Geeft het teken van een getal aan. Deze functie geeft 1 als resultaat als het getal positief is, nul (0) als het getal 0 is en -1 als getal negatief is.
Syntaxis
TEKEN (getal)
Getal is een reƫel getal.
Voorbeelden
| Formule | Beschrijving (resultaat) |
|---|---|
| =POS.NEG(10) | Het getal is positief (1) |
| =POS.NEG(4-4) | Teken van nul (0) |
| =POS.NEG(-0,00001) | Het getal is negatief (-1) |