbindingen.

  3. Schakel in het dialoogvenster het selectievakje uit van de draaitabelvelden waarvoor u de verbinding met een slicer wilt verbreken.

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Klik op de slicer en druk op Delete.

  • Houd Control ingedrukt en klik met de rechtermuisknop op de slicer en klik op <Naam van slicer> verwijderen.

In een slicer worden meestal de volgende onderdelen weergegeven:



Elementen van een draaitabelslicer

1. Een slicerkoptekst geeft de categorie van de items in de slicer aan.

2. Een filterknop die niet is geselecteerd, geeft aan dat het item niet is opgenomen in het filter.

3. Een filterknop die is geselecteerd, geeft aan dat het item is opgenomen in het filter.

4. Met een knop Filter wissen wordt het filter verwijderd door alle items in de slicer te selecteren.

5. Met een schuifbalk kunt u schuiven wanneer er meer items zijn dan er momenteel zichtbaar zijn in de slicer.

6. Met besturingselementen voor het verplaatsen van de rand en het wijzigen van het formaat kunt u de grootte en de positie van de slicer wijzigen.

Opmerking: Met Excel voor het web kunt u slicers gebruiken die zijn gemaakt in bureaubladversies van Excel, maar u kunt geen slicers maken, slicers bewerken of meerdere waarden in een slicer selecteren.

Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Klik op de slicer en druk op Delete.

  • Houd Control ingedrukt en klik met de rechtermuisknop op de slicer en klik op <Naam van slicer> verwijderen.

In een slicer worden meestal de volgende onderdelen weergegeven:



Elementen van een draaitabelslicer

1. Een slicerkoptekst geeft de categorie van de items in de slicer aan.

2. Een filterknop die niet is geselecteerd, geeft aan dat het item niet is opgenomen in het filter.

3. Een filterknop die is geselecteerd, geeft aan dat het item is opgenomen in het filter.

4. Met een knop Filter wissen wordt het filter verwijderd door alle items in de slicer te selecteren.

5. Met een schuifbalk kunt u schuiven wanneer er meer items zijn dan er momenteel zichtbaar zijn in de slicer.

6. Met besturingselementen voor het verplaatsen van de rand en het wijzigen van het formaat kunt u de grootte en de positie van de slicer wijzigen.

Meer hulp nodig?

U kunt altijd uw vraag stellen aan een expert in de Excel Tech Community of ondersteuning vragen in de Answer-community.

Zie ook

Gegevens in een draaitabel filteren

Meer hulp nodig?

Uw Office-vaardigheden uitbreiden
Training verkennen
Als eerste nieuwe functies krijgen
Deelnemen aan Office Insiders

Was deze informatie nuttig?

Bedankt voor uw feedback.

Hartelijk dank voor uw feedback! Het lijkt ons een goed idee om u in contact te brengen met een van onze Office-ondersteuningsagenten.

×