Telt alle getallen in de opgegeven argumenten bij elkaar op.
Syntaxis
SOM(getal1,getal2,...)
getal1, getal2,... zijn 1 tot 30 argumenten waarvan u de totale waarde of het totaal wilt berekenen.
Opmerkingen
- Getallen, logische waarden en getallen in de vorm van tekst die u rechtstreeks in de lijst met argumenten typt, worden in de berekening opgenomen. Zie het eerste en tweede voorbeeld hieronder.
- Argumenten veroorzaken fouten als het gaat om foutwaarden of tekst die niet in een getal kan worden omgezet.
Voorbeelden
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Col. 5 | Formule | Beschrijving (resultaat) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| -5 | 15 | 30 | WAAR | =SOM(3; 2) | Telt 3 en 2 op (5) | |
| -5 | 15 | 30 | WAAR | =SOM("5"; 15; WAAR) | Hiermee worden 5, 15 en 1 bij elkaar opgeteld omdat de tekstwaarden worden omgezet in getallen en de logische waarde WAAR wordt omgezet in het getal 1 (21) | |
| -5 | 15 | 30 | WAAR | =SOM([Kol1]; [Kol2]; [Kol3]) | Telt de eerste drie getallen in de kolommen op (40) | |
| -5 | 15 | 30 | WAAR | =SOM([Kol1]; [Kol2]; [Kol3]; 15) | Telt de eerste drie getallen in de kolommen bij elkaar op en 15 (55) | |
| -5 | 15 | 30 | WAAR | =SOM([Kol4]; [Kol5]; 2) | Hiermee worden de waarden in de laatste twee kolommen en 2 bij elkaar opgeteld (3) |