Berekent de variantie op basis van de volledige populatie. Naast getallen worden ook tekst en logische waarden zoals WAAR en ONWAAR in de berekening opgenomen.
Syntaxis
VARPA(waarde1,waarde2,...)
waarde1,waarde2,... zijn 1 tot 30 waardeargumenten die betrekking hebben op een populatie.
Opmerkingen
- Met VARPA wordt ervan uitgegaan dat de argumenten de gehele populatie vormen. Als uw gegevens een steekproef van de populatie bevatten, moet u de variantie berekenen met de functie VARA.
- Argumenten die de waarde WAAR bevatten, geven 1 als resultaat. Argumenten die tekst of de waarde ONWAAR bevatten, geven 0 (nul) als resultaat. Gebruik VARP als de berekening geen tekst of logische waarden mag bevatten.
- De vergelijking voor VARPA is :
Voorbeeld
Stel dat alle tien gereedschappen die tijdens een productierun van dezelfde machine zijn gestempeld, worden verzameld en gemeten op breukvastheid.
| St1 | St2 | St3 | St4 | St5 | St6 | St7 | St8 | St9 | St10 | Formule | Beschrijving (resultaat) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1345 | 1301 | 1368 | 1322 | 1310 | 1370 | 1318 | 1350 | 1303 | 1299 | =VARPA([St1]; [St2]; [St3]; [St4]; [St5]; [St6]; [St7]; [St8]; [St9]; [St10]) | Variantie van de breukvastheid van alle stukken gereedschap, ervan uitgaande dat er slechts tien exemplaren worden geproduceerd (678,84) |