TYPE, functie

In dit artikel worden de syntaxis van de formule en het gebruik van de functie TYPE in Microsoft Excel beschreven.

Beschrijving

Bepaalt het gegevenstype van een waarde. Gebruik TYPE als de werking van een andere functie afhangt van het type waarde in een bepaalde cel.

Syntaxis

TYPE(waarde)

De syntaxis van de functie TYPE heeft de volgende argumenten:

  • Waarde Vereist. Een Microsoft Excel-waarde, zoals een getal, tekst, een logische waarde, enzovoort.
Als waarde is een Resulteert TYPE in
Getal 1
Tekst 2
Logische waarde 4
Foutwaarde 16
Matrix 64
Samengestelde gegevens 128

Opmerkingen

  • TYPE kan met name goed van pas komen, als u functies gebruikt die verschillende gegevenstypen accepteren, zoals ARGUMENT en INPUT. Met TYPE kunt u nagaan welk gegevenstype een functie of formule als resultaat heeft gegeven.
  • U kunt TYPE niet gebruiken om er achter te komen of een cel een formule bevat. Met TYPE bepaalt u alleen het type van de resulterende, weergegeven waarde. Als de waarde een celverwijzing is naar een cel die een formule bevat, geeft TYPE het type van de resulterende waarde van de formule als resultaat.

Voorbeeld

Kopieer de voorbeeldgegevens uit de volgende tabel en plak deze in cel A1 van een nieuw Excel-werkblad. Om resultaten van formules weer te geven, selecteert u deze, drukt u op F2 en drukt u vervolgens op Enter. Indien nodig kunt u de kolombreedten aanpassen als u alle gegevens wilt zien.

Gegevens
Smit
Formule Beschrijving Resultaat
=TYPE(A2) Bepaalt het gegevenstype van de waarde in A2. Het teksttype wordt aangegeven met 2. 2
=TYPE("Dhr. "&A2) Bepaalt het type "Dhr. Smit", dat tekst is. 2
=TYPE(2+A2) Retourneert het type formule in C6, dat 16 retourneert, het type voor het foutbericht #VALUE! Het foutbericht #WAARDE! wordt in C7 weergegeven. 16
=(2+A2) De waarde die wordt bepaald door de formule =(2+A2), die in C2 wordt gebruikt. #WAARDE!
=TYPE({1,2;3,4}) Bepaalt het type van een matrixconstante, die 64 is. 64