Berekent het rekenkundig gemiddelde van de waarden in de lijst met argumenten. In tegenstelling tot de functies GEMIDDELDE worden tekst en logische waarden, zoals WAAR en ONWAAR, opgenomen in de berekening.
Syntaxis
AVERAGEA(waarde1;waarde2;...)
Waarde1, waarde2,... zijn 1 tot 30 argumenten waarvan u het gemiddelde wilt berekenen.
Opmerkingen
- Argumenten die tekst bevatten, worden geƫvalueerd als 0 (nul). Lege tekst ("") resulteert in 0 (nul). Als de berekening geen tekstwaarden in het gemiddelde mag bevatten, gebruikt u de functie GEMIDDELDE.
- Argumenten die de waarde WAAR bevatten, geven het resultaat 1. Argumenten die de waarde ONWAAR bevatten, geven het resultaat 0 (nul).
Voorbeelden
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Col5 | Col6 | Formule | Beschrijving (resultaat) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 10 | 7 | 9 | 2 | 0 | =AVERAGEA([Col1];[Col2];[Col3];[Col4];[Col5]) | Het gemiddelde van de getallen en het lege argument (5.6) | |
| 10 | 10 | 9 | 2 | 1 | =AVERAGEA([Col1];[Col2];[Col3];[Col4];[Col6]) | Gemiddelde van de getallen (6,4) |